Redactieprofs | schrijftips
130
archive,tag,tag-schrijftips,tag-130,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.7.0,vc_responsive

Haakjes in je tekst. Wanneer gebruik je ze, en wanneer kun je beter komma’s of gedachtestreepjes gebruiken. Redactieprof Jos dook erin en trok enkele (soms stoffige) boeken uit de kast om je te vertellen hoe het zit.

Een van mijn favoriete bezigheden als tekstschrijver is het redigeren van teksten. Ik poets regelmatig jaarverslagen, subsidieaanvragen en rapporten op. Vaak geschreven door auteurs met respectabele inhoudelijke kennis, maar met wat minder taalkundige en redactionele bagage. Daar zijn Redactieprofs dan weer goed in.

Haakjes bij meerdere mogelijkheden

Tijdens een recente redactieklus viel mij het gebruik van haakjes in de tekst op (ook wel parentheses genoemd). Ik werd getriggerd toen ik las dat bestuurders bij elkaar kwamen voor ‘(in)formeel overleg’. Een van de toepassingen van haakjes is dat meerdere mogelijkheden worden aangegeven. Bijvoorbeeld als bij een vacature staat dat ervaring gevraagd wordt bij een ‘(semi)overheidsbedrijf’. Bij een overheidsbedrijf of een semioverheidsbedrijf dus.

In het geval van (in)formeel overleg vond ik de haakjes wat vreemd. Overleg is formeel of informeel, meer smaken zijn er niet. Ik besloot het hele woord te schrappen. ‘De bestuurders komen bij elkaar voor overleg.’ En ondertussen was mijn belangstelling gewekt. Ik had een haakje om iets te schrijven over haakjes.

Zes functies van haakjes

Als ik iets wil weten over taalzaken, is de Schrijfwijzer van Jan Renkema meestal mijn eerste zoekplaats. Hij onderscheidt zes functies van de haakjes.

  1. Voor een verklaring of toevoeging
  2. Voor een verwijzing
  3. In de betekenis ‘of’ (zoals het (semi-)overheidsbedrijf)
  4. Voor de introductie van een afkorting
  5. In literatuuropgaven
  6. Als netnummeraanduiding

Bron: Jan Renkema (2002), Schrijfwijzer (p.368).

Een toepassing die Renkema niet noemt is het gebruik van haakjes en puntjes (…) als een deel van een citaat is weggelaten.

Haakje, komma of gedachtestreep

Haakjes worden soms gelijkgesteld met komma’s of gedachtestreepjes. Haakjes geven duidelijker dan komma’s aan dat de informatie minder belangrijk is of binnen de context niet relevant. Gedachtestreepjes kunnen die functie ook hebben.

Bijvoorbeeld:

De koning (zijn baard lijkt steeds grijzer te worden) neemt plaats op de troon (die vanwege corona vanuit de Ridderzaal naar de Grote Kerk is verplaatst) om de troonrede voor te lezen.

Je zou hier dus ook voor gedachtestreepjes kunnen kiezen:

De koning – zijn baard lijkt steeds grijzer te worden – neemt plaats op de troon – die vanwege corona vanuit de Ridderzaal naar de Grote Kerk is verplaatst – om de troonrede voor te lezen.

In de zin hierboven zaaien de gedachtestreepjes overigens de nodige verwarring, omdat je (anders dan bij haakjes) niet goed kunt zien wat het begin is van de toevoeging en wat het einde.

Gedachtestreepjes geven soms een terzijde aan, maar soms ook het tegendeel, schrijft Henriëtte Houët (Grammaticagids Nederlands, 1990). Kijk maar eens naar deze zin die zij als voorbeeld geeft:

Je kunt – mits je rekening houdt met de gevaren – gaan.

Hier leggen de gedachtestreepjes juist de nadruk op het zinsdeel dat ze begrenzen.

Niet te veel haakjes

Wim Daniëls waarschuwt in de ‘Gids voor de eindredacteur’ (2002): “U moet er als eindredacteur (…) op toezien dat er niet te veel haakjes in een tekst staan. Sommige auteurs willen al hun invallen kwijt. De vele haakjes die ze daarvoor gebruiken, verminderen vaak de leesbaarheid.”

Mijn ervaring is net als Wim Daniëls dat sommige schrijvers haakjes gebruiken omdat ze te veel kwijt willen in een zin of nog niet goed hebben bedacht wat ze eigenlijk willen zeggen. Vaak werkt het dan beter om de informatie die tussen haakjes staat op te nemen in een aparte zin of om met de auteur te overleggen of de informatie niet helemaal geschrapt kan worden.

Van Kooten en de Bie tussen haakjes

Tussen haakjes, het onderzoek naar haakjes deed mij denken aan een stukje van Kees van Kooten (die op 10 augustus 80 werd) en Wim de Bie op ‘De tweede langspeelplaat van het Simplisties Verbond’. Een hilarisch gesprek tussen twee radiopresentatoren van wie er een het programma ‘Tussen Haakjes’ presenteert. “Een programma dat de dingen, tussen aanhalingstekens dan, tussen haakjes zet en de puntjes op de i.”

Het zijn deze taaldingetjes die mij veel plezier verschaffen. Ik hoop dat jij als lezer iets hebt aan deze informatie. En dat je nog niet bent afgehaakt.  

Redactieprofs redigeren teksten. Wil je je rapport, (jaar)verslag of een ander document taalkundig en redactioneel helemaal op orde hebben, neem dan contact op. We helpen je graag.

Helder schrijven, dat doen wij Redactieprofs. Duidelijke taal. Maar wat is dat precies? Voor het meest recente nummer van Onze Taal schreef Jorien Marcus er een informatief artikel over. Al vaker verschenen er handleidingen om helder te communiceren. Een blog over 3 dingen, 29 regels en 17 richtlijnen die helpen bij helder schrijven.

Emeritus hoogleraar communicatie- en informatiewetenschappen Carel Jansen onderstreept in het artikel in Onze Taal het belang van duidelijke communicatie. Slecht communiceren kan volgens hem zelfs de democratie schaden. We moeten ons een oordeel kunnen vormen over wat de overheid voor ons doet. Dat is lastig als die overheid ons niet goed informeert en als we programma’s van politieke partijen niet begrijpen. Daarnaast is goede informatie essentieel voor het vertrouwen van de burger in de politiek.

Denk aan 3 dingen

Volgens Martijn Jacobs van communicatiebureau Loo van Eck moet je je 3 dingen afvragen voordat je gaat schrijven:

  • Hoeveel interesse heeft je lezer voor wat jij te vertellen hebt?
  • Hoeveel kennis heeft hij over de inhoud?
  • Hoe groot is zijn taalvaardigheid?

Pas 29 regels toe

Taalvaardigheid wordt aangeduid in niveaus, van A1 tot C2. B1 wordt vaak als richtlijn gebruikt; dan zou 95% van de Nederlanders de tekst moeten kunnen begrijpen. Karen Heij en Wessel Visser geven in een boekje van alweer enige tijd geleden ’29 regels van eenvoudig Nederlands’. Als je je aan die regels houdt, schrijf je volgens de auteurs op B1-niveau. De regels gaan over de voorbereiding, de structuur van je tekst, zinsopbouw en woordkeus. Enkele voorbeelden:

  • Zet de hoofdgedachte aan het begin
  • Formuleer passende tussenkopjes
  • Schrijf actieve zinnen
  • Gebruik geen formele taal
  • Vermijd jargon

Volg 17 richtlijnen

Een jaar geleden verscheen het ‘leer- en oefenboek’ Duidelijke taal van docent Nederlands en tekstadviseur Peter van der Horst. Hij werkt 17 richtlijnen uit om begrijpelijk te schrijven. Ik schreef over dit boekje een bericht voor de website van Bureau Schrijfwerk. Ook voor ervaren tekstschrijvers is het goed om deze richtlijnen bij elkaar te zien. Mijn advies: hou ze in de buurt te als je een tekst gaat schrijven.

Nog meer tips

Het artikel in Onze Taal sluit ook af met tips, geleend van Wablieft Tekstadvies:

  • Bepaal het onderwerp en doel van je tekst
  • Vorm je een beeld van je lezer
  • Zoek de gepaste toon
  • Spreek je lezer rechtstreeks aan
  • Schrap overbodige informatie
  • Vertel het belangrijkste eerst
  • Zorg voor verschillende tekstblokken
  • Zorg voor een duidelijke opmaak

Redactieprofs helpen

Als extra tip voeg ik daar graag deze aan toe: Heb je hulp nodig bij een tekst of wil je een training om betere teksten te schrijven? Neem dan contact op met Redactieprofs. Wij helpen je graag verder.

Een goede openingszin: daarmee verleid je de lezer. Waaraan moet zo’n zin voldoen? Redactieprof Marleen kijkt de kunst af bij de literatuur en doet een verrassende ontdekking.

“Ken ik jou niet ergens van?” Google op ‘openingszin’ en je vindt pagina’s vol ‘originele’ binnenkomers voor desperate versierders. De aandacht trekken met een catchy oneliner, daar gaat het om. Voor professionals in tekst en communicatie is dat niet anders. Wij moeten de lezer verleiden om door te lezen of te klikken.

In deze verleiding is een hoofdrol weggelegd voor de kop, maar die heeft een sterke follow-up nodig: de beginzin. Goede fictieschrijvers weten daar alles van. Ik heb de boekenkast er eens op nagezocht en diepte deze inspirerende voorbeelden op:

  1. I have been arrested. For winning a quiz show.
  2. Sunday 1 January, 129 lbs. (but post-Christmas), alcohol units 14 (but effectively covers 2 days as 4 hours of party was on New Year’s Day), cigarettes 22, calories 5424.
  3. Behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste straat van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter.

Heb je ze herkend? De eerste is van ‘De ongelooflijke lotgevallen van een arme geluksvogel’, beter bekend als ‘Slumdog Millionaire’. De tweede komt uit ‘Bridget Jones’s Dairy’ en nummer drie is van Nescio. Stuk voor stuk bestsellers en stuk voor stuk zinnen die je in de boekwinkel direct naar de kassa laten lopen… Welk verleidingsprincipe ligt eraan ten grondslag en welke lessen kunnen we daaruit trekken voor zakelijke communicatie?

Prikkelend

Wat de openingszinnen gemeen hebben, is dat je meteen het verhaal erachter voelt zinderen. Vragen dringen zich aan je op. Hoezo gearresteerd voor het winnen van een quiz? Wie en wat zit er achter die (pijnlijk herkenbare) lijst van ongezonde verleidingen? Wat is een uitvreter en waarom is hij zo wonderlijk? Waarom de Sarphatistraat en niet, noem eens een lelijkerd, de Marnixstraat? Het ongerijmde trekt je aandacht, prikkelt je nieuwsgierigheid, wakkert je leeshonger aan en voor je het weet ben je al een pagina verder.

Herkenbaar

Maar er is nog een overeenkomst: de contouren van het verhaal doemen direct voor je op. De arme quizwinnaar die om onduidelijke redenen in een lastig parket verzeild is geraakt. De antiheldin Bridget die op onalledaagse wijze met alledaagse problemen worstelt. De verhalende elementen zitten in onze genen, we herkennen ze direct. Ziedaar het principe achter het succes van organisational storytelling. En daarmee heb ik het bruggetje geslagen naar ons vakgebied: wat kunnen we hiervan leren voor zakelijke communicatie?

Spanningsboog voorspelbaar – onvoorspelbaar

De fictieschrijvers laten zien dat het allemaal draait om een spanningsboog tussen voorspelbaarheid en onvoorspelbaarheid. Tussen enerzijds voldoende informatie geven om de vluchtige lezer te laten beslissen of de tekst relevant is. En anderzijds vragen oproepen die de nieuwsgierigheid prikkelen. Moraal van dit verhaal: een beginzin moet smakelijk genoeg zijn om de leeshonger op te wekken. En informatief genoeg om de lezer duidelijkheid te bieden over welke informatie hij/zij kan verwachten in de tekst. Zo’n zin formuleren, dat is de kunst.

Nu ik toch in beeld ben: wat is jouw favoriete beginzin?

Iemand wil iets van je en stuurt een tekst. Je leest zinnen als:

  • De stichting heeft als taak het functioneren van de aangesloten scholen te optimaliseren, de kwaliteit te borgen en de beschikbare middelen doelmatig en efficiënt te besteden (wervende tekst school). Met de maatregelen wordt beoogd de vitaliteit van het gebied een impuls te verbeteren (bericht provincie).
  • Duurzaamheid is in onze filosofie een belangrijk aandachtspunt (productbrochure technisch installatiebedrijf).

Ik hoop dat je er nog bent.

(meer…)