Redactieprofs | Tekstschrijven
98
archive,category,category-tekstschrijven,category-98,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.9.0,vc_responsive

Het waren twee piepkleine puntjes op mijn to-do-lijst: een parkeer-app activeren en een declaratie indienen bij mijn nieuwe zorgverzekeraar. Maar ik was er een hele ochtend zoet mee. Dwalen door een digitaal doolhof zonder menselijk contact, ik word er niet vrolijk van. Dat kan anders en beter. Vandaar dit blog over contact maken en vertrouwen winnen in je teksten. 

Onleesbare instructies, hulpbots die het woord declaratie niet kennen, telefonische doorkeuzemenu’s of landingspagina’s waarin ik mijn vraag niet herken, slecht vindbare contactgegevens, eindeloos in de wacht staan, verificatie met inlognaam, wachtwoord, pincode én QR, whatsapp-helpdeskmedewerkers die tegen me praten alsof ze met een digibeet van doen hebben. Daar sta je dan als beeldschermwerker met een WO-opleiding… Schrale troost: ik ben niet de enige die baalt van de muren waar organisaties zich achter verschuilen.

Maatschappelijk afhaken

Hoe harder organisaties beweren er voor je te zijn, hoe meer ‘huiswerk’ je voor ze moet verrichten, lijkt het wel. Dus ik begrijp dat veel mensen maatschappelijk afhaken. Dat afhaken hangt niet 1 op 1 samen met kennis/opleidingsniveau, zo blijkt uit onderzoek. Het heeft vooral veel te maken met het ontbreken van menselijk contact, concludeer ik na het kijken van het webinar ‘Vertrouwen in de overheid’. Ook las ik het onderzoeksrapport ‘Van persoonlijke krenking tot vertrouwensbreuk: Verhalen van burgers met gebrek aan vertrouwen in instituties’, waarover onderzoeker Ron van Wonderen in dit webinar vertelt.

Drie belangrijke missers 

De onderzoekers hielden 50 diepte-interviews met Nederlanders die hun vertrouwen in instituties zijn verloren. Uit de interviews destilleerden ze vijf thema’s. Drie daarvan houden rechtstreeks verband met gebrek aan contact: 

  • de onzichtbare overheid (steeds minder loketten en politiebureaus)
  • niet gehoord worden (bijvoorbeeld bij besluitvorming) 
  • niet gezien worden (bijvoorbeeld het gevoel dat de overheid niet weet wat er speelt in de samenleving). 

Opvallend was dat de geïnterviewden vaak goed geïnformeerde mensen bleken te zijn, die prima de weg weten in de samenleving. 

Vertrouwen

Als tekstschrijver denk ik bijna dagelijks na over het begrip ‘vertrouwen’. Hoe kan mijn tekst bijdragen aan het vertrouwen van de lezer? Vaak hangt dat samen met het overbruggen van de afstand tussen zender en ontvanger. De klassieke retorische instrumenten vormen daarbij een onuitputtelijke bron: toegankelijke taal, passende stijl, overtuigende argumenten, een geloofwaardige bron/afzender/medium, aansluiten op kennis, emotie en ratio van de doelgroep. 

Gezien worden

Ik ben me er altijd van bewust dat de lezer, net zo hard als ik zelf, gezien en begrepen wil worden. Dat zijn of haar situatie gekend of erkend wordt. Mijn tekst – of dat nu een instructie, een website, een verslag, journalistieke bijdrage of online formulier betreft – maakt immers altijd deel uit van het contact tussen organisatie en doelgroep. Het is een schakel die het persoonlijke contact niet vervangt, maar er wel op een constructieve manier aan moet bijdragen. En daarmee aan het vertrouwen tussen zender en ontvanger.

Eind goed, al goed?

Het is me uiteindelijk zonder persoonlijk contact toch gelukt om de parkeer-app en declaratie te regelen. Maar je begrijpt dat het niet in positieve zin heeft bijgedragen aan mijn beeld van beide organisaties. 

Is dit herkenbaar voor jou en wil jij teksten die contact maken en vertrouwen winnen? Neem contact op met Redactieprofs.

Als freelancer heb ik de vrijheid om mijn collega’s zelf uit te kiezen. Niet zo gek dus dat ik graag met hun prestaties pronk in dit nieuwjaarsblog met highlights uit 2021.

Neem Helene. Die schreef met huisarts Marnix van der Leest een even boeiend als belangrijk boek over de huisartszorg anno nu – ik viel van de ene verbazing in de andere. Wat een verhalen! NRC schreef erover: “Leerzaam proza voor iedereen die een beroep doet op de huisarts.” Nou, dat doen we allemaal wel eens. Dus doe jezelf én je plaatselijke boekhandel een plezier en schaf het aan: Huisarts op recept (Arbeiderspers).Ondertussen richtte Helene trouwens ook nog even met twee andere ondernemers een verrassend nieuw bedrijf op, waarvoor ze de communicatie op haar eigen sprankelende wijze verzorgt: Het Reizend Hotel. Ondanks alle reisbeperkingen kunnen we er dus tóch even tussenuit!

Of neem Sasja: in het najaar verscheen haar boek Schrijf je Rijk, waarmee ondernemers en professionals de kneepjes van het zakelijk tekstschrijven leren. Dat gaat onze toekomstige concurrentie ongetwijfeld goed op weg helpen! En passant wist ze ook nog even de Henri Sijthoff-prijs voor het beste jaarverslag in de wacht te slepen met haar opdrachtgever Royal Swinkels family Brewers.

Of Tom, die zich verder verdiepte in een paradepaard uit het Nederlands bedrijfsleven: Boskalis. Want onze junior-die-schrijft-als-een-senior maakt nu ook deel uit van Sasja’s schrijfteam voor het personeelsmagazine van deze opdrachtgever.

Voor de ziekenhuiszorg was het een veelbewogen jaar. Ik mocht die ongelooflijke inzet als interim-eindredacteur van het personeelsblad van Amsterdam UMC gedurende een maand of zeven van dichtbij meemaken. In juni volgde nog eens het e-zine met het verslag van de Anna Reynvaanlezing 2021. Superleuk om weer samen te kunnen werken met de kanjers van het communicatieteam van Amsterdam UMC. De bijnaam ‘Heintje Davids’ draag ik nog steeds met plezier. 

Jeroen werkte op zijn eigen onverstoorbare wijze door aan publicaties voor onder meer de Rijksoverheid en Wageningen University & Research. Zo schreef hij veel over voedselzekerheid in de wereld, waarvoor hij via Teams mensen tot in Zuid-Sudan en Congo sprak. En dankzij Cindy waren klanten als Gispen, Ahrend en Zestor weer verzekerd van creatieve en kraakheldere teksten.

Tussen de lockdowns door kwamen we een paar keer bij elkaar. Zo genoten we van een zonovergoten dag op het landje van Theanne, onze prof in Zeeland, met de legendarische paella van onze chefkok Helene. In november en december ontmoetten we elkaar in Amersfoort om aan onze profilering te werken (in 2022 bouwen we aan een mooie nieuwe website). 

Ondertussen vielen we voor elkaar in als corona plotseling toesloeg of iemand om een andere reden even in de parkeerstand stond. Fijn voor onze klanten, die merkten dat projecten gewoon doorliepen. Ook in 2022 kunnen zij op ons rekenen. 

Redactieprofs zitten zelden verlegen om woorden. Toch kunnen ook zij een keer vastlopen. Writer’s block of schrijversblokkade: hoe kom je er vanaf? Ik vroeg mijn collega-tekstschrijvers hoe ze ermee omgaan. Met deze zes tips tik je zo weer verder.

1. Creëer structuur met een mindmap
Soms is een beetje structuur alles wat je nodig hebt om (weer) op gang te komen. Een mindmap kan helpen: zet je ideeën op papier en vind verbanden. Zo krijgt je verhaal al vorm voordat je naar een lege pagina hoeft te staren. Leef je uit, denk groot. Jos zweert voor zijn mindmaps bij A3-papier.

2. Reken af met afleiding
Telefoon uit, mailbox uit zicht en de eierwekker op 60 minuten. Een uurtje me, myself and I doet wonderen voor Helene. Zonder afleiding is ontblocken zo gepiept. En als het echt niet lukt, wijkt ze uit naar familie in Noord-Brabant of Limburg. Vooral om schrijfkilometers te maken bij grote projecten werkt dit heel fijn.

3. Slaap er een nachtje over
Gebrek aan inspiratie is vaak tijdelijk. Vandaag uren overpeinzen staat meestal gelijk aan een paar minuten werk de volgende morgen. Marleen en Jos kiezen optie twee en laten hun tekstonderwerp graag een nachtje doorsudderen in het achterhoofd, waarna alles de volgende dag zo op z’n plek valt.

4. Zoek de natuur op
Geen tijd om er een nachtje over te tukken? Een rondje lopen doet ook wonderen. De afstand tot je bureau kan helpen bij het leggen van de puzzel. Bovendien stimuleert groen het creatieve brein. Prof Jeroen pakt graag de racefiets en trapt zijn block opzij.

5. Gewoon dóórgaan
Voorbarig perfectionisme remt de productiviteit. Bij een (naderend) schrijversblok denkt Sasja na over wat haar het meest raakt in een verhaal. Dat schrijft ze op. Ze begint in het midden en schrijft eromheen. Ook Marleen en Theanne beginnen gewoon, zonder meteen te willen structureren of stileren. Een rijtje trefwoorden, de beste citaten en betekenisvolle passages brengen de schrijfdrift zo op gang. Jeroen sluit zich hier helemaal bij aan en schreef een blog over de kracht van doorgaan.

6. Uit de box, uit je block
Theanne leerde op een cursus scenarioschrijven dat je uit een writer’s block kan komen door out of the box te denken. Dat oefende ze met het boekje ‘The Writers Block’, van John Rekulak. Daarin lees je dingen als: ‘Schrijf over je favoriete kinderspeelgoed, ‘Neem een voorwerp als personage’ en ‘Bedenk welk geheim jouw personage heeft’. Er staan ook ‘spark words’ in, zoals ‘schuld’, ‘verslaafd’ of ‘overspel’ en foto’s van een heel oud autootje, spoorbomen of een spin. Om goeie ideeën te krijgen, pakt Theanne dit boekje er nog weleens bij. Werkt voor haar ook prima bij non-fictie!

Bel een Redactieprof

Liever je tekstwerk uit handen geven of advies nodig bij het schrijven? Je mag altijd contact met ons opnemen. We helpen graag!

Dit is een lang blog (500 woorden) over korte tekst. Hoe kun je veel bereiken met weinig woorden? 

Wat moeten we met al die tekst in de huidige beeldcultuur? Nou… een heleboel. Teksten publiceren is gevonden (SEO), gelezen en begrepen worden – allemaal voorwaarden om je producten en diensten voor het voetlicht te krijgen. Dat vraagt om een korte en krachtige verwoording van je boodschap.

Korte tekst is niet alleen op internet van belang. Mensen hebben nu eenmaal weinig tijd en veel afleiding. Of je nu van beeldscherm leest of van papier, je wilt graag snel weten of het relevant voor je is, waar het over gaat, waar je vindt wat je zoekt of wat je moet doen. Dat geldt voor elke website, handleiding, brochure, corporate story of advertentie.

Woord en beeld

Niet alles heeft taal nodig. Zeker niet. Woord en beeld kunnen elkaar enorm versterken. Als tekstschrijvers denken we daar graag over mee. We weten hoe je informatie omzet in een goede infographic en hoe fotografie de boodschap kan benadrukken. We zetten verhalende elementen naast grafieken met cijfers, verduidelijken verbanden en processen in stroomschema’s, maken fotobijschriften die écht iets toevoegen en zetten typografie in om visueel onderscheid te maken tussen verschillende soorten informatie. Zo komen we samen met vormgevers, fotografen en illustratoren tot krachtige producties, waarin tekst en beeld een uitgebalanceerd geheel vormen.

Weinig tekst, veel effect

In een korte tekst moet je met weinig woorden heel veel voor elkaar kunnen krijgen: 

(1) Allereerst moet je de aandacht trekken van de beoogde lezers. Zij moeten meteen zien of de tekst voor hen van belang is, of ze er iets aan hebben, ze moeten geprikkeld zijn om door te lezen. 

(2) Vervolgens moeten ze begrijpen wat er staat, overtuigd worden van het belang van de boodschap, en 

(3) geactiveerd worden om er iets mee te doen.

Taalbeheersers noemen dat tekstfuncties. Veelvoorkomende tekstfuncties zijn interesseren (voor de betreffende communicatieboodschap), informeren (over alles wat relevant is voor die boodschap) en motiveren (om contact op te nemen, een bestelling te plaatsen, een formulier in te vullen et cetera). In de reclamewereld wordt daarvoor de AIDA-formule gebruikt: Attention, Interest, Desire, Action. Een klassieker, die sinds 1925 nog net zo min aan waarde heeft ingeboet als, pakweg, de uitvinding van het toetsenbord.

Kort is niet snel

Over klassiekers gesproken – ‘Iets wat kort is uitgedrukt, is veelal de vrucht van lang nadenken’, schreef de filosoof Nietzsche ruim een eeuw voor de uitvinding van de zoekmachines. Het is een wijdverbreid misverstand dat een korte tekst minder tijd kost dan een lange tekst (een schrijver per woord betalen is dan ook onzinnig). Vaak is het tegendeel waar. Pas als ik voldoende informatie heb verzameld, kan ik tot de kern komen. En om iets kernachtig te verwoorden, moet ik keuzes maken, verbanden expliciteren, schrappen en darlings killen. Kort is niet snel. Althans, als we het over kwaliteit hebben. Dus: graag weinig tekst voor je website, brochure of nieuwsbrief? Laten we daar eens goed voor gaan zitten. 

Lees ook mijn kortste blog ooit:

https://redactieprofs.nl/waarom-tekstschrijvers-hoofdletters-vermijden/

Meer over korte tekst:

Deze 7 schrijftips mag je direct vergeten

Infographics: hoe zet je ze goed in?

Hoe schrijf ik een pakkend bericht voor internet?

Bij een grote productie als een jaarverslag is overzicht houden de grootste uitdaging. Er zijn vaak veel partijen betrokken, ook bij kleinere organisaties. En het langere tijdspad maakt een planning met voldoende speelruimte van belang. Deze handige checklist helpt.

Met onze acht Redactieprofs hebben we heel wat ervaring met het maken van jaarverslagen: we denken mee over thema’s en productie, interviewen sleutelpersonen, schrijven en redigeren teksten. Doe je voordeel met onderstaande checklist. En heb je hulp nodig bij de productie? Dan ben je bij ons natuurlijk aan het juiste adres.

Fase 1: voorbereiding

Start: december

  • begroting maken en budget vaststellen
  • thema’s & aanpak bepalen
  • omvang, oplage/vorm vaststellen op basis van budget en doelen
  • onderwerpkeuze
  • externe partijen inschakelen voor de uitvoering;
  • gegevens verzamelen

Fase 2: in de startblokken

Start: januari

  • thema’s & aanpak bepalen
  • omvang, oplage/vorm vaststellen op basis van budget en doelen
  • onderwerpkeuze
  • externe partijen inschakelen voor de uitvoering

Fase 3: productie

Start: maart

  • tekstproductie
  • gegevens interpreteren en (laten) weergeven in tabellen/grafieken met toelichting
  • overig beeldmateriaal verzamelen en selecteren
  • eindredactie
  • inzage/aanpassingsronde
  • vormgeven & drukken of online gaan (na testfase)

Fase 4: verspreiden/online gaan

Start: mei

  • digitale versie maken (website)
  • aanbiedingsbrief/mail/flyer
  • print: ter inzage op openbare plekken/leestafels
  • persbericht

Fase 5: evalueren en vooruitblikken

Start: oktober

  • evalueren
  • initiëren van het eerstvolgende verslag: nadenken over invalshoek en doelen

Veel succes met het maken van een verzorgd, leesbaar en overtuigend jaarverslag! Vragen? Mail ons even!

Net als jij besteed ik gruwelijk veel tijd aan digitale apparaten. Alleen al op mijn Mac schrijf ik, communiceer ik met klanten, collega’s en vrienden, bestel ik dingen, lees ik nieuws, kijk ik voetbal… Doordat ik zóveel op één apparaat doe, loopt alles door elkaar, raak ik overprikkeld en vind ik het moeilijk om grip te houden op mijn gedachten. 

Natuurlijk zijn er manieren voor om de controle terug te vinden. Lees: The Organized Mind van Deniel Levitin, over hoe je helder blijft denken in dit tijdperk van informatieoverload. Maar er is in ieder geval één truc die ik je van harte kan aanbevelen: keer terug naar papier.  

Schaf een mooi notitieboek aan

Of neem een A3-vel. Of een schetsboek. Met papier aan de keukentafel – zonder digitale distractie – komt er weer lijn in mijn gedachten. Daar laat ik ze de vrije loop, ontstaat flow van een verhaal, maak ik lijstjes voor van alles en ontworstel ik me als ik ben vastgelopen. Daar raak ik gefocust en ben ik creatiever. 

Het toetsenbord voert vervolgens uit wat ik heb bedacht. Maar dan is het echte werk al gedaan.

Deze zomer ben ik onder de naam Cindy Schrijft 5 jaar zelfstandig bezig als tekstschrijver en communicatieadviseur. Nadat ik in totaal 17 jaar bij bureaus werkte. Hoe noem je dat eigenlijk, een vijfjarig jubileum? Blik, hout of plastic, las ik. Dan ga ik voor het hout. Als ik nu eens voor elk ‘houten’ jaar een tip of ervaring deel? Hier komen ze, in willekeurige volgorde.

1. Schrijftip: schrijven is schrappen

Bijna altijd kun je de eerste zinnen die je op papier (scherm) zet, achteraf schrappen. Het zijn de opstart-zinnen, de nadenk-zinnen, de zinnen waarmee je zelf in het verhaal komt. Soms kan zelfs die hele eerste alinea gewoon hoppakee weg! Probeer het maar eens. En lees je teksten als ze voor je gevoel rond zijn, nog één keer kritisch door op woordjes of hele zinnen die weg kunnen. Ik ben op dit moment interviews aan het uitwerken tot verhalen van maximaal 1.000 woorden. Er is steeds zoveel te vertellen! Dus ik zit er in eerste instantie standaard overheen. Het is bijna een sport om ze daarna tóch in te dikken. En ja, de teksten worden er steevast sterker van. Kill your darlings.

2. Interviewtip: live of telefonisch?

Aan heel veel teksten die ik voor opdrachtgevers schrijf, liggen interviews ten grondslag. Nu zou je denken dat een face to face gesprek de voorkeur heeft. Elkaar in de ogen kunnen kijken, de mimiek zien bij bepaalde uitspraken, het informele praatje achteraf waar je vaak ook nog nuttige informatie uit haalt. Het is gewoon een stuk persoonlijker. Dat klopt allemaal! 

Toch wil ik een lans breken voor het telefonische interview. Dus ook geen Skype of Zoom of Teams. Omdat ik telkens weer merk hoe open mensen praten wanneer je ze aan de lijn hebt. Mensen zoeken een rustig plekje op om te bellen, maken het zich comfortabel, hoeven zich niet ‘beter’ voor te doen en praten meer vrijuit is mijn ervaring. Regelmatig spreek ik iemand tijdens een autorit – even los van de standaard werkcontext. Ook fijn: een belletje is vaak flexibeler in te plannen. 

3. Taaltip: die eeuwige d/t-kwestie

‘Houdt anderhalve meter afstand.’ ‘Houdt je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’ Het zijn de twee meest voorkomende d/t-fouten die ik tegenkom in teksten. Het moet zijn: ‘Houd anderhalve meter afstand’ en ‘Houd je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’. Daarom hét ezelsbruggetje voor iedereen die dit lastig vindt: vervang het werkwoord door een ander werkwoord. Je zegt bijvoorbeeld ook: ‘Geef anderhalve meter afstand’, of ‘Geef je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’ Zonder ‘t’ dus. Eigenlijk is het heel simpel…

4. Gesprekstip: de kracht van LSD

Geen LSD-trip maar een LSD-tip in de betekenis van: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. Echt luisteren is een basisvoorwaarde voor elk goed gesprek. Het dóórvragen is een kunst die iedere ervaren tekstschrijver beheerst. De stap daartussen, het samenvatten, zou ik hier eens extra in de kijker willen zetten. Je kunt je afvragen: ‘Is dat niet wat overdreven? Om de woorden van de ander nog eens te gaan herhalen?’ Toch merk ik telkens weer dat mensen het heel erg waarderen. Als interviewer of gespreksleider laat je – samengevat in je eigen woorden – zien dat je echt begrijpt wat de ander zojuist verteld heeft. Je kunt dat een paar keer tijdens het gesprek doen. Helemaal aan het einde vat ik regelmatig de rode draad nog eens samen. Vaak is dat (achteraf) meteen de ruggengraat van mijn tekst. En het leidt vaak tot mooie laatste ingevingen! ‘O ja, wat trouwens nog leuk is om ook te vertellen…’.      

5. Netwerktip: clubjesangst niet nodig

Van mijn 5 jaar zelfstandig ondernemerschap ben ik nu 3 jaar lid van Redactieprofs, netwerk van zelfstandig tekstschrijvers en communicatieprofessionals. Naast mijn Cindy Schrijft-werk voor eigen opdrachtgevers, werken we regelmatig samen. Aan grote klussen bijvoorbeeld, zoals het magazine dat ik samen met Jeroen en Helene maakte. Opdrachtgevers zijn blij dat er altijd een back-up beschikbaar is. Past een bepaalde tekstproductie niet bij mij (of niet in mijn planning), dan heb ik nog zeven collega-profs. We delen kennis en hebben lol tijdens onze samenwerkdagen. Kortom: 1 + 1 = 3 wordt hier wat mij betreft 1 + 7 = 10. Een netwerk moet bij je passen en ik heb er eerst ook goed over nagedacht. Maar heb je eenmaal ‘het juiste clubje’ gevonden, dan levert het veel moois op. 

Op naar 10 jaar Cindy Schrijft, zojuist geleerd: mijn ‘kristallen, stalen, tinnen of rozen’ jubileum. En nog vele mooie jaren bij Redactieprofs. 

Als ik werk, luister ik naar muziek. Toen ik als tekstschrijver begon, kwam ik terecht in een uiterst gezellige studio met collega-tekstschrijvers en ontwerpers. De laatste groep bepaalde meestal wat er werd gedraaid, wat varieerde van Meindert Talma en Eels tot nichebandjes die ik daarna nooit meer heb gehoord. Sindsdien staat de muziek aan. Tijdens het werk kies ik voor repertoire dat ik door en door ken, zoals mijn vergaarbak op Spotify met honderden pop- en rocknummers die ik leuk vind. Om te focussen kies ik nog weleens de Dire Straits. Onacceptabel voor de fijnbesnaarden onder ons, maar vooral Love over Gold meandert zo lekker. Bruce Springsteen, Pixies, Marillion en de onvolprezen Tröckener Kecks helpen me af te blazen.

Klanken maken stofjes aan

Ga je ook echt beter werken door muziek? In dit NRC-artikel las ik dat 8 op de 10 Britse chirurgen opereren met muziek aan. In hetzelfde artikel legt hoogleraar klinische neuropsychologie Erik Scherder uit dat muziek een stimulerend effect tijdens het werk kan hebben: klanken gaan via de oren naar de hersenstam, waar stofjes worden aangemaakt die zorgen voor ‘opwinding’. Die stofjes zetten vervolgens de hersenschors ‘aan’ en dat zou ervoor zorgen dat je beter geconcentreerd kunt werken.

Klassieke muzak

Navraag bij mijn collega-Redactieprofs leert dat ik niet de enige ben die gedijt bij muziek tijdens het schrijven. Collega Jos heeft bij voorkeur Classic FM opstaan, zeker als hij zich moet concentreren. “Klassieke muzak”, noemt hij het: “Ik hoor het nauwelijks, maar voel me er prettig bij. Enige puntje is dat regelmatig Intermezzo van Cavalleria Rusticana (Pietro Mascagni) langskomt. Dat stond op bij de crematie van mijn vader. Dan voel ik me even wat ongemakkelijk. Soms zet ik een YouTube-video aan met vogelgeluiden en stromende bergbeken. Ook heel rustgevend. Ik had ooit een leraar die op de korte golf een Russisch radiostation opzocht. Dan had hij wel geluid en stemmen, maar omdat hij ze toch niet verstond, werd hij er niet door afgeleid.”

“Ik hoor het nauwelijks, maar ik voel me er prettig bij”

Piano op de achtergrond

Cindy zweert bij pianomuziek als katalysator. “Ik luister graag naar de playlist Piano in the background. Op een flexplek met anderen om me heen heb ik regelmatig een noise-cancelling koptelefoon op, soms met die playlist, soms met ’stilte’. Maar ik kan ook prima werken met het gesmoes en getik van de anderen om me heen.”

Als klassiek suf maakt: Buckethead

Tom schrijft altijd met muziek aan. Voorspelbaar werk, liefst zonder tekst: “’s Ochtends begin ik bijna altijd met easy listening, zoals Vivaldi of Chopin. Vaak begin ik met deze, dan weten m’n hersens gelijk dat ze aan de slag moeten. Voor minder complex werk luister ik daarna eigenlijk van alles, waar ik maar zin in heb. Maar als ik me later op de dag nog echt moet concentreren, maar iets te suf ben van de klassieke muziek, dan zet ik bijvoorbeeld Buckethead op. Dat is een vent met een KFC-emmer op zijn hoofd, die fantastische gitaarmuziek maakt. Het is even rustig en voorspelbaar als klassiek, ook omdat ik het al door en door ken, maar heeft toch wat meer pit.”

De magie van de afspeellijst

Sasja typt meestal in stilte, zegt ze. “Maar soms vind ik het té stil en zet ik een muziekje op. Dat doe ik bij de wat monotonere klussen zoals een laatste correctieronde of de kwartaalboekhouding. En vaker in de winter als het donker en nat is buiten. In de zomer loop ik vaker even tussendoor de tuin in.”

De afspeellijsten van Spotify vindt ze een van de mooiste uitvindingen van onze tijd: “Magisch gewoon; je typt iets in als ‘A walk alone’ en je krijgt urenlang muziek van muzikanten die ik anders nooit zou hebben gevonden. En platen omdraaien of een nieuwe cd opzetten, daar denk ik tijdens mijn werk helemaal niet aan. En anders trouwens ook niet. ‘Wat leven we toch in een mooie tijd’, denk ik dan als ik zo lekker zit te luisteren en te werken. Dat wil zeggen: er is heus veel mis in de wereld maar in de beslotenheid van mijn werkkamer is er dan ook veel moois.”

“Muziek is voor na het werk. Lekker even knallen met Pearl Jam tijdens het uitruimen van de vaatwasser.”

Stilte, en zeker geen radio met jingles

Voor onze punkrocker Marleen geen muziek tijdens het schrijven: “Dan heb ik stilte nodig. Alleen de wisselwerking tussen mijn denken en het scherm, dat werkt voor mij het beste. En zeker geen radio, met stemmen en jingles en reclame. De periodes dat ik interim in kantoortuinen aan de slag ben, zet ik soms wel muziek op. Maar dan alleen om me af te sluiten van de gesprekken om me heen. Oortelefoontjes in, mijn eigen playlists opzoeken. Of, beter nog, de mooiste vorm van witte ruis: natuurgeluiden. Regen of stromend water werkt heel goed, dat filtert alle andere geluiden weg. Het verzacht zelfs verbouwingsherrie. Muziek is voor na het werk. Lekker even knallen met Pearl Jam tijdens het uitruimen van de vaatwasser.”

Wel een wasmachine die draait

Ook Theanne wil van geen muziek weten: “Muisstil moet het zijn hier. Ik erger me al kapot aan de grasmaaier van de buren. Ik heb het nooit begrepen dat iemand kan werken met muziek aan. Dan is mijn aandacht in elk geval zwaar verdeeld. Word ik gek van. Op dit moment draait de wasmachine. Dat vind ik dan wel weer een fijn geluid, omdat ik dan denk: sjonge, lekker dat die was weer gedaan wordt, zonder dat ik daar iets voor hoef te doen.”

Haar zoon luisterde laatst naar ASMR. “Ken je dat? Echt eng. Van die huishoudgeluiden waar je dan van zou ontspannen.”

Regelmatig leggen we een opdrachtgever vijf vragen voor over het communicatievak en zijn of haar persoonlijke kijk daarop. Nieuwsgierig als we zijn, interviewen we ook elkáár. Deze keer: vijf vragen van Redactieprof Cindy aan collega Theanne.

Theanne is de bladenmaker in ons team. Ze bedenkt bladformules, begeleidt het hele proces en schrijft zelf ook regelmatig voor bladen. Daarnaast stort ze zich op complete boeken. ‘Ik houd wel van grote klussen waar ik zo een maand of langer mee bezig ben.’ Onlangs schreef ze een boek samen met Samuel Lee, de Theoloog des Vaderlands 2020, en op dit moment werkt ze samen met een illustrator aan een kinderboek over de zorg voor natuur en milieu: Kleur je wereld groen.

Welk communicatieboek zou jij vakgenoten aanraden?

‘Dan denk ik in eerste instantie meteen aan de ouderwetse Jan Renkema, nog steeds een autoriteit wat mij betreft, en zijn Schrijfwijzer en Redactiewijzer. Fijne naslagwerken. Het lingeriedenken van Rob van Vuure is ook een boek waar ik regelmatig in blader, en dan vooral om ideeën op te doen voor bladen. Verder haal ik veel inspiratie uit Dit is een goede gids (ondertitel: voor een duurzame lifestyle), van Marieke Eyskoot. Elke tekstschrijver heeft denk ik wel een favoriet onderwerp om over te schrijven. Bij mij is dat duurzaamheid, natuur en milieu.’ 

Met welke tekst was of ben je heel blij, en waarom?

‘Ik moest een dubbelinterview doen voor het blad van de ChristenUnie over mensenhandel. Dat vind ik altijd best een uitdaging. Twee mensen tegelijk spreken, in dit geval over een groot thema… Ik moest terugdenken aan de cursus ‘Interviewen voor gevorderden’ die ik ooit volgde. Daar leerde ik om een groot thema terug te brengen naar concrete gebeurtenissen en daar de beelden weer bij op te roepen. De emoties komen dan vanzelf en dat gebeurde ook. Het werd een diep gesprek met veel emotie erin. Bij het uitwerken van het verhaal vond ik het heel belangrijk dat de lezer dat zou vóelen, alsof je erbij was. Dat is goed gelukt, kreeg ik ook van anderen terug en daar ben ik nog steeds blij mee.’

Wat is jouw (levens)motto?

‘Maak je geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen heeft genoeg aan zichzelf. Voor mij tegelijk een motto en een uitdaging! Ik kan nogal piekeren, ‘had ik maar’ of ‘wat als’. Dan zit je dus in het verleden of in de toekomst. Hoe mooi is het om in het hier en nu te blijven en erop te vertrouwen dat er wel voor je gezorgd wordt. Vertaald naar mijn werk; ik kan er wel eens onzeker over worden hoe lang ik dit nog kan blijven doen. Zeker nu ik de 50 gepasseerd ben en er continu nieuwe, jonge tekstschrijvers opstaan. Ook al is daar op dit moment totaal geen reden toe en weten opdrachtgevers mij voor zowel bladen als boeken goed te vinden. Zo’n motto kan dan voor wat geruststelling zorgen.’

Wat doe je om je vak bij te houden?

‘Drie dingen. Eén: ik houd de inhoud bij van de onderwerpen waar ik veel over schrijf – ik lees veel over duurzaamheid, milieu en ontwikkelingssamenwerking. Twee: Ik lees veel literatuur. Literaire schrijvers hebben een enorme woordenschat en beheersen de Nederlandse taal tot in de puntjes. Hoe zij emoties onder woorden kunnen brengen, dat is een kunst. Door goede boeken te lezen, houd ik mijn eigen taalbeheersing op peil. Op dit moment lees ik Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Drie: ik kijk veel tijdschriften in, en dan vooral de tijdschriften die het heel goed doen zoals de Linda en de Happinez. Waarom zijn deze nou zo populair? Ik moet zeggen dat ik het ook snel zie wanneer een tijdschrift het níet gaat redden.’

‘En ik ben natuurlijk niet voor niets lid van Redactieprofs! De onderlinge kennisdeling is heel waardevol.’ 

Als ik morgen geen schrijver meer zou zijn, zou ik…

‘…wel retraites voor vrouwen willen organiseren. Wij wonen heel landelijk in Zeeland. Ik zie een groep vrouwen voor me die in deze prachtige omgeving tot rust komt en die ik schrijfopdrachten geef. Schrijf je levensverhaal, bijvoorbeeld, of zet je droom op papier, of een brief aan iemand over iets waar je al te lang mee rondloopt. We eten samen de heerlijkste producten van het land. En we wandelen naar het eeuwenoude kerkje in ons dorp voor een stiltemeditatie.’ Lachend: ‘Een mooi beeld hè, maar wat me weerhoudt is de hele organisatie en marketing eromheen! Maar je weet maar nooit. Tien jaar geleden had ik ook niet gedacht dat ik nu een kinderboek zou schrijven.’  

Ben jij verantwoordelijk voor de content in jouw bedrijf? Hik je aan tegen het schrijven en wil je goed voor de dag komen? Redactieprofs schrijven nieuwe teksten voor je, redigeren bestaande teksten óf helpen je om zelf te schrijven.

Anno 2020 is de waarde van goede tekst (en dus ook van een tekstschrijver) groter dan ooit. Of je het nu content noemt of gewoon tekst met illustraties of webpagina’s of social media-berichten of…. Zelf werk ik dit jaar precies 25 jaar als tekstschrijver voor diverse bedrijven. En niet de minste. Tel je daar de ervaring van mijn Redactieprof-collega’s bij op, dan kom je uit op honderden jaren ervaring. Wat werkt voor jou: laat je je teksten door ons schrijven of leer je ze liever zelf schrijven? Ook daar helpen we je graag bij.

“Tekstschrijven? Maar dat leert toch iedereen op de lagere school al?” Die reactie kreeg ik (dit is echt waar), toen ik begon als tekstschrijver. Ondanks die verbaasde reactie hier en daar kon ik al snel goed leven van mijn toetsenbord. Goede tekstschrijvers bleken én blijken dun gezaaid en veel bedrijven besteden het schrijven maar al te graag uit. Daar is in die 25 jaar dat ik dit mooie vak uitoefen niets aan veranderd.

Wij Redactieprofs krijgen al tientallen jaren tonnen vertrouwen in de vorm van opdrachten van onze opdrachtgevers. Ook in deze tijd van de ‘beeldcultuur’ schrijven en redigeren wij gewoon door. Foto’s, tekeningen, grafieken, ja! Woorden? Niet te veel graag. Kort is de trend. Kort, korter, kortst. Met vééél beeld. Gelukkig blijkt dat al dat beeld niet zonder goede woorden kan.

Content zijn we samen

Jaren geleden kwam, in het kielzog van de digitale ontwikkeling, het woord content in zwang. Althans, het kreeg een nieuwe betekenis. Mijn oma zei vroeger dat ze content was aan het einde van een hele fijne dag… Maar nu werd content opeens: inhoud, digitale inhoud meestal. Tekst en beeld op een webpagina, posts op social media. En opeens deed ook tekst weer mee! Misschien kwam het wel door het woord Content Management Systeem (CMS) dat toch de indruk werkt dat content echt belangrijk is. Immers: je moet het managen!

Hoe het ook zij, opeens kreeg content weer een wat ons betreft meer dan verdiende hoofdrol. Ontwerper en schrijver werken samen. De woorden hebben waarde en die waarde wordt versterkt door passend beeld. Andersom hebben mooie foto’s en illustraties waarde, die flink vermeerdert met een goed stukje tekst.

Beelddeflatie
De vloedgolf aan foto’s die onze wereld heeft overspoeld heeft geleid tot beelddeflatie. Scrollers móeten wel selecteren om niet gek te worden. En een goed stukje tekst helpt daarbij. De juiste # geeft richting, maakt het makkelijker om te zoeken en selecteren. En wat blijkt: aan een fijne tekst, to the point, vlot geschreven en verhelderend, heb je in deze tijd daarom vaak meer dan aan 1.000 foto’s!

Tekst is kortom van blijvende waarde. Of het nu gaat om de speeches van Obama, het voorwoord van de voorzitter van de Raad van Bestuur, een ontroerend interview met de magazijnmedewerker of een persbericht. De tekstschrijver luistert, stelt de juiste vragen en produceert dag in dag uit creatieve content waar anderen alleen van dromen. Zo maken wij bedrijven – en dus mensen – zichtbaar.

Door jou of door ons?

*Wil je de teksten voor jouw bedrijf door ons laten schrijven? Bel even, we helpen je graag.

*Leer je liever zelf de kneepjes van het vak van een ervaren tekstschrijver? We maken schrijf- en redactietrainingen op maat. Mail of bel even.