Redactieprofs | Tekstschrijven
98
archive,category,category-tekstschrijven,category-98,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.5,vc_responsive

Met je zakelijke e-mails wil je efficiënt, klantvriendelijk, beleefd en professioneel overkomen. Hoe? Ga back to the basics met deze 7 tips voor goede zakelijke mails.

Eerst even een anekdote die ik ooit ergens las. Tijdens een buitenlands congres zetten eens een man en een vrouw, beiden getrouwd (maar niet met elkaar), flink de bloemetjes buiten. Toen het congres was afgelopen en iedereen weer thuis was, stuurde de vrouw haar geheime lover nog een mailtje. Waarin ze, haar hoofd nog vol van de romantische belevenissen, verslag deed van de fantastische avond en de spannende nacht. Inclusief alle kinky details. Ze verstuurde de mail als antwoord op een eerder mailbericht uit de congresmailgroep. Handig hoor, met één muisklik ….en de reply-allknop. Oepsie!

Nou, uitkijken dus als je zakelijk mailt. Doe je voordeel met deze 7 tips voor tiptop verzorgde zakelijke e-mails.

 1          Geachte, Beste of Hallo?
Een zakelijke mail is hetzelfde als een zakelijke brief.
Begin zakelijke mails dus met: Geachte mevrouw, of: Geachte heer De Vries. Beste Jan of Dag Ingrid mag ook, als je de ontvanger goed kent en tutoyeert.
Beter niet: Hallo Piet (te plat en te informeel) of Beste mevr. Jansen (afkortingen in de aanhef, daarmee laat je zien dat je de lezer niet serieus neemt, want je doet weinig moeite). 

2          Groetjes!?
Onderteken je mail (net als een brief) met: Met vriendelijke groet of Met vriendelijke groeten. Met hartelijke groeten kan ook. Zet je contactgegevens eronder (maar geen ellenlange bedrijfsboodschap, nergens voor nodig).
Beter niet: Groetjes (te informeel), M vr gr of gr. Gn fkrtngn! Zie tip 1 laatste zin. Zelf denk ik altijd als iemand Gr schrijft: ben je boos?

3        Gebruik de onderwerpregel. Schrijf hierin kort en krachtig waar de mail over gaat. Gebruik je een oude mail bij een nieuw onderwerp? Vergeet niet de onderwerpregel aan te passen. Anders loop je het risico dat mensen de mail niet eens openen.

4          Pas op met reply all en bcc. Bij reply all laat je iedereen weten wat je antwoordt, meestal is dat alleen maar lastig voor de anderen. Bcc (blind carbon copy) kan leiden tot verdeel-en-heerspolitiek en het draagt niet bij aan openheid of een transparante bedrijfscultuur.

5          Check de mail ALTIJD vóór je hem verzendt. Is de boodschap duidelijk? Niks vergeten? Spelling en formulering in orde? De juiste geadresseerden geselecteerd?

 6         Mail nooit als je geïrriteerd of boos bent. Een geschreven tekst kan veel botter, harder of vervelender overkomen dan een gesproken tekst. Boze mails maken de zaak vaak erger dan hij is. Gebruik zakelijke mail voor informatie, vragen stellen, bevestigen van een afspraak, als begeleidende tekst bij een bijlage, etc. Gaat het om slecht nieuws of gevoelige informatie? Dan kun je beter bellen of kiezen voor een face-to-facegesprek.

7         Schoon op die sliert. Het komt rommelig over als de hele eerdere correspondentie als een lange sliert onderaan je bericht hangt. Weg ermee.

Spelling. Geen sexy onderwerp en het vormt ook niet de kern van het vak van tekstschrijver. Toch gaat Redactieprof Marleen vandaag in op de punten en komma’s.

Het grootste misverstand over mijn vakgebied? Dat ik me als tekstschrijver vooral bezig houd met d/t’s, punten en komma’s: spellingkwesties en aanverwanten. Welnee! Dat is geen vak, dat is een vaardigheid. Niet erg sexy – en tóch ga ik het vandaag eens over die punten en komma’s hebben. 

Kommaneuker. Ik vind het een bizar woord, maar eerlijk is eerlijk: het kommaneuker-zijn is één van de aspecten van mijn werk. Correcte spelling is een voorwaarde waaraan mijn werk moet voldoen. Dat is niets bijzonders, want dat geldt wel voor meer beroepen – op het secretariaat of voor de klas hoort het er immers ook bij. 

Voor tekstschrijvers zit het onderscheidende vakmanschap in andere aspecten, zoals de argumentatie, de tekststructuur, de aantrekkelijkheid en het doel van de tekstproductie. Daarbij komen vaardigheden als analytisch denken en kennis over bijvoorbeeld retorica, mentale processen (hoe leren en onthouden lezers?) en psychologische processen (hoe laten lezers zich beïnvloeden?) goed van pas.

Punten en komma’s: waar gaat het vaak mis?

Maar over zulke processen ga ik het vandaag niet hebben. Het is hoogzomer, het is tijd om zo veel mogelijk buiten te spelen, dus we houden het simpel: punten, komma’s, dubbele punten en puntkomma’s. Waar gaat het vaak mis en hoe gebruik je ze correct? 

Punt en komma

Veel mensen vinden het gebruik van punten en komma’s in citaten verwarrend. Collega Jos sneed het even al aan in zijn blog over aanhalingstekens: de punt hoort wél in het citaat, maar de komma niet. Dus:

“Ik ga vandaag naar het strand”, zei hij.

Hij zei: “Ik ga vandaag naar het strand.” 

Komma, en?

Veelgemaakte opmerking in redigeerkantlijnen: ‘je mag geen komma zetten voor het woord ‘en’. Misverstand! Typisch geval van ‘vage schrijftip tot wet verheffen’. 

Een komma voor ‘en’ kan juist heel functioneel zijn. Kijk maar:

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Bij het lezen van die zin blijf je even haken in het midden. Dat los je op met een komma, want dan zie je in een oogopslag dat IJmuiden en Scheveningen niet bij elkaar horen in deze vergelijking: 

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden, en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Toch kun je ook gerust een komma voor ‘en’ zetten als er geen sprake is van betekenisverschil. Gewoon, omdat je even een adempauze wilt in een zin.

(Overigens: mijn opmerking dat de ogen van lezers blijven haken op onduidelijke passages, kun je letterlijk nemen. Taalbeheersers hebben veel onderzoek gedaan naar leesbaarheid door de oogbewegingen van lezers met een camera te registreren.)

Puntkomma versus dubbele punt

De puntkomma en de dubbele punt worden nogal eens door elkaar gebruikt. Toch is er een functioneel verschil:

  • de puntkomma kun je zien als een soort eerstegraads-familielid van de punt. Twee zinnen die samen een goed stelletje vormen, kun je zichtbaar aan elkaar verbinden door de punt te vervangen door puntkomma. Een toepasselijk voorbeeld daarvan vond ik bij Onze Taal: We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig.
  • de dubbele punt geeft aan dat het tweede deel van de zin uitleg geeft over het eerste deel. Er is bijvoorbeeld een oorzakelijk verband, of een deel-geheel-relatie: Een mooie zomer heeft ook zo z’n nadelen: de bodem droogt uit, dijken kunnen verzakken en oogsten kunnen mislukken.

Vind je dit ‘kommaneuken’? Dat is het misschien ook, maar vergeet niet: jouw lezers hebben echt nog wel meer te doen dan het aandachtig lezen van jouw tekst. Agenda’s zijn vol en afleidingen zijn talrijk. Dus maak het je lezers gemakkelijk en voorzie ze van teksten die lekker vlot weglezen. Dat vergroot meteen de kans dat de boodschap blijft hangen.

Maar wat die seks met komma’s betreft: ik ga liever weer gewoon ouderwets muggenziften.

Meer weten over spelling? Lees ook deze blogs: 

Aaneenschrijven, koppelteken of los?

Gedachtes bij een foute apostrof

Het SEO-probleem: goed zoeken, maar ook goed spellen

Hun of hen – voor haarklovers en muggenzifters

Je hebt een maagdelijk wit scherm voor je. En van alles in je hoofd, dat eruit mag (of moet). Maar hoe begin je met schrijven? Ik heb daar zelf zo mijn rituelen voor en vroeg het ook aan m’n collega-profs. Wat ik meteen al kan verklappen: de markeerstift is heilig, een mindmap geeft houvast en ga er eens bij staan in plaats van zitten.

Warming-up

Mijn eigen warming-up begint eigenlijk al tijdens of vlak na een interview/gesprek/bijeenkomst, of wanneer ik research aan het doen ben. Er begint iets te borrelen, ik zie een rode draad of er komen mooie quotes naar boven. Ergens vanuit de mist begint zich een verhaal af te tekenen. Nog helemaal niet concreet! Dat komt later wel, als ik er echt voor ga zitten.

1. Schrijf je licht

Een tip voor ondernemers (maar eigenlijk voor iedereen een leuke oefening!): begin de dag met een half uurtje schrijven voor jezelf. Collega Sasja doet het regelmatig én traint er andere ondernemers in: ‘Schrijf je licht, noem ik dat. De belangrijkste vraag die ik beantwoord is: wat houdt mij vandaag bezig? Soms ook: wat wil ik vandaag realiseren? Wat ik dan opschrijf, is altijd verrassend; het levert altijd nieuwe inzichten op. En ik bereik meer doelen op een dag als ik van tevoren even stilsta bij wat ik wil gaan doen.’

2. Wacht even… maar niet te lang

Een goed gesprek of leuke sessie achter de rug? Veel informatie gekregen – of tot je genomen? Snel uitwerken van je verhaal(lijn) is fijn. Sasja: ‘Na een interview bijvoorbeeld noteer ik direct de highlights. Als het te lang blijft liggen en er al te veel andere dingen gebeurd zijn, verlies ik de sfeer van het verhaal. Aan de andere kant, het kan een voordeel zijn als de details een beetje uit je hoofd zijn verdwenen; dan is de rode draad veel makkelijker te vinden.’ Kortom: wacht even met uitwerken, maar niet té lang.

3. Spreek je aantekeningen in

Een app kan uitkomst bieden. Sasja: ‘Ik lees mijn aantekeningen vaak in in de app Actieve Stem. Die zet wat je inspreekt om in geschreven tekst (Word). Dan heb ik alles wat ik belangrijk vond meteen bij elkaar en is het nog een kwestie van schuiven en schaven.’

4. Maak een mindmap


Mindmap Jeroen

Twee collega’s trappen af met een mindmap. Zeker bij complexe onderwerpen een aanrader. Jeroen N: ‘Bij kortere artikelen met kop en kont heb ik de structuur wel in mijn hoofd zitten. Bij langere stukken pak ik een A3-vel. Ik begin dan met een kernboodschap en rankschik de subthema’s eromheen. Dat worden de subkopjes. Mijn aantekeningen hang ik daar puntsgewijs onder.’ Collega Jos: ‘Ik begin altijd met een mindmap. Meestal ontplooit zich dan automatisch een structuur voor een verhaal. In de mindmap gaat de meeste energie zitten, het schrijven gaat dan bijna vanzelf.’

5. Pak de markeerstift erbij

Ik heb ze in allerlei knalkleuren. Ik pak mijn boekje met aantekeningen erbij en alle andere informatie die ik ontvangen heb. Daar ga ik vervolgens doorheen met een markeerstift. Highlights krijgen een opvallend kleurtje. Zo bouw ik globaal al een structuur op voor mijn verhaal. Collega Marleen gaat precies zo te werk. ‘Eerst markeren, dan een insteek kiezen, kop en lead maken.’ En als dat niet lukt? ‘Dan begin ik gewoon ergens iets uit te werken van de gemarkeerde passages en bepaal dan hoe alles op z’n plek gaat vallen.’

6. Zet er een streep door of voor

Schriftje Helene

Tijdens het uitwerken van een verhaal streep ik in mijn aantekeningen steeds door wat ik gebruikt heb. Hoppa, een grote schuine streep erdoorheen! Heerlijk, afturven maar. Collega Helene streept ook, maar dan verticaal. ‘Ben ik eenmaal aan het typen, dan ram ik meestal wel drie kwartier tot een uur door. Dan pak ik mijn schriftje er weer bij en bekijk welke informatiedelen ik al behandeld heb. Daar zet ik een streep voor, in de marge van mijn aantekeningenboekje. Ik bepaal ook: wat moet er nog in, wat kan wegblijven? Ik ben pas klaar als alle volgeschreven blaadjes van onder tot boven een lijn laten zien.’

7. Ga er eens bij staan

Aantekeningen markeren, een briefing nogmaals doornemen, een opname terugluisteren… Doe het eens staand, net als Helene. ‘Alleen al voor rug en schouders! Want tsja, zitten is het nieuwe roken. Tijdens het koffie maken vorm ik in mijn hoofd een structuur voor een verhaal, ook staand dus. Daarna zet ik mij pas aan het bureau en projecteer ik de inhoud via mijn hoofd en vingers op het beeldscherm.’

8. Tik en skip

Collega Eveline fietst naar kantoor, zet handmatig koffie, gaat haar mail checken en even nutteloos internetten. Daarna is ze er klaar voor. ‘Bij een interview neem ik eerst alle aantekeningen over in een Word-document. Ik doe dat snel, dus met veel typfouten. Daarbij skip ik al wat niet ter zake doet. Daarna zet ik bij elkaar wat bij elkaar hoort en dan begin ik eigenlijk pas echt. Meestal volgens de methode: dóórschrijven, afwerken, inkorten.’

9. Vrij werk?

Bovenstaande starttips gaan vooral over zakelijk schrijven. Schrijf je (ook) vrij werk? Eveline zoekt daarvoor eerst een rustige plek op: ‘Meestal op mijn bed, Arbo friendly geïnstalleerd met kussens. Dan begin ik met de eerste zin die in mij opkomt. Of een gebeurtenis die ik terugspeel in mijn hoofd. Heb ik de eerste regels maar kom ik niet verder? Dan gooi ik het weg en begin opnieuw.’

Lukt het na deze tips alsnog niet om op te starten? Geen probleem, besteed je tekst lekker uit. Wij schrijven hem met plezier!

In ons taaltje gebruiken we vaak verkleinwoordjes. Daarmee maken we alles wat we zeggen een beetje gezelliger, vriendelijker en schattiger. En kom je oorspronkelijk niet uit ons landje, dan is het ook nog een stukje makkelijker. Want verkleinwoordjes hebben altijd ‘het’ en nooit ‘de’ als lidwoordje. Eitje!

Wat een schatje, dat baby’tje/hondje/poesje/geitje/kalfje/veulentje! Kun je me even een papiertje aangeven? Ik heb een cadeautje voor je. Een appeltje voor de dorst. Wil je nog een koekje? Nog eventjes, we zijn er bijna. Zal ik eens een boekje open doen over die man? Wat een lulletje rozewater. Mag het een onsje meer/tikje minder? Zeg, was dat feestje leuk? Nou, dat verhaal kreeg nog een staartje. Roodkapje, Klein duimpje, Sneeuwwitje. Berend Botje, potje met vet, roodborstje tikt tegen ‘t raam en breng eens een zonnetje onder de mensen.

Zakenvrouwtje

Het schijnt dat vooral vrouwtjes graag verkleinwoordjes gebruiken. “Een collegaatje van mij ligt in scheiding, erg hè?” Dat is nog tot daaraan toe. Maar een ondernemer (v) die het heeft over ‘mijn bedrijfje’? Neem je die serieus? Ikke niet, ik heb er een broertje dood aan! Tenzij we haar dan ook een zakenvrouwtje mogen noemen dat een offertetje stuurt naar haar klantje met een prijsje dat ze rekent voor werkjes en opdrachtjes. Inclusief kilometertjes voor haar autootje van het zaakje.

Niet te vaak

Dus, het lesje van dit blogje is: niet te vaak verkleinwoordjes gebruiken. Wil je zachter, kneuteriger of liever overkomen? Dan mag het. Met mate. Maar in andere gevallen kun je beter gewoon zeggen (schrijven) waar het op staat.

PS: ik las er ook nog een leuk stukje over. Het is oud maar leuk nieuws over Hans Dorrestijn die zich boos maakt over winterkoning en roodborst.  https://onzetaal.nl/nieuws/ophef-over-roodborst.







Nieuwe blogserie! Regelmatig leggen we opdrachtgevers vijf vragen voor over communicatie. Nu interviewen we elkaar. Redactieprof Marleen ondervroeg prof-collega Cindy.

Waar haal je inspiratie uit?

‘Uit m’n ochtendwandelingen langs de Lek, uit yoga, fijne boeken (Murakami) en bladen (o.a. Volkskrant Magazine), uit kunst, muziek en dans, uit trouwe opdrachtgevers, leuke collega’s en andere creatievelingen, uit m’n flexplekken – zoals de Gelderlandfabriek, Kattenstraat 12 en Vollin in Culemborg, uit m’n drie mooie mannen thuis én uit een leeg scherm of papier dat ik mag vullen.’

Wat doe je om je vak bij te houden?

‘Toevallig heb ik onlangs nog een ontzettend inspirerende Masterclass bijgewoond over trends: de ‘vloeibare samenleving’ en de impact daarvan op organisaties en op de mens/het individu/de professional. Verder ben ik als een van de Redactieprofs blij met onze samenwerkdagen; meteen momenten om onderling kennis te delen. Of we nodigen een gastspreker uit, recent nog documentair fotograaf Jeroen Toirkens die ons bijpraatte over visual storytelling. Ik lees het vakblad C van beroepsvereniging Logeion. En m’n vaste opdrachtgevers houden mij scherp. En vice versa, hoop ik!’

Met welke tekst was of ben je heel blij, en waarom?

‘Ik word eigenlijk blij van elke tekst die ik mag maken. Ik kies bewust voor mijn opdrachtgevers. Maar goed, een recent voorbeeld? Dan denk ik aan een boekje voor Perspekt over een nieuw, narratief kwaliteitsmodel voor de zorg. Veel informatie zat in het hoofd van opdrachtgever Nicolien, een van de ontwikkelaars van het model en mijn directe aanspreekpunt. We hebben veel gespard, gezwoegd, gelachen, gebeld, gemaild en gefinetuned samen en zijn allebei hartstikke trots op het eindresultaat.’

Als ik morgen geen schrijver meer zou zijn, zou ik…

‘Met terugwerkende kracht weer dansjuf zijn, een uit de hand gelopen hobby. Yogadocent mag ook. Of coach, vanuit mijn vak maar ook persoonlijk.’

Deze vakgenoot bewonder ik

‘Ik bewonder dichters en auteurs – ook schrijvers, maar echt een vak apart. En mijn vader, die ook altijd geschreven heeft als wielrenjournalist (naast zijn baan als leraar in het basisonderwijs). En die na zijn pensioen helemaal op eigen kracht twee dikke boeken over wielrennen in de Kempen uitbracht en nog dagelijks blogt!’

Als tekst- en communicatienetwerk komen we een keer of vier per jaar samen. Om van elkaar te leren, te lunchen, te brainstormen, te werkoverleggen, te borrelen en te workshoppen. En omdat er ook altijd deadlines te halen zijn bij minstens de helft van de leden: om te werken. In de loop van ons tienjarig bestaan hebben we al heel wat fijne werkplekken uitgeprobeerd. Ik zet hierbij de drie fijnste voor je op een rij. Werk ze!

1 Zoomers in Castricum

Lekkere koffie (altijd), lekker weer (vaak) en een fijn zaaltje dat je kunt huren en dat niet duur is. Maar ook genoeg rustige plekjes om te zitten werken vooral op doordeweekse dagen. Niet zo centraal in het land, maar hé die zee, die maakt echt álles goed. Parkeren: 5,50 euro voor een hele dag.

2 DROOM! in Elst

Toegegeven, de buitenkant is niet echt geweldig, maar binnen is het warm en kan er veel. Wij genoten er van een lekkere lunch, geserveerd door een supervriendelijke medewerker. Gratis parkeren voor de deur.

3 Joinn in Houten

Centraler in het land kun je haast niet zitten. Prettige zaaltjes van diverse formaten met alle faciliteiten. Een fijn café met relaxte sfeer en uitgebreide kaart. Parkeren kost wat, maar de trein stopt letterlijk naast de deur!

Een goede openingszin: daarmee verleid je de lezer. Waaraan moet zo’n zin voldoen? Redactieprof Marleen kijkt de kunst af bij de literatuur en doet een verrassende ontdekking.

“Ken ik jou niet ergens van?” Google op ‘openingszin’ en je vindt pagina’s vol ‘originele’ binnenkomers voor desperate versierders. De aandacht trekken met een catchy oneliner, daar gaat het om. Voor professionals in tekst en communicatie is dat niet anders. Wij moeten de lezer verleiden om door te lezen of te klikken.

In deze verleiding is een hoofdrol weggelegd voor de kop, maar die heeft een sterke follow-up nodig: de beginzin. Goede fictieschrijvers weten daar alles van. Ik heb de boekenkast er eens op nagezocht en diepte deze inspirerende voorbeelden op:

  1. I have been arrested. For winning a quiz show.
  2. Sunday 1 January, 129 lbs. (but post-Christmas), alcohol units 14 (but effectively covers 2 days as 4 hours of party was on New Year’s Day), cigarettes 22, calories 5424.
  3. Behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste straat van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter.

Heb je ze herkend? De eerste is van ‘De ongelooflijke lotgevallen van een arme geluksvogel’, beter bekend als ‘Slumdog Millionaire’. De tweede komt uit ‘Bridget Jones’s Dairy’ en nummer drie is van Nescio. Stuk voor stuk bestsellers en stuk voor stuk zinnen die je in de boekwinkel direct naar de kassa laten lopen… Welk verleidingsprincipe ligt eraan ten grondslag en welke lessen kunnen we daaruit trekken voor zakelijke communicatie?

Prikkelend

Wat de openingszinnen gemeen hebben, is dat je meteen het verhaal erachter voelt zinderen. Vragen dringen zich aan je op. Hoezo gearresteerd voor het winnen van een quiz? Wie en wat zit er achter die (pijnlijk herkenbare) lijst van ongezonde verleidingen? Wat is een uitvreter en waarom is hij zo wonderlijk? Waarom de Sarphatistraat en niet, noem eens een lelijkerd, de Marnixstraat? Het ongerijmde trekt je aandacht, prikkelt je nieuwsgierigheid, wakkert je leeshonger aan en voor je het weet ben je al een pagina verder.

Herkenbaar

Maar er is nog een overeenkomst: de contouren van het verhaal doemen direct voor je op. De arme quizwinnaar die om onduidelijke redenen in een lastig parket verzeild is geraakt. De antiheldin Bridget die op onalledaagse wijze met alledaagse problemen worstelt. De verhalende elementen zitten in onze genen, we herkennen ze direct. Ziedaar het principe achter het succes van organisational storytelling. En daarmee heb ik het bruggetje geslagen naar ons vakgebied: wat kunnen we hiervan leren voor zakelijke communicatie?

Spanningsboog voorspelbaar – onvoorspelbaar

De fictieschrijvers laten zien dat het allemaal draait om een spanningsboog tussen voorspelbaarheid en onvoorspelbaarheid. Tussen enerzijds voldoende informatie geven om de vluchtige lezer te laten beslissen of de tekst relevant is. En anderzijds vragen oproepen die de nieuwsgierigheid prikkelen. Moraal van dit verhaal: een beginzin moet smakelijk genoeg zijn om de leeshonger op te wekken. En informatief genoeg om de lezer duidelijkheid te bieden over welke informatie hij/zij kan verwachten in de tekst. Zo’n zin formuleren, dat is de kunst.

Nu ik toch in beeld ben: wat is jouw favoriete beginzin?

‘En? Kon u het een beetje vinden? Tja, we hebben uw tekst bekeken en eerlijk gezegd zijn we niet enthousiast. Dat u als tekstschrijver niet weet dat zinnen niet met ‘en’ behoren te beginnen. Doet u dit werk al lang?’

Ik kreeg ooit de volle laag omdat ik het had gewaagd twee zinnen in een tekst van ruim duizend woorden met ‘en’ te beginnen. Toch zijn er goede redenen te bedenken om dat te doen.

‘En’ markeert een nieuw gespreksonderwerp

• En? Kon u het een beetje vinden?
• En? Hoe voelt u zich vandaag?

Een zin krijgt met ‘en’ meer nadruk

• Hero ging eten. En drinken.
• Deze paraplu is 100% stormvast. En u krijgt nu zelfs 10% korting!

En anderen doen het ook

• En het was pas nadat ik me op mijn stoel had laten zakken dat het tot me doordrong dat Babette huilde. (Herman Koch, Het diner)
• En ziet, voor haring en ansjovis kwam er paling. (K. Norel, Engelandvaarders)
• En God zag dat het goed was. (Bijbel)

En wat voor ‘en’ geldt, geldt evengoed voor ‘maar’. Maar daar hebben we het een andere keer wel over.