Redactieprofs | Tekstschrijven
98
archive,category,category-tekstschrijven,category-98,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.6.0,vc_responsive

Het redigeren van een tekst is soms een heikel karwei. Als redacteur wil je het schrijfwerk zo goed mogelijk maken. Tegelijk wil je de schrijver van een verhaal, visie of blog in zijn of haar waarde laten. Redactieprof Jos Leijen vertelt hoe hij dat aanpakt en met welke 4 niveaus je rekening kunt houden.

Een kleine 25 jaar geleden werkte ik enige tijd bij een pr-bureau in Den Haag. Om de kwaliteit van alle uitgaande teksten te waarborgen, werd ieder schrijfsel kritisch tegen het licht gehouden door een collega-redacteur. De eerste tekst die ik voor het bureau schreef, kwam helemaal rood terug van collega Frank, met wie ik de kamer deelde. Een pijnlijk moment, want ik had er echt mijn best op gedaan.

Samen liepen we de opmerkingen door. En al was ik het niet met elke suggestie eens, dankzij de scherpe blik van Frank verbeterde de tekst aanzienlijk. Het deed me aan de ene kant realiseren dat meelezen nuttig is. Aan de andere kant besefte ik dat kritiek niet altijd leuk is, zelfs al helpt het je om je prestaties te verbeteren. Dat besef neem ik altijd mee als ik de teksten van anderen redigeer. Het helpt daarbij als de schrijver weet wat hij of zij kan verwachten.

Verwachtingen managen

Als het even kan, overleg ik met de schrijver voordat ik de rode pen ter hand neem. Wat is de centrale boodschap? Wat wil de auteur met de tekst bereiken? Wie gaat de tekst lezen? En wat moet de lezer ervan meenemen? In dit stadium maak ik ook afspraken over de diepgang van de redactieslag. Gaat het alleen om de spreekwoordelijke punten en komma’s? Of mag en kan ik het grondiger aanpakken en ook de inhoud en de structuur van de tekst verbeteren?

Je kunt een tekst op 4 niveaus redigeren. Deze niveaus lopen soms in elkaar over:

  1. Inhoud
  2. Structuur
  3. Stijl
  4. Spelling en grammatica

Inhoud: korte lijnen en waar nodig research

Bij het beoordelen van de inhoud van een tekst kijk ik of alles erin staat wat erin zou moeten staan. Daarnaast beoordeel ik of wat erin staat ook allemaal relevant is. En of het klopt. Dit betekent dat er soms ook research aan te pas komt. Een korte lijn met de schrijver is hierbij wenselijk. Verder haal ik herhalingen zoveel mogelijk uit het verhaal.

Structuur: logische volgorde

Met het schrappen van herhalingen zijn we al bij de structuur van de tekst terechtgekomen. Centraal staat hier de vraag of de informatie in een logische volgorde wordt gepresenteerd. Kan de lezer de gedachtegang van de auteur volgen? Zitten er sprongen in die de lijn van het verhaal doorbreken? Hoe kun je de lezer bij de hand nemen en stap voor stap meenemen in een betoog?

Een heldere indeling in bondige alinea’s met eigen tussenkopjes doet wonderen. Eén gedachte per zin en zinnen over hetzelfde onderwerp bij elkaar. (Soms is een alinea maar 2 of 3 zinnen.) En vergeet de ‘bruggetjes’ niet; verbindende zinnen tussen de alinea’s. Het is ook fijn als een tekst een duidelijke kop en een staart heeft. Bij veel soorten teksten geldt: als je begint met een voorbeeld of een anekdote, is het mooi om daar in de laatste alinea weer naar te verwijzen. Dan is de cirkel rond.

Stijl: simpel en beeldend

Over de gewenste tone of voice overleg ik met de schrijver van een tekst. Zeker als ik de ghostwriter ben en uit naam van iemand anders een column op speech schrijf. (Lees hier meer over ghostwriting.) Uiteraard hangt de stijl ook af van de organisatie en van de doelgroep tot wie de tekst gericht is. Over het algemeen streef ik naar simpel en beeldend. Eenvoudig en toegankelijk taalgebruik, met wat sjeu waar dat past.

Direct taalgebruik wil nog wel eens discussie geven als een schrijver zich zeer bloemrijk uit. Een informatief artikel is geen literatuur. Zo was ik enige tijd eindredacteur van een museumblad waar een auteur graag met stijlbloempjes strooide. Soms neigden die naar clichés. Het was vaak een balanceeract om recht te doen aan de schrijver en het artikel toch vlot leesbaar te maken. Gelukkig kwamen we er wel steeds samen uit.

Spelling en grammatica: foutloos

We zijn aangekomen bij de laatste stap in het redactieproces. D’s en t’s, tussen-n, hoofdlettergebruik, consequent gebruik van de juiste tijd, meervoud en enkelvoud. De juiste spelling en grammatica is essentieel voor elke tekst. Hier kun je je geen slippertje veroorloven, Want al klopt de tekst inhoudelijk, leest hij als een trein en komt de boodschap goed over; een paar spelfouten en de geloofwaardigheid van de schrijver staat op het spel.

Redactieprofs redigeren

Ik ben alweer jarenlang weg bij het Haagse pr-bureau en werkzaam als zelfstandig tekstschrijver. Een meelezer mis ik soms nog wel. Vier ogen zien nu eenmaal meer dan twee. Gelukkig kan ik mijn eigen teksten soms nog even voorleggen aan een Redactieprof, zoals ik ook met deze blog heb gedaan. Collega Cindy heeft de nodige goede tips gegeven om de tekst naar een hoger niveau te tillen.

Wil jij teksten laten redigeren door een professional? Van lichte eindredactie tot grondig perfectioneren: neem contact op met Redactieprofs en we helpen je goed en snel!


Redactieprofs zitten zelden verlegen om woorden. Toch kunnen ook zij een keer vastlopen. Writer’s block of schrijversblokkade: hoe kom je er vanaf? Ik vroeg mijn collega-tekstschrijvers hoe ze ermee omgaan. Met deze zes tips tik je zo weer verder.

1. Creëer structuur met een mindmap
Soms is een beetje structuur alles wat je nodig hebt om (weer) op gang te komen. Een mindmap kan helpen: zet je ideeën op papier en vind verbanden. Zo krijgt je verhaal al vorm voordat je naar een lege pagina hoeft te staren. Leef je uit, denk groot. Jos zweert voor zijn mindmaps bij A3-papier.

2. Reken af met afleiding
Telefoon uit, mailbox uit zicht en de eierwekker op 60 minuten. Een uurtje me, myself and I doet wonderen voor Helene. Zonder afleiding is ontblocken zo gepiept. En als het echt niet lukt, wijkt ze uit naar familie in Noord-Brabant of Limburg. Vooral om schrijfkilometers te maken bij grote projecten werkt dit heel fijn.

3. Slaap er een nachtje over
Gebrek aan inspiratie is vaak tijdelijk. Vandaag uren overpeinzen staat meestal gelijk aan een paar minuten werk de volgende morgen. Marleen en Jos kiezen optie twee en laten hun tekstonderwerp graag een nachtje doorsudderen in het achterhoofd, waarna alles de volgende dag zo op z’n plek valt.

4. Zoek de natuur op
Geen tijd om er een nachtje over te tukken? Een rondje lopen doet ook wonderen. De afstand tot je bureau kan helpen bij het leggen van de puzzel. Bovendien stimuleert groen het creatieve brein. Prof Jeroen pakt graag de racefiets en trapt zijn block opzij.

5. Gewoon dóórgaan
Voorbarig perfectionisme remt de productiviteit. Bij een (naderend) schrijversblok denkt Sasja na over wat haar het meest raakt in een verhaal. Dat schrijft ze op. Ze begint in het midden en schrijft eromheen. Ook Marleen en Theanne beginnen gewoon, zonder meteen te willen structureren of stileren. Een rijtje trefwoorden, de beste citaten en betekenisvolle passages brengen de schrijfdrift zo op gang. Jeroen sluit zich hier helemaal bij aan en schreef een blog over de kracht van doorgaan.

6. Uit de box, uit je block
Theanne leerde op een cursus scenarioschrijven dat je uit een writer’s block kan komen door out of the box te denken. Dat oefende ze met het boekje ‘The Writers Block’, van John Rekulak. Daarin lees je dingen als: ‘Schrijf over je favoriete kinderspeelgoed, ‘Neem een voorwerp als personage’ en ‘Bedenk welk geheim jouw personage heeft’. Er staan ook ‘spark words’ in, zoals ‘schuld’, ‘verslaafd’ of ‘overspel’ en foto’s van een heel oud autootje, spoorbomen of een spin. Om goeie ideeën te krijgen, pakt Theanne dit boekje er nog weleens bij. Werkt voor haar ook prima bij non-fictie!

Bel een Redactieprof

Liever je tekstwerk uit handen geven of advies nodig bij het schrijven? Je mag altijd contact met ons opnemen. We helpen graag!

Dit is een lang blog (500 woorden) over korte tekst. Hoe kun je veel bereiken met weinig woorden? 

Wat moeten we met al die tekst in de huidige beeldcultuur? Nou… een heleboel. Teksten publiceren is gevonden (SEO), gelezen en begrepen worden – allemaal voorwaarden om je producten en diensten voor het voetlicht te krijgen. Dat vraagt om een korte en krachtige verwoording van je boodschap.

Korte tekst is niet alleen op internet van belang. Mensen hebben nu eenmaal weinig tijd en veel afleiding. Of je nu van beeldscherm leest of van papier, je wilt graag snel weten of het relevant voor je is, waar het over gaat, waar je vindt wat je zoekt of wat je moet doen. Dat geldt voor elke website, handleiding, brochure, corporate story of advertentie.

Woord en beeld

Niet alles heeft taal nodig. Zeker niet. Woord en beeld kunnen elkaar enorm versterken. Als tekstschrijvers denken we daar graag over mee. We weten hoe je informatie omzet in een goede infographic en hoe fotografie de boodschap kan benadrukken. We zetten verhalende elementen naast grafieken met cijfers, verduidelijken verbanden en processen in stroomschema’s, maken fotobijschriften die écht iets toevoegen en zetten typografie in om visueel onderscheid te maken tussen verschillende soorten informatie. Zo komen we samen met vormgevers, fotografen en illustratoren tot krachtige producties, waarin tekst en beeld een uitgebalanceerd geheel vormen.

Weinig tekst, veel effect

In een korte tekst moet je met weinig woorden heel veel voor elkaar kunnen krijgen: 

(1) Allereerst moet je de aandacht trekken van de beoogde lezers. Zij moeten meteen zien of de tekst voor hen van belang is, of ze er iets aan hebben, ze moeten geprikkeld zijn om door te lezen. 

(2) Vervolgens moeten ze begrijpen wat er staat, overtuigd worden van het belang van de boodschap, en 

(3) geactiveerd worden om er iets mee te doen.

Taalbeheersers noemen dat tekstfuncties. Veelvoorkomende tekstfuncties zijn interesseren (voor de betreffende communicatieboodschap), informeren (over alles wat relevant is voor die boodschap) en motiveren (om contact op te nemen, een bestelling te plaatsen, een formulier in te vullen et cetera). In de reclamewereld wordt daarvoor de AIDA-formule gebruikt: Attention, Interest, Desire, Action. Een klassieker, die sinds 1925 nog net zo min aan waarde heeft ingeboet als, pakweg, de uitvinding van het toetsenbord.

Kort is niet snel

Over klassiekers gesproken – ‘Iets wat kort is uitgedrukt, is veelal de vrucht van lang nadenken’, schreef de filosoof Nietzsche ruim een eeuw voor de uitvinding van de zoekmachines. Het is een wijdverbreid misverstand dat een korte tekst minder tijd kost dan een lange tekst (een schrijver per woord betalen is dan ook onzinnig). Vaak is het tegendeel waar. Pas als ik voldoende informatie heb verzameld, kan ik tot de kern komen. En om iets kernachtig te verwoorden, moet ik keuzes maken, verbanden expliciteren, schrappen en darlings killen. Kort is niet snel. Althans, als we het over kwaliteit hebben. Dus: graag weinig tekst voor je website, brochure of nieuwsbrief? Laten we daar eens goed voor gaan zitten. 

Lees ook mijn kortste blog ooit:

https://redactieprofs.nl/waarom-tekstschrijvers-hoofdletters-vermijden/

Meer over korte tekst:

Deze 7 schrijftips mag je direct vergeten

Infographics: hoe zet je ze goed in?

Hoe schrijf ik een pakkend bericht voor internet?

Helder schrijven, dat doen wij Redactieprofs. Duidelijke taal. Maar wat is dat precies? Voor het meest recente nummer van Onze Taal schreef Jorien Marcus er een informatief artikel over. Al vaker verschenen er handleidingen om helder te communiceren. Een blog over 3 dingen, 29 regels en 17 richtlijnen die helpen bij helder schrijven.

Emeritus hoogleraar communicatie- en informatiewetenschappen Carel Jansen onderstreept in het artikel in Onze Taal het belang van duidelijke communicatie. Slecht communiceren kan volgens hem zelfs de democratie schaden. We moeten ons een oordeel kunnen vormen over wat de overheid voor ons doet. Dat is lastig als die overheid ons niet goed informeert en als we programma’s van politieke partijen niet begrijpen. Daarnaast is goede informatie essentieel voor het vertrouwen van de burger in de politiek.

Denk aan 3 dingen

Volgens Martijn Jacobs van communicatiebureau Loo van Eck moet je je 3 dingen afvragen voordat je gaat schrijven:

  • Hoeveel interesse heeft je lezer voor wat jij te vertellen hebt?
  • Hoeveel kennis heeft hij over de inhoud?
  • Hoe groot is zijn taalvaardigheid?

Pas 29 regels toe

Taalvaardigheid wordt aangeduid in niveaus, van A1 tot C2. B1 wordt vaak als richtlijn gebruikt; dan zou 95% van de Nederlanders de tekst moeten kunnen begrijpen. Karen Heij en Wessel Visser geven in een boekje van alweer enige tijd geleden ’29 regels van eenvoudig Nederlands’. Als je je aan die regels houdt, schrijf je volgens de auteurs op B1-niveau. De regels gaan over de voorbereiding, de structuur van je tekst, zinsopbouw en woordkeus. Enkele voorbeelden:

  • Zet de hoofdgedachte aan het begin
  • Formuleer passende tussenkopjes
  • Schrijf actieve zinnen
  • Gebruik geen formele taal
  • Vermijd jargon

Volg 17 richtlijnen

Een jaar geleden verscheen het ‘leer- en oefenboek’ Duidelijke taal van docent Nederlands en tekstadviseur Peter van der Horst. Hij werkt 17 richtlijnen uit om begrijpelijk te schrijven. Ik schreef over dit boekje een bericht voor de website van Bureau Schrijfwerk. Ook voor ervaren tekstschrijvers is het goed om deze richtlijnen bij elkaar te zien. Mijn advies: hou ze in de buurt te als je een tekst gaat schrijven.

Nog meer tips

Het artikel in Onze Taal sluit ook af met tips, geleend van Wablieft Tekstadvies:

  • Bepaal het onderwerp en doel van je tekst
  • Vorm je een beeld van je lezer
  • Zoek de gepaste toon
  • Spreek je lezer rechtstreeks aan
  • Schrap overbodige informatie
  • Vertel het belangrijkste eerst
  • Zorg voor verschillende tekstblokken
  • Zorg voor een duidelijke opmaak

Redactieprofs helpen

Als extra tip voeg ik daar graag deze aan toe: Heb je hulp nodig bij een tekst of wil je een training om betere teksten te schrijven? Neem dan contact op met Redactieprofs. Wij helpen je graag verder.

Bij een grote productie als een jaarverslag is overzicht houden de grootste uitdaging. Er zijn vaak veel partijen betrokken, ook bij kleinere organisaties. En het langere tijdspad maakt een planning met voldoende speelruimte van belang. Deze handige checklist helpt.

Met onze acht Redactieprofs hebben we heel wat ervaring met het maken van jaarverslagen: we denken mee over thema’s en productie, interviewen sleutelpersonen, schrijven en redigeren teksten. Doe je voordeel met onderstaande checklist. En heb je hulp nodig bij de productie? Dan ben je bij ons natuurlijk aan het juiste adres.

Fase 1: voorbereiding

Start: december

  • begroting maken en budget vaststellen
  • thema’s & aanpak bepalen
  • omvang, oplage/vorm vaststellen op basis van budget en doelen
  • onderwerpkeuze
  • externe partijen inschakelen voor de uitvoering;
  • gegevens verzamelen

Fase 2: in de startblokken

Start: januari

  • thema’s & aanpak bepalen
  • omvang, oplage/vorm vaststellen op basis van budget en doelen
  • onderwerpkeuze
  • externe partijen inschakelen voor de uitvoering

Fase 3: productie

Start: maart

  • tekstproductie
  • gegevens interpreteren en (laten) weergeven in tabellen/grafieken met toelichting
  • overig beeldmateriaal verzamelen en selecteren
  • eindredactie
  • inzage/aanpassingsronde
  • vormgeven & drukken of online gaan (na testfase)

Fase 4: verspreiden/online gaan

Start: mei

  • digitale versie maken (website)
  • aanbiedingsbrief/mail/flyer
  • print: ter inzage op openbare plekken/leestafels
  • persbericht

Fase 5: evalueren en vooruitblikken

Start: oktober

  • evalueren
  • initiëren van het eerstvolgende verslag: nadenken over invalshoek en doelen

Veel succes met het maken van een verzorgd, leesbaar en overtuigend jaarverslag! Vragen? Mail ons even!

Als je een boodschap hebt voor je (potentiële) klanten, dan kun je een advertentie plaatsen of een mailing rondsturen. Met een persbericht kun je ook gratis publiciteit genereren. Als het je tenminste lukt om redacties te interesseren voor jouw boodschap. We leggen je graag uit hoe je een goed persbericht schrijft.

Een persbericht is een korte tekst met een duidelijke kop, voldoende feiten en citaten om een nieuwsverhaal te ondersteunen, achtergrondinformatie over het betreffende bedrijf of product, een datum, en een telefoonnummer of e-mailadres voor redacteuren die meer informatie willen.

De eerste indruk

Bedenk dat elke redactie dagelijks een flinke stapel mails en persberichten te verwerken krijgt. Meestal scant een redacteur een persbericht enkele seconden. In een oogwenk beslist hij of hij verder zal lezen. Gemiddeld verdwijnen negen van de tien persberichten in de prullenbak. Zorg er dus voor dat je persbericht opvalt!

Nieuwsgierigheid prikkelen

Hoe prikkel je de professionele nieuwsgierigheid van de redacteur? Let onder meer op:

  • actualiteit – hoe verser het nieuws, hoe beter
  • belang voor de doelgroep van website, vakblad, krant
  • afstand – het 10-jarig bestaan van een bedrijf is wellicht interessant voor de regionaal georiënteerde Facebook-pagina, maar zeker niet voor landelijke media
  • bekendheid – als iemand in coronatijd op vakantie gaat in Griekenland, is dat geen nieuws; wel als het de koninklijke familie is
  • grote gevolgen – een nieuwsfeit is interessanter als het duizend mensen raakt, dan wanneer het om honderd mensen gaat
  • botsing– een tegenstelling van belangen is altijd interessant om over te lezen
  • afwijking – hond bijt man is geen nieuws, man bijt hond wel

Nieuwswaarde

Bedenk voordat je je persbericht gaat schrijven, of wat je te melden hebt ook nieuwswaarde heeft voor de buitenwacht. Stuur niet voor ieder wissewasje berichten rond. Soms is een ander middel beter, zoals een mailing naar je klanten. Nieuwswaarde is overigens een rekbaar begrip. De redacteur van AMweb, platform voor financiële dienstverlening maakt een andere afweging dan de reporter van Lutjebroek Online. Dit kan ervoor pleiten om verschillende persberichten op te stellen die zijn toegesneden op het medium waar je ze naartoe stuurt.

Duidelijk in één oogopslag

Is je nieuws een persbericht waard, dan is het tijd om naar de vorm te kijken. Zoals gezegd, een redactie krijgt dagelijks een berg e-mails te verstouwen. Zorg er daarom voor dat in één oogopslag duidelijk is waar je bericht over gaat. Dat doe je met een pakkende kop, een goede lead en tussenkopjes. Veel media nemen persberichten letterlijk over. Zorg er daarom voor dat je persbericht foutloos is. De redactie zal je dankbaar zijn.

Hoe schrijf ik een persbericht?

De kop

Zet boven je bericht met grote letters PERSBERICHT. Daaronder typ je de kop. Die geeft in enkele woorden de kern van je bericht weer. Kies voor een actieve kop, dus met een werkwoord erin. Dus niet ‘Fietser aangereden door dronken burgemeester’, maar ‘Dronken burgemeester rijdt fietser aan’. Koppen maken is een kunst. Sommige kranten hebben er speciale redacteuren voor in dienst. Vaak werkt het het beste om eerst het bericht te schrijven, en er daarna een kop boven te zetten.

De lead

De lead (ook wel: het intro) geeft in enkele zinnen de belangrijkste feiten weer. Wie, wat, waar, wanneer en waarom (de vijf W’s) en hoe. Al komt de lezer niet verder dan de lead, dan heeft hij toch de belangrijkste informatie tot zich genomen. Gebruik voor de lead een vet lettertype.

Platte tekst

In de platte tekst werk je de informatie verder uit. Ga vooral in op het wat, hoe en waarom. Begin met de belangrijkste zaken en werk van belangrijk naar minder belangrijk. Zo’n ‘oprolbaar’ bericht heeft voor de redactie het voordeel dat ze een stuk kunnen schrappen en toch een goed bericht overhouden. Zorg voor een neutrale tekst en wees zuinig met bijvoeglijke naamwoorden. Gebruik feiten en cijfers om je punt te maken.

Lees je eerste versie kritisch door en gooi overbodige informatie eruit. Zorg voor aanvullende informatie op je website en zet in je persbericht een link naar je website. Daarmee voorkom je dat je te veel informatie in het persbericht moet proppen.

Citaten

Met citaten kun je subjectieve uitspraken in je bericht verwerken, zonder dat de geloofwaardigheid eronder leidt. Het leest lekkerder weg als de directeur zegt: “Dankzij deze samenwerking kunnen we onze klanten nog beter van dienst zijn”, dan wanneer je schrijft: Potter Financiële Dienstverlening kan zijn klanten zo nog beter van dienst zijn.

Nadere informatie

Sluit het persbericht af met een naam en contactgegevens waar de redactie terecht kan voor nadere informatie. Sta de redactie direct te woord als ze bellen. Lukt dat niet, bel dan zo snel mogelijk terug. Het nieuws gaat snel, voordat je het weet is de kans op gratis publiciteit voorbij.

Over ons

Sluit je persbericht af met een korte beschrijving van je organisatie en je activiteiten, een zogeheten boiler plate. Maak hiervoor een standaardtekst die je aan ieder bericht kunt toevoegen. Denk goed na over hoe je je bedrijf wilt profileren.

Verzending

Voeg je persbericht niet bij als attachment in je e-mail, maar plak het in het mailbericht. Veel ontvangers van berichten openen attachments niet eens als ze de afzender niet kennen. Voeg ook geen andere bijlagen toe, zoals foto’s en rapporten. Maak een link naar je website, zodat belangstellenden die informatie daar kunnen downloaden. Meld dit duidelijk in je e-mail. In het bericht zelf kun je wel een foto plakken.

Stuur je bericht naar de juiste media. Bedenk voor wie jouw nieuws interessant is en pas je verzendlijst daar op aan. Naar welke sites zou je zelf gaan om iets over je vak of je product te lezen? Welke bladen zou je erop naslaan? Welke media gebruikt jouw doelgroep?

Hulp nodig?

Kun je hulp gebruiken bij het samenstellen van een goede boilerplate of het schrijven van persberichten? Redactieprofs staan voor je klaar! Voor ons is het ons dagelijkse werk.

Net als jij besteed ik gruwelijk veel tijd aan digitale apparaten. Alleen al op mijn Mac schrijf ik, communiceer ik met klanten, collega’s en vrienden, bestel ik dingen, lees ik nieuws, kijk ik voetbal… Doordat ik zóveel op één apparaat doe, loopt alles door elkaar, raak ik overprikkeld en vind ik het moeilijk om grip te houden op mijn gedachten. 

Natuurlijk zijn er manieren voor om de controle terug te vinden. Lees: The Organized Mind van Deniel Levitin, over hoe je helder blijft denken in dit tijdperk van informatieoverload. Maar er is in ieder geval één truc die ik je van harte kan aanbevelen: keer terug naar papier.  

Schaf een mooi notitieboek aan

Of neem een A3-vel. Of een schetsboek. Met papier aan de keukentafel – zonder digitale distractie – komt er weer lijn in mijn gedachten. Daar laat ik ze de vrije loop, ontstaat flow van een verhaal, maak ik lijstjes voor van alles en ontworstel ik me als ik ben vastgelopen. Daar raak ik gefocust en ben ik creatiever. 

Het toetsenbord voert vervolgens uit wat ik heb bedacht. Maar dan is het echte werk al gedaan.

Deze zomer ben ik onder de naam Cindy Schrijft 5 jaar zelfstandig bezig als tekstschrijver en communicatieadviseur. Nadat ik in totaal 17 jaar bij bureaus werkte. Hoe noem je dat eigenlijk, een vijfjarig jubileum? Blik, hout of plastic, las ik. Dan ga ik voor het hout. Als ik nu eens voor elk ‘houten’ jaar een tip of ervaring deel? Hier komen ze, in willekeurige volgorde.

1. Schrijftip: schrijven is schrappen

Bijna altijd kun je de eerste zinnen die je op papier (scherm) zet, achteraf schrappen. Het zijn de opstart-zinnen, de nadenk-zinnen, de zinnen waarmee je zelf in het verhaal komt. Soms kan zelfs die hele eerste alinea gewoon hoppakee weg! Probeer het maar eens. En lees je teksten als ze voor je gevoel rond zijn, nog één keer kritisch door op woordjes of hele zinnen die weg kunnen. Ik ben op dit moment interviews aan het uitwerken tot verhalen van maximaal 1.000 woorden. Er is steeds zoveel te vertellen! Dus ik zit er in eerste instantie standaard overheen. Het is bijna een sport om ze daarna tóch in te dikken. En ja, de teksten worden er steevast sterker van. Kill your darlings.

2. Interviewtip: live of telefonisch?

Aan heel veel teksten die ik voor opdrachtgevers schrijf, liggen interviews ten grondslag. Nu zou je denken dat een face to face gesprek de voorkeur heeft. Elkaar in de ogen kunnen kijken, de mimiek zien bij bepaalde uitspraken, het informele praatje achteraf waar je vaak ook nog nuttige informatie uit haalt. Het is gewoon een stuk persoonlijker. Dat klopt allemaal! 

Toch wil ik een lans breken voor het telefonische interview. Dus ook geen Skype of Zoom of Teams. Omdat ik telkens weer merk hoe open mensen praten wanneer je ze aan de lijn hebt. Mensen zoeken een rustig plekje op om te bellen, maken het zich comfortabel, hoeven zich niet ‘beter’ voor te doen en praten meer vrijuit is mijn ervaring. Regelmatig spreek ik iemand tijdens een autorit – even los van de standaard werkcontext. Ook fijn: een belletje is vaak flexibeler in te plannen. 

3. Taaltip: die eeuwige d/t-kwestie

‘Houdt anderhalve meter afstand.’ ‘Houdt je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’ Het zijn de twee meest voorkomende d/t-fouten die ik tegenkom in teksten. Het moet zijn: ‘Houd anderhalve meter afstand’ en ‘Houd je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’. Daarom hét ezelsbruggetje voor iedereen die dit lastig vindt: vervang het werkwoord door een ander werkwoord. Je zegt bijvoorbeeld ook: ‘Geef anderhalve meter afstand’, of ‘Geef je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’ Zonder ‘t’ dus. Eigenlijk is het heel simpel…

4. Gesprekstip: de kracht van LSD

Geen LSD-trip maar een LSD-tip in de betekenis van: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. Echt luisteren is een basisvoorwaarde voor elk goed gesprek. Het dóórvragen is een kunst die iedere ervaren tekstschrijver beheerst. De stap daartussen, het samenvatten, zou ik hier eens extra in de kijker willen zetten. Je kunt je afvragen: ‘Is dat niet wat overdreven? Om de woorden van de ander nog eens te gaan herhalen?’ Toch merk ik telkens weer dat mensen het heel erg waarderen. Als interviewer of gespreksleider laat je – samengevat in je eigen woorden – zien dat je echt begrijpt wat de ander zojuist verteld heeft. Je kunt dat een paar keer tijdens het gesprek doen. Helemaal aan het einde vat ik regelmatig de rode draad nog eens samen. Vaak is dat (achteraf) meteen de ruggengraat van mijn tekst. En het leidt vaak tot mooie laatste ingevingen! ‘O ja, wat trouwens nog leuk is om ook te vertellen…’.      

5. Netwerktip: clubjesangst niet nodig

Van mijn 5 jaar zelfstandig ondernemerschap ben ik nu 3 jaar lid van Redactieprofs, netwerk van zelfstandig tekstschrijvers en communicatieprofessionals. Naast mijn Cindy Schrijft-werk voor eigen opdrachtgevers, werken we regelmatig samen. Aan grote klussen bijvoorbeeld, zoals het magazine dat ik samen met Jeroen en Helene maakte. Opdrachtgevers zijn blij dat er altijd een back-up beschikbaar is. Past een bepaalde tekstproductie niet bij mij (of niet in mijn planning), dan heb ik nog zeven collega-profs. We delen kennis en hebben lol tijdens onze samenwerkdagen. Kortom: 1 + 1 = 3 wordt hier wat mij betreft 1 + 7 = 10. Een netwerk moet bij je passen en ik heb er eerst ook goed over nagedacht. Maar heb je eenmaal ‘het juiste clubje’ gevonden, dan levert het veel moois op. 

Op naar 10 jaar Cindy Schrijft, zojuist geleerd: mijn ‘kristallen, stalen, tinnen of rozen’ jubileum. En nog vele mooie jaren bij Redactieprofs. 

Als ik werk, luister ik naar muziek. Toen ik als tekstschrijver begon, kwam ik terecht in een uiterst gezellige studio met collega-tekstschrijvers en ontwerpers. De laatste groep bepaalde meestal wat er werd gedraaid, wat varieerde van Meindert Talma en Eels tot nichebandjes die ik daarna nooit meer heb gehoord. Sindsdien staat de muziek aan. Tijdens het werk kies ik voor repertoire dat ik door en door ken, zoals mijn vergaarbak op Spotify met honderden pop- en rocknummers die ik leuk vind. Om te focussen kies ik nog weleens de Dire Straits. Onacceptabel voor de fijnbesnaarden onder ons, maar vooral Love over Gold meandert zo lekker. Bruce Springsteen, Pixies, Marillion en de onvolprezen Tröckener Kecks helpen me af te blazen.

Klanken maken stofjes aan

Ga je ook echt beter werken door muziek? In dit NRC-artikel las ik dat 8 op de 10 Britse chirurgen opereren met muziek aan. In hetzelfde artikel legt hoogleraar klinische neuropsychologie Erik Scherder uit dat muziek een stimulerend effect tijdens het werk kan hebben: klanken gaan via de oren naar de hersenstam, waar stofjes worden aangemaakt die zorgen voor ‘opwinding’. Die stofjes zetten vervolgens de hersenschors ‘aan’ en dat zou ervoor zorgen dat je beter geconcentreerd kunt werken.

Klassieke muzak

Navraag bij mijn collega-Redactieprofs leert dat ik niet de enige ben die gedijt bij muziek tijdens het schrijven. Collega Jos heeft bij voorkeur Classic FM opstaan, zeker als hij zich moet concentreren. “Klassieke muzak”, noemt hij het: “Ik hoor het nauwelijks, maar voel me er prettig bij. Enige puntje is dat regelmatig Intermezzo van Cavalleria Rusticana (Pietro Mascagni) langskomt. Dat stond op bij de crematie van mijn vader. Dan voel ik me even wat ongemakkelijk. Soms zet ik een YouTube-video aan met vogelgeluiden en stromende bergbeken. Ook heel rustgevend. Ik had ooit een leraar die op de korte golf een Russisch radiostation opzocht. Dan had hij wel geluid en stemmen, maar omdat hij ze toch niet verstond, werd hij er niet door afgeleid.”

“Ik hoor het nauwelijks, maar ik voel me er prettig bij”

Piano op de achtergrond

Cindy zweert bij pianomuziek als katalysator. “Ik luister graag naar de playlist Piano in the background. Op een flexplek met anderen om me heen heb ik regelmatig een noise-cancelling koptelefoon op, soms met die playlist, soms met ’stilte’. Maar ik kan ook prima werken met het gesmoes en getik van de anderen om me heen.”

Als klassiek suf maakt: Buckethead

Tom schrijft altijd met muziek aan. Voorspelbaar werk, liefst zonder tekst: “’s Ochtends begin ik bijna altijd met easy listening, zoals Vivaldi of Chopin. Vaak begin ik met deze, dan weten m’n hersens gelijk dat ze aan de slag moeten. Voor minder complex werk luister ik daarna eigenlijk van alles, waar ik maar zin in heb. Maar als ik me later op de dag nog echt moet concentreren, maar iets te suf ben van de klassieke muziek, dan zet ik bijvoorbeeld Buckethead op. Dat is een vent met een KFC-emmer op zijn hoofd, die fantastische gitaarmuziek maakt. Het is even rustig en voorspelbaar als klassiek, ook omdat ik het al door en door ken, maar heeft toch wat meer pit.”

De magie van de afspeellijst

Sasja typt meestal in stilte, zegt ze. “Maar soms vind ik het té stil en zet ik een muziekje op. Dat doe ik bij de wat monotonere klussen zoals een laatste correctieronde of de kwartaalboekhouding. En vaker in de winter als het donker en nat is buiten. In de zomer loop ik vaker even tussendoor de tuin in.”

De afspeellijsten van Spotify vindt ze een van de mooiste uitvindingen van onze tijd: “Magisch gewoon; je typt iets in als ‘A walk alone’ en je krijgt urenlang muziek van muzikanten die ik anders nooit zou hebben gevonden. En platen omdraaien of een nieuwe cd opzetten, daar denk ik tijdens mijn werk helemaal niet aan. En anders trouwens ook niet. ‘Wat leven we toch in een mooie tijd’, denk ik dan als ik zo lekker zit te luisteren en te werken. Dat wil zeggen: er is heus veel mis in de wereld maar in de beslotenheid van mijn werkkamer is er dan ook veel moois.”

“Muziek is voor na het werk. Lekker even knallen met Pearl Jam tijdens het uitruimen van de vaatwasser.”

Stilte, en zeker geen radio met jingles

Voor onze punkrocker Marleen geen muziek tijdens het schrijven: “Dan heb ik stilte nodig. Alleen de wisselwerking tussen mijn denken en het scherm, dat werkt voor mij het beste. En zeker geen radio, met stemmen en jingles en reclame. De periodes dat ik interim in kantoortuinen aan de slag ben, zet ik soms wel muziek op. Maar dan alleen om me af te sluiten van de gesprekken om me heen. Oortelefoontjes in, mijn eigen playlists opzoeken. Of, beter nog, de mooiste vorm van witte ruis: natuurgeluiden. Regen of stromend water werkt heel goed, dat filtert alle andere geluiden weg. Het verzacht zelfs verbouwingsherrie. Muziek is voor na het werk. Lekker even knallen met Pearl Jam tijdens het uitruimen van de vaatwasser.”

Wel een wasmachine die draait

Ook Theanne wil van geen muziek weten: “Muisstil moet het zijn hier. Ik erger me al kapot aan de grasmaaier van de buren. Ik heb het nooit begrepen dat iemand kan werken met muziek aan. Dan is mijn aandacht in elk geval zwaar verdeeld. Word ik gek van. Op dit moment draait de wasmachine. Dat vind ik dan wel weer een fijn geluid, omdat ik dan denk: sjonge, lekker dat die was weer gedaan wordt, zonder dat ik daar iets voor hoef te doen.”

Haar zoon luisterde laatst naar ASMR. “Ken je dat? Echt eng. Van die huishoudgeluiden waar je dan van zou ontspannen.”