Redactieprofs | Uncategorized
1
archive,category,category-uncategorized,category-1,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.7.0,vc_responsive

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem 
ploem ploem 
dag stoel naast de tafel 
dag brood op de tafel 
dag visserke-vis

Onzin?

Tijdens mijn studie Nederlands werd het gedicht ‘Marc groet ’s morgens de dingen’van Paul van Ostaijen in de collegezaal besproken en ik weet nog dat ik daar mijn aandacht niet bij kon houden. Ik vond het een onzingedicht. Pas toen ik een kind kreeg, begreep ik het beter. Dit gedicht laat, voor mij althans, zien hoe een kind in de wereld loopt, hoe hij zich verhoudt tot alles om hem heen. Het maakt niet uit wie of wat het is, voor het kind is alles warm en levend en de moeite waard om een band mee te hebben. Dat kinderlijk begroeten is zo’n respectvolle omgang met alles wat er is, dat het verheven mag worden tot kunst.

Soortnamen en eigennamen

Toen ik via mijn man de wereld van de natuurliefhebbers leerde kennen, ontdekte ik ook iets kinderlijks: ecologen schrijven de namen van planten en dieren met een hoofdletter en zonder lidwoord. Paardenbloem, Kievit, Veldlathyrus, Kleine Vos. Als tekstschrijver gingen mijn haren meteen overeind staan. Mag niet! Hoort niet! Soortnamen moeten met een kleine letter! Maar nu denk ik: dit is eigenlijk een heel goed idee! Want door van een soortnaam een eigennaam te maken, ga je je anders verhouden tot alles wat er om je heen leeft. Door iemand bij naam te noemen, bestaat die persoon voor je. Door zijn of haar naam te kennen en uit te spreken, erken je diegene in zijn bestaan, zijn identiteit. Zo bezien is het eigenlijk heel mooi en ook nuttig om dieren en planten bij hun naam te noemen en om die naam met een hoofdletter te schrijven. Want dat schept een band, dat maakt dat dieren en planten wat op een voetstuk worden gezet, of om bij het gedicht van Paul van Ostaijen te blijven: de mens komt op dezelfde hoogte te staan als de rest van de natuur.

Zorg voor de natuur

Afgelopen zomer liepen mijn man en ik door de Yerseke Moer, een natuurgebied op Zuid-Beveland, waar op het eerste gezicht niet veel te beleven valt. Vanaf de weg zie je een groene vlakte met wat slootjes, maar als je erin loopt, gaat er een wereld voor je open. En als je vervolgens een kijker pakt, zie je zoveel dat je de dingen kunt gaan groeten: dag Tureluur, dag Kluut, Scholekster, Boerenzwaluw. Alles wordt dan anders in die saaie Moer. Groeten doet leven.

Je zou het eens moeten doen, bij jou thuis, in de tuin. Een vogeltje, een plantje bij de naam noemen en groeten: wedden dat het helpt? Dat je meer gaat ‘voelen’ voor al die levende wezens om ons heen? Dan kom je er vast ook achter dat je van sommige planten en beestjes de naam niet weet. En als je dat dan opzoekt, met die geweldige app ObsIdentify bijvoorbeeld, zoek dan meteen ook op wat dat vogeltje of insect, die boom, of dat plantje nodig heeft om een fijn leven te kunnen leiden. De zorg voor de natuur – en dat lijkt mij in tijden van natuurschaarste geen overbodige luxe – is veel beter vol te houden als je je kennis van de natuur uitbreidt. Als je weet wat een paardenbloem, pardon, Paardenbloem doet voor de bodem en hoeveel insecten van haar afhankelijk zijn, dan groet je haar en stel je het maaien van je gazon een keertje uit. En als Mus drie jongen heeft in Haagbeuk, dan loop je er zachtjes langs en zeg je: Dag Mus, dag kleintjes! En dan huil je als blijkt dat op een dag Haagbeuk met nest en al is omgehakt omdat de camper van de buren een eigen parkeerplaats moest krijgen.

De natuur gaat Redactieprof Theanne aan het hart. Ze schreef er een kinderboek over: Kleur je wereld groen. Geen kopzorgen over wanneer wel of niet een hoofdletter, en teksten die lezers ‘voelen’? Redactieprofs staan voor je klaar.

Ik geestschrijf. Voor Directrice D., Chocolademaker T, Delinquent U. en Wethouder M. Voor hen schrijf ik columns, inleidingen, voorwoorden en speeches. Nu ben ik in de weer met Dokter M., voor zijn boek. Ik kruip in zijn huid, verbeeld de spreekkamer, sjees mee in de ambulance, voel zijn boosheid, verdriet en onmetelijke betrokkenheid bij zijn patiënten. Terwijl ik schrijf, fluistert hij in mijn oor. Zo geestschrijven andere Redactieprofs en ik voor velen die echt wel iets beters te doen hebben…

Interviewen is het mooiste wat er is, vind ik. Je mag vragen stellen, doorvragen en soms ook net over het lijntje gaan. Vaak is het interview bedoeld voor een groter artikel, zijn de citaten vervlochten met die van anderen en heeft de opdrachtgever een specifiek doel. Dat komt dan wel in de uitwerking, maar tijdens het interview mag ik vragen wat ik wil, een groot deel van de antwoorden blijft tussen mij en de geïnterviewde
Bij ghostwriting graaf en vraag ik verder en dieper. Maar soms gebeurt er nauwelijks iets. Dat laatste is het geval bij de mensen voor wie ik het vaker doe: schrijven uit naam van. Zo belt Directrice D. me vaak gehaast vanuit de auto. Of ik een speech, blog of inleiding wil schijven. Ze strooit met wat onderwerpen, bedoelingen en anekdotes en sluit af met: “Einde van de week?!” Omdat ik haar ken, weet ik waarvoor ze staat, ken ik haar taalgebruik en kan ik haar zakelijke gemoed ‘lezen’. Met een paar steekwoorden van deze dame kan ik ‘haar’ speech op papier zetten.

Ghostwriten van een boek
Dat is anders bij het ghostwriten van een boek, zeker als het om taaie materie gaat. Voordat ik überhaupt aan zo’n avontuur begin, wil ik eerst kennismaken om te voelen, horen en misschien ook wel ruiken of het ik het kan. Of we het samen kunnen. Want als er geen vonk is, geen wederzijds vertrouwen, dan blijft de geest in de fles.
Bij het geestschrijven, zeker bij een boek, zet ik mijn opnameapparaat aan. Dat dient meerdere doelen: ik leer de zinsconstructies en het vocabulaire kennen. Bovendien kan ik vrijuit praten, uitweiden en vragen stellen; ik mis niets. En juist in dat ‘niets’ verschuilt zich de geest. Een stilte zegt heel veel en juist die stiltes komen níet in mijn notitieboekje.
Een ander voordeel is dat ik niet hoef te schrijven. Toch noteer ik. Het helpt me bij het uitwerken structuur te (her)vinden. Bij Dokter M. blijkt het ook een middel om me niet te veel te laten meeslepen door aangrijpende verhalen. Die truc leerde ik tijdens een ghost-opdracht: ik interviewde hiervoor een zwanger meisje dat in gevangenschap het kind van haar stiefvader verwachtte. Je wilt en moet door, ook als het pijn doet. Dus om het interview niet te vertroebelen, maak ik aantekeningen en blijven tranen achter mijn ogen.

Als een acteur die zich voorbereidt op zijn rol
En dan komt het uitwerken van de aantekeningen én de ‘band’. Voor mij is dat altijd een moment met grote M. Ik vermoed dat dat te vergelijken is met een acteur die zich voorbereidt op zijn rol en spel. Ik moet echt die ander kunnen worden om zijn woorden gestructureerd, in zijn taal, met zijn emoties te kunnen opschrijven en dat kost me oprecht veel energie. Omdat ik denk te voelen wat er aan de overkant gevoeld werd, omdat ik het verhaal soms fysiek beleef en de emoties als de mijne ervaar. En zo typ ik soms met tranen in mijn ogen, bijvoorbeeld het slotakkoord van een palliatief traject van Dokter M. De geest gaat dan direct weer in de fles als een van mijn lieftallige huisgenoten niets vermoedend binnenkomt met een triviale vraag over waar iets ligt.

Dit is mijn kijk in de keuken van schrijven uit naam voor een ander. Hieronder waardevolle tips van Redactieprofs over ghostwriting.

Marleen is deeltijd-ghost, ze verwoordt letterlijke zinsnedes of typische manieren van verwoorden in de tekst. “Maar dan wel bondiger, want spreektaal is geen schrijftaal; we praten veel rommeliger dan we in de gaten hebben. Zonder context is daar nauwelijks een touw aan vast te knopen. Daarom zorg ik er altijd voor dat de belangrijkste boodschap overkomt, ik maak daarin keuzes voor de afzender.”
Tip van Marleen: “Pak een paar mooie zinnen/citaten uit het gesprek en bouw daar het verhaal omheen. Nog een tip: neem iets persoonlijks uit zijn/haar leven/ervaring als vertrekpunt. Dit is een bekend en beproefd storytelling-principe.”

Jeroen schrijft blogs uit naam van wetenschappers, vaak mensen die heel veel weten over een specifiek onderwerp. Soms is het voor Jeroen en zijn afzender zoeken naar voorbeelden en anekdotes die het verhaal tot leven brengen, maar heel vaak ook niet, omdat wetenschappers gewend zijn om te vertellen over hun werk.
Jeroens tip: “Leg als ghost niet te veel van jezelf in het verhaal en de taal van de ander. Qua vocabulaire blijf ik zo dicht mogelijk bij hoe iemand praat. De één praat heel informeel (“Oké, maar stel nu dat…”). Die formulering neem ik over, want het is haar of zijn verhaal en het leest ook nog eens alsof je met iemand in gesprek bent. Maar ook een wat omslachtige uitspraak als: “Dat is niet mijn waarneming”, laat ik terugkomen. Iemand krijgt kleur door de taal die hij of zij gebruikt.”

Ook Sasja blijft dicht op de huid van de ‘auteur’. Zeker als ze echt uit zijn of haar naam schrijft. “Ga wat langer met elkaar in gesprek en vang zo het taalgebruik van die persoon. Bij de voorwoorden probeer ik er echt een soort column van te maken met een pakkende kop en inhoud.”
Jos werkt bij ghostwriting niet echt anders dan wanneer hij voor zichzelf schrijft. “Als de tekst op basis van een interview tot stand komt, let ik wel extra op of mijn gesprekspartner karakteristieke woorden of frasen gebruikt.”
Tom neemt altijd de boodschap over, maar de taal die hij de afzender laat spreken, past hij aan de doelgroep aan. “Ik schreef uit naam van een fysiotherapeut een e-boek over fit blijven. Mijn taak als ghost was zijn verhaal, vanuit zijn eigen perspectief te schrijven, maar dan begrijpelijk voor (potentiële) klanten. Zijn vakjargon heb ik vermeden, ik heb zijn ‘taal’ juist versimpeld.”

Toch kun je met speldenprikjes de afzender erin laten doorschemeren, zo tipt Cindy: “Kenmerkende woorden als ’tof’ of ‘cruciaal’ geven meteen aan wat voor stijl iemand heeft. Die neem ik dus over. Ik zorg er wel voor dat een tekst niet té tof of té zakelijk wordt. Het eindresultaat moet lekker leesbaar zijn zonder uit de bocht te schieten.”
Theanne moest een keer als spookschrijver oude artikelen eigentijdser maken voor een te publiceren boek. “Dat deed ik naar eer en geweten, want ik vond het ook eigenlijk maar niks wat de man geschreven had, maar toen kreeg ik een mail: “Ik moet echt even met je praten”. Ik schrok me dood, want ik had vast zijn hele werk vernaggeld. Maar het tegendeel bleek waar: ik bleek nog veel te voorzichtig te zijn geweest, het moest nog rigoureuzer. En toen kon ik los gaan en werd het een boek waar we allebei zeer tevreden over zijn.”

Nog een kleine uitsmijter, zeker als je telefonisch aan de informatie komt voor het stuk waarvan je de ghostwriter bent. Jeroen schreef namens iemand een verhaal over wijkplannen. “In het verhaal voerde ik de afzender al wandelend door de wijk op. Ik kreeg als reactie terug: “Goed verhaal. Klein puntje: ik rij al 30 jaar in een rolstoel.””

Bij een grote productie als een jaarverslag is overzicht houden de grootste uitdaging. Er zijn vaak veel partijen betrokken, ook bij kleinere organisaties. En het langere tijdspad maakt een planning met voldoende speelruimte van belang. Deze handige checklist helpt.

Met onze acht Redactieprofs hebben we heel wat ervaring met het maken van jaarverslagen: we denken mee over thema’s en productie, interviewen sleutelpersonen, schrijven en redigeren teksten. Doe je voordeel met onderstaande checklist. En heb je hulp nodig bij de productie? Dan ben je bij ons natuurlijk aan het juiste adres.

Fase 1: voorbereiding

Start: december

  • begroting maken en budget vaststellen
  • thema’s & aanpak bepalen
  • omvang, oplage/vorm vaststellen op basis van budget en doelen
  • onderwerpkeuze
  • externe partijen inschakelen voor de uitvoering;
  • gegevens verzamelen

Fase 2: in de startblokken

Start: januari

  • thema’s & aanpak bepalen
  • omvang, oplage/vorm vaststellen op basis van budget en doelen
  • onderwerpkeuze
  • externe partijen inschakelen voor de uitvoering

Fase 3: productie

Start: maart

  • tekstproductie
  • gegevens interpreteren en (laten) weergeven in tabellen/grafieken met toelichting
  • overig beeldmateriaal verzamelen en selecteren
  • eindredactie
  • inzage/aanpassingsronde
  • vormgeven & drukken of online gaan (na testfase)

Fase 4: verspreiden/online gaan

Start: mei

  • digitale versie maken (website)
  • aanbiedingsbrief/mail/flyer
  • print: ter inzage op openbare plekken/leestafels
  • persbericht

Fase 5: evalueren en vooruitblikken

Start: oktober

  • evalueren
  • initiëren van het eerstvolgende verslag: nadenken over invalshoek en doelen

Veel succes met het maken van een verzorgd, leesbaar en overtuigend jaarverslag! Vragen? Mail ons even!

Regelmatig leggen we een opdrachtgever vijf vragen voor over het communicatievak en zijn of haar persoonlijke kijk daarop. Nieuwsgierig als we zijn, interviewen we ook elkáár. Deze keer: vijf vragen van Redactieprof Cindy aan collega Theanne.

Theanne is de bladenmaker in ons team. Ze bedenkt bladformules, begeleidt het hele proces en schrijft zelf ook regelmatig voor bladen. Daarnaast stort ze zich op complete boeken. ‘Ik houd wel van grote klussen waar ik zo een maand of langer mee bezig ben.’ Onlangs schreef ze een boek samen met Samuel Lee, de Theoloog des Vaderlands 2020, en op dit moment werkt ze samen met een illustrator aan een kinderboek over de zorg voor natuur en milieu: Kleur je wereld groen.

Welk communicatieboek zou jij vakgenoten aanraden?

‘Dan denk ik in eerste instantie meteen aan de ouderwetse Jan Renkema, nog steeds een autoriteit wat mij betreft, en zijn Schrijfwijzer en Redactiewijzer. Fijne naslagwerken. Het lingeriedenken van Rob van Vuure is ook een boek waar ik regelmatig in blader, en dan vooral om ideeën op te doen voor bladen. Verder haal ik veel inspiratie uit Dit is een goede gids (ondertitel: voor een duurzame lifestyle), van Marieke Eyskoot. Elke tekstschrijver heeft denk ik wel een favoriet onderwerp om over te schrijven. Bij mij is dat duurzaamheid, natuur en milieu.’ 

Met welke tekst was of ben je heel blij, en waarom?

‘Ik moest een dubbelinterview doen voor het blad van de ChristenUnie over mensenhandel. Dat vind ik altijd best een uitdaging. Twee mensen tegelijk spreken, in dit geval over een groot thema… Ik moest terugdenken aan de cursus ‘Interviewen voor gevorderden’ die ik ooit volgde. Daar leerde ik om een groot thema terug te brengen naar concrete gebeurtenissen en daar de beelden weer bij op te roepen. De emoties komen dan vanzelf en dat gebeurde ook. Het werd een diep gesprek met veel emotie erin. Bij het uitwerken van het verhaal vond ik het heel belangrijk dat de lezer dat zou vóelen, alsof je erbij was. Dat is goed gelukt, kreeg ik ook van anderen terug en daar ben ik nog steeds blij mee.’

Wat is jouw (levens)motto?

‘Maak je geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen heeft genoeg aan zichzelf. Voor mij tegelijk een motto en een uitdaging! Ik kan nogal piekeren, ‘had ik maar’ of ‘wat als’. Dan zit je dus in het verleden of in de toekomst. Hoe mooi is het om in het hier en nu te blijven en erop te vertrouwen dat er wel voor je gezorgd wordt. Vertaald naar mijn werk; ik kan er wel eens onzeker over worden hoe lang ik dit nog kan blijven doen. Zeker nu ik de 50 gepasseerd ben en er continu nieuwe, jonge tekstschrijvers opstaan. Ook al is daar op dit moment totaal geen reden toe en weten opdrachtgevers mij voor zowel bladen als boeken goed te vinden. Zo’n motto kan dan voor wat geruststelling zorgen.’

Wat doe je om je vak bij te houden?

‘Drie dingen. Eén: ik houd de inhoud bij van de onderwerpen waar ik veel over schrijf – ik lees veel over duurzaamheid, milieu en ontwikkelingssamenwerking. Twee: Ik lees veel literatuur. Literaire schrijvers hebben een enorme woordenschat en beheersen de Nederlandse taal tot in de puntjes. Hoe zij emoties onder woorden kunnen brengen, dat is een kunst. Door goede boeken te lezen, houd ik mijn eigen taalbeheersing op peil. Op dit moment lees ik Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Drie: ik kijk veel tijdschriften in, en dan vooral de tijdschriften die het heel goed doen zoals de Linda en de Happinez. Waarom zijn deze nou zo populair? Ik moet zeggen dat ik het ook snel zie wanneer een tijdschrift het níet gaat redden.’

‘En ik ben natuurlijk niet voor niets lid van Redactieprofs! De onderlinge kennisdeling is heel waardevol.’ 

Als ik morgen geen schrijver meer zou zijn, zou ik…

‘…wel retraites voor vrouwen willen organiseren. Wij wonen heel landelijk in Zeeland. Ik zie een groep vrouwen voor me die in deze prachtige omgeving tot rust komt en die ik schrijfopdrachten geef. Schrijf je levensverhaal, bijvoorbeeld, of zet je droom op papier, of een brief aan iemand over iets waar je al te lang mee rondloopt. We eten samen de heerlijkste producten van het land. En we wandelen naar het eeuwenoude kerkje in ons dorp voor een stiltemeditatie.’ Lachend: ‘Een mooi beeld hè, maar wat me weerhoudt is de hele organisatie en marketing eromheen! Maar je weet maar nooit. Tien jaar geleden had ik ook niet gedacht dat ik nu een kinderboek zou schrijven.’  

Ben jij verantwoordelijk voor de content in jouw bedrijf? Hik je aan tegen het schrijven en wil je goed voor de dag komen? Redactieprofs schrijven nieuwe teksten voor je, redigeren bestaande teksten óf helpen je om zelf te schrijven.

Anno 2020 is de waarde van goede tekst (en dus ook van een tekstschrijver) groter dan ooit. Of je het nu content noemt of gewoon tekst met illustraties of webpagina’s of social media-berichten of…. Zelf werk ik dit jaar precies 25 jaar als tekstschrijver voor diverse bedrijven. En niet de minste. Tel je daar de ervaring van mijn Redactieprof-collega’s bij op, dan kom je uit op honderden jaren ervaring. Wat werkt voor jou: laat je je teksten door ons schrijven of leer je ze liever zelf schrijven? Ook daar helpen we je graag bij.

“Tekstschrijven? Maar dat leert toch iedereen op de lagere school al?” Die reactie kreeg ik (dit is echt waar), toen ik begon als tekstschrijver. Ondanks die verbaasde reactie hier en daar kon ik al snel goed leven van mijn toetsenbord. Goede tekstschrijvers bleken én blijken dun gezaaid en veel bedrijven besteden het schrijven maar al te graag uit. Daar is in die 25 jaar dat ik dit mooie vak uitoefen niets aan veranderd.

Wij Redactieprofs krijgen al tientallen jaren tonnen vertrouwen in de vorm van opdrachten van onze opdrachtgevers. Ook in deze tijd van de ‘beeldcultuur’ schrijven en redigeren wij gewoon door. Foto’s, tekeningen, grafieken, ja! Woorden? Niet te veel graag. Kort is de trend. Kort, korter, kortst. Met vééél beeld. Gelukkig blijkt dat al dat beeld niet zonder goede woorden kan.

Content zijn we samen

Jaren geleden kwam, in het kielzog van de digitale ontwikkeling, het woord content in zwang. Althans, het kreeg een nieuwe betekenis. Mijn oma zei vroeger dat ze content was aan het einde van een hele fijne dag… Maar nu werd content opeens: inhoud, digitale inhoud meestal. Tekst en beeld op een webpagina, posts op social media. En opeens deed ook tekst weer mee! Misschien kwam het wel door het woord Content Management Systeem (CMS) dat toch de indruk werkt dat content echt belangrijk is. Immers: je moet het managen!

Hoe het ook zij, opeens kreeg content weer een wat ons betreft meer dan verdiende hoofdrol. Ontwerper en schrijver werken samen. De woorden hebben waarde en die waarde wordt versterkt door passend beeld. Andersom hebben mooie foto’s en illustraties waarde, die flink vermeerdert met een goed stukje tekst.

Beelddeflatie
De vloedgolf aan foto’s die onze wereld heeft overspoeld heeft geleid tot beelddeflatie. Scrollers móeten wel selecteren om niet gek te worden. En een goed stukje tekst helpt daarbij. De juiste # geeft richting, maakt het makkelijker om te zoeken en selecteren. En wat blijkt: aan een fijne tekst, to the point, vlot geschreven en verhelderend, heb je in deze tijd daarom vaak meer dan aan 1.000 foto’s!

Tekst is kortom van blijvende waarde. Of het nu gaat om de speeches van Obama, het voorwoord van de voorzitter van de Raad van Bestuur, een ontroerend interview met de magazijnmedewerker of een persbericht. De tekstschrijver luistert, stelt de juiste vragen en produceert dag in dag uit creatieve content waar anderen alleen van dromen. Zo maken wij bedrijven – en dus mensen – zichtbaar.

Door jou of door ons?

*Wil je de teksten voor jouw bedrijf door ons laten schrijven? Bel even, we helpen je graag.

*Leer je liever zelf de kneepjes van het vak van een ervaren tekstschrijver? We maken schrijf- en redactietrainingen op maat. Mail of bel even.

Leveranciers uitnodigen om als partner samen een maatschappelijke opdracht te vervullen: Dienst Justitiële Inrichtingen is er al jaren mee bezig. Met succes.

Zo zet de verfleverancier kennis en kunde in om gedetineerden een toekomst als professioneel schilder te geven. De aanbieder van tolkdiensten geeft ook taaltrainingen. Weer andere leveranciers nemen ex-gedetineerden in dienst.

Ook aan een andere maatschappelijke opdracht werken leveranciers mee: het verkleinen van de – forse – ecologische voetafdruk. Bajesdaken worden bedekt met zonnepanelen, het wagenpark wordt elektrisch en voedselverspilling wordt samen aangepakt. Aanbestedingen worden minder dichtgetimmerd en bieden inschrijvers meer manoeuvreerruimte om DJI bij de hand te nemen.

Magazine

In het magazine Impact zijn de verhalen van leveranciers gebundeld – voor het derde jaar alweer. Redactieprof Jeroen van den Nieuwenhuizen schreef de verhalen. Opdrachtgever: Wolter van der Vlist (DJI). Fotografie: Marieke Duijsters.

Redactieprofs zijn allemaal superervaren als het om thuiswerken gaat, dus we hebben nog wel wat toe te voegen aan de tips uit de ochtendkrant. Productief zijn en deadlines halen tussen keukentafel en vaatwasser? Zo doen wij dat.

Jeroen van den Nieuwenhuizen werkt met AudioNote

“Ik werk al jaren met AudioNote, een app die op mijn telefoon, Mac en iMac staat. Werkt fantastisch! Terwijl ik aantekeningen maak van een Skype-, Zoom- of Microsoft Teams-gesprek, maakt deze app kraakheldere geluidsopnamen. Elke aantekening die ik maak, vormt een link naar het bijbehorende geluidsfragment. Ik hoef dus niet te gaan zoeken. Als de geïnterviewde foto’s of grafieken heeft die het verhaal ondersteunen, voeg ik die toe aan de aantekeningen. Dan heb ik bij het uitwerken van het verhaal alles bij de hand.”

Theanne Boer werkt samen met haar zoon

“Nu mijn zoon van 11 thuis is, heb ik mijn schema omgegooid. Als hij zijn huiswerk maakt of zit te gamen, werk ik en als hij naar buiten moet (ja, dat is voor hem een straf) of een boek leest of iets anders doet, dan doe ik dat ook. We doen ook elke dag samen een klusje. Zo hebben we de dag voordat hij al zijn schoolwerk kreeg samen zijn kamer schoongemaakt. Dat hielp al meteen enorm, het werkte stressverlagend, merkte ik, want het gaf overzicht en ruimte. Mijn gouden tip is: zorg voor een schoon en opgeruimd huis en kruip tegelijk met je huisgenoten achter je scherm. In de avonduren werk ik nu wel wat meer, want overdag ben ik minder productief.” 

Helene de Bruin haalt de strijkplank uit beeld

“Thuis hebben we een kamer gebombardeerd tot ‘bibliotheek’: dochter leert hier voor eindexamen en ik bel, zoom en skype er met redacties, collega’s, interviewkandidaten en studenten. 

Tip 1: Bekijk je achtergrond kritisch. Strijkplank is toch beter uit beeld.

Tip 2: Ga in het licht zitten, dan kom je iets aantrekkelijker in beeld.

Maar Helene gaat nu juist het huis uit

“Iedereen is nu thuis. Dus als ik er even vol tegenaan wil gaan, dan ga ik naar de studio die ik deel met een vormgever en een webbouwer. We hebben de dag in drieën gedeeld. Ik werk er tussen 7 en 11 uur. In die uren dat ik er alleen zit, gaat het werk knetterhard. Wil een van ons in de avond werken, dan melden we dat in de appgroep.”

Tom van Velzen werkt aan zijn conditie

“Pas op, want het kan zomaar gebeuren dat het thuiswerken je zeeën van tijd gaat besparen. Die kan je mooi gebruiken om aan je conditie te werken; toch belangrijk met een zittend beroep. Om te beginnen mis je zowel de ochtend- als de avondspits en dat levert je al snel twee uur per dag op. Daarnaast kun je veel geconcentreerder werken zonder vergaderingen en gekwek van collega’s om je heen. Dankzij het thuiswerken sport ik doordeweeks bijna dagelijks.”

Marleen Kamminga zweert bij een goede dagstart en -afronding

“Mensen vragen me vaak of ik niet snel afgeleid ben als ik thuiswerk. Het tegendeel is waar. Ik begin vaak ’s morgens met een uurtje mail afhandelen, zodat ik weet wat me de rest van de dag te wachten staat. De uren daarna ga ik graag meteen geconcentreerd aan de slag, want dan krijg ik het meeste gedaan. Het liefst werk ik in blokken van enkele uren aan één onderwerp, maar zelfs als thuiswerker lukt me dat niet altijd. De namiddag is er voor de losse eindjes en het bijwerken van de planning. Dan kan ik de volgende dag weer doelgericht van start.”

Heb jij nog een goede tip voor succesvol thuiswerken? Deel ‘m met ons!

Hoe ziet een goede direct mailing er dan wel uit? Theanne geeft 7 tips.

Jawel, er zijn collega-tekstschrijvers die mij wat meewarig aankijken als ik hen vertel dat ik regelmatig een bedelbrief schrijf voor een goed doel. Bah, hoor ik ze denken: dat je je daarvoor leent. Dat je mee wil werken aan die geldklopperij, aan dat sentimentele gedoe. Of ze denken: waarom wil je een tekst schrijven die in een envelop gaat die niet wordt geopend?

Schiet net als Robin Hood met Direct Marketing in de roos. Redactieprofs helpen u graag bij het schrijven van een DM-brief of -mail
Schiet net als Robin Hood met Direct Marketing in de roos. Redactieprofs helpen u graag bij het schrijven van een DM-brief of -mail

Direct mailing

Zelf zie ik dat helemaal niet zo. Als ik bezig ben met een bedelbrief of – in vaktermen – een direct mailing, dan voel ik mij net Robin Hood: ik steel geld van de rijken en geef het aan de armen. Door het lezen van mijn brief moet de hand naar de portemonnee gaan. Die in vergelijking met de rest van de wereld bijna altijd goed gevuld is. Dat die hand daarvoor eerst naar een zakdoek grijpt om een traantje weg te pinken, vind ik niet verkeerd. Het is toch ook om te huilen hoeveel rottigheid er gaande is in talloze landen? De vraag wiens schuld dat is, is wel belangrijk, maar niet voor het schrijven van die brief: de lijdende mens moet geholpen worden en wel nu.

Doseren

Een direct mailing dus. Hoe doe je dat? Het toverwoord is: doseren. Traantjes mogen opgewekt worden, maar niet té. De lezer moet weten dat hij geld moet geven, maar hij moet niet het gevoel krijgen dat hij voor het blok gezet wordt. Het is, zo ervaar ik dat, steeds balanceren op het randje. Het randje van sentiment en het randje van dwang.

Laatst kwam er trouwens bij mij een envelop binnen die ik niet geopend heb. Dat komt omdat deze zin erop stond: “Dit meisje rekent erop dat u deze envelop opent”. Met daarnaast, je raadt het al, een foto van een aandoenlijk meisje in een gescheurde jurk dat met grote, hongerige ogen in de lens staarde. Kijk, dat was voor mij niet op, maar over het randje. Ik was blij dat ik het niet bedacht had.

In het hoofd en hart van de lezer

In fondsenwervingsland wordt veel onderzoek gedaan naar het effect van direct mailings. Er worden tests uitgevoerd met verschillende doelgroepen en vormen. Een goede DM is voer voor psychologen: je moet in het hoofd en liever nog het hart van de lezer gaan zitten om een effectieve mailing te schrijven. Er wordt weleens gedacht dat die ouderwetse bedelbrief een achterhaald concept is. Maar de kosten wegen nog altijd ruim op tegen de baten. Neem van mij aan: zolang jij ze door de brievenbus krijgt, leveren ze blijkbaar genoeg op. Open de volgende eens een keer, geniet van de tekst die net niet over dat randje gaat, strijk met je hand over je hart en ga daarna met diezelfde hand naar je portemonnee ;).

Hoe ziet een goede direct mailing er dan wel uit? Ik geef je hieronder 7 tips.

  • met stip op 1: hou het kort. De lezer heeft de envelop dan wel geopend, maar met tegenzin, ga daar maar vanuit. Dus moet hij niet een vet epistel voor zich zien, maar een paar alinea’s met zinnen die allemaal iets nieuws zeggen en die leiden naar de volgende zin.
  • in die weinig woorden moet je dus veel zeggen: je moet een verhaal vertellen (storytelling), je moet emotie oproepen, er moet urgentie in zitten en een call to action: een oproep tot geven. En dat alles in pakweg driehonderd woorden.
  • de eerste zin is cruciaal. Die bepaalt of de lezer doorleest of niet. Ik kies altijd voor een zin waardoor de lezer meteen middenin het verhaal zit òf voor een zin die aansluit bij de belevingswereld van de lezer. Ik kies ook weleens voor een schokkend feit, een gewetensvraag of een revolutionaire uitspraak maar dan moet je uitkijken voor dat randje.
  • je betoog moet antwoord geven op dè vraag van de lezer: waarom zou ik hier een cent aan geven? Het beste antwoord is: omdat jij, met die paar euro die je nu gaat overmaken, ervoor zorgt dat zij nu hun eigen problemen gaan oplossen. Zelf.
  • wat heel erg helpt is het woord ‘impact’. Vertellen dat de organisatie in het verleden resultaten heeft bereikt die, hoera, in dit geval wèl een garantie bieden voor de toekomst. De lezer van vandaag wil niet alleen emotie, hij wil ook feiten. Keiharde cijfers.
  • en dan de call to action, de oproep tot geven. Die vind ik altijd het moeilijkst, want voor je het weet, verval je in clichés. Het lekkerst is het als je in je briefing een zogeheten gift handle tegenkomt. Die ziet er bijvoorbeeld zo uit: als ik 10 euro geef, heeft dat kindje een week te eten. En als ik 25 euro geef, heeft een heel gezin een week te eten. Erg fijn als je van je klant zo’n lijstje krijgt.
  • onderzoek wijst uit dat een PS het goed doet. Zo’n herhaling onderaan de brief die de aandacht van de lezer in één keer vangt: “PS: Er wachten nog honderden kindslaven op hun bevrijding. Wie bevrijd jij?”

Hulp nodig bij het schrijven van een DM-brief of -mail? Redactieprofs staan altijd klaar voor een goede tekst!

Redactieprofs groeit! Twee nieuwe profs zijn ons netwerk komen versterken en daar zijn wij trots op! We stellen Theanne Boer en Tom van Velzen even kort aan u voor.

Eigenlijk zijn de nieuwe profs voor ons niet echt gloedje nieuw. Theanne is in het verleden een paar jaar lid geweest en Tom heeft bij ons ervaring opgedaan als stagiair. Met hun komst zijn Redactieprofs in Zuid-West Nederland goed vertegenwoordigd.

Geen rottigheid maar blijheid

Theanne Boer is neerlandicus en begon in 2008 haar tekstbedrijf, na een carrière als tv-redacteur. Ze wil met haar schrijfsels iets bereiken. Iets bijdragen. Waardoor de rottigheid afneemt en de blijheid toeneemt. Daarom schrijft ze het liefst voor organisaties, bedrijven en bladen met een ideëel doel. Haar lievelingsonderwerpen: duurzaamheid, levensbeschouwing en internationale samenwerking. “Ik wil teksten schrijven die bewegen, aan het denken zetten, inspireren. Gelukkig krijg ik nogal eens te horen dat mijn teksten ‘werken’. Daar doe ik het dus voor.”

Een goed verhaal doet wonderen

Theanne schrijft korte columns, lange essays, interviews en portretten, direct mailings en wervende teksten. En ze timmert graag planken, voor magazines dan. Ze stuurt gerust een team van schrijvers en vormgevers aan. Om vervolgens als eindredacteur de puntjes op de i te zetten en de klant een compleet blad te bezorgen. Theanne maakt graag gebruik van storytelling: een goed verhaal doet wonderen.

Meer lezen over en van Theanne?

Allergisch voor onnodig ingewikkeld doen

Tom van Velzen schrijft graag waar het op staat. Met alle respect voor de inhoud, maakt hij jouw boodschap hapklaar voor de lezer. Dat merk je als je met hem samenwerkt. Hij gelooft dat lezers – met name online – niet te veel moeite willen doen om iets te begrijpen. Toms allergie voor onnodig ingewikkeld taalgebruik helpt daarbij. En is complexe materie of vakjargon echt essentieel voor een verhaal? Dan zet hij zijn onderzoekspet op om te ontdekken hoe iets zit. Tom vindt altijd wel een manier om iets leesbaar te presenteren.

Tom van Velzen

Verhaal in de taal van de doelgroep

 ‘Laat Tom er nog even naar kijken’, is al jaren zijn startsein. “Mijn opdrachtgevers weten dat hun tekst na mijn laatste blik ook echt in orde is. Of het gaat om redactie of tekstproductie: ik verduidelijk de inhoud en zet een verhaal om in de taal van de doelgroep – zonder af te doen aan de boodschap.’

Toms specialismen zijn: webtekst, interviews, (SEO)-copywriting, corrigeren en redigeren.

Meer lezen over en van Tom?