Redactieprofs | Schrijven
276
archive,category,category-schrijven,category-276,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.9.0,vc_responsive

Als freelancer heb ik de vrijheid om mijn collega’s zelf uit te kiezen. Niet zo gek dus dat ik graag met hun prestaties pronk in dit nieuwjaarsblog met highlights uit 2021.

Neem Helene. Die schreef met huisarts Marnix van der Leest een even boeiend als belangrijk boek over de huisartszorg anno nu – ik viel van de ene verbazing in de andere. Wat een verhalen! NRC schreef erover: “Leerzaam proza voor iedereen die een beroep doet op de huisarts.” Nou, dat doen we allemaal wel eens. Dus doe jezelf én je plaatselijke boekhandel een plezier en schaf het aan: Huisarts op recept (Arbeiderspers).Ondertussen richtte Helene trouwens ook nog even met twee andere ondernemers een verrassend nieuw bedrijf op, waarvoor ze de communicatie op haar eigen sprankelende wijze verzorgt: Het Reizend Hotel. Ondanks alle reisbeperkingen kunnen we er dus tóch even tussenuit!

Of neem Sasja: in het najaar verscheen haar boek Schrijf je Rijk, waarmee ondernemers en professionals de kneepjes van het zakelijk tekstschrijven leren. Dat gaat onze toekomstige concurrentie ongetwijfeld goed op weg helpen! En passant wist ze ook nog even de Henri Sijthoff-prijs voor het beste jaarverslag in de wacht te slepen met haar opdrachtgever Royal Swinkels family Brewers.

Of Tom, die zich verder verdiepte in een paradepaard uit het Nederlands bedrijfsleven: Boskalis. Want onze junior-die-schrijft-als-een-senior maakt nu ook deel uit van Sasja’s schrijfteam voor het personeelsmagazine van deze opdrachtgever.

Voor de ziekenhuiszorg was het een veelbewogen jaar. Ik mocht die ongelooflijke inzet als interim-eindredacteur van het personeelsblad van Amsterdam UMC gedurende een maand of zeven van dichtbij meemaken. In juni volgde nog eens het e-zine met het verslag van de Anna Reynvaanlezing 2021. Superleuk om weer samen te kunnen werken met de kanjers van het communicatieteam van Amsterdam UMC. De bijnaam ‘Heintje Davids’ draag ik nog steeds met plezier. 

Jeroen werkte op zijn eigen onverstoorbare wijze door aan publicaties voor onder meer de Rijksoverheid en Wageningen University & Research. Zo schreef hij veel over voedselzekerheid in de wereld, waarvoor hij via Teams mensen tot in Zuid-Sudan en Congo sprak. En dankzij Cindy waren klanten als Gispen, Ahrend en Zestor weer verzekerd van creatieve en kraakheldere teksten.

Tussen de lockdowns door kwamen we een paar keer bij elkaar. Zo genoten we van een zonovergoten dag op het landje van Theanne, onze prof in Zeeland, met de legendarische paella van onze chefkok Helene. In november en december ontmoetten we elkaar in Amersfoort om aan onze profilering te werken (in 2022 bouwen we aan een mooie nieuwe website). 

Ondertussen vielen we voor elkaar in als corona plotseling toesloeg of iemand om een andere reden even in de parkeerstand stond. Fijn voor onze klanten, die merkten dat projecten gewoon doorliepen. Ook in 2022 kunnen zij op ons rekenen. 

Ik ben niet zo van de hij/zij. Vooral omdat ik het zo ‘lelijk’ vind staan. En omdat ik ervan uitga dat iedereen (m/v) toch wel weet dat het om mannen én vrouwen gaat. Mis! Genderneutraal taalgebruik schiet zijn doel voorbij als er alleen mannelijke voornaamwoorden worden gebruikt, bewijst psycholinguïst Theresa Redl. Redactieprofs geven genderneutrale alternatieven (die ik vanaf nu ook ga toepassen).

Genderneutraal taalgebruik
Theresa Redl van de Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen onderzocht of lezers snappen dat zinnen zoals ‘Wat kost een student? En wat levert hij op?’ genderneutraal moeten worden opgevat. Want we vinden dominantie van mannen ook in taal steeds minder wenselijk. Zo gaf het Europees Parlement in 2018 een richtsnoer uit voor genderneutraal taalgebruik omdat het genderstereotypering vermindert, sociale verandering teweegbrengt en voor meer gendergelijkheid zorgt.

Mannelijke voornaamwoorden ook voor vrouwen
Redl onderzocht voor haar promotie de werking van die richtlijnen. Ze wilde weten hoe snel lezers het begrijpen als met mannelijke voornaamwoorden zowel mannen als vrouwen worden aangeduid. Bij proeven volgde een camera de oogbewegingen van de lezer. Vooral de mannen haperden bij het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord ‘zijn’ voor vrouwen. Vrouwen hebben volgens het onderzoek geen aantoonbare moeite met ‘zijn’. Redl vermoedt dat meisjes al vroeg gedwongen worden daar een neutrale betekenis aan te geven: anders gaan teksten namelijk nooit over hen.

Iedereen en mensen
Bij gebruik van het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’ (zoals in de zin ‘Als een leerling honger heeft, kan hij naar de eetzaal’) kostte het zowel mannen als vrouwen meer moeite te begrijpen dat de zin zowel op mannen als op vrouwen kan slaan. Redls onderzoek bewijst dat ‘hij’ en ‘zijn’ niet als neutraal, maar vooral als mannelijk worden opgevat. Door dergelijk mannelijk taalgebruik als vanzelfsprekend te beschouwen, sluit je iedereen uit, behalve mannen. En dat willen we niet (meer).
Ik ben overtuigd en zet mijn argument van ‘mooi’ of ‘lelijk’ overboord. Want meisjes en vrouwen tellen en doen mee (Bron: de Volkskrant).

Hieronder neutrale oplossingen van Redactieprofs:
Jos vindt, net als schrijfster dezes, hij/zij in teksten stom. Ook daarom volgt hij de formele regel: “Mannelijke woorden zijn ‘hij’, vrouwelijke zijn ‘zij’. De lezer is mannelijk, dus gebruik ik ‘hij’. Taalregels gaan hierbij voor mij boven politieke correctheid. Vaak probeer ik het wel te omzeilen door het onderwerp in meervoud te zetten.”

Marleen en Jeroen vertonen vermijdgedrag door te kiezen voor de meervoudsvorm. Dat leest sowieso prettiger dan drie keer in een zin hij/zij en zijn/haar te moeten gebruiken. Jeroen: “Ik heb nu geen moeite meer met hij/zij. Maar dan liefst wel hij of zij (of zij of hij?) en niet zo’n lelijke /-teken.”

Marleen is zich hyperbewust van de (non-)sekse; ze redigeert momenteel teksten voor transgenders. “Daarin worden veel medische beroepen genoemd, met genderneutrale benamingen als chirurg en arts. Ik verwijs dan zo weinig mogelijk met ‘hij/zij’; ik vermijd verwijzingen waar het kan en anders gebruik ik deze/die. Bijvoorbeeld: “U overlegt daarover met de arts. Die geeft u ook het recept mee.”  Soms vindt Marleen het leuk om te spelen met onbewuste aannames, zoals: de chirurg is een meneer, tenzij wordt benadrukt dat zij een vrouw is. Zo denken we nog steeds, merk ik altijd weer als ik iets vertel over mijn tandarts of mijn makelaar.”

Tom worstelt met genderneutraal schrijven in vacatureteksten. “Een stagiair is een man en een stagiaire een vrouw. Dus ik gebruik stagiair(e) of vermijd het door abstracter te spreken over een ‘stageplaats’. Daartegenover heb ik het idee dat spreken van een administratief medewerkster of een schrijfster ouderwets is, medewerker of schrijver is inmiddels gewoon unisex. Het verschilt dus nog heel erg per functie of er al een ingeburgerde genderneutrale variant is. Het scheelt wel dat discrimineren op geslacht niet meer mag in vacatures, dus kiezen tussen man of vrouw is in het algemeen niet aan de orde.”

Over de vacature voor de monteur/montrice schreef ik al eerder een blog.

Hulp nodig met het ontseksen van tekst? Vraag een Redactieprof!

Misschien denk jij ook dat het personeelsblad iets van vroeger is. Maar juist in deze digitale tijd ervaren medewerkers een mooi, papieren magazine speciaal voor hen als een cadeautje. Al jaren maak ik medewerkersbladen voor mooie bedrijven. En mijn collega-Redactieprofs kunnen er ook wat van. Dit is wat volgens ons werkt.

“Onze medewerkers zijn niet van die lezers”. Dat horen we nog wel eens. En ja, we herkennen natuurlijk helemaal de trend van het klikken en zappen. En intranet is écht een super belangrijk en onmisbaar communicatiemiddel in de meeste bedrijven.

In een papieren boek of blad wordt nog hooguit wat gebladerd. Denken veel mensen. Maar wat wij zien is dat een mooi, interessant, op maat gemaakt medewerkersblad juist erg gewaardeerd wordt in al het digitale geweld. Misschien lezen niet alle medewerkers het van cover tot achterblad. En ja, misschien gebruikt een enkeling het vooral voor onderin de kattenbak. Maar voor verreweg de meeste medewerkers is het een cadeautje.

Enkele van de mooie resultaten van medewerkersbladen die naar voren komen uit onze lezersonderzoeken:

  • Het boeit medewerkers om te lezen waar collega’s mee bezig zijn.
  • Het motiveert hen om te lezen wat de directie doet en vooral: van plan is.
  • Het vergroot het vertrouwen dat ze hebben in diezelfde directie.
  • Het bevredigt hun nieuwsgierigheid naar de vraag: hoe staan we ervoor als bedrijf?
  • Het pleziert hen om niet alleen korte berichtjes te lezen maar juist ook eens wat achtergronden bij bepaalde ontwikkelingen.
  • Er ontstaat een “wij-gevoel”.
  • Door de eerlijke, persoonlijke verhalen neemt het vertrouwen in hun bedrijf toe.
  • De trots op “hun” bedrijf groeit als ze lezen over resultaten uit de hele organisatie.
  • En zodoende groeit hun commitment.

Hoe maak je zo’n tijdschrift dat zorgt voor vertrouwen, leesplezier, motivatie, trots, commitment?

1 Maak een bladformule

Een bladformule is een kort document dat aangeeft wat het doel van het magazine is en welke plek het heeft in de communicatiemix. Er staat ook praktische informatie in als: hoe vaak verschijnt het magazine? En door wie wordt het gemaakt?

2 Maak een overzicht van je bedrijfsonderdelen

Vul dit overzicht bij het maken van elke editie in zodat je ziet of de verschillende bedrijfsonderdelen wel aan bod komen in het magazine. Mensen zien uiteraard ook graag iets over hun eigen afdeling terug.

3 Zorg dat magazine en andere middelen elkaar versterken

Dat kan bijvoorbeeld door vanuit intranet voor achtergronden te verwijzen naar het papieren magazine. En vanuit het magazine naar eerdere intranetberichten of beschikbare digitale informatiemappen over een bepaald thema.

4 Betrek je medewerkers bij het maken van het magazine

Medewerkers zijn onmisbaar bij het bedenken en maken van een medewerkersblad. Het is immers hún blad. Vóór medewerkers en dóór medewerkers werkt het beste. Dus bekijk meteen vanaf de start wie in welke mate kan bijdragen. De eerste stap is het samenstellen van een redactieadviesraad die kan helpen bij het verzamelen van onderwerpen.

5 Zie in dat eigen medewerkers (nog) niet alles kunnen

In onze meer dan honderd jaar redactieprof-ervaring merken we dat een blad maken best wel een vak apart is. Het is best te leren, zeker door slimme communicatieprofessionals die je toch al in huis hebt. Maar het is ook best slim om zeker in het begin wat professionals (zoals tekstschrijvers, redacteuren, fotografen, vormgever) aan te haken die vaker met het magazinebijltje hebben gehakt. Die eerder een redactieformule hebben gemaakt en die weten hoe je een plank maakt. Die weten wat er allemaal in een goede planning moet komen. Vanaf het allereerste redactieoverleg, via schrijven, redigeren, vormgeven, proevencorrectie en drukken tot en met de matdatum.

Als het magazine eenmaal staat, kunnen eigen medewerkers grote gedeelten overnemen. Naar gelang de vaardigheden en tijd die ze daarvoor hebben of willen leren.

Redactieprofs maken bladen

Aansprekende magazines maken voor medewerkers of relaties is ons dagelijks werk. Wij maken bladformules, interviewen, schrijven, verzorgen redactie en eindredactie en zorgen ervoor dat alle content ruim op tijd voor de deadlines in huis is.

We denken ook mee over passend beeld én hebben een groot netwerk van vormgevers, fotografen en andere creatieven met wie we samenwerken als dat nodig is. En we trainen communicatiemedewerkers in schrijven, redigeren en het samenstellen van medewerkersbladen.

Eén of meer Redactieprofs werkten mee aan deze medewerkersmagazines/personeelsbladen:

Meer impact door trouwe meelezers

Wist je dat…..niet alleen medewerkers personeelsbladen lezen? Maar ook hun gezins- en familieleden, vrienden, kennissen en (niet de bedoeling maar het gebeurt vaak wel) klanten? Zo heeft het nog meer impact.

Vraag over je medewerkersblad?

Wil je voor je bedrijf of organisatie een (tijdelijk) nieuw medewerkersmagazine opzetten? Heb je vragen over redactieformule en productie? Of heb je hulp nodig bij schrijven, redigeren of eindredactie? Neem even contact op via sasja@redactieprofs.nl of 06 448 32 893. Zij bekijkt dan welke van onze acht zeer ervaren Redactieprofs snel voor je aan de slag kunnen.

We helpen je graag!

Net als jij besteed ik gruwelijk veel tijd aan digitale apparaten. Alleen al op mijn Mac schrijf ik, communiceer ik met klanten, collega’s en vrienden, bestel ik dingen, lees ik nieuws, kijk ik voetbal… Doordat ik zóveel op één apparaat doe, loopt alles door elkaar, raak ik overprikkeld en vind ik het moeilijk om grip te houden op mijn gedachten. 

Natuurlijk zijn er manieren voor om de controle terug te vinden. Lees: The Organized Mind van Deniel Levitin, over hoe je helder blijft denken in dit tijdperk van informatieoverload. Maar er is in ieder geval één truc die ik je van harte kan aanbevelen: keer terug naar papier.  

Schaf een mooi notitieboek aan

Of neem een A3-vel. Of een schetsboek. Met papier aan de keukentafel – zonder digitale distractie – komt er weer lijn in mijn gedachten. Daar laat ik ze de vrije loop, ontstaat flow van een verhaal, maak ik lijstjes voor van alles en ontworstel ik me als ik ben vastgelopen. Daar raak ik gefocust en ben ik creatiever. 

Het toetsenbord voert vervolgens uit wat ik heb bedacht. Maar dan is het echte werk al gedaan.