Redactieprofs | tekstschrijven
131
archive,tag,tag-tekstschrijven,tag-131,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.7.0,vc_responsive

Niet alle Amsterdammers rijden op een bakfiets. Of maken gebruik van de Stadspas. Wat dat te maken heeft met inclusief communiceren, leerde ik in het webinar ‘Diverse samenleving vraagt om inclusieve communicatie, hoe dan?’ van Direct Duidelijk.

B1-taal gebruikt, toegankelijkheidscriteria toegepast: check check check, allemaal groene vinkjes. Vanuit de zender kan aan alle voorwaarden voor inclusief communiceren zijn voldaan, maar is dat voldoende om je doelgroepen te bereiken? Niet in een gedigitaliseerde samenleving waarin een deel van je doelgroep over onvoldoende vaardigheden/mogelijkheden beschikt om daarin mee te gaan, betoogt Lidwien van de Wijngaert (Radboud Universiteit) in het webinar. 

Zij onderzocht op verzoek van de gemeente Amsterdam waarom lang niet iedereen die er recht op heeft, gebruik maakt van de Stadspas. In het webinar geeft ze een even simpel als doeltreffend advies: zorg altijd voor een ‘communicatievangnet’. Wie niet over voldoende digitale vaardigheden beschikt, moet telefonisch of aan de balie geholpen kunnen worden, anders schiet je je communicatiedoel voorbij.

Beeldvorming

Hanneke Velten (Kennisplatform Integratie en Samenleving) gaat in het webinar in op de rol van onbewuste beeldvorming. Iedereen maakt onbewuste associaties, legt ze uit; stereotypering is onontkoombaar. Maar we moeten ons er wél bewust van worden, want stereotypering is een grote voorspeller van discriminatie.

Bakfiets

Velten heeft twee gouden tips die ik in mijn oren knoop. De eerste: “Accepteer dat het soms schuurt. Realiseer je dat het voor iedereen een leerproces is; je mag hierop leren en elkaar aanspreken.” De tweede: vermijd ook de ‘ontkenning’ van een stereotype. “De krantenkop ‘Niet alle Amsterdammers rijden op een bakfiets’ laat ons brein toch weer de connectie maken met het stereotype beeld. En dat blijft hangen”, verklaart ze.

Misschien dat ik daarom gecharmeerd was van de tijdschriften-advertentie die ik laatst tegenkwam, met een groep portretten van lezers. Elk van hun had een blad in de hand waarvan zijzelf duidelijk niet de beoogde ‘persona’ (excusez le mot) waren. Een jonge vrouw met een Autoweek, een oudere man met een Libelle. Dat trekt mijn aandacht, juist omdát het mijn eigen onbewuste beeldvorming doorbreekt en daar iets verfrissends tegenover zet.

Haakjes in je tekst. Wanneer gebruik je ze, en wanneer kun je beter komma’s of gedachtestreepjes gebruiken. Redactieprof Jos dook erin en trok enkele (soms stoffige) boeken uit de kast om je te vertellen hoe het zit.

Een van mijn favoriete bezigheden als tekstschrijver is het redigeren van teksten. Ik poets regelmatig jaarverslagen, subsidieaanvragen en rapporten op. Vaak geschreven door auteurs met respectabele inhoudelijke kennis, maar met wat minder taalkundige en redactionele bagage. Daar zijn Redactieprofs dan weer goed in.

Haakjes bij meerdere mogelijkheden

Tijdens een recente redactieklus viel mij het gebruik van haakjes in de tekst op (ook wel parentheses genoemd). Ik werd getriggerd toen ik las dat bestuurders bij elkaar kwamen voor ‘(in)formeel overleg’. Een van de toepassingen van haakjes is dat meerdere mogelijkheden worden aangegeven. Bijvoorbeeld als bij een vacature staat dat ervaring gevraagd wordt bij een ‘(semi)overheidsbedrijf’. Bij een overheidsbedrijf of een semioverheidsbedrijf dus.

In het geval van (in)formeel overleg vond ik de haakjes wat vreemd. Overleg is formeel of informeel, meer smaken zijn er niet. Ik besloot het hele woord te schrappen. ‘De bestuurders komen bij elkaar voor overleg.’ En ondertussen was mijn belangstelling gewekt. Ik had een haakje om iets te schrijven over haakjes.

Zes functies van haakjes

Als ik iets wil weten over taalzaken, is de Schrijfwijzer van Jan Renkema meestal mijn eerste zoekplaats. Hij onderscheidt zes functies van de haakjes.

  1. Voor een verklaring of toevoeging
  2. Voor een verwijzing
  3. In de betekenis ‘of’ (zoals het (semi-)overheidsbedrijf)
  4. Voor de introductie van een afkorting
  5. In literatuuropgaven
  6. Als netnummeraanduiding

Bron: Jan Renkema (2002), Schrijfwijzer (p.368).

Een toepassing die Renkema niet noemt is het gebruik van haakjes en puntjes (…) als een deel van een citaat is weggelaten.

Haakje, komma of gedachtestreep

Haakjes worden soms gelijkgesteld met komma’s of gedachtestreepjes. Haakjes geven duidelijker dan komma’s aan dat de informatie minder belangrijk is of binnen de context niet relevant. Gedachtestreepjes kunnen die functie ook hebben.

Bijvoorbeeld:

De koning (zijn baard lijkt steeds grijzer te worden) neemt plaats op de troon (die vanwege corona vanuit de Ridderzaal naar de Grote Kerk is verplaatst) om de troonrede voor te lezen.

Je zou hier dus ook voor gedachtestreepjes kunnen kiezen:

De koning – zijn baard lijkt steeds grijzer te worden – neemt plaats op de troon – die vanwege corona vanuit de Ridderzaal naar de Grote Kerk is verplaatst – om de troonrede voor te lezen.

In de zin hierboven zaaien de gedachtestreepjes overigens de nodige verwarring, omdat je (anders dan bij haakjes) niet goed kunt zien wat het begin is van de toevoeging en wat het einde.

Gedachtestreepjes geven soms een terzijde aan, maar soms ook het tegendeel, schrijft Henriëtte Houët (Grammaticagids Nederlands, 1990). Kijk maar eens naar deze zin die zij als voorbeeld geeft:

Je kunt – mits je rekening houdt met de gevaren – gaan.

Hier leggen de gedachtestreepjes juist de nadruk op het zinsdeel dat ze begrenzen.

Niet te veel haakjes

Wim Daniëls waarschuwt in de ‘Gids voor de eindredacteur’ (2002): “U moet er als eindredacteur (…) op toezien dat er niet te veel haakjes in een tekst staan. Sommige auteurs willen al hun invallen kwijt. De vele haakjes die ze daarvoor gebruiken, verminderen vaak de leesbaarheid.”

Mijn ervaring is net als Wim Daniëls dat sommige schrijvers haakjes gebruiken omdat ze te veel kwijt willen in een zin of nog niet goed hebben bedacht wat ze eigenlijk willen zeggen. Vaak werkt het dan beter om de informatie die tussen haakjes staat op te nemen in een aparte zin of om met de auteur te overleggen of de informatie niet helemaal geschrapt kan worden.

Van Kooten en de Bie tussen haakjes

Tussen haakjes, het onderzoek naar haakjes deed mij denken aan een stukje van Kees van Kooten (die op 10 augustus 80 werd) en Wim de Bie op ‘De tweede langspeelplaat van het Simplisties Verbond’. Een hilarisch gesprek tussen twee radiopresentatoren van wie er een het programma ‘Tussen Haakjes’ presenteert. “Een programma dat de dingen, tussen aanhalingstekens dan, tussen haakjes zet en de puntjes op de i.”

Het zijn deze taaldingetjes die mij veel plezier verschaffen. Ik hoop dat jij als lezer iets hebt aan deze informatie. En dat je nog niet bent afgehaakt.  

Redactieprofs redigeren teksten. Wil je je rapport, (jaar)verslag of een ander document taalkundig en redactioneel helemaal op orde hebben, neem dan contact op. We helpen je graag.

Bij een grote productie als een jaarverslag is overzicht houden de grootste uitdaging. Er zijn vaak veel partijen betrokken, ook bij kleinere organisaties. En het langere tijdspad maakt een planning met voldoende speelruimte van belang. Deze handige checklist helpt.

Met onze acht Redactieprofs hebben we heel wat ervaring met het maken van jaarverslagen: we denken mee over thema’s en productie, interviewen sleutelpersonen, schrijven en redigeren teksten. Doe je voordeel met onderstaande checklist. En heb je hulp nodig bij de productie? Dan ben je bij ons natuurlijk aan het juiste adres.

Fase 1: voorbereiding

Start: december

  • begroting maken en budget vaststellen
  • thema’s & aanpak bepalen
  • omvang, oplage/vorm vaststellen op basis van budget en doelen
  • onderwerpkeuze
  • externe partijen inschakelen voor de uitvoering;
  • gegevens verzamelen

Fase 2: in de startblokken

Start: januari

  • thema’s & aanpak bepalen
  • omvang, oplage/vorm vaststellen op basis van budget en doelen
  • onderwerpkeuze
  • externe partijen inschakelen voor de uitvoering

Fase 3: productie

Start: maart

  • tekstproductie
  • gegevens interpreteren en (laten) weergeven in tabellen/grafieken met toelichting
  • overig beeldmateriaal verzamelen en selecteren
  • eindredactie
  • inzage/aanpassingsronde
  • vormgeven & drukken of online gaan (na testfase)

Fase 4: verspreiden/online gaan

Start: mei

  • digitale versie maken (website)
  • aanbiedingsbrief/mail/flyer
  • print: ter inzage op openbare plekken/leestafels
  • persbericht

Fase 5: evalueren en vooruitblikken

Start: oktober

  • evalueren
  • initiëren van het eerstvolgende verslag: nadenken over invalshoek en doelen

Veel succes met het maken van een verzorgd, leesbaar en overtuigend jaarverslag! Vragen? Mail ons even!

In deze tijden van thuiswerken verstoken we met z’n allen bakken energie en papier. Koffie is niet aan te slepen en gigant Google is nog altijd onze beste vriend. Dat kan groener! Redactieprof Theanne Boer laat haar eco-thuiskantoor zien. 

“Ja maar jouw USP is natuurlijk groen en duurzaam!”, riep een collega-tekstschrijver toen ik me hardop afvroeg hoe ik me met mijn werk nou onderscheid te midden van duizenden tekstschrijvers. Ze heeft gelijk, ik schrijf graag over natuur en milieu en de zorg daarvoor. Dat doe ik bijvoorbeeld voor stichting Het Zeeuwse Landschap en de Zeeuwse milieufederatie, maar ook voor tijdschriften en via mijn vaste column in een dagblad. 

En ja, ik heb dus ook een groene bedrijfsvoering of om het maar eens hip te zeggen: een eco office. In deze blog wandel ik door mijn werkkamer in de hoop de lezer wat inspiratie te bezorgen voor het vergroenen van zijn of haar kantoor. Waarom? Omdat we, vind ik, veel te lang op de pof van moeder Aarde hebben geleefd. Heeft het zin? Ja, het verkleinen van je ecologische voetafdruk, hoe minimaal ook, heeft altijd zin. Het is een van de weinige dingen die we daadwerkelijk kunnen doen als het gaat om het behoud van onze planeet. Dus, daar gaan we:

  • de computer is voor een tekstschrijver natuurlijk een eerste vereiste. Ik heb een refurbished laptop aangeschaft, van Apple, omdat die lang meegaan en niet virusgevoelig zijn. Elk apparaat waar coltan en goud inzit is een ramp voor het milieu, dit lijkt mij de minst schadelijke manier om er toch een te bezitten. Ik heb uiteraard ook een refurbished telefoon. Een Fairphone is trouwens ook een geweldige optie voor android-liefhebbers.
  • mijn laptop is aangesloten op een monitor die een eco-stand heeft. Daar heb ik bij de aanschaf speciaal op gelet, zo verbruikt hij minder stroom. 
  • als ik niet aan ’t werk ben, zet ik computer en laptop helemaal uit middels een stekkerdoos met zo’n oranje schakelaar. Ook het wifipunt in mijn kamer gaat dan helemaal uit. Scheelt weer stroom. Ik heb weleens begrepen dat als alle Nederlanders al hun apparaten die (’s nachts) op standby staan helemaal uit zouden doen, we twee elektriciteitscentrales kunnen sluiten. Doen dus!
  • ik heb gewacht met de aanschaf van een printer tot de Ecotank van Epson op de markt kwam. Dat is een printer die je zelf vult met kleine flesjes inkt, waardoor je niet meer blijft zitten met die dure cartridges die net niet helemaal op zijn en die verwerkt moeten worden door een speciaal bedrijf. De inkt droogt ook veel minder snel uit, en dat komt goed uit, want ik print bijna nooit. Paperless office is het devies!
  • dankzij een interview met een duurzaamheidsexpert kwam ik achter het bestaan van PaperWise, papier gemaakt van landbouwafval. Ik moet eerst mijn ‘gewone’ papier nog opmaken, maar dan ga ik daar zeker achteraan. 
  • tijdens een interview schrijf ik graag met de hand en dan ook nog het liefst op papier zonder lijntjes zodat ik kan strepen en tekenen wat ik wil. Maar de schrijfblokken vlogen erdoor bij mij. Nu heb ik een Correctbook aangeschaft, een uitwisbaar schrijfblok. Na elke afgeronde klus veeg ik mijn Correctbook schoon en kan ik opnieuw beginnen. Erg satisfying, om het in de woorden van mijn brugklaszoon uit te drukken. Er zijn meer van dit soort ‘eeuwige schrijfblokken’ op de markt: google op Bambook of Greenbook en je kunt je lol op. Kost wat, maar dan heb je ook wat. 
  • Tekstschrijvers googelen wat af. En ja, dat doe je eigenlijk automatisch met Google. Ik niet meer. Ik wil dat bedrijf niet meer spekken en zoek nu met Ecosia. Dat is een zoekmachine die met de winst bomen plant. Ecosia wordt steeds beter, ik heb Google haast niet meer nodig om te vinden wat ik zoek. Aanrader!
  • Ambtenaren krijgen het verdorie vergoed, à 365 euro per half jaar: de kosten voor een thuiskantoor, want ja ‘de koffie en het toiletpapier vliegen er in tijden van corona doorheen’. Zzp-thuiswerkers betalen van hun schamele inkomen zèlf hun koffie en toiletpapier. Ook dat kun je natuurlijk eco aanschaffen. Zo drinken wij (echtgenoot zzp’t een kamertje verderop) Moyee-koffie. Bezoek de website en geniet van de geweldige communicatie! Op de wc bij ons ligt toiletpapier van The Good Roll, ook al zo’n fantastisch initiatief voor een betere wereld. 
  • Oja, de aanschaf van vakliteratuur. Dat deed ik altijd automatisch bij de dikke blauwe man. Doe ik niet meer. Nu laat ik het komen bij de plaatselijke boekhandel of ik bestel het bij YouBeDo, een boekenwebshop zonder idiote snelle levertijden en met de mogelijkheid om een deel van de winst aan een goed doel te schenken. 

Nou! Heb je ideeën opgedaan? Ik hoop het! En het is waar wat Jaap Tielbeke zegt, in zijn boek ‘Een betere wereld begint niet bij jezelf’: overheden en bedrijven kunnen de grootste slag maken, maar ach, het is toch echt very satisfying om zelf ook mee te doen aan het groener maken van deze wereld. Groen is tenslotte de mooiste kleur! 

Hup, overboord met die overbodige schrijftips die je ooit leerde en nog steeds koestert. Redactieprof Marleen helpt je zin en onzin te onderscheiden bij schrijven en redigeren.

Bang om op fouten te worden gewezen in je tekst? Nou, dan ben je in goed gezelschap. Als beroepsschrijvers overkomt het ons ook regelmatig: opdrachtgevers of geïnterviewden die ons fijntjes wijzen op ‘fouten’ in onze tekst.

Tja, daar sta je dan met je academische titel in taalbeheersing en tig jaar ervaring met schrijven en redigeren. Dan heb ik wel even wat uit te leggen. Bij deze: de zeven meest voorkomende onzintips en hun zinnige alternatieven.

1. ONZIN: Gebruik korte zinnen, want die zijn begrijpelijker dan lange zinnen.

ZIN:

(a) Voor een prettig leesritme wissel je korte en lange zinnen met elkaar af. 

(b) Lange zinnen zijn niet per se complex. Denk maar aan opsommingen: niks ingewikkelds aan. Let echter wel op de regellengte: boven de pakweg 15 woorden neemt de leesbaarheid sterk af.

(c) Korte zinnen zijn niet per se begrijpelijk. Je bevordert de begrijpelijkheid door de relatie tussen de zinnen expliciet te maken. Vergelijk bijvoorbeeld de twee korte zinnen [Ze gaf weinig geld uit aan kleding. Ze werd donateur van AZG.] met de langere zin [Ze besloot weinig geld aan kleding uit te geven, zodat ze donateur kon worden van AZG].

2. ONZIN: Schrijf altijd actief, vermijd de lijdende vorm. 

ZIN: De lijdende vorm kan juist enorm functioneel zijn.Je houdt de focus van de zin waar je ‘m hebben wilt. Herschrijven in de actieve vorm kan juist afleiden van de boodschap. Laat je overtuigen door de voorbeelden in mijn blog ‘Leve de lijdende vorm!’.

3. ONZIN: Vermijd herhaling van woorden.

ZIN: Natuurlijk, het is afwisselender om met synoniemen te werken. Het levert leukere teksten op als je niet steeds woorden herhaalt. Toch is het raadzaam om ook deze regel niet strikt toe te passen bij schrijven of redigeren. Denk aan teksten op B1-niveau: laagopgeleide lezers zijn gebaat bij eenvoud. Ook voor zoekmachinescores kan herhaling gewenst zijn, hoewel…  Dit advies heeft meer haken en ogen dan je denkt: zie bijvoorbeeld onze minicursus SEO.

4. ONZIN: Wij en zij is netjes, we en ze is plat.

ZIN: Wij en zij gebruik je voor nadruk, zoals in [Wij hanteren geen verouderde schrijfregels, maar zij denken daar anders over.] Voor alle andere situaties volstaat we of ze.

5. ONZIN: Begin een zin nooit met En (Maar, Of)…

ZIN: Maar natuurlijk mag je een zin met En, Maar of Of beginnen. Het staat de begrijpelijkheid niet in de weg en kan de stijl ten goede komen. Lees maar wat collega Jeroen erover schrijft in een van de meest gelezen blogs ooit van Redactieprofs: En? Mag je een zin met En beginnen?

6. ONZIN: Schrijf cijfers 1 t/m 20 in letters, schrijf hogere getallen in cijfers.

ZIN: Laat je keuze afhangen van de context. In een alinea waarin allerlei getallen staan, is het voor de lezer gemakkelijker om ze te vergelijken als ze allemaal in cijfers staan. In een citaat is het juist logischer om een (rond) getal in letters weer te geven.

7. ONZIN: ‘Een aantal mensen zijn…’ is fout

ZIN: Zowel enkelvoud als meervoud is correct in een zin als deze. Raadpleeg bij twijfel de pagina van Onze Taal.

Moraal van dit verhaal? Laat je niet gek maken door schrijftips. Kijk goed naar de context en gebruik je eigen verstand.

Lees meer over schrijftips van Redactieprofs:

EHBO voor je teksten

Waarom tekstschrijvers HOOFDLETTERS vermijden

Monteur/montrice gezocht

We leven in een beeldcultuur, hoor ik vaak. Toch zijn en blijven teksten onmisbaar, vooral op momenten dat je de nuance zoekt. Ik wil helemaal niks af doen aan de kracht van mooi beeld. Maar zeker nu teksten online nog jaren lang vindbaar zijn, neemt de waarde van goede tekst alleen maar toe.

Grote bedrijven kennen het belang van goede teksten al lang. Gek genoeg werken er op de vaak uitgebreide communicatieafdelingen opvallend weinig tekstschrijvers. Teksten worden doorgaans uitbesteed. En dat is niet zo gek, want tekstschrijven is een echt vak.

Leven van je toetsenbord

“Tekstschrijven? Maar dat leert toch iedereen op de lagere school al?” Die reactie kreeg ik (dit is echt waar) wel eens, toen ik ruim 20 jaar geleden begon als zelfstandig tekstschrijver.

Ondanks die verbaasde reactie hier en daar kon ik al snel goed leven van mijn toetsenbord. Veel mensen kunnen wel even een tekstje schrijven. Maar goede tekstschrijvers bleken destijds dun gezaaid en zijn dat nog steeds. Veel bedrijven zien het verschil tussen zomaar een tekstje en een puntig en professioneel stuk. Ze besteden als het écht overtuigend moet zijn, het schrijven maar al te graag uit. Daar is in die 20 jaar niets aan veranderd.

Kort, korter, kortst is voorbij

Ik kreeg vertrouwen en dus opdrachten. Ook in de tijd, het zal een jaar of tien geleden geweest zijn, dat iedereen online omarmde en meende dat het allemaal om beeld ging. Foto’s, tekeningen, grafieken, ja! Woorden? Hooguit als een bijschrift, maar dan niet te veel graag! Kort was de trend. Kort, korter, kortst. Met vééél beeld. Waar moest dat eindigen? Zouden uiteindelijk alleen de koppen overblijven in de krant met daaronder een collage van foto’s?

Content

Toen opeens kwam, in het kielzog van de digitale ontwikkeling, het woord content in zwang. Dat wil zeggen: het kreeg een nieuwe betekenis. Mijn oma zei vroeger altijd dat ze content was, aan het einde van een hele fijne dag. Maar nu werd content opeens: inhoud, digitale inhoud meestal. Tekst en beeld op een webpagina, op Facebook of andere social media. En opeens deed tekst weer mee! Misschien kwam het wel door het woord Content Management Systeem dat toch de indruk werkt dat content echt belangrijk is. Immers: je moet het managen! Bovendien blijkt Google helemaal niet (meer) – zoals we eerst dachten – te kicken op zouteloze teksten vol zoekwoorden. Onze vriend Google houdt juist van kwaliteitsteksten en die mogen best aan de lange kant zijn. 

Ontwerper en schrijver samen

In de begintijd van de website was tekst iets dat je op het laatste moment nog even snel plaatste. Je weet wel, op dat moment nadat ontwerpers eindeloos hadden gevisualiseerd en met mood boards in de weer waren geweest en techneuten de juiste knoppen en routing hadden bepaald…. Dan klonk het opgelucht: “Alleen nog even de tekst”. Vanaf een bepaald moment koos men voor kwaliteitscontent. Ontwerper en schrijver gingen meer samenwerken. De woorden kregen hun waarde terug.

Beelddeflatie

Wat ook zeker meehielp, is de beelddeflatie door de zee van foto’s die dagelijks over ons heen spoelt. Om daarin te kunnen selecteren helpt een goede kop, een krachtig bijschrift. En een fijne tekst, to the point, vlot geschreven en verhelderend. Daar heb je nu meer aan dan aan 100 foto’s!

Luisteren en doorvragen

Als goede tekstschrijvers – en daar schaar ik mijzelf en mijn Redactieprofs-collega’s voor het gemak maar even onder, samen goed voor meer dan honderd jaar ervaring – beheersen we een eerbiedwaardig ambacht.  We brengen belangrijke boodschappen soepel en aantrekkelijk over. De speeches van de president, het voorwoord van de voorzitter, het interview met de gevangenisdirecteur. De tekstschrijver luistert, stelt de juiste vragen en schrijft. En dat is op zich al bijzonder in deze tijd: iemand die luistert en doorvraagt. Die echt de tijd neemt, geïnteresseerd is. Dat is de basis van ons vak. Daarmee creëren wij dag in dag uit creatieve content waar anderen alleen van dromen.

Zo komt het dat in een tijd waarin er steeds minder wordt geluisterd en doorgevraagd en waarin de nuance soms jammerlijk ver te zoeken is, de waarde van goede tekst alleen maar toeneemt. Daarom vind ik dit vak ook na meer dan twintig jaar nog steeds prachtig. En het plezier dat wij als Redactieprofs beleven aan het schrijven, vind je weer terug in onze teksten. Dat enthousiasme maakt ze nóg waardevoller.

Bent u ook toe aan kwaliteitstekst? Neem dan contact op!

Met een goede briefing gaan wij als de brandweer. Dan heb jij in no time de tekst die aan jouw wensen voldoet. Hoe maak je zo’n briefing? 

Zodra er een aanvraag bij Redactieprofs binnenkomt, vragen we eerst naar de omvang van de klus, de locatie en de deadline. We kijken wie van ons het beste ingezet kan worden.

De ideale briefing

Vervolgens verdiept hij/zij zich in de briefing. Hoe vollediger de briefing is, hoe beter de tekstproductie aansluit bij jouw wensen en doelen. De ideale briefing bevat deze acht onderdelen.

Deadline en aanleveren

Wanneer moet de tekstproductie uiterlijk worden aangeleverd?
Waar maakt de tekstproductie deel van uit? Wanneer/hoe wordt het door de opdrachtgever gepubliceerd/verspreid?
Hoe wil de opdrachtgever het ontvangen, in welk bestandsformaat en op welk mailadres (of anderszins)?

Omvang en vorm

Hoeveel woorden (tekens/pagina’s) mag de tekstproductie tellen?
Zijn er speciale eisen aan de vorm (lengte koppen en intro, tekstopmaak, gebruik kaders en streamers etc.)?

Achtergrondinformatie

Welke informatie kunnen we doorlezen ter voorbereiding op interview?
In hoeverre is er sprake van vertrouwelijke/(privacy)gevoelige informatie?
Welke informatie moeten we verwerken in de tekstproductie?

Geïnterviewden

Wie mogen we interviewen voor de tekstproductie (naam, functie/organisatie, telefoon en e-mailadres)?
Weten de geïnterviewden dat we contact op gaan nemen?
Is al bekend of zij beschikbaar zijn in de betreffende periode?

Doel en doelgroep

Op wie is de tekstproductie gericht?
Wat is het doel van de tekstproductie (verandering in kennis/houding)?
Welke kernboodschap(pen) moet de tekst overbrengen?

Inhoud

Wat is de aanleiding voor deze publicatie?
Welke vragen moet de tekst in elk geval beantwoorden?
Wat is de insteek/invalshoek?
Zijn er valkuilen, gevoeligheden om rekening mee te houden?

Stijl, niveau, schrijfwijze

Welke schrijfstijl kiezen we?
Wat is het kennisniveau/taalniveau van de beoogde lezers?
Heeft de organisatie een schrijfwijzer waarin staat hoe bepaalde begrippen, namen en afkortingen worden geschreven in de organisatie?

Inzage en afstemming

Hoe is de inzage geregeld, aan wie overleggen we de tekst en wanneer?
Gaat de tekst bijvoorbeeld eerst naar de geïnterviewden/direct betrokkenen ter inzage en daarna naar de opdrachtgever?

Over de schutting

In de praktijk volstaat doorgaans een minder uitgebreide briefing. Met veel van onze opdrachtgevers hebben we immers jarenlange samenwerkingsrelaties. Dan mag de briefing soms schaamteloos over de schutting: ‘Interview-morgen-Bram-Brandweer-en-graag-overmorgen-aanleveren.’

Kennismaken helpt ook

Overweeg je samenwerking met een Redactieprof, dan is het prettig om eerst persoonlijk kennis te maken. Elkaar kennen, zo zien we altijd weer bevestigd in ons werk én in de talloze interviews over samenwerking, heeft een positief effect op de samenwerkingsrelatie en de resultaten.

Heb je aanvullingen op onze ideale briefing? Of een brandende vraag? Bel of mail een Redactieprof. Snelle aanrijtijd gegarandeerd.