Redactieprofs | Zo ontmasker je een drogreden
drogreden, Toulmin
18756
post-template-default,single,single-post,postid-18756,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.7.0,vc_responsive

Zo ontmasker je een drogreden

Moeten jongeren voorrang krijgen als de ic’s straks overbelast zijn? Een vraag waar ethici, medici en politici zich met pijn in het hart over buigen. Redactieprof Marleen ontleedt de vraag taalkundig, met behulp van het argumentatiemodel van Toulmin.

Wie krijgt er een ic-bed in geval van schaarste, en waarom? ‘Natuurlijk krijgen jongeren voorrang. Zij hebben het leven nog voor zich.’ Dat was, schrijft ethicus Fleur Jongepier in NRC (13/01/2021), de meest voorkomende reactie op het draaiboek dat artsen en ethici opstelden voor Code Zwart: het moment dat het zorgsysteem compleet overbelast raakt door de pandemie.

Voor alle duidelijkheid: in het Code Zwart-draaiboek staat zo’n leeftijdscriterium niet voorop. Selectie gebeurt altijd eerst op basis van medische gronden; ook als er géén code zwart is. Wie goede kansen heeft om snel te herstellen of de ic te overleven met een goede kwaliteit van leven, gaat voor. Indirect speelt het leeftijdscriterium daar overigens al in mee: een twintiger heeft in het algemeen betere overlevings- en herstelkansen dan een tachtiger.

Discriminatie of eerlijk verdeeld?

Onlangs schreef mijn Redactieprof-collega Jos over frames. Als je de selectie op leeftijd het frame ‘leeftijdsdiscriminatie’ geeft, zijn we er snel klaar mee: niemand wil discrimineren, discriminatie is een begrip met een negatieve lading. Jongepier haalt in haar artikel echter een positief frame aan: het principe van de fair innings. Dat staat voor: iedereen moet een gelijke kans hebben op een ‘normale’ levenslengte. Gelijke kansen, dat begrip heeft een positieve lading.

Relevante selectiecriteria

Maar Jongepier stelt dat er in de fair-inningsredenering sprake is van een drogreden. Ze reageert hiermee overigens op een eerdere publicatie in NRC (Annelien Bredenoort en Lennie Derde, 7/1/2021), die stellen dat leeftijdsdiscriminatie niet aan de orde zou zijn, het gaat om leeftijdsselectie. Discriminatie gaat namelijk over onderscheid maken op basis van irrelevante criteria. Leeftijd is in hun redenering wél een relevant selectiecriterium, omdat het fair-inningsprincipe klopt. 

Drogreden?

Waarom noemt Jongepier dit een drogreden? Daarvoor ga ik te rade bij de Engelse filosoof Toulmin, die een model maakte om argumentatie mee te analyseren. Het model benoemt de elementen waaruit een redenering kan bestaan, de functie die ze hebben en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Het model maakt het onder meer mogelijk om (oorzakelijke of corrationele) relaties in kaart te brengen en onderliggende aannames expliciet te maken. 

Ik maakte vele jaren geleden kennis met dit model tijdens mijn Letterenstudie. Het sprak me zo aan dat ik het heb gebruikt in mijn doctoraalonderzoek om berichtgeving in dagbladen te analyseren op aannames rond gender en etniciteit. Tot tot op de dag van vandaag helpt het me om argumentatie en berichtgeving beter te doorgronden en zin van onzin, nieuws van nepnieuws, kaf van koren te onderscheiden. Toulmin is mijn bullshit-detector: het helpt me de juiste vragen te stellen. Hoewel ik de finesses van het begrippenapparaat na al die jaren niet meer zomaar op kan lepelen, kom ik met een vereenvoudigde versie nog altijd een heel eind. De basis van het model is al enorm verhelderend:

Gegeven ————————> Standpunt

Ik hoest veel   (…dus…)         Ik moet stoppen met roken

                                   |

                                   |

                             Rechtvaardiging

                             (…want…) Als ik rook, moet ik hoesten

                                   |

                             Onderbouwing

                             (R) Roken is slecht voor mijn longen

                             (G) Ik wil liever niet hoesten

In werkelijkheid rook ik allang niet meer, maar de redenering klopt als een bus. In de rechtvaardiging duikt het oorzakelijke verband achter mijn standpunt op: als ik rook, moet ik hoesten. De rechtvaardiging krijgt een stevige grond: roken is slecht voor de longen. 

Het gegeven onderbouw ik ook nog even, door te benadrukken dat hoesten voor mij ongewenst is.

Toegepast op het fair-inningsprincipe ziet het plaatje er als volgt uit:

Gegeven: Leeftijd is een relevant criterium, dus:

Standpunt: Het is eerlijk om jongeren voorrang te geven, want:

Rechtvaardiging: Iedereen heeft recht op een bepaalde (dwz. vergelijkbare) levenslengte

Onderbouwing: 

  • (Bij de rechtvaardiging) Jongeren hebben een langere levensverwachting dan ouderen
  • (Bij het gegeven) Willekeur bij schaarste is oneerlijk en absoluut ongewenst

Waarin zit nu de drogredenering? Volgens Jongepier betreft dat het gegeven: leeftijd als relevant criterium. Dáár zou de discussie wat haar betreft juist over moeten gaan. Ze roept vragen op die in de fair-inningsredenatie onbelicht blijven: (1) over welk leeftijdsverschil hebben we het eigenlijk? En (2) in hoeverre is dat verschil relevant voor het bereiken van een ‘eerlijke’ levenslengte ten opzichte van elkaar? 

Om de eerste vraag te beantwoorden: het zal in de praktijk volgens Jongepier niet gaan om jong versus oud, maar vooral om oud versus ouder. De tweede vraag kan alleen door artsen worden beantwoord. Niet door een geboortedatum. Daarom stelt ze dat het leeftijdscriterium onbedoeld artsen veroordeelt, als die een kansloze 78-jarige niet opnemen en een 80-jarige met goede vooruitzichten wel.

Ideologie

Het model van Toulmin doet nog iets anders dan argumentatie inzichtelijk maken: het geeft ook inzicht in de achterliggende ideologie. Het uitgangspunt, dat onbenoemd bleef in de redenering, wordt hier expliciet als onderbouwing van het gegeven: willekeur is ongewenst en oneerlijk. Immers: als willekeur geen probleem zou zijn, dan was de zoektocht naar criteria niet nodig geweest. En hoe je ook denkt over toelatingscriteria bij schaarste, over één ding zijn we het eens in deze maatschappij: het streven naar eerlijkheid en het uitbannen van willekeur. Ondanks alle verschillen in een steeds meer gepolariseerd discours blijft dat een gedeeld referentiekader. Ik noem het beschaving.

Illustratie: voorbeeld van een uitgewerkt Toulmin-model

Marleen Kamminga
marleen@marleensbureau.nl
2 Reacties
  • Jeannette Baljet
    Geplaatst op 00:22h, 02 februari Beantwoorden

    Helder betoog, Marleen en zeer bruikbaar! Samen weer een biertje doen zodra het weer mag?

    • Marleen Kamminga
      Geplaatst op 10:02h, 03 februari Beantwoorden

      Heel goed plan, Jeannette!

Geef een reactie