Redactieprofs | spelling
122
archive,tag,tag-spelling,tag-122,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.1,vc_responsive

Dit blog is toekomstgericht. Het is nu november, maar we gaan direct door naar december. Sinterklaas slaan we over, met al dat zwartepietendiscussiegedoe, en hup direct doorrrrrrrrr naar Kerstmis. Met hoofdletter K. Die hoofdletters zorgen voor hoofdbrekens. Krijg je een Kerstcadeau met Kerstmis, of ga je gezellig naar een kerstborrel op tweede kerstdag?

Groene boekje, Witte Boekje

Ik zal uitleggen hoe het zit met die hoofdletters. Maar eerst moet je iets anders weten. Taalgekken zoals ik zoeken vaak woorden op om zeker te zijn van de correcte spelling. Daarvoor gebruik ik Het Groene Boekje, de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal (met zes hoofdletters, mind you). Dat verscheen in 2005, bij de meest recente spellingsherziening. Toen waren veel mensen zo verontwaardigd over de nieuwe regels, dat ze besloten die niet of niet allemaal te volgen. Zo ontstond het Witte Boekje, de alternatieve spelling. De opvolger daarvan heet Spellingwijzer Onze Taal.

Als tekstschrijvers verplichten we ons te schrijven volgens de geldende spellingregels van het Groene Boekje. Daarin staat over hoofdletters: namen van officiële feestdagen schrijven we met een hoofdletter (regel 16.L op pagina 105). Dus: Bevrijdingsdag, Suikerfeest, Chanoeka, Pasen en Pinksteren (nooit op één dag), en dus ook: Kerstmis.

Maar de samenstellingen met die woorden schrijf je met een kleine letter: kerstcadeau, kerstwens, kerstdag. Dus Kerstmis bestaat uit kerstavond, eerste kerstdag en tweede kerstdag (het Groene Boekje is hier strenger dan het Witte Boekje, daarin zijn Eerste Kerstdag en Tweede Kerstdag ook goed). Tijdens Kerstmis vieren we het kerstfeest en zingen we kerstliedjes. Wie geluk heeft, krijgt een kerstcadeau. Van wie? Van de Kerstman! Want Kerstman is de eigennaam van een uniek persoon, net als Sinterklaas. En namen schrijf je met een hoofdletter.

Speciaal geval: de voorgedrukte kerstkaart

Straks maken we massaal gebruik van de voorgedrukte kerstkaart. Heb je daar wel eens goed naar gekeken? Alle variaties komen voorbij:

Prettige Kerstdagen en een Gelukkig Nieuwjaar (2 fouten)

prettige kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar (1 fout)

Prettige Kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar (2 fouten)

Prettige kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar (0 fout)

Dit alles volgens de regels van Het Groene Boekje. Onze Taal denkt er anders over. Hoe dan ook, je moet maar zo denken: toch goed bedoeld, zo’n kaart. Word je zelf depressief van de hoofdletters? Dan is er nog altijd gelegenheid genoeg jezelf een stuk in de kraag te drinken bij het sinterklaasfeest, de kerstborrel, tijdens oudjaarsavond. Of met Nieuwjaar bij de nieuwjaarsreceptie.

Santé en proost!  En alvast een fijne kerst en een foutloos 2020 gewenst!

Wat een mooie dag vandaag! We gaan eropuit. Of gaan we er op uit? Erop uit? Er opuit? Simpele woorden zijn soms lastig te spellen. Zoals de werkwoorden met voorzetsels: uitgaan van, opnemen tegen, eraan komen, afblijven. Wil je weten hoe het zit?

Eerst even terug naar de basisschool om duidelijk te maken waar we het over hebben. Een voorzetsel is een woord zoals aan, voor, tegen, bij, tussen, tijdens, in, met. Het drukt een tijd uit: Tijdens de race kreeg de coureur een hartaanval. Of een plaats: De relschoppers sprongen op de auto terwijl ik erin zat. Of een middel: Met deze informatie kan ik mijn artikel schrijven.

Een werkwoord is een woord dat een handeling uitdrukt. Hoeft niet letterlijk, maar een werkwoord is meestal iets wat iemand doet. Lopen, fietsen, werken, schrijven, sporten, liegen, zoenen, trouwen, vreemdgaan, tv-kijken, twitteren, bloggen en zandzeepsodemineraalwatersteenstralen (het langste werkwoord uit de Van Dale, niet meer opgenomen vanaf 2005).

Vast voorzetsel
Sommige werkwoorden combineer je met een vast voorzetsel: afrekenen met, uitkijken naar, opzien tegen, rekenen op, toekomen aan en nog honderden andere werkwoorden. Ook ‘uitgaan van’ is zo’n werkwoord. Hoe simpel dit woord ook klinkt, goed spellen is lastig. Vooral bij het woord ‘er’ (of hier, daar en waar).

Welke zin is goed gespeld?
1 Ik ga ervan uit.
2 Ik ga ervanuit.
3 Ik ga er van uit.
4 Ik ga er vanuit.

Zin 1 is correct. De regel is: bij ‘er’ schrijf je het voorzetsel eraan vast. Dus ‘van’ hoort bij ‘er’ en je schrijft het aan elkaar. Dat mag ook bij waar, daar en hier. Dus: waarvan, daarvan, hiervan. Maar ‘uit’ hoort bij ‘uitgaan’. Het zit eraan vast, want het werkwoord is: uitgaan van.
En je mag maar één keer plakken (= aan elkaar schrijven).

TIP 1: aan ER, WAAR, HIER en DAAR mag je PLAKKEN.
Dus PLAK het ene voorzetsel altijd vast aan ER, WAAR,  HIER, DAAR.
Maar PLAK het andere voorzetsel er NIET aan vast als het hoort bij het werkwoord (dus vastzit aan het werkwoord).

TIP 2: hoe weet je of een voorzetsel hoort bij het werkwoord?
Dat kun je horen. Zeg het hele werkwoord hardop. Is het gaan van, of uitgaan van? Is het afvallen, of vallen?

TIP 3: zo schrijf je constructies met ‘ervan uitgaan’.
Ik ga ervan uit dat ik gelijk heb.
Ga daar maar gerust van uit.
Willen jullie hiervan uitgaan?
Waar kan ik van uitgaan?

TIP 4: dit zijn nog andere voorbeelden waarvan je denkt: huh??
Hij valt ervan af (= van het dieet).
Hij valt ervanaf (van de tafel waar hij met z’n dronken kop op was geklommen).
Kan ik ervan opaan dat je op tijd bent?
Ze kreeg ervanlangs. Of ze kreeg ervan langs (mag allebei, het is een beetje vreemde combinatie).

TIP 5: Ook wijzer worden? Bekijk net als ik heel vaak deze website.
Veel plezier met uitgaan en plakken!