Redactieprofs | taalregels
168
archive,tag,tag-taalregels,tag-168,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.4.1,vc_responsive

Sommige taalregels lijken uitgevonden door en voor kommaneukers. Een daarvan is het onderscheid tussen hun en hen. Het gaat dus ook regelmatig mis. Zelfs in gerenommeerde kranten en tijdschriften kom je regelmatig hen tegen waar hun zou moeten staan. Andersom komt overigens veel minder vaak voor.

Volgens de Taaladviesdienst van Onze Taal is wiskundige en taalwetenschapper Christiaen van Heule de schuld van deze regel. In De Nederduytsche Grammatica ofte Spraec-konst uit 1626 beschrijft hij de Nederlandse naamvallen.

Volgens schrijfprofessor Jan Renkema wilde Van Heule de Nederlandse taal opkrikken tot het niveau van de klassieke talen, die ook naamvallen kennen. En het Duits, zoals iedereen weet die op de middelbare school gedwongen werd de rijtjes uit zijn hoofd te leren. Van Heule bedacht ‘hun’ voor de derde naamval en ‘hen’ voor de vierde naamval. En nu zitten wij dus met die malle regel opgescheept.

Het onderscheid speelt overigens vooral in de schrijftaal. In de spreektaal gebruiken de meeste mensen hun, ze of die. Niemand maakt zich druk als je ‘ik geef hen een ijsje’ zegt in plaats van ‘ik geef hun een ijsje’, zoals het eigenlijk zou moeten.

Laatst had ik een discussie met een collega. Ik had in een tekst ‘hen’ veranderd in ‘hun’. Volgens de collega ten onrechte. Een extra reden om me nog eens af te vragen: hoe zit het nou precies? Ik heb de boeken er nog een keer op nageslagen, en ik deel het graag met je. Lees verder, en je weet het.

  • Hun gebruik je als het meewerkend voorwerp is: ik geef hun een boek.
  • Hen gebruik je als het lijdend voorwerp is: ik heb hen gezien.
  • Hen gebruik je ook als het lijdend voorwerp is in combinatie met een voorzetsel: ik geef aan hen een boek.

Overigens vindt de Algemene Nederlandse Spraakkunst, het standaardwerk over de Nederlandse taal, dat je bij hen/hun-kwesties niet meer van fouten kunt spreken. “Het gebruik bepaalt uiteindelijk de norm, maar dat gebruik is nog niet geconsolideerd, zodat naast elkaar voorkomen het lukte hun en het lukte hen, ik beloofde hun en ik beloofde hen, enzovoort.” (p.248)

Waarmee de regel dus helemáál iets wordt voor haarklovers en muggenzifters. En voor tekstschrijvers die willen laten zien dat zij wél weten hoe het moet. Of hun gelijk willen halen.