Redactieprofs | Schrijven
276
archive,category,category-schrijven,category-276,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.6.0,vc_responsive

Het redigeren van een tekst is soms een heikel karwei. Als redacteur wil je het schrijfwerk zo goed mogelijk maken. Tegelijk wil je de schrijver van een verhaal, visie of blog in zijn of haar waarde laten. Redactieprof Jos Leijen vertelt hoe hij dat aanpakt en met welke 4 niveaus je rekening kunt houden.

Een kleine 25 jaar geleden werkte ik enige tijd bij een pr-bureau in Den Haag. Om de kwaliteit van alle uitgaande teksten te waarborgen, werd ieder schrijfsel kritisch tegen het licht gehouden door een collega-redacteur. De eerste tekst die ik voor het bureau schreef, kwam helemaal rood terug van collega Frank, met wie ik de kamer deelde. Een pijnlijk moment, want ik had er echt mijn best op gedaan.

Samen liepen we de opmerkingen door. En al was ik het niet met elke suggestie eens, dankzij de scherpe blik van Frank verbeterde de tekst aanzienlijk. Het deed me aan de ene kant realiseren dat meelezen nuttig is. Aan de andere kant besefte ik dat kritiek niet altijd leuk is, zelfs al helpt het je om je prestaties te verbeteren. Dat besef neem ik altijd mee als ik de teksten van anderen redigeer. Het helpt daarbij als de schrijver weet wat hij of zij kan verwachten.

Verwachtingen managen

Als het even kan, overleg ik met de schrijver voordat ik de rode pen ter hand neem. Wat is de centrale boodschap? Wat wil de auteur met de tekst bereiken? Wie gaat de tekst lezen? En wat moet de lezer ervan meenemen? In dit stadium maak ik ook afspraken over de diepgang van de redactieslag. Gaat het alleen om de spreekwoordelijke punten en komma’s? Of mag en kan ik het grondiger aanpakken en ook de inhoud en de structuur van de tekst verbeteren?

Je kunt een tekst op 4 niveaus redigeren. Deze niveaus lopen soms in elkaar over:

  1. Inhoud
  2. Structuur
  3. Stijl
  4. Spelling en grammatica

Inhoud: korte lijnen en waar nodig research

Bij het beoordelen van de inhoud van een tekst kijk ik of alles erin staat wat erin zou moeten staan. Daarnaast beoordeel ik of wat erin staat ook allemaal relevant is. En of het klopt. Dit betekent dat er soms ook research aan te pas komt. Een korte lijn met de schrijver is hierbij wenselijk. Verder haal ik herhalingen zoveel mogelijk uit het verhaal.

Structuur: logische volgorde

Met het schrappen van herhalingen zijn we al bij de structuur van de tekst terechtgekomen. Centraal staat hier de vraag of de informatie in een logische volgorde wordt gepresenteerd. Kan de lezer de gedachtegang van de auteur volgen? Zitten er sprongen in die de lijn van het verhaal doorbreken? Hoe kun je de lezer bij de hand nemen en stap voor stap meenemen in een betoog?

Een heldere indeling in bondige alinea’s met eigen tussenkopjes doet wonderen. Eén gedachte per zin en zinnen over hetzelfde onderwerp bij elkaar. (Soms is een alinea maar 2 of 3 zinnen.) En vergeet de ‘bruggetjes’ niet; verbindende zinnen tussen de alinea’s. Het is ook fijn als een tekst een duidelijke kop en een staart heeft. Bij veel soorten teksten geldt: als je begint met een voorbeeld of een anekdote, is het mooi om daar in de laatste alinea weer naar te verwijzen. Dan is de cirkel rond.

Stijl: simpel en beeldend

Over de gewenste tone of voice overleg ik met de schrijver van een tekst. Zeker als ik de ghostwriter ben en uit naam van iemand anders een column op speech schrijf. (Lees hier meer over ghostwriting.) Uiteraard hangt de stijl ook af van de organisatie en van de doelgroep tot wie de tekst gericht is. Over het algemeen streef ik naar simpel en beeldend. Eenvoudig en toegankelijk taalgebruik, met wat sjeu waar dat past.

Direct taalgebruik wil nog wel eens discussie geven als een schrijver zich zeer bloemrijk uit. Een informatief artikel is geen literatuur. Zo was ik enige tijd eindredacteur van een museumblad waar een auteur graag met stijlbloempjes strooide. Soms neigden die naar clichés. Het was vaak een balanceeract om recht te doen aan de schrijver en het artikel toch vlot leesbaar te maken. Gelukkig kwamen we er wel steeds samen uit.

Spelling en grammatica: foutloos

We zijn aangekomen bij de laatste stap in het redactieproces. D’s en t’s, tussen-n, hoofdlettergebruik, consequent gebruik van de juiste tijd, meervoud en enkelvoud. De juiste spelling en grammatica is essentieel voor elke tekst. Hier kun je je geen slippertje veroorloven, Want al klopt de tekst inhoudelijk, leest hij als een trein en komt de boodschap goed over; een paar spelfouten en de geloofwaardigheid van de schrijver staat op het spel.

Redactieprofs redigeren

Ik ben alweer jarenlang weg bij het Haagse pr-bureau en werkzaam als zelfstandig tekstschrijver. Een meelezer mis ik soms nog wel. Vier ogen zien nu eenmaal meer dan twee. Gelukkig kan ik mijn eigen teksten soms nog even voorleggen aan een Redactieprof, zoals ik ook met deze blog heb gedaan. Collega Cindy heeft de nodige goede tips gegeven om de tekst naar een hoger niveau te tillen.

Wil jij teksten laten redigeren door een professional? Van lichte eindredactie tot grondig perfectioneren: neem contact op met Redactieprofs en we helpen je goed en snel!


Ik ben niet zo van de hij/zij. Vooral omdat ik het zo ‘lelijk’ vind staan. En omdat ik ervan uitga dat iedereen (m/v) toch wel weet dat het om mannen én vrouwen gaat. Mis! Genderneutraal taalgebruik schiet zijn doel voorbij als er alleen mannelijke voornaamwoorden worden gebruikt, bewijst psycholinguïst Theresa Redl. Redactieprofs geven genderneutrale alternatieven (die ik vanaf nu ook ga toepassen).

Genderneutraal taalgebruik
Theresa Redl van de Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen onderzocht of lezers snappen dat zinnen zoals ‘Wat kost een student? En wat levert hij op?’ genderneutraal moeten worden opgevat. Want we vinden dominantie van mannen ook in taal steeds minder wenselijk. Zo gaf het Europees Parlement in 2018 een richtsnoer uit voor genderneutraal taalgebruik omdat het genderstereotypering vermindert, sociale verandering teweegbrengt en voor meer gendergelijkheid zorgt.

Mannelijke voornaamwoorden ook voor vrouwen
Redl onderzocht voor haar promotie de werking van die richtlijnen. Ze wilde weten hoe snel lezers het begrijpen als met mannelijke voornaamwoorden zowel mannen als vrouwen worden aangeduid. Bij proeven volgde een camera de oogbewegingen van de lezer. Vooral de mannen haperden bij het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord ‘zijn’ voor vrouwen. Vrouwen hebben volgens het onderzoek geen aantoonbare moeite met ‘zijn’. Redl vermoedt dat meisjes al vroeg gedwongen worden daar een neutrale betekenis aan te geven: anders gaan teksten namelijk nooit over hen.

Iedereen en mensen
Bij gebruik van het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’ (zoals in de zin ‘Als een leerling honger heeft, kan hij naar de eetzaal’) kostte het zowel mannen als vrouwen meer moeite te begrijpen dat de zin zowel op mannen als op vrouwen kan slaan. Redls onderzoek bewijst dat ‘hij’ en ‘zijn’ niet als neutraal, maar vooral als mannelijk worden opgevat. Door dergelijk mannelijk taalgebruik als vanzelfsprekend te beschouwen, sluit je iedereen uit, behalve mannen. En dat willen we niet (meer).
Ik ben overtuigd en zet mijn argument van ‘mooi’ of ‘lelijk’ overboord. Want meisjes en vrouwen tellen en doen mee (Bron: de Volkskrant).

Hieronder neutrale oplossingen van Redactieprofs:
Jos vindt, net als schrijfster dezes, hij/zij in teksten stom. Ook daarom volgt hij de formele regel: “Mannelijke woorden zijn ‘hij’, vrouwelijke zijn ‘zij’. De lezer is mannelijk, dus gebruik ik ‘hij’. Taalregels gaan hierbij voor mij boven politieke correctheid. Vaak probeer ik het wel te omzeilen door het onderwerp in meervoud te zetten.”

Marleen en Jeroen vertonen vermijdgedrag door te kiezen voor de meervoudsvorm. Dat leest sowieso prettiger dan drie keer in een zin hij/zij en zijn/haar te moeten gebruiken. Jeroen: “Ik heb nu geen moeite meer met hij/zij. Maar dan liefst wel hij of zij (of zij of hij?) en niet zo’n lelijke /-teken.”

Marleen is zich hyperbewust van de (non-)sekse; ze redigeert momenteel teksten voor transgenders. “Daarin worden veel medische beroepen genoemd, met genderneutrale benamingen als chirurg en arts. Ik verwijs dan zo weinig mogelijk met ‘hij/zij’; ik vermijd verwijzingen waar het kan en anders gebruik ik deze/die. Bijvoorbeeld: “U overlegt daarover met de arts. Die geeft u ook het recept mee.”  Soms vindt Marleen het leuk om te spelen met onbewuste aannames, zoals: de chirurg is een meneer, tenzij wordt benadrukt dat zij een vrouw is. Zo denken we nog steeds, merk ik altijd weer als ik iets vertel over mijn tandarts of mijn makelaar.”

Tom worstelt met genderneutraal schrijven in vacatureteksten. “Een stagiair is een man en een stagiaire een vrouw. Dus ik gebruik stagiair(e) of vermijd het door abstracter te spreken over een ‘stageplaats’. Daartegenover heb ik het idee dat spreken van een administratief medewerkster of een schrijfster ouderwets is, medewerker of schrijver is inmiddels gewoon unisex. Het verschilt dus nog heel erg per functie of er al een ingeburgerde genderneutrale variant is. Het scheelt wel dat discrimineren op geslacht niet meer mag in vacatures, dus kiezen tussen man of vrouw is in het algemeen niet aan de orde.”

Over de vacature voor de monteur/montrice schreef ik al eerder een blog.

Hulp nodig met het ontseksen van tekst? Vraag een Redactieprof!

Als je een boodschap hebt voor je (potentiële) klanten, dan kun je een advertentie plaatsen of een mailing rondsturen. Met een persbericht kun je ook gratis publiciteit genereren. Als het je tenminste lukt om redacties te interesseren voor jouw boodschap. We leggen je graag uit hoe je een goed persbericht schrijft.

Een persbericht is een korte tekst met een duidelijke kop, voldoende feiten en citaten om een nieuwsverhaal te ondersteunen, achtergrondinformatie over het betreffende bedrijf of product, een datum, en een telefoonnummer of e-mailadres voor redacteuren die meer informatie willen.

De eerste indruk

Bedenk dat elke redactie dagelijks een flinke stapel mails en persberichten te verwerken krijgt. Meestal scant een redacteur een persbericht enkele seconden. In een oogwenk beslist hij of hij verder zal lezen. Gemiddeld verdwijnen negen van de tien persberichten in de prullenbak. Zorg er dus voor dat je persbericht opvalt!

Nieuwsgierigheid prikkelen

Hoe prikkel je de professionele nieuwsgierigheid van de redacteur? Let onder meer op:

  • actualiteit – hoe verser het nieuws, hoe beter
  • belang voor de doelgroep van website, vakblad, krant
  • afstand – het 10-jarig bestaan van een bedrijf is wellicht interessant voor de regionaal georiënteerde Facebook-pagina, maar zeker niet voor landelijke media
  • bekendheid – als iemand in coronatijd op vakantie gaat in Griekenland, is dat geen nieuws; wel als het de koninklijke familie is
  • grote gevolgen – een nieuwsfeit is interessanter als het duizend mensen raakt, dan wanneer het om honderd mensen gaat
  • botsing– een tegenstelling van belangen is altijd interessant om over te lezen
  • afwijking – hond bijt man is geen nieuws, man bijt hond wel

Nieuwswaarde

Bedenk voordat je je persbericht gaat schrijven, of wat je te melden hebt ook nieuwswaarde heeft voor de buitenwacht. Stuur niet voor ieder wissewasje berichten rond. Soms is een ander middel beter, zoals een mailing naar je klanten. Nieuwswaarde is overigens een rekbaar begrip. De redacteur van AMweb, platform voor financiële dienstverlening maakt een andere afweging dan de reporter van Lutjebroek Online. Dit kan ervoor pleiten om verschillende persberichten op te stellen die zijn toegesneden op het medium waar je ze naartoe stuurt.

Duidelijk in één oogopslag

Is je nieuws een persbericht waard, dan is het tijd om naar de vorm te kijken. Zoals gezegd, een redactie krijgt dagelijks een berg e-mails te verstouwen. Zorg er daarom voor dat in één oogopslag duidelijk is waar je bericht over gaat. Dat doe je met een pakkende kop, een goede lead en tussenkopjes. Veel media nemen persberichten letterlijk over. Zorg er daarom voor dat je persbericht foutloos is. De redactie zal je dankbaar zijn.

Hoe schrijf ik een persbericht?

De kop

Zet boven je bericht met grote letters PERSBERICHT. Daaronder typ je de kop. Die geeft in enkele woorden de kern van je bericht weer. Kies voor een actieve kop, dus met een werkwoord erin. Dus niet ‘Fietser aangereden door dronken burgemeester’, maar ‘Dronken burgemeester rijdt fietser aan’. Koppen maken is een kunst. Sommige kranten hebben er speciale redacteuren voor in dienst. Vaak werkt het het beste om eerst het bericht te schrijven, en er daarna een kop boven te zetten.

De lead

De lead (ook wel: het intro) geeft in enkele zinnen de belangrijkste feiten weer. Wie, wat, waar, wanneer en waarom (de vijf W’s) en hoe. Al komt de lezer niet verder dan de lead, dan heeft hij toch de belangrijkste informatie tot zich genomen. Gebruik voor de lead een vet lettertype.

Platte tekst

In de platte tekst werk je de informatie verder uit. Ga vooral in op het wat, hoe en waarom. Begin met de belangrijkste zaken en werk van belangrijk naar minder belangrijk. Zo’n ‘oprolbaar’ bericht heeft voor de redactie het voordeel dat ze een stuk kunnen schrappen en toch een goed bericht overhouden. Zorg voor een neutrale tekst en wees zuinig met bijvoeglijke naamwoorden. Gebruik feiten en cijfers om je punt te maken.

Lees je eerste versie kritisch door en gooi overbodige informatie eruit. Zorg voor aanvullende informatie op je website en zet in je persbericht een link naar je website. Daarmee voorkom je dat je te veel informatie in het persbericht moet proppen.

Citaten

Met citaten kun je subjectieve uitspraken in je bericht verwerken, zonder dat de geloofwaardigheid eronder leidt. Het leest lekkerder weg als de directeur zegt: “Dankzij deze samenwerking kunnen we onze klanten nog beter van dienst zijn”, dan wanneer je schrijft: Potter Financiële Dienstverlening kan zijn klanten zo nog beter van dienst zijn.

Nadere informatie

Sluit het persbericht af met een naam en contactgegevens waar de redactie terecht kan voor nadere informatie. Sta de redactie direct te woord als ze bellen. Lukt dat niet, bel dan zo snel mogelijk terug. Het nieuws gaat snel, voordat je het weet is de kans op gratis publiciteit voorbij.

Over ons

Sluit je persbericht af met een korte beschrijving van je organisatie en je activiteiten, een zogeheten boiler plate. Maak hiervoor een standaardtekst die je aan ieder bericht kunt toevoegen. Denk goed na over hoe je je bedrijf wilt profileren.

Verzending

Voeg je persbericht niet bij als attachment in je e-mail, maar plak het in het mailbericht. Veel ontvangers van berichten openen attachments niet eens als ze de afzender niet kennen. Voeg ook geen andere bijlagen toe, zoals foto’s en rapporten. Maak een link naar je website, zodat belangstellenden die informatie daar kunnen downloaden. Meld dit duidelijk in je e-mail. In het bericht zelf kun je wel een foto plakken.

Stuur je bericht naar de juiste media. Bedenk voor wie jouw nieuws interessant is en pas je verzendlijst daar op aan. Naar welke sites zou je zelf gaan om iets over je vak of je product te lezen? Welke bladen zou je erop naslaan? Welke media gebruikt jouw doelgroep?

Hulp nodig?

Kun je hulp gebruiken bij het samenstellen van een goede boilerplate of het schrijven van persberichten? Redactieprofs staan voor je klaar! Voor ons is het ons dagelijkse werk.

Misschien denk jij ook dat het personeelsblad iets van vroeger is. Maar juist in deze digitale tijd ervaren medewerkers een mooi, papieren magazine speciaal voor hen als een cadeautje. Al jaren maak ik medewerkersbladen voor mooie bedrijven. En mijn collega-Redactieprofs kunnen er ook wat van. Dit is wat volgens ons werkt.

“Onze medewerkers zijn niet van die lezers”. Dat horen we nog wel eens. En ja, we herkennen natuurlijk helemaal de trend van het klikken en zappen. En intranet is écht een super belangrijk en onmisbaar communicatiemiddel in de meeste bedrijven.

In een papieren boek of blad wordt nog hooguit wat gebladerd. Denken veel mensen. Maar wat wij zien is dat een mooi, interessant, op maat gemaakt medewerkersblad juist erg gewaardeerd wordt in al het digitale geweld. Misschien lezen niet alle medewerkers het van cover tot achterblad. En ja, misschien gebruikt een enkeling het vooral voor onderin de kattenbak. Maar voor verreweg de meeste medewerkers is het een cadeautje.

Enkele van de mooie resultaten van medewerkersbladen die naar voren komen uit onze lezersonderzoeken:

  • Het boeit medewerkers om te lezen waar collega’s mee bezig zijn.
  • Het motiveert hen om te lezen wat de directie doet en vooral: van plan is.
  • Het vergroot het vertrouwen dat ze hebben in diezelfde directie.
  • Het bevredigt hun nieuwsgierigheid naar de vraag: hoe staan we ervoor als bedrijf?
  • Het pleziert hen om niet alleen korte berichtjes te lezen maar juist ook eens wat achtergronden bij bepaalde ontwikkelingen.
  • Er ontstaat een “wij-gevoel”.
  • Door de eerlijke, persoonlijke verhalen neemt het vertrouwen in hun bedrijf toe.
  • De trots op “hun” bedrijf groeit als ze lezen over resultaten uit de hele organisatie.
  • En zodoende groeit hun commitment.

Hoe maak je zo’n tijdschrift dat zorgt voor vertrouwen, leesplezier, motivatie, trots, commitment?

1 Maak een bladformule

Een bladformule is een kort document dat aangeeft wat het doel van het magazine is en welke plek het heeft in de communicatiemix. Er staat ook praktische informatie in als: hoe vaak verschijnt het magazine? En door wie wordt het gemaakt?

2 Maak een overzicht van je bedrijfsonderdelen

Vul dit overzicht bij het maken van elke editie in zodat je ziet of de verschillende bedrijfsonderdelen wel aan bod komen in het magazine. Mensen zien uiteraard ook graag iets over hun eigen afdeling terug.

3 Zorg dat magazine en andere middelen elkaar versterken

Dat kan bijvoorbeeld door vanuit intranet voor achtergronden te verwijzen naar het papieren magazine. En vanuit het magazine naar eerdere intranetberichten of beschikbare digitale informatiemappen over een bepaald thema.

4 Betrek je medewerkers bij het maken van het magazine

Medewerkers zijn onmisbaar bij het bedenken en maken van een medewerkersblad. Het is immers hún blad. Vóór medewerkers en dóór medewerkers werkt het beste. Dus bekijk meteen vanaf de start wie in welke mate kan bijdragen. De eerste stap is het samenstellen van een redactieadviesraad die kan helpen bij het verzamelen van onderwerpen.

5 Zie in dat eigen medewerkers (nog) niet alles kunnen

In onze meer dan honderd jaar redactieprof-ervaring merken we dat een blad maken best wel een vak apart is. Het is best te leren, zeker door slimme communicatieprofessionals die je toch al in huis hebt. Maar het is ook best slim om zeker in het begin wat professionals (zoals tekstschrijvers, redacteuren, fotografen, vormgever) aan te haken die vaker met het magazinebijltje hebben gehakt. Die eerder een redactieformule hebben gemaakt en die weten hoe je een plank maakt. Die weten wat er allemaal in een goede planning moet komen. Vanaf het allereerste redactieoverleg, via schrijven, redigeren, vormgeven, proevencorrectie en drukken tot en met de matdatum.

Als het magazine eenmaal staat, kunnen eigen medewerkers grote gedeelten overnemen. Naar gelang de vaardigheden en tijd die ze daarvoor hebben of willen leren.

Redactieprofs maken bladen

Aansprekende magazines maken voor medewerkers of relaties is ons dagelijks werk. Wij maken bladformules, interviewen, schrijven, verzorgen redactie en eindredactie en zorgen ervoor dat alle content ruim op tijd voor de deadlines in huis is.

We denken ook mee over passend beeld én hebben een groot netwerk van vormgevers, fotografen en andere creatieven met wie we samenwerken als dat nodig is. En we trainen communicatiemedewerkers in schrijven, redigeren en het samenstellen van medewerkersbladen.

Eén of meer Redactieprofs werkten mee aan deze medewerkersmagazines/personeelsbladen:

Meer impact door trouwe meelezers

Wist je dat…..niet alleen medewerkers personeelsbladen lezen? Maar ook hun gezins- en familieleden, vrienden, kennissen en (niet de bedoeling maar het gebeurt vaak wel) klanten? Zo heeft het nog meer impact.

Vraag over je medewerkersblad?

Wil je voor je bedrijf of organisatie een (tijdelijk) nieuw medewerkersmagazine opzetten? Heb je vragen over redactieformule en productie? Of heb je hulp nodig bij schrijven, redigeren of eindredactie? Neem even contact op via sasja@redactieprofs.nl of 06 448 32 893. Zij bekijkt dan welke van onze acht zeer ervaren Redactieprofs snel voor je aan de slag kunnen.

We helpen je graag!

Net als jij besteed ik gruwelijk veel tijd aan digitale apparaten. Alleen al op mijn Mac schrijf ik, communiceer ik met klanten, collega’s en vrienden, bestel ik dingen, lees ik nieuws, kijk ik voetbal… Doordat ik zóveel op één apparaat doe, loopt alles door elkaar, raak ik overprikkeld en vind ik het moeilijk om grip te houden op mijn gedachten. 

Natuurlijk zijn er manieren voor om de controle terug te vinden. Lees: The Organized Mind van Deniel Levitin, over hoe je helder blijft denken in dit tijdperk van informatieoverload. Maar er is in ieder geval één truc die ik je van harte kan aanbevelen: keer terug naar papier.  

Schaf een mooi notitieboek aan

Of neem een A3-vel. Of een schetsboek. Met papier aan de keukentafel – zonder digitale distractie – komt er weer lijn in mijn gedachten. Daar laat ik ze de vrije loop, ontstaat flow van een verhaal, maak ik lijstjes voor van alles en ontworstel ik me als ik ben vastgelopen. Daar raak ik gefocust en ben ik creatiever. 

Het toetsenbord voert vervolgens uit wat ik heb bedacht. Maar dan is het echte werk al gedaan.