Redactieprofs | Taalkwesties
166
archive,category,category-taalkwesties,category-166,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.6.0,vc_responsive

Wist je dat op Mark Rutte’s rapporten vroeger stond dat hij ‘andere kinderen afleidde’? Dat Jesse Klaver heel verlegen was voordat hij een podiumtijger werd? En dat Geert Wilders niks in zijn haar doet, behalve bleek? Ik niet, totdat ik afgelopen woensdag – de avond na het stemmen – op verzoek van mijn zoons de NOS Jeugdjournaal ‘Verkiezingen’-special terugkeek. Geweldig! De lijsttrekkers van de zes grootste partijen vertelden kinderen in de studio op speelse wijze over hun standpunten. Weet je wat mij nog het meest opviel? Hoe ze praatten en zich gedroegen. Menselijk, duidelijk en zelfs grappig. Wát een verademing!

Het begon meteen goed

Daar zaten ze. Wopke, Jesse, Sigrid, Geert, Lilian en Mark. Tsja, het zijn ook maar gewoon mensen, dus ik noem ze even bij hun voornaam. Mooi op een rijtje met transparante schermen tussen hen in. Het begon al meteen goed met kinderfoto’s van de zes lijsttrekkers. Wopke buiten op een tractor (‘ik hield van voetballen en veel buiten zijn’), Jesse verlegen de camera in kijkend (nog geen krullen), Sigrid met een ondeugende blik (‘toen al’), Geert, een schattig blond manneke (‘ook ik was ooit braaf’), Lilian, een vrolijke meid (niks veranderd) en een jonge Mark die voor zich uitstaarde. Hahaha, iedereen lachen om en met elkaar – de toon was gezet!

Hot news

Presentatoren Joris en Milou maakten er een ontspannen uitzending van. Waar nodig wezen ze de lijsttrekkers op lichtvoetige manier op een aandachtspuntje: ‘Wat bedoel je daar precies mee?’ of lachend: ‘Maak nou eens een keuze!’. De lijsttrekkers mochten een korte spreekbeurt houden, staken ja/nee-bordjes op bij stellingen, kregen eens/oneens-spandoeken, deden in duo’s een lollige quiz (Lilian en Mark; ‘Alsof je Feyenoord en Ajax samen laat spelen!’) en beantwoordden vragen van de kinderen. We leerden dat Geerts grootste angst is dat hij dierbaren verliest, Lilian is geen ochtendmens, Mark en Jesse praten altijd door anderen heen in de Kamer, Sigrid spreekt zes talen en Wopke is een sportman. 

Het. Is. Mogelijk. 

Het allermooist vond ik hoe duidelijk de lijsttrekkers spraken en hoe menselijk ze zich gedroegen. Ze gebruikten heldere taal, niveau groep acht zodat de kinderen in de studio het begrepen. Ze waren vriendelijk naar de kinderen én naar elkaar toe. Er was veel lol onderling: knipoogje hier, box daar (op het transparante tussenscherm natuurlijk). Het. Is. Dus. Mogelijk! Ik vond het een feestje. 

Vriendelijke én duidelijke taal lezen of schrijven, volgens mij wil iedereen dat wel. Mis je vaardigheden, tijd of kennis? Redactieprofs staan klaar! 

Gratis webinar van een uurtje!

Denk jij bij ‘eenvoudige taal’ meteen aan B1? Op donderdag 1 april is er van 10:00 – 11:00 uur een gratis webinar over de zin en onzin van B1. Een evenement van de Direct Duidelijk Tour. Zo’n initiatief kan ik alleen maar steunen. Bij deze! 

Redactieprof Cindy studeerde (lang geleden) af bij prof. dr. Carel Jansen, taal- en communicatiewetenschapper en een van de gasten tijdens het webinar. Zij is nog steeds groot fan van hem. 

Ik ben niet zo van de hij/zij. Vooral omdat ik het zo ‘lelijk’ vind staan. En omdat ik ervan uitga dat iedereen (m/v) toch wel weet dat het om mannen én vrouwen gaat. Mis! Genderneutraal taalgebruik schiet zijn doel voorbij als er alleen mannelijke voornaamwoorden worden gebruikt, bewijst psycholinguïst Theresa Redl. Redactieprofs geven genderneutrale alternatieven (die ik vanaf nu ook ga toepassen).

Genderneutraal taalgebruik
Theresa Redl van de Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen onderzocht of lezers snappen dat zinnen zoals ‘Wat kost een student? En wat levert hij op?’ genderneutraal moeten worden opgevat. Want we vinden dominantie van mannen ook in taal steeds minder wenselijk. Zo gaf het Europees Parlement in 2018 een richtsnoer uit voor genderneutraal taalgebruik omdat het genderstereotypering vermindert, sociale verandering teweegbrengt en voor meer gendergelijkheid zorgt.

Mannelijke voornaamwoorden ook voor vrouwen
Redl onderzocht voor haar promotie de werking van die richtlijnen. Ze wilde weten hoe snel lezers het begrijpen als met mannelijke voornaamwoorden zowel mannen als vrouwen worden aangeduid. Bij proeven volgde een camera de oogbewegingen van de lezer. Vooral de mannen haperden bij het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord ‘zijn’ voor vrouwen. Vrouwen hebben volgens het onderzoek geen aantoonbare moeite met ‘zijn’. Redl vermoedt dat meisjes al vroeg gedwongen worden daar een neutrale betekenis aan te geven: anders gaan teksten namelijk nooit over hen.

Iedereen en mensen
Bij gebruik van het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’ (zoals in de zin ‘Als een leerling honger heeft, kan hij naar de eetzaal’) kostte het zowel mannen als vrouwen meer moeite te begrijpen dat de zin zowel op mannen als op vrouwen kan slaan. Redls onderzoek bewijst dat ‘hij’ en ‘zijn’ niet als neutraal, maar vooral als mannelijk worden opgevat. Door dergelijk mannelijk taalgebruik als vanzelfsprekend te beschouwen, sluit je iedereen uit, behalve mannen. En dat willen we niet (meer).
Ik ben overtuigd en zet mijn argument van ‘mooi’ of ‘lelijk’ overboord. Want meisjes en vrouwen tellen en doen mee (Bron: de Volkskrant).

Hieronder neutrale oplossingen van Redactieprofs:
Jos vindt, net als schrijfster dezes, hij/zij in teksten stom. Ook daarom volgt hij de formele regel: “Mannelijke woorden zijn ‘hij’, vrouwelijke zijn ‘zij’. De lezer is mannelijk, dus gebruik ik ‘hij’. Taalregels gaan hierbij voor mij boven politieke correctheid. Vaak probeer ik het wel te omzeilen door het onderwerp in meervoud te zetten.”

Marleen en Jeroen vertonen vermijdgedrag door te kiezen voor de meervoudsvorm. Dat leest sowieso prettiger dan drie keer in een zin hij/zij en zijn/haar te moeten gebruiken. Jeroen: “Ik heb nu geen moeite meer met hij/zij. Maar dan liefst wel hij of zij (of zij of hij?) en niet zo’n lelijke /-teken.”

Marleen is zich hyperbewust van de (non-)sekse; ze redigeert momenteel teksten voor transgenders. “Daarin worden veel medische beroepen genoemd, met genderneutrale benamingen als chirurg en arts. Ik verwijs dan zo weinig mogelijk met ‘hij/zij’; ik vermijd verwijzingen waar het kan en anders gebruik ik deze/die. Bijvoorbeeld: “U overlegt daarover met de arts. Die geeft u ook het recept mee.”  Soms vindt Marleen het leuk om te spelen met onbewuste aannames, zoals: de chirurg is een meneer, tenzij wordt benadrukt dat zij een vrouw is. Zo denken we nog steeds, merk ik altijd weer als ik iets vertel over mijn tandarts of mijn makelaar.”

Tom worstelt met genderneutraal schrijven in vacatureteksten. “Een stagiair is een man en een stagiaire een vrouw. Dus ik gebruik stagiair(e) of vermijd het door abstracter te spreken over een ‘stageplaats’. Daartegenover heb ik het idee dat spreken van een administratief medewerkster of een schrijfster ouderwets is, medewerker of schrijver is inmiddels gewoon unisex. Het verschilt dus nog heel erg per functie of er al een ingeburgerde genderneutrale variant is. Het scheelt wel dat discrimineren op geslacht niet meer mag in vacatures, dus kiezen tussen man of vrouw is in het algemeen niet aan de orde.”

Over de vacature voor de monteur/montrice schreef ik al eerder een blog.

Hulp nodig met het ontseksen van tekst? Vraag een Redactieprof!

Deze zomer ben ik onder de naam Cindy Schrijft 5 jaar zelfstandig bezig als tekstschrijver en communicatieadviseur. Nadat ik in totaal 17 jaar bij bureaus werkte. Hoe noem je dat eigenlijk, een vijfjarig jubileum? Blik, hout of plastic, las ik. Dan ga ik voor het hout. Als ik nu eens voor elk ‘houten’ jaar een tip of ervaring deel? Hier komen ze, in willekeurige volgorde.

1. Schrijftip: schrijven is schrappen

Bijna altijd kun je de eerste zinnen die je op papier (scherm) zet, achteraf schrappen. Het zijn de opstart-zinnen, de nadenk-zinnen, de zinnen waarmee je zelf in het verhaal komt. Soms kan zelfs die hele eerste alinea gewoon hoppakee weg! Probeer het maar eens. En lees je teksten als ze voor je gevoel rond zijn, nog één keer kritisch door op woordjes of hele zinnen die weg kunnen. Ik ben op dit moment interviews aan het uitwerken tot verhalen van maximaal 1.000 woorden. Er is steeds zoveel te vertellen! Dus ik zit er in eerste instantie standaard overheen. Het is bijna een sport om ze daarna tóch in te dikken. En ja, de teksten worden er steevast sterker van. Kill your darlings.

2. Interviewtip: live of telefonisch?

Aan heel veel teksten die ik voor opdrachtgevers schrijf, liggen interviews ten grondslag. Nu zou je denken dat een face to face gesprek de voorkeur heeft. Elkaar in de ogen kunnen kijken, de mimiek zien bij bepaalde uitspraken, het informele praatje achteraf waar je vaak ook nog nuttige informatie uit haalt. Het is gewoon een stuk persoonlijker. Dat klopt allemaal! 

Toch wil ik een lans breken voor het telefonische interview. Dus ook geen Skype of Zoom of Teams. Omdat ik telkens weer merk hoe open mensen praten wanneer je ze aan de lijn hebt. Mensen zoeken een rustig plekje op om te bellen, maken het zich comfortabel, hoeven zich niet ‘beter’ voor te doen en praten meer vrijuit is mijn ervaring. Regelmatig spreek ik iemand tijdens een autorit – even los van de standaard werkcontext. Ook fijn: een belletje is vaak flexibeler in te plannen. 

3. Taaltip: die eeuwige d/t-kwestie

‘Houdt anderhalve meter afstand.’ ‘Houdt je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’ Het zijn de twee meest voorkomende d/t-fouten die ik tegenkom in teksten. Het moet zijn: ‘Houd anderhalve meter afstand’ en ‘Houd je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’. Daarom hét ezelsbruggetje voor iedereen die dit lastig vindt: vervang het werkwoord door een ander werkwoord. Je zegt bijvoorbeeld ook: ‘Geef anderhalve meter afstand’, of ‘Geef je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’ Zonder ‘t’ dus. Eigenlijk is het heel simpel…

4. Gesprekstip: de kracht van LSD

Geen LSD-trip maar een LSD-tip in de betekenis van: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. Echt luisteren is een basisvoorwaarde voor elk goed gesprek. Het dóórvragen is een kunst die iedere ervaren tekstschrijver beheerst. De stap daartussen, het samenvatten, zou ik hier eens extra in de kijker willen zetten. Je kunt je afvragen: ‘Is dat niet wat overdreven? Om de woorden van de ander nog eens te gaan herhalen?’ Toch merk ik telkens weer dat mensen het heel erg waarderen. Als interviewer of gespreksleider laat je – samengevat in je eigen woorden – zien dat je echt begrijpt wat de ander zojuist verteld heeft. Je kunt dat een paar keer tijdens het gesprek doen. Helemaal aan het einde vat ik regelmatig de rode draad nog eens samen. Vaak is dat (achteraf) meteen de ruggengraat van mijn tekst. En het leidt vaak tot mooie laatste ingevingen! ‘O ja, wat trouwens nog leuk is om ook te vertellen…’.      

5. Netwerktip: clubjesangst niet nodig

Van mijn 5 jaar zelfstandig ondernemerschap ben ik nu 3 jaar lid van Redactieprofs, netwerk van zelfstandig tekstschrijvers en communicatieprofessionals. Naast mijn Cindy Schrijft-werk voor eigen opdrachtgevers, werken we regelmatig samen. Aan grote klussen bijvoorbeeld, zoals het magazine dat ik samen met Jeroen en Helene maakte. Opdrachtgevers zijn blij dat er altijd een back-up beschikbaar is. Past een bepaalde tekstproductie niet bij mij (of niet in mijn planning), dan heb ik nog zeven collega-profs. We delen kennis en hebben lol tijdens onze samenwerkdagen. Kortom: 1 + 1 = 3 wordt hier wat mij betreft 1 + 7 = 10. Een netwerk moet bij je passen en ik heb er eerst ook goed over nagedacht. Maar heb je eenmaal ‘het juiste clubje’ gevonden, dan levert het veel moois op. 

Op naar 10 jaar Cindy Schrijft, zojuist geleerd: mijn ‘kristallen, stalen, tinnen of rozen’ jubileum. En nog vele mooie jaren bij Redactieprofs. 

Dit blog is toekomstgericht. Het is nu november, maar we gaan direct door naar december. Sinterklaas slaan we over, met al dat zwartepietendiscussiegedoe, en hup direct doorrrrrrrrr naar Kerstmis. Met hoofdletter K. Die hoofdletters zorgen voor hoofdbrekens. Krijg je een Kerstcadeau met Kerstmis, of ga je gezellig naar een kerstborrel op tweede kerstdag?

Groene boekje, Witte Boekje

Ik zal uitleggen hoe het zit met die hoofdletters. Maar eerst moet je iets anders weten. Taalgekken zoals ik zoeken vaak woorden op om zeker te zijn van de correcte spelling. Daarvoor gebruik ik Het Groene Boekje, de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal (met zes hoofdletters, mind you). Dat verscheen in 2005, bij de meest recente spellingsherziening. Toen waren veel mensen zo verontwaardigd over de nieuwe regels, dat ze besloten die niet of niet allemaal te volgen. Zo ontstond het Witte Boekje, de alternatieve spelling. De opvolger daarvan heet Spellingwijzer Onze Taal.

Als tekstschrijvers verplichten we ons te schrijven volgens de geldende spellingregels van het Groene Boekje. Daarin staat over hoofdletters: namen van officiële feestdagen schrijven we met een hoofdletter (regel 16.L op pagina 105). Dus: Bevrijdingsdag, Suikerfeest, Chanoeka, Pasen en Pinksteren (nooit op één dag), en dus ook: Kerstmis.

Maar de samenstellingen met die woorden schrijf je met een kleine letter: kerstcadeau, kerstwens, kerstdag. Dus Kerstmis bestaat uit kerstavond, eerste kerstdag en tweede kerstdag (het Groene Boekje is hier strenger dan het Witte Boekje, daarin zijn Eerste Kerstdag en Tweede Kerstdag ook goed). Tijdens Kerstmis vieren we het kerstfeest en zingen we kerstliedjes. Wie geluk heeft, krijgt een kerstcadeau. Van wie? Van de Kerstman! Want Kerstman is de eigennaam van een uniek persoon, net als Sinterklaas. En namen schrijf je met een hoofdletter.

Speciaal geval: de voorgedrukte kerstkaart

Straks maken we massaal gebruik van de voorgedrukte kerstkaart. Heb je daar wel eens goed naar gekeken? Alle variaties komen voorbij:

Prettige Kerstdagen en een Gelukkig Nieuwjaar (2 fouten)

prettige kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar (1 fout)

Prettige Kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar (2 fouten)

Prettige kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar (0 fout)

Dit alles volgens de regels van Het Groene Boekje. Onze Taal denkt er anders over. Hoe dan ook, je moet maar zo denken: toch goed bedoeld, zo’n kaart. Word je zelf depressief van de hoofdletters? Dan is er nog altijd gelegenheid genoeg jezelf een stuk in de kraag te drinken bij het sinterklaasfeest, de kerstborrel, tijdens oudjaarsavond. Of met Nieuwjaar bij de nieuwjaarsreceptie.

Santé en proost!  En alvast een fijne kerst en een foutloos 2020 gewenst!

Met je zakelijke e-mails wil je efficiënt, klantvriendelijk, beleefd en professioneel overkomen. Hoe? Ga back to the basics met deze 7 tips voor goede zakelijke mails.

Eerst even een anekdote die ik ooit ergens las. Tijdens een buitenlands congres zetten eens een man en een vrouw, beiden getrouwd (maar niet met elkaar), flink de bloemetjes buiten. Toen het congres was afgelopen en iedereen weer thuis was, stuurde de vrouw haar geheime lover nog een mailtje. Waarin ze, haar hoofd nog vol van de romantische belevenissen, verslag deed van de fantastische avond en de spannende nacht. Inclusief alle kinky details. Ze verstuurde de mail als antwoord op een eerder mailbericht uit de congresmailgroep. Handig hoor, met één muisklik ….en de reply-allknop. Oepsie!

Nou, uitkijken dus als je zakelijk mailt. Doe je voordeel met deze 7 tips voor tiptop verzorgde zakelijke e-mails.

 1          Geachte, Beste of Hallo?
Een zakelijke mail is hetzelfde als een zakelijke brief.
Begin zakelijke mails dus met: Geachte mevrouw, of: Geachte heer De Vries. Beste Jan of Dag Ingrid mag ook, als je de ontvanger goed kent en tutoyeert.
Beter niet: Hallo Piet (te plat en te informeel) of Beste mevr. Jansen (afkortingen in de aanhef, daarmee laat je zien dat je de lezer niet serieus neemt, want je doet weinig moeite). 

2          Groetjes!?
Onderteken je mail (net als een brief) met: Met vriendelijke groet of Met vriendelijke groeten. Met hartelijke groeten kan ook. Zet je contactgegevens eronder (maar geen ellenlange bedrijfsboodschap, nergens voor nodig).
Beter niet: Groetjes (te informeel), M vr gr of gr. Gn fkrtngn! Zie tip 1 laatste zin. Zelf denk ik altijd als iemand Gr schrijft: ben je boos?

3        Gebruik de onderwerpregel. Schrijf hierin kort en krachtig waar de mail over gaat. Gebruik je een oude mail bij een nieuw onderwerp? Vergeet niet de onderwerpregel aan te passen. Anders loop je het risico dat mensen de mail niet eens openen.

4          Pas op met reply all en bcc. Bij reply all laat je iedereen weten wat je antwoordt, meestal is dat alleen maar lastig voor de anderen. Bcc (blind carbon copy) kan leiden tot verdeel-en-heerspolitiek en het draagt niet bij aan openheid of een transparante bedrijfscultuur.

5          Check de mail ALTIJD vóór je hem verzendt. Is de boodschap duidelijk? Niks vergeten? Spelling en formulering in orde? De juiste geadresseerden geselecteerd?

 6         Mail nooit als je geïrriteerd of boos bent. Een geschreven tekst kan veel botter, harder of vervelender overkomen dan een gesproken tekst. Boze mails maken de zaak vaak erger dan hij is. Gebruik zakelijke mail voor informatie, vragen stellen, bevestigen van een afspraak, als begeleidende tekst bij een bijlage, etc. Gaat het om slecht nieuws of gevoelige informatie? Dan kun je beter bellen of kiezen voor een face-to-facegesprek.

7         Schoon op die sliert. Het komt rommelig over als de hele eerdere correspondentie als een lange sliert onderaan je bericht hangt. Weg ermee.

Spelling. Geen sexy onderwerp en het vormt ook niet de kern van het vak van tekstschrijver. Toch gaat Redactieprof Marleen vandaag in op de punten en komma’s.

Het grootste misverstand over mijn vakgebied? Dat ik me als tekstschrijver vooral bezig houd met d/t’s, punten en komma’s: spellingkwesties en aanverwanten. Welnee! Dat is geen vak, dat is een vaardigheid. Niet erg sexy – en tóch ga ik het vandaag eens over die punten en komma’s hebben. 

Kommaneuker. Ik vind het een bizar woord, maar eerlijk is eerlijk: het kommaneuker-zijn is één van de aspecten van mijn werk. Correcte spelling is een voorwaarde waaraan mijn werk moet voldoen. Dat is niets bijzonders, want dat geldt wel voor meer beroepen – op het secretariaat of voor de klas hoort het er immers ook bij. 

Voor tekstschrijvers zit het onderscheidende vakmanschap in andere aspecten, zoals de argumentatie, de tekststructuur, de aantrekkelijkheid en het doel van de tekstproductie. Daarbij komen vaardigheden als analytisch denken en kennis over bijvoorbeeld retorica, mentale processen (hoe leren en onthouden lezers?) en psychologische processen (hoe laten lezers zich beïnvloeden?) goed van pas.

Punten en komma’s: waar gaat het vaak mis?

Maar over zulke processen ga ik het vandaag niet hebben. Het is hoogzomer, het is tijd om zo veel mogelijk buiten te spelen, dus we houden het simpel: punten, komma’s, dubbele punten en puntkomma’s. Waar gaat het vaak mis en hoe gebruik je ze correct? 

Punt en komma

Veel mensen vinden het gebruik van punten en komma’s in citaten verwarrend. Collega Jos sneed het even al aan in zijn blog over aanhalingstekens: de punt hoort wél in het citaat, maar de komma niet. Dus:

“Ik ga vandaag naar het strand”, zei hij.

Hij zei: “Ik ga vandaag naar het strand.” 

Komma, en?

Veelgemaakte opmerking in redigeerkantlijnen: ‘je mag geen komma zetten voor het woord ‘en’. Misverstand! Typisch geval van ‘vage schrijftip tot wet verheffen’. 

Een komma voor ‘en’ kan juist heel functioneel zijn. Kijk maar:

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Bij het lezen van die zin blijf je even haken in het midden. Dat los je op met een komma, want dan zie je in een oogopslag dat IJmuiden en Scheveningen niet bij elkaar horen in deze vergelijking: 

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden, en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Toch kun je ook gerust een komma voor ‘en’ zetten als er geen sprake is van betekenisverschil. Gewoon, omdat je even een adempauze wilt in een zin.

(Overigens: mijn opmerking dat de ogen van lezers blijven haken op onduidelijke passages, kun je letterlijk nemen. Taalbeheersers hebben veel onderzoek gedaan naar leesbaarheid door de oogbewegingen van lezers met een camera te registreren.)

Puntkomma versus dubbele punt

De puntkomma en de dubbele punt worden nogal eens door elkaar gebruikt. Toch is er een functioneel verschil:

  • de puntkomma kun je zien als een soort eerstegraads-familielid van de punt. Twee zinnen die samen een goed stelletje vormen, kun je zichtbaar aan elkaar verbinden door de punt te vervangen door puntkomma. Een toepasselijk voorbeeld daarvan vond ik bij Onze Taal: We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig.
  • de dubbele punt geeft aan dat het tweede deel van de zin uitleg geeft over het eerste deel. Er is bijvoorbeeld een oorzakelijk verband, of een deel-geheel-relatie: Een mooie zomer heeft ook zo z’n nadelen: de bodem droogt uit, dijken kunnen verzakken en oogsten kunnen mislukken.

Vind je dit ‘kommaneuken’? Dat is het misschien ook, maar vergeet niet: jouw lezers hebben echt nog wel meer te doen dan het aandachtig lezen van jouw tekst. Agenda’s zijn vol en afleidingen zijn talrijk. Dus maak het je lezers gemakkelijk en voorzie ze van teksten die lekker vlot weglezen. Dat vergroot meteen de kans dat de boodschap blijft hangen.

Maar wat die seks met komma’s betreft: ik ga liever weer gewoon ouderwets muggenziften.

Meer weten over spelling? Lees ook deze blogs: 

Aaneenschrijven, koppelteken of los?

Gedachtes bij een foute apostrof

Het SEO-probleem: goed zoeken, maar ook goed spellen

Hun of hen – voor haarklovers en muggenzifters

In ons taaltje gebruiken we vaak verkleinwoordjes. Daarmee maken we alles wat we zeggen een beetje gezelliger, vriendelijker en schattiger. En kom je oorspronkelijk niet uit ons landje, dan is het ook nog een stukje makkelijker. Want verkleinwoordjes hebben altijd ‘het’ en nooit ‘de’ als lidwoordje. Eitje!

Wat een schatje, dat baby’tje/hondje/poesje/geitje/kalfje/veulentje! Kun je me even een papiertje aangeven? Ik heb een cadeautje voor je. Een appeltje voor de dorst. Wil je nog een koekje? Nog eventjes, we zijn er bijna. Zal ik eens een boekje open doen over die man? Wat een lulletje rozewater. Mag het een onsje meer/tikje minder? Zeg, was dat feestje leuk? Nou, dat verhaal kreeg nog een staartje. Roodkapje, Klein duimpje, Sneeuwwitje. Berend Botje, potje met vet, roodborstje tikt tegen ‘t raam en breng eens een zonnetje onder de mensen.

Zakenvrouwtje

Het schijnt dat vooral vrouwtjes graag verkleinwoordjes gebruiken. “Een collegaatje van mij ligt in scheiding, erg hè?” Dat is nog tot daaraan toe. Maar een ondernemer (v) die het heeft over ‘mijn bedrijfje’? Neem je die serieus? Ikke niet, ik heb er een broertje dood aan! Tenzij we haar dan ook een zakenvrouwtje mogen noemen dat een offertetje stuurt naar haar klantje met een prijsje dat ze rekent voor werkjes en opdrachtjes. Inclusief kilometertjes voor haar autootje van het zaakje.

Niet te vaak

Dus, het lesje van dit blogje is: niet te vaak verkleinwoordjes gebruiken. Wil je zachter, kneuteriger of liever overkomen? Dan mag het. Met mate. Maar in andere gevallen kun je beter gewoon zeggen (schrijven) waar het op staat.

PS: ik las er ook nog een leuk stukje over. Het is oud maar leuk nieuws over Hans Dorrestijn die zich boos maakt over winterkoning en roodborst.  https://onzetaal.nl/nieuws/ophef-over-roodborst.