Redactieprofs | Tekstschrijven
98
archive,category,category-tekstschrijven,category-98,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

Ben jij verantwoordelijk voor de content in jouw bedrijf? Hik je aan tegen het schrijven en wil je goed voor de dag komen? Redactieprofs schrijven nieuwe teksten voor je, redigeren bestaande teksten óf helpen je om zelf te schrijven.

Anno 2020 is de waarde van goede tekst (en dus ook van een tekstschrijver) groter dan ooit. Of je het nu content noemt of gewoon tekst met illustraties of webpagina’s of social media-berichten of…. Zelf werk ik dit jaar precies 25 jaar als tekstschrijver voor diverse bedrijven. En niet de minste. Tel je daar de ervaring van mijn Redactieprof-collega’s bij op, dan kom je uit op honderden jaren ervaring. Wat werkt voor jou: laat je je teksten door ons schrijven of leer je ze liever zelf schrijven? Ook daar helpen we je graag bij.

“Tekstschrijven? Maar dat leert toch iedereen op de lagere school al?” Die reactie kreeg ik (dit is echt waar), toen ik begon als tekstschrijver. Ondanks die verbaasde reactie hier en daar kon ik al snel goed leven van mijn toetsenbord. Goede tekstschrijvers bleken én blijken dun gezaaid en veel bedrijven besteden het schrijven maar al te graag uit. Daar is in die 25 jaar dat ik dit mooie vak uitoefen niets aan veranderd.

Wij Redactieprofs krijgen al tientallen jaren tonnen vertrouwen in de vorm van opdrachten van onze opdrachtgevers. Ook in deze tijd van de ‘beeldcultuur’ schrijven en redigeren wij gewoon door. Foto’s, tekeningen, grafieken, ja! Woorden? Niet te veel graag. Kort is de trend. Kort, korter, kortst. Met vééél beeld. Gelukkig blijkt dat al dat beeld niet zonder goede woorden kan.

Content zijn we samen

Jaren geleden kwam, in het kielzog van de digitale ontwikkeling, het woord content in zwang. Althans, het kreeg een nieuwe betekenis. Mijn oma zei vroeger dat ze content was aan het einde van een hele fijne dag… Maar nu werd content opeens: inhoud, digitale inhoud meestal. Tekst en beeld op een webpagina, posts op social media. En opeens deed ook tekst weer mee! Misschien kwam het wel door het woord Content Management Systeem (CMS) dat toch de indruk werkt dat content echt belangrijk is. Immers: je moet het managen!

Hoe het ook zij, opeens kreeg content weer een wat ons betreft meer dan verdiende hoofdrol. Ontwerper en schrijver werken samen. De woorden hebben waarde en die waarde wordt versterkt door passend beeld. Andersom hebben mooie foto’s en illustraties waarde, die flink vermeerdert met een goed stukje tekst.

Beelddeflatie
De vloedgolf aan foto’s die onze wereld heeft overspoeld heeft geleid tot beelddeflatie. Scrollers móeten wel selecteren om niet gek te worden. En een goed stukje tekst helpt daarbij. De juiste # geeft richting, maakt het makkelijker om te zoeken en selecteren. En wat blijkt: aan een fijne tekst, to the point, vlot geschreven en verhelderend, heb je in deze tijd daarom vaak meer dan aan 1.000 foto’s!

Tekst is kortom van blijvende waarde. Of het nu gaat om de speeches van Obama, het voorwoord van de voorzitter van de Raad van Bestuur, een ontroerend interview met de magazijnmedewerker of een persbericht. De tekstschrijver luistert, stelt de juiste vragen en produceert dag in dag uit creatieve content waar anderen alleen van dromen. Zo maken wij bedrijven – en dus mensen – zichtbaar.

Door jou of door ons?

*Wil je de teksten voor jouw bedrijf door ons laten schrijven? Bel even, we helpen je graag.

*Leer je liever zelf de kneepjes van het vak van een ervaren tekstschrijver? We maken schrijf- en redactietrainingen op maat. Mail of bel even.

Spelling en een foutloze zinsbouw, ach. Dat is niet de kunst. Met een schooldiploma en een beetje taalgevoel kom je een aardig eind. Maar dan? Drie absoluut onmisbare ingrediënten voor een tekst met pit.

‘Kun jij peper toevoegen aan onze websiteteksten?’ ‘We willen een pakkende tekst.’ ‘Help ons aan een tekst met impact.’ ‘Schrijf helder en kort alsjeblieft.’ ‘Kun je hier een goed verhaal van maken?’ Zulke verzoeken krijgen wij als tekstschrijvers wekelijks, zo niet dagelijks van onze klanten. 

Gepeperde tekst. Daarmee krijg je iets voor elkaar bij de lezer.

Een geslaagde tekst

De ingrediënten voor een geslaagde tekst verschillen per opdracht. Het maakt bijvoorbeeld nogal een verschil of je wilt dat medewerkers van je organisatie zich bewust worden van veiligheidsrisico’s, of dat je potentiële klanten wilt interesseren voor een nieuw product, of sollicitanten wilt overhalen om te reageren op jouw vacature. Informeren, interesseren en overtuigen zijn tekstfuncties die elk hun eigen eisen stellen aan een tekst.

Toch zijn er drie ingrediënten die ik bij praktisch elke tekst uit de kast haal. Hoezeer het vakgebied van communicatie ook aan trends en ontwikkelingen onderhevig is, dit drietal blijft onmisbaar als zout, peper en suiker. Online content of print, short copy of longread, het maakt niet uit. Puur omdat het basale ingrediënten zijn, die aansluiten op hoe onze hersens werken.

1. What’s in it for me

Dit is de vraag die we onszelf onbewust voortdurend stellen: wat heb ik hieraan? Is dit relevant voor mij? Wat betekent dit voor mij? Die relevantiecheck is ons filter in een omgeving vol informatieprikkels. Of je nu in de supermarkt staat, zoekresultaten doorscrollt of een krantenpagina scant, dankzij dat relevantiefilter ga je niet kopje-onder in de informatiestroom.

Voor tekstschrijven betekent dat: je verplaatsen in je lezer en zorgen dat je lezer al in de kop, lead of de eerste regels van het zoekresultaat (meta description) ziet of de tekst voor hem/haar relevant is. Of, sterker nog: antwoorden belooft op zijn/haar vragen of wensen.

In bovenstaande zoekresultaat is dat goed verwoord. De kopregel belooft de zakelijke lezer een antwoord op een brandende vraag: hoe spreek ik mijn klanten succesvol aan? Ik zou eventueel de (zendergerichte) formulering in de meta description daaronder ( ‘the benefits of your offer’ ) vervangen door zoiets als ‘the benefits for your client’. Want daar gaat het tenslotte om: klantgericht denken en formuleren.

2. Show, don’t tell

Wat klinkt volgens jou geloofwaardiger (en wat lees je liever): 

“Ik ben heel erg enthousiast over deze fiets. Hij is van hoge kwaliteit.”

Of

“Op deze fiets ben ik door weer en wind van Amsterdam over de Pyreneeën naar Barcelona gefietst. Zónder panne.”

De eerste tells

De tweede shows

Need I say more?

3. Given and new information

Dit principe, ooit opgedaan in een college Taalbeheersing, helpt mij nog bijna dagelijks bij het helder en leesbaar schrijven. ‘Given’ staat voor dat wat jouw lezer al weet of kent, ‘new’ voor wat jouw tekst daar aan toe gaat voegen. Anders gezegd: sluit aan bij de voorkennis van je lezer.

Klinkt simpel, maar gaat heel vaak mis. Kijk bijvoorbeeld eens op websites van adviseurs of juristen: eerst krijgen hun lezers allemaal jargon voorgeschoteld waarin het vakgebied wordt uitgelegd, daarna pas komen – althans in het beste geval – de vragen aan de orde die hun potentiële klanten hebben.

Die dan waarschijnlijk allang hebben weggeklikt, omdat ze zich niet herkenden in het jargon.

In bovenstaand zoekresultaat staat een onbekende term in de kop: diagnosedocument. Het zoekresultaat kwam boven bij de zoekopdracht ‘jurist’. Zouden de beoogde klanten van deze organisatie weten wat een diagnosedocument is? Waarschijnlijk niet. 
Hoewel, misschien is ‘diagnosedocument’ een term waarop mensen zoeken (omdat het bijvoorbeeld een vereiste is voor het aanvragen van rechtsbijstand ofzo), en is het welbewust in de kop gezet. Ik heb geen idee. Zeker is dat ik op mijn online zoektocht naar een jurist, snel verder klik naar andere sites. 

What is in it for me, Show don’t tell, Given and new information. Het zijn peper, zout en suiker voor teksten die iets voor elkaar moeten krijgen bij jouw beoogde lezers. Basale ingrediënten voor geslaagde communicatie, en daarom even onveranderlijk als onmisbaar.

In deze debuutblog als Redactieprof deel ik graag een schrijfadvies waar veel opdrachtgevers blij van werden. Als tekstschrijver is het handig om snel te kunnen schrijven. Maar als de deadline het toelaat, neem ik soms liever de tijd om een opdracht in stukjes te knippen. Met mijn ‘antiblindstaarmethode’ schrijf ik een verhaal niet in één keer, maar in etappes. Desnoods verspreid over meerdere dagen. Op die manier ben ik opgeteld niet meer tijd kwijt aan het schrijven, maar lever ik wel een doeltreffendere tekst.

Bescherm de kracht van je verhaal
Wanneer je je blindstaart op een tekst, ben je zo gefocust op een bepaalde invalshoek of een specifiek onderdeel, dat je het grote plaatje uit het oog verliest. Het risico dat je tekst op die manier z’n kracht verliest, is het grootst als je te snel probeert te werken.

‘Het risico op blindstaren is groter als je te snel probeert te werken’

Probeer het ook eens! Wil je een blog schrijven voor je website en heb je verspreid over meerdere dagen tijd om eraan te werken? Volg dan de volgende 5 stappen voor een sterkere tekstproductie.

Stap 1: Neem de tijd voor een goed onderwerp

Als je een ingeplande blog zo snel mogelijk wil afvinken van je to-do-lijst, is het verleidelijk om het eerste idee dat je te binnen schiet uit te werken. Dat lijkt efficiënt, maar zo kader je al snel af wat je wil vertellen. Staar je niet blind op de eerste ingeving en denk wat langer na over je onderwerp. Neem vooral je ingevingen buiten de schrijfkamer serieus. Vaak zijn dat de beste! Mijn beste ideeën ontstaan meestal ‘na werktijd’. Tijdens het sporten bijvoorbeeld, of als ik buiten ben.

Stap 2: Bouw een informatieberg

Je hebt het onderwerp goed overwogen en zit vol inspiratie. Gooi alle informatie die je wil behandelen op een grote hoop. Bekijk je informatieberg, selecteer essentiële informatie en schrap overbodige of dubbele elementen. Bepaal gerust in welke volgorde of vorm je het verhaal wil gieten, maar baken de structuur nog niet te veel af.

‘Mijn favoriete recept tegen blindstaren: ga even wat anders doen’

De basisingrediënten voor je blog liggen klaar. Nu is het tijd voor mijn favoriete recept tegen blindstaren: ga even wat anders doen. Werk verder aan een andere taak of maak een ommetje, als je maar afstand neemt van je informatieberg.

Stap 3: Schrijf wat je schrijven kan

Je inhoud staat klaar, nu komt de schrijver in je naar boven. Door de onderbreking zie je ineens verbanden en richtingen die je tijdens het informatiescheppen nog niet zag. Jouw berg met informatie krijgt een begin en een eind. Je bepaalt de schrijfwijze en je blog krijgt vorm. Tijdens het schrijven ontdek je hier of daar nog een missende link in je verhaal.

‘Zoek een ontbrekend detail pas op als je even bent uitgeschreven. Zo staar je je niet blind op een kleinigheid’

Blindstaaralarm! Je zat net lekker in je verhaal en moet nu op zoek gaan naar een lullig detail. Mijn advies: markeer dat gedeelte en typ lekker verder. Zoek de ontbrekende zaken pas op als je even bent uitgetikt. Zo verlies je het grote plaatje niet uit het oog door je blind te staren op een kleinigheid. Een bijkomend voordeel is dat je zo niet wordt afgeleid door de verleidingen van je browser.

Maak je vooral niet druk als je tekst aan het einde van je schrijfsessie nog niet he-le-maal af is. Markeer de laatste twijfelzinnen (tekstdelen die nog niet helemaal lekker lopen of uit de toon vallen) en neem weer even afstand van je blog.

Stap 4: Lees terug en vul aan

Zo, je blog is bijna klaar! Na een pauze lees je jouw verhaal met een frisse blik terug. Zaken waar je tijdens het schrijven nog over piekerde, los je nu zo op. Je ziet het verhaal namelijk als geheel en staart je niet blind op details. En die gemarkeerde twijfelzinnen? Bij mij zijn het in 90% van de gevallen overbodige tekstdelen. Dat had ik in eerste instantie alleen nog niet door omdat ik me erop blindstaarde: Ik moet hier iets mee, maar wat? Nou, niks dus!

‘Ik moet hier iets mee, maar wat? Nou, niks dus!’

Stap 5: Laat iemand meelezen

Je eigen blog teruglezen met een volledige frisse blik is eigenlijk niet te doen. Je hebt de tekst van begin af aan opgebouwd en weet wat je idee erachter is. Durf daarom iemand te vragen om je blog een keer te lezen voordat je publiceert. Vraag daarbij of je boodschap helder overkomt en of het prettig leest. De laatste tips van een onbevangen tweede lezer kunnen je verhaal nog net dat beetje beter maken. En staat er toch nog een verscholen typfoutje in? Dan kan de tweede lezer je nog op de valreep redden van een taalblunder.

Bloggen zonder blindstaren in de praktijk
Als je bovenstaande stappen hebt gevolgd, ligt er nu waarschijnlijk een blog met een heldere boodschap voor je. Klaar om te delen! Benieuwd hoe mijn stappen voor deze blog eruitzagen? Zie hier:
Donderdag 23/1 – 13:04 uur
Ik bedenk het onderwerp voor deze blog terwijl ik een broodje aan het smeren ben. ‘Tips tegen blindstaren’ is nummer 3 op mijn ideeënlijst en tot zover de beste.
Vrijdag 24/1 – 10:33 uur
Ik zet de grote lijnen van het idee op papier. Het wordt een 7-stappenplan met een praktijkvoorbeeld.
Maandag 27/1 – 9:01 uur
Tijd om te schrijven. Een aantal lege ruimtes en twijfelpunten blijven over, maar het verhaal staat.
Dinsdag 28/1 – 15:41 uur
De lege ruimtes krijgen inhoud en de twijfels zijn uit de lucht. De 7 stappen worden 5 stappen en ik filter nog wat dubbele info uit de intro.
Woensdag 29/1 – 12:00 uur
Na een laatste blik vraag ik of een andere Redactieprof even wil meelezen.
Donderdag 30/1 – 13:15 uur
Na de laatste feedback van Redactieprof Jos is de blog klaar om te publiceren.

Meer lezen over effectief schrijven, bloggen en andere adviezen van Redactieprofs? Bekijk dan onze blogs of schakel hulp in van een ervaren tekstschrijver!

In opdracht van ICTU, een adviesorganisatie binnen de overheid voor ICT-vraagstukken, deed ik verslag van een ‘inspiratiebijeenkomst’ voor ambtenaren. Een van de sessies ging over kunstmatige intelligentie. Veel mensen denken bij dit begrip aan de robots R2D2 en C-3PO uit Star Wars of de superauto KITT uit de Knight Rider. De werkelijkheid is veel ongrijpbaarder. Zegen of vloek?

Kunstmatige intelligentie of artificial intelligence is geen slimme robot à la Data uit Startrek, maar een anoniem algoritme. Een algoritme dat goed is in één kunstje en daar steeds beter in wordt. Bijvoorbeeld voor zelfrijdende auto’s. Met allerlei sensoren kan de auto zelf de omgeving analyseren en daar beslissingen over het rijgedrag op baseren.

Camera’s kunnen gezichten herkennen en zelfs de gemoedstoestand aflezen. In China worden deze systemen gebruikt bij een social credit systeem; burgers worden beoordeeld op hun sociale gedrag. Het lijkt op een aflevering van de Netflix-serie Black Mirror, maar het gebeurt echt.

De prijs van gratis

Een tijdje terug interviewde ik de directeur van een bedrijf gespecialiseerd in social media en zoekmachines. Enthousiast vertelde hij me dat hij via Facebook allerlei gegevens kon kopen. Facebook weet alles van je. En verdient veel geld door hapklare informatie te leveren die het bureau dan weer gebruikt om advertenties van klanten optimaal te ‘targeten’.

Het bureau garandeert zijn klanten met de methode een groter bereik en een forse omzetstijging, zei de ondernemer glunderend. Ik voelde me wat ongemakkelijk. Een wereldwijde organisatie die alles over je weet en die kennis gebruikt om daar geld mee te verdienen… Is dat niet een hoge prijs voor ‘gratis’ gebruik van Facebook?

Democratie bedreigd

Afgezien van schending van de privacy heeft kunstmatige intelligentie ook andere schaduwkanten. Die gaan nog veel verder en kunnen zelfs de democratie bedreigen. Zoals ‘deep fakes’. Met een geavanceerd computerprogramma kun je virtueel in de huid van iemand anders kruipen, bijvoorbeeld van een politicus. Die kun je dan van alles laten zeggen. Je weet niet meer wat je kunt geloven en wat niet.

Bedreigde beroepen

Diverse beroepsgroepen hebben al de gevolgen van kunstmatige intelligentie moeten ervaren. Bankpersoneel, mensen in administratieve functies en boekhouders hebben steeds meer taken zien verdwijnen. Overgenomen door de computer. Vertaalprogramma’s worden steeds slimmer, zodat ook vertalers brodeloos dreigen te worden. Een check door een native speaker en klaar is Kees.

Dag tekstschrijver

En wat betekent artificial intelligence voor tekstschrijvers? De meeste collega’s denken dat het niet zo’n vaart zal lopen. Maar onderzoekers zijn al heel ver om computers min of meer zelfstandig teksten te laten schrijven. Een van de inleiders van het ICTU-congres vertelde over een algoritme dat een redelijk samenhangend verhaal kon schrijven op basis van de eerste paar alinea’s. En onderzoekers van OpenAI slaagden erin de computer een essay te laten schrijven dat betoogt dat recycling slecht is voor de wereld. Ik ben heel benieuwd hoe ons vak er over 10 jaar uitziet. En misschien gaat het wel veel sneller.

Collega Cindy gaf onlangs in haar blog tips om te starten met schrijven. Jeroen N. en Jos beginnen vaak met een mindmap. Redactieprof Jos legt uit hoe je een mindmap maakt en wat je ermee kunt doen.

Een gewaardeerde collega heeft elders een baan gevonden en je chef heeft jou gevraagd een tekst te schrijven voor zijn speech bij het afscheidsetentje. Je moet nodig een nieuwe blog schrijven voor je website. Je gaat een boek samenvatten voor je collega’s. Hoe pak je het aan? Een mindmap helpt je je gedachten te ordenen, hoofd- en bijzaken te scheiden en creatief te denken.

Denkproces in kaart

Een mindmap is een kaart van een denkproces. In het midden staat een tekening of symbool van het centrale onderwerp. Vanuit dat punt lopen gekleurde banen naar deelonderwerpen die daarmee te maken hebben. Die worden voor een deel uitgedrukt in symbolen en tekeningen. De deelonderwerpen worden weer verder opgesplitst.

Het hele plaatje

De Brit Tony Buzan is een van de grondleggers van de mindmap. Het grote voordeel van mindmappen, aldus Buzan, is dat je twee hersenhelften tegelijk aan het werk zet. De rationele linkerhelft en de intuïtieve rechterhelft. Door plaatjes en kleuren te gebruiken en dingen met elkaar te verbinden, haal je het beste halen uit je denkproces. Je legt gemakkelijker verbanden en je hebt een overzicht van ‘het hele plaatje’.

Associëren

Een ander voordeel is dat je met mindmappen de associaties van de hersenen kunt volgen. Als je bijvoorbeeld een toespraak voorbereidt, denk je niet lineair: eerst vertel ik a, dan b, dan c. Vaak bedenk je: ik moet in ieder geval b vertellen, o ja, en dan ook nog d. En ik moet a niet vergeten. O ja, bij d moet ik eraan denken… enzovoort. Denken is associëren. Met een mindmap geef je alles zijn plek. Als je iets te binnen schiet wat bij een ander onderwerp hoort, ga je terug naar dat onderwerp.

Leonardo da Vinci

Tony Buzan bracht mindmaps in de jaren zeventig onder de aandacht van een breed publiek, maar het idee is al veel ouder. Beroemd zijn de tekeningen waarmee Leonardo da Vinci aantekeningen maakte en zijn ideeën uitwerkte. Ook Michelangelo, Charles Darwin, Albert Einstein, Winston Churchill en Thomas Edison gebruikten mindmaps om hun gedachten te ordenen.

Ook voor andere taken

Mindmaps zijn een krachtig hulpmiddel om teksten te schrijven, maar ook voor allerlei andere taken. Bijvoorbeeld een dagindeling maken, een vergadering voorbereiden, een boek samenvatten of een feest organiseren.

Een mindmap in 7 stappen

  1. Neem een vel papier, liefst A3-formaat, en draai het een kwartslag, zodat de lange kant onder is. Begin in het midden. Dat geeft je de vrijheid om naar alle kanten uit te waaieren.
  2. Gebruik een plaatje of een tekening als symbool van het centrale onderwerp. Een afbeelding zegt meer dan veel woorden en het stimuleert de verbeelding. Een centrale voorstelling helpt je om je te concentreren op het onderwerp.
  3. Gebruik kleuren. Kleuren zijn voor de hersenen net zo opwindend als plaatjes. Ze brengen leven in de mindmap en prikkelen het creatieve denken.
  4. Verbind met dikke lijnen de verschillende onderwerpen (niveau 1) met het centrale thema. Vanuit niveau 1 trek je lijnen naar niveau 2, enzovoort. Op deze manier leg je de eerste verbanden. Zo kun je makkelijker begrijpen en onthouden.
  5. Gebruik vloeiende, gebogen lijnen. Rechte lijnen zijn saai en prikkelen de hersenen niet. Gebogen lijnen, als takken in een boom, verlevendigen het plaatje.
  6. Gebruik niet meer dan één trefwoord per lijn. Enkele trefwoorden geven de mindmap meer flexibiliteit. Je kunt op elk trefwoord verder associëren.
  7. Gebruik afbeeldingen en plaatjes om de mindmap te verfraaien en tot leven te brengen. Dit helpt je bij het verder associëren en het later onthouden van de mindmap.

Binnen de mindmap kun je met kleuren en symbolen een rangorde aanbrengen en prioriteiten aangeven. Het belang van onderwerpen kun je benadrukken met grotere letters. Blokletters vergroten de leesbaarheid en de leessnelheid. Heb je de mindmap gereed, dan kun je er een lineair verhaal van maken. Geef dan met cijfers aan in welke volgorde je de verschillende zaken wilt behandelen.

Met je zakelijke e-mails wil je efficiënt, klantvriendelijk, beleefd en professioneel overkomen. Hoe? Ga back to the basics met deze 7 tips voor goede zakelijke mails.

Eerst even een anekdote die ik ooit ergens las. Tijdens een buitenlands congres zetten eens een man en een vrouw, beiden getrouwd (maar niet met elkaar), flink de bloemetjes buiten. Toen het congres was afgelopen en iedereen weer thuis was, stuurde de vrouw haar geheime lover nog een mailtje. Waarin ze, haar hoofd nog vol van de romantische belevenissen, verslag deed van de fantastische avond en de spannende nacht. Inclusief alle kinky details. Ze verstuurde de mail als antwoord op een eerder mailbericht uit de congresmailgroep. Handig hoor, met één muisklik ….en de reply-allknop. Oepsie!

Nou, uitkijken dus als je zakelijk mailt. Doe je voordeel met deze 7 tips voor tiptop verzorgde zakelijke e-mails.

 1          Geachte, Beste of Hallo?
Een zakelijke mail is hetzelfde als een zakelijke brief.
Begin zakelijke mails dus met: Geachte mevrouw, of: Geachte heer De Vries. Beste Jan of Dag Ingrid mag ook, als je de ontvanger goed kent en tutoyeert.
Beter niet: Hallo Piet (te plat en te informeel) of Beste mevr. Jansen (afkortingen in de aanhef, daarmee laat je zien dat je de lezer niet serieus neemt, want je doet weinig moeite). 

2          Groetjes!?
Onderteken je mail (net als een brief) met: Met vriendelijke groet of Met vriendelijke groeten. Met hartelijke groeten kan ook. Zet je contactgegevens eronder (maar geen ellenlange bedrijfsboodschap, nergens voor nodig).
Beter niet: Groetjes (te informeel), M vr gr of gr. Gn fkrtngn! Zie tip 1 laatste zin. Zelf denk ik altijd als iemand Gr schrijft: ben je boos?

3        Gebruik de onderwerpregel. Schrijf hierin kort en krachtig waar de mail over gaat. Gebruik je een oude mail bij een nieuw onderwerp? Vergeet niet de onderwerpregel aan te passen. Anders loop je het risico dat mensen de mail niet eens openen.

4          Pas op met reply all en bcc. Bij reply all laat je iedereen weten wat je antwoordt, meestal is dat alleen maar lastig voor de anderen. Bcc (blind carbon copy) kan leiden tot verdeel-en-heerspolitiek en het draagt niet bij aan openheid of een transparante bedrijfscultuur.

5          Check de mail ALTIJD vóór je hem verzendt. Is de boodschap duidelijk? Niks vergeten? Spelling en formulering in orde? De juiste geadresseerden geselecteerd?

 6         Mail nooit als je geïrriteerd of boos bent. Een geschreven tekst kan veel botter, harder of vervelender overkomen dan een gesproken tekst. Boze mails maken de zaak vaak erger dan hij is. Gebruik zakelijke mail voor informatie, vragen stellen, bevestigen van een afspraak, als begeleidende tekst bij een bijlage, etc. Gaat het om slecht nieuws of gevoelige informatie? Dan kun je beter bellen of kiezen voor een face-to-facegesprek.

7         Schoon op die sliert. Het komt rommelig over als de hele eerdere correspondentie als een lange sliert onderaan je bericht hangt. Weg ermee.

Spelling. Geen sexy onderwerp en het vormt ook niet de kern van het vak van tekstschrijver. Toch gaat Redactieprof Marleen vandaag in op de punten en komma’s.

Het grootste misverstand over mijn vakgebied? Dat ik me als tekstschrijver vooral bezig houd met d/t’s, punten en komma’s: spellingkwesties en aanverwanten. Welnee! Dat is geen vak, dat is een vaardigheid. Niet erg sexy – en tóch ga ik het vandaag eens over die punten en komma’s hebben. 

Kommaneuker. Ik vind het een bizar woord, maar eerlijk is eerlijk: het kommaneuker-zijn is één van de aspecten van mijn werk. Correcte spelling is een voorwaarde waaraan mijn werk moet voldoen. Dat is niets bijzonders, want dat geldt wel voor meer beroepen – op het secretariaat of voor de klas hoort het er immers ook bij. 

Voor tekstschrijvers zit het onderscheidende vakmanschap in andere aspecten, zoals de argumentatie, de tekststructuur, de aantrekkelijkheid en het doel van de tekstproductie. Daarbij komen vaardigheden als analytisch denken en kennis over bijvoorbeeld retorica, mentale processen (hoe leren en onthouden lezers?) en psychologische processen (hoe laten lezers zich beïnvloeden?) goed van pas.

Punten en komma’s: waar gaat het vaak mis?

Maar over zulke processen ga ik het vandaag niet hebben. Het is hoogzomer, het is tijd om zo veel mogelijk buiten te spelen, dus we houden het simpel: punten, komma’s, dubbele punten en puntkomma’s. Waar gaat het vaak mis en hoe gebruik je ze correct? 

Punt en komma

Veel mensen vinden het gebruik van punten en komma’s in citaten verwarrend. Collega Jos sneed het even al aan in zijn blog over aanhalingstekens: de punt hoort wél in het citaat, maar de komma niet. Dus:

“Ik ga vandaag naar het strand”, zei hij.

Hij zei: “Ik ga vandaag naar het strand.” 

Komma, en?

Veelgemaakte opmerking in redigeerkantlijnen: ‘je mag geen komma zetten voor het woord ‘en’. Misverstand! Typisch geval van ‘vage schrijftip tot wet verheffen’. 

Een komma voor ‘en’ kan juist heel functioneel zijn. Kijk maar:

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Bij het lezen van die zin blijf je even haken in het midden. Dat los je op met een komma, want dan zie je in een oogopslag dat IJmuiden en Scheveningen niet bij elkaar horen in deze vergelijking: 

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden, en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Toch kun je ook gerust een komma voor ‘en’ zetten als er geen sprake is van betekenisverschil. Gewoon, omdat je even een adempauze wilt in een zin.

(Overigens: mijn opmerking dat de ogen van lezers blijven haken op onduidelijke passages, kun je letterlijk nemen. Taalbeheersers hebben veel onderzoek gedaan naar leesbaarheid door de oogbewegingen van lezers met een camera te registreren.)

Puntkomma versus dubbele punt

De puntkomma en de dubbele punt worden nogal eens door elkaar gebruikt. Toch is er een functioneel verschil:

  • de puntkomma kun je zien als een soort eerstegraads-familielid van de punt. Twee zinnen die samen een goed stelletje vormen, kun je zichtbaar aan elkaar verbinden door de punt te vervangen door puntkomma. Een toepasselijk voorbeeld daarvan vond ik bij Onze Taal: We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig.
  • de dubbele punt geeft aan dat het tweede deel van de zin uitleg geeft over het eerste deel. Er is bijvoorbeeld een oorzakelijk verband, of een deel-geheel-relatie: Een mooie zomer heeft ook zo z’n nadelen: de bodem droogt uit, dijken kunnen verzakken en oogsten kunnen mislukken.

Vind je dit ‘kommaneuken’? Dat is het misschien ook, maar vergeet niet: jouw lezers hebben echt nog wel meer te doen dan het aandachtig lezen van jouw tekst. Agenda’s zijn vol en afleidingen zijn talrijk. Dus maak het je lezers gemakkelijk en voorzie ze van teksten die lekker vlot weglezen. Dat vergroot meteen de kans dat de boodschap blijft hangen.

Maar wat die seks met komma’s betreft: ik ga liever weer gewoon ouderwets muggenziften.

Meer weten over spelling? Lees ook deze blogs: 

Aaneenschrijven, koppelteken of los?

Gedachtes bij een foute apostrof

Het SEO-probleem: goed zoeken, maar ook goed spellen

Hun of hen – voor haarklovers en muggenzifters

Je hebt een maagdelijk wit scherm voor je. En van alles in je hoofd, dat eruit mag (of moet). Maar hoe begin je met schrijven? Ik heb daar zelf zo mijn rituelen voor en vroeg het ook aan m’n collega-profs. Wat ik meteen al kan verklappen: de markeerstift is heilig, een mindmap geeft houvast en ga er eens bij staan in plaats van zitten.

Warming-up

Mijn eigen warming-up begint eigenlijk al tijdens of vlak na een interview/gesprek/bijeenkomst, of wanneer ik research aan het doen ben. Er begint iets te borrelen, ik zie een rode draad of er komen mooie quotes naar boven. Ergens vanuit de mist begint zich een verhaal af te tekenen. Nog helemaal niet concreet! Dat komt later wel, als ik er echt voor ga zitten.

1. Schrijf je licht

Een tip voor ondernemers (maar eigenlijk voor iedereen een leuke oefening!): begin de dag met een half uurtje schrijven voor jezelf. Collega Sasja doet het regelmatig én traint er andere ondernemers in: ‘Schrijf je licht, noem ik dat. De belangrijkste vraag die ik beantwoord is: wat houdt mij vandaag bezig? Soms ook: wat wil ik vandaag realiseren? Wat ik dan opschrijf, is altijd verrassend; het levert altijd nieuwe inzichten op. En ik bereik meer doelen op een dag als ik van tevoren even stilsta bij wat ik wil gaan doen.’

2. Wacht even… maar niet te lang

Een goed gesprek of leuke sessie achter de rug? Veel informatie gekregen – of tot je genomen? Snel uitwerken van je verhaal(lijn) is fijn. Sasja: ‘Na een interview bijvoorbeeld noteer ik direct de highlights. Als het te lang blijft liggen en er al te veel andere dingen gebeurd zijn, verlies ik de sfeer van het verhaal. Aan de andere kant, het kan een voordeel zijn als de details een beetje uit je hoofd zijn verdwenen; dan is de rode draad veel makkelijker te vinden.’ Kortom: wacht even met uitwerken, maar niet té lang.

3. Spreek je aantekeningen in

Een app kan uitkomst bieden. Sasja: ‘Ik lees mijn aantekeningen vaak in in de app Actieve Stem. Die zet wat je inspreekt om in geschreven tekst (Word). Dan heb ik alles wat ik belangrijk vond meteen bij elkaar en is het nog een kwestie van schuiven en schaven.’

4. Maak een mindmap


Mindmap Jeroen

Twee collega’s trappen af met een mindmap. Zeker bij complexe onderwerpen een aanrader. Jeroen N: ‘Bij kortere artikelen met kop en kont heb ik de structuur wel in mijn hoofd zitten. Bij langere stukken pak ik een A3-vel. Ik begin dan met een kernboodschap en rankschik de subthema’s eromheen. Dat worden de subkopjes. Mijn aantekeningen hang ik daar puntsgewijs onder.’ Collega Jos: ‘Ik begin altijd met een mindmap. Meestal ontplooit zich dan automatisch een structuur voor een verhaal. In de mindmap gaat de meeste energie zitten, het schrijven gaat dan bijna vanzelf.’

5. Pak de markeerstift erbij

Ik heb ze in allerlei knalkleuren. Ik pak mijn boekje met aantekeningen erbij en alle andere informatie die ik ontvangen heb. Daar ga ik vervolgens doorheen met een markeerstift. Highlights krijgen een opvallend kleurtje. Zo bouw ik globaal al een structuur op voor mijn verhaal. Collega Marleen gaat precies zo te werk. ‘Eerst markeren, dan een insteek kiezen, kop en lead maken.’ En als dat niet lukt? ‘Dan begin ik gewoon ergens iets uit te werken van de gemarkeerde passages en bepaal dan hoe alles op z’n plek gaat vallen.’

6. Zet er een streep door of voor

Schriftje Helene

Tijdens het uitwerken van een verhaal streep ik in mijn aantekeningen steeds door wat ik gebruikt heb. Hoppa, een grote schuine streep erdoorheen! Heerlijk, afturven maar. Collega Helene streept ook, maar dan verticaal. ‘Ben ik eenmaal aan het typen, dan ram ik meestal wel drie kwartier tot een uur door. Dan pak ik mijn schriftje er weer bij en bekijk welke informatiedelen ik al behandeld heb. Daar zet ik een streep voor, in de marge van mijn aantekeningenboekje. Ik bepaal ook: wat moet er nog in, wat kan wegblijven? Ik ben pas klaar als alle volgeschreven blaadjes van onder tot boven een lijn laten zien.’

7. Ga er eens bij staan

Aantekeningen markeren, een briefing nogmaals doornemen, een opname terugluisteren… Doe het eens staand, net als Helene. ‘Alleen al voor rug en schouders! Want tsja, zitten is het nieuwe roken. Tijdens het koffie maken vorm ik in mijn hoofd een structuur voor een verhaal, ook staand dus. Daarna zet ik mij pas aan het bureau en projecteer ik de inhoud via mijn hoofd en vingers op het beeldscherm.’

8. Tik en skip

Collega Eveline fietst naar kantoor, zet handmatig koffie, gaat haar mail checken en even nutteloos internetten. Daarna is ze er klaar voor. ‘Bij een interview neem ik eerst alle aantekeningen over in een Word-document. Ik doe dat snel, dus met veel typfouten. Daarbij skip ik al wat niet ter zake doet. Daarna zet ik bij elkaar wat bij elkaar hoort en dan begin ik eigenlijk pas echt. Meestal volgens de methode: dóórschrijven, afwerken, inkorten.’

9. Vrij werk?

Bovenstaande starttips gaan vooral over zakelijk schrijven. Schrijf je (ook) vrij werk? Eveline zoekt daarvoor eerst een rustige plek op: ‘Meestal op mijn bed, Arbo friendly geïnstalleerd met kussens. Dan begin ik met de eerste zin die in mij opkomt. Of een gebeurtenis die ik terugspeel in mijn hoofd. Heb ik de eerste regels maar kom ik niet verder? Dan gooi ik het weg en begin opnieuw.’

Lukt het na deze tips alsnog niet om op te starten? Geen probleem, besteed je tekst lekker uit. Wij schrijven hem met plezier!

In ons taaltje gebruiken we vaak verkleinwoordjes. Daarmee maken we alles wat we zeggen een beetje gezelliger, vriendelijker en schattiger. En kom je oorspronkelijk niet uit ons landje, dan is het ook nog een stukje makkelijker. Want verkleinwoordjes hebben altijd ‘het’ en nooit ‘de’ als lidwoordje. Eitje!

Wat een schatje, dat baby’tje/hondje/poesje/geitje/kalfje/veulentje! Kun je me even een papiertje aangeven? Ik heb een cadeautje voor je. Een appeltje voor de dorst. Wil je nog een koekje? Nog eventjes, we zijn er bijna. Zal ik eens een boekje open doen over die man? Wat een lulletje rozewater. Mag het een onsje meer/tikje minder? Zeg, was dat feestje leuk? Nou, dat verhaal kreeg nog een staartje. Roodkapje, Klein duimpje, Sneeuwwitje. Berend Botje, potje met vet, roodborstje tikt tegen ‘t raam en breng eens een zonnetje onder de mensen.

Zakenvrouwtje

Het schijnt dat vooral vrouwtjes graag verkleinwoordjes gebruiken. “Een collegaatje van mij ligt in scheiding, erg hè?” Dat is nog tot daaraan toe. Maar een ondernemer (v) die het heeft over ‘mijn bedrijfje’? Neem je die serieus? Ikke niet, ik heb er een broertje dood aan! Tenzij we haar dan ook een zakenvrouwtje mogen noemen dat een offertetje stuurt naar haar klantje met een prijsje dat ze rekent voor werkjes en opdrachtjes. Inclusief kilometertjes voor haar autootje van het zaakje.

Niet te vaak

Dus, het lesje van dit blogje is: niet te vaak verkleinwoordjes gebruiken. Wil je zachter, kneuteriger of liever overkomen? Dan mag het. Met mate. Maar in andere gevallen kun je beter gewoon zeggen (schrijven) waar het op staat.

PS: ik las er ook nog een leuk stukje over. Het is oud maar leuk nieuws over Hans Dorrestijn die zich boos maakt over winterkoning en roodborst.  https://onzetaal.nl/nieuws/ophef-over-roodborst.