Redactieprofs | Schrijftips
124
archive,category,category-schrijftips,category-124,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.4.1,vc_responsive

Ik ben niet zo van de hij/zij. Vooral omdat ik het zo ‘lelijk’ vind staan. En omdat ik ervan uitga dat iedereen (m/v) toch wel weet dat het om mannen én vrouwen gaat. Mis! Genderneutraal taalgebruik schiet zijn doel voorbij als er alleen mannelijke voornaamwoorden worden gebruikt, bewijst psycholinguïst Theresa Redl. Redactieprofs geven genderneutrale alternatieven (die ik vanaf nu ook ga toepassen).

Genderneutraal taalgebruik
Theresa Redl van de Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen onderzocht of lezers snappen dat zinnen zoals ‘Wat kost een student? En wat levert hij op?’ genderneutraal moeten worden opgevat. Want we vinden dominantie van mannen ook in taal steeds minder wenselijk. Zo gaf het Europees Parlement in 2018 een richtsnoer uit voor genderneutraal taalgebruik omdat het genderstereotypering vermindert, sociale verandering teweegbrengt en voor meer gendergelijkheid zorgt.

Mannelijke voornaamwoorden ook voor vrouwen
Redl onderzocht voor haar promotie de werking van die richtlijnen. Ze wilde weten hoe snel lezers het begrijpen als met mannelijke voornaamwoorden zowel mannen als vrouwen worden aangeduid. Bij proeven volgde een camera de oogbewegingen van de lezer. Vooral de mannen haperden bij het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord ‘zijn’ voor vrouwen. Vrouwen hebben volgens het onderzoek geen aantoonbare moeite met ‘zijn’. Redl vermoedt dat meisjes al vroeg gedwongen worden daar een neutrale betekenis aan te geven: anders gaan teksten namelijk nooit over hen.

Iedereen en mensen
Bij gebruik van het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’ (zoals in de zin ‘Als een leerling honger heeft, kan hij naar de eetzaal’) kostte het zowel mannen als vrouwen meer moeite te begrijpen dat de zin zowel op mannen als op vrouwen kan slaan. Redls onderzoek bewijst dat ‘hij’ en ‘zijn’ niet als neutraal, maar vooral als mannelijk worden opgevat. Door dergelijk mannelijk taalgebruik als vanzelfsprekend te beschouwen, sluit je iedereen uit, behalve mannen. En dat willen we niet (meer).
Ik ben overtuigd en zet mijn argument van ‘mooi’ of ‘lelijk’ overboord. Want meisjes en vrouwen tellen en doen mee (Bron: de Volkskrant).

Hieronder neutrale oplossingen van Redactieprofs:
Jos vindt, net als schrijfster dezes, hij/zij in teksten stom. Ook daarom volgt hij de formele regel: “Mannelijke woorden zijn ‘hij’, vrouwelijke zijn ‘zij’. De lezer is mannelijk, dus gebruik ik ‘hij’. Taalregels gaan hierbij voor mij boven politieke correctheid. Vaak probeer ik het wel te omzeilen door het onderwerp in meervoud te zetten.”

Marleen en Jeroen vertonen vermijdgedrag door te kiezen voor de meervoudsvorm. Dat leest sowieso prettiger dan drie keer in een zin hij/zij en zijn/haar te moeten gebruiken. Jeroen: “Ik heb nu geen moeite meer met hij/zij. Maar dan liefst wel hij of zij (of zij of hij?) en niet zo’n lelijke /-teken.”

Marleen is zich hyperbewust van de (non-)sekse; ze redigeert momenteel teksten voor transgenders. “Daarin worden veel medische beroepen genoemd, met genderneutrale benamingen als chirurg en arts. Ik verwijs dan zo weinig mogelijk met ‘hij/zij’; ik vermijd verwijzingen waar het kan en anders gebruik ik deze/die. Bijvoorbeeld: “U overlegt daarover met de arts. Die geeft u ook het recept mee.”  Soms vindt Marleen het leuk om te spelen met onbewuste aannames, zoals: de chirurg is een meneer, tenzij wordt benadrukt dat zij een vrouw is. Zo denken we nog steeds, merk ik altijd weer als ik iets vertel over mijn tandarts of mijn makelaar.”

Tom worstelt met genderneutraal schrijven in vacatureteksten. “Een stagiair is een man en een stagiaire een vrouw. Dus ik gebruik stagiair(e) of vermijd het door abstracter te spreken over een ‘stageplaats’. Daartegenover heb ik het idee dat spreken van een administratief medewerkster of een schrijfster ouderwets is, medewerker of schrijver is inmiddels gewoon unisex. Het verschilt dus nog heel erg per functie of er al een ingeburgerde genderneutrale variant is. Het scheelt wel dat discrimineren op geslacht niet meer mag in vacatures, dus kiezen tussen man of vrouw is in het algemeen niet aan de orde.”

Over de vacature voor de monteur/montrice schreef ik al eerder een blog.

Hulp nodig met het ontseksen van tekst? Vraag een Redactieprof!

Hoe formuleer je je boodschap zodat die bij je doelgroep in vruchtbare aarde valt? Hoe motiveer je bijvoorbeeld burgers om zich te laten inenten? Of, moderner gesteld, hoe kun je je boodschap framen om hem aan te laten komen?

Omdat ik positief getest was op Covid-19, bracht ik de kerstvakantie door in isolement. Het was een mooie gelegenheid om wat oude nummers van Onze Taal door te nemen. Daarin stuitte ik op een artikel over framen. Het was voor mij de trigger om me te verdiepen in dit fenomeen. Ik had toch even niets om handen.

Pokeren

Lang geleden mocht ik een artikel schrijven voor het jaarverslag van Holland Casino. Het werd een journalistiek verhaal over de winstkansen bij gokken en het verdienmodel van het casino. Rond die tijd liep er een juridische discussie of poker een kansspel of een behendigheidsspel was. Een kansspel valt onder de Wet op de kansspelen en de aanbieder van het spel moet een vergunning hebben.

Ik sprak onder anderen met een promovendus die een analyse had gemaakt van spelersinvloed bij spellen. Bij roulette is de spelersinvloed 0. Het balletje rolt zoals het rolt. Bij schaken is de spelersinvloed 1. De schaker heeft volledige controle over zijn zetten. De meeste spellen zitten tussen 0 en 1. De promovendus vertelde over strategieën om bij blackjack en poker je winstkansen te vergroten. Zijn conclusie was dat poker eerder een behendigheidsspel is dan een kansspel.

Foute conclusie

Ik vond mijn artikel goed gelukt. Informatief, interessant en prettig leesbaar. Als ik het na al die jaren teruglees, staat het nog steeds. Maar bij Holland Casino dachten ze daar helaas anders over. Vooral de conclusie stond hen niet aan. Als poker een behendigheidsspel zou zijn, zou iedereen pokertoernooien kunnen organiseren. En daarmee zou een belangrijk deel van de omzet van de casino’s kunnen wegvallen.

Het was de soms gevoelde tegenstelling tussen de journalist en de tekstschrijver in mij. Een journalist schrijft voor kranten en nieuwsmedia en doet aan waarheidsvinding. Als tekstschrijver heb je rekening te houden met de belangen van je opdrachtgever. En de constatering dat poker eerder een behendigheidsspel dan een kansspel was, was niet in het belang van mijn opdrachtgever. Overigens besloot de rechter na 10 jaar uiteindelijk toch dat poker een kansspel is.

Coronaframes en negerzoenen

In termen van nu: ik had het verhaal anders moeten framen. De herinnering aan het artikel kwam op toen ik in het september-nummer van Onze Taal een interview las met taalstrateeg Sarah Gagestein over coronaframes en negerzoenen.  In de woorden van Gagestein: ‘Een frame is een verhaal met bijbehorende woorden dat tussen de regels door de lezer of luisteraar meegeeft hoe hij de werkelijkheid – dus de inhoud – moet interpreteren.’

‘Framing is een kwestie van je taal slimmer inzetten’, zegt ze verderop in het interview. ‘Hoe vertel je je boodschap zo dat mensen deze wél willen horen? En welke waarde benadruk je in je verhaal zodat mensen minder weerstand ervaren en ontvankelijk worden voor de inhoud?’

Gagestein beschrijft hoe ze in het vakgebied terechtkwam na het lezen van het boek Don’t Think of an Elephant van de Amerikaanse taalkundige George Lakoff. Zelf schreef Gagestein in 2014 over framing in Denk niet aan een roze olifant. Nieuwsgierig geworden kocht ik de meest recente editie van Lakoffs boek, uit 2014: The All New Don’t Think of an Elephant. Tegelijk bestelde ik bij de lokale boekwinkel het nieuwe boek van Sarah Gagestein, dat ze schreef schreef samen met Jolijn Mes. Word Meesterframer. Dat wil ik wel.


3 tips om te framen

  1. Kies voor de kern. Een effectief frame beperkt zich tot de belangrijkste rode draad. Wat wil je echt overbrengen?
  2. Zeg wat het wél is. Ingaan op wat de lezer of luisteraar niet moet denken, is contraproductief. Als Rutte zegt: ‘Ik ben geen moederskindje’ blijft precies dat beeld hangen.
  3. Spreek de zintuigen aan. Ons brein verwerkt concrete informatie beter dan abstracte informatie. Voorbeelden, krachtige beeldspraak en anekdotes blijven goed hangen.

Bron: Onze Taal, 2020-9, p. 24


Republikeinen versus democraten

Lakoff gaat in zijn boek vooral in op de situatie in de Verenigde Staten. Hij legt uit dat het verschil tussen republikeinen en democraten zijn wortels heeft in hun kijk op de wereld. Republikeinen starten vanuit het ‘strict father model’. Dit gaat ervan uit dat de wereld is een gevaarlijke plek is. Er is een absoluut goed en een absoluut fout. Kinderen worden slecht geboren, in de zin dat ze willen doen wat goed voelt, niet wat goed is. Daarom moeten ze gehoorzaam gemaakt worden. Vader weet wat goed is.

Democraten leven vanuit het ‘verzorgende oudermodel’ noem. Beide ouders zijn in gelijke mate verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen. De aanname is dat kinderen goed geboren worden en beter gemaakt kunnen worden. De wereld kan een betere plek worden, en het is onze taak om daaraan te werken. Het is de taak van de ouders om hun kinderen op te voeden en hun kinderen op te voeden als verzorgers van anderen.

Newspeak

De republikeinen hebben vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw bewust geïnvesteerd in het verspreiden van hun wereldbeeld. Ze zetten conservatieve denktanks op die op universiteiten jonge republikeinen spotten en scholen in het juiste taalgebruik en het toepassen van de juiste frames. Hun doel: de eigen achterban binden en, nog belangrijker, de kiezers in het midden naar zich toe halen. Frames en taalgebruik waren hierbij essentieel, een soort Orwelliaans Newspeak.

Lakoff somt een aantal recente voorbeelden op. Zo werd regelgeving die vervuilende bedrijven meer ruimte gaf gepresenteerd als ‘clear skies initiative’ en wisten de republikeinen ‘global warming’ om te katten tot ‘climate change’. Daarmee werd de dreiging minder en bleef in het midden wat de oorzaak is van de opwarming, aldus Lakoff.


Sociale media als framebouwer

Na het verschijnen van The All New Don’t Think of an Elephant in 2014 hebben de sociale media en met name Facebook zich ontwikkeld als krachtige machines om frames te smeden. De algoritmen maken dat je berichten te zien krijgt die aansluiten bij berichten die je eerder hebt bekeken. Zo ontstaat een eigen werkelijkheid.

Like een bericht over viruswaanzin, en je krijgt andere berichten over hetzelfde onderwerp te zien. Zo krijg je de inhoud steeds bevestigd. De Trump-aanhangers die op 6 januari het Capitool bestormden, leven in hun eigen alternatieve bubbel, gevoed door de tweets van Trump, de berichtgeving van Fox en de berichten van geestverwanten op Facebook.


Lastenverlichting

Een ander voorbeeld is de term ‘tax relief’. Relief (verlichting) impliceert dat belasting iets slechts is waarvan we verlost moeten worden. Terwijl we belasting volgens Lakoff moeten zien als een investering in de kwaliteit van de samenleving, in de infrastructuur, in vliegvelden, snelwegen, communicatienetwerken, onderwijs en gezondheidszorg. En in voorzieningen die het mensen mogelijk maken om te participeren in de samenleving. Zaken die economische groei mogelijk maken. (In Nederland hanteren we met ‘lastenverlichting’ overigens hetzelfde frame.)

De democraten hebben veel minder aandacht gehad voor het framen en beginnen daardoor elke discussie al met een 1-0 achterstand. Ze denken dat de feiten voldoende zijn om mensen te overtuigen. Maar als het verhaal niet aansluit bij het frame waarin mensen gewend zijn te denken, vallen de feiten in onvruchtbare aarde en ontstaat er zelfs ruimte voor alternatieve feiten.

Zwevende kiezers binden

Als democraten de terminologie gebruiken die zorgvuldig door de republikeinen in de samenleving is gebracht, blijven ze binnen de conservatieve frames. Vandaar de titel van het boek: Don’t Think of an Elephant. Probeer het maar. En dan kan het gebeuren dat arme kiezers stemmen op kandidaten van wie het voor ons evident is dat die hun belangen niet dienen. De democraten moeten daarom werken aan hun eigen frames en zo de zwevende kiezers aan zich binden.

Een laatste voorbeeld van Lakoff. Obamacare. Deze wetgeving maakte gezondheidszorg bereikbaar voor mensen met lage inkomens. De republikeinen slaagden er vanaf het begin in om het initiatief af te schilderen als beperking van de vrijheid. En Obama slaagde er niet in dat frame te doorbreken. Komiek Jimmy Kimmel liet een medewerker in Los Angeles voorbijgangers vragen wat ze beter vonden, Obamacare of de Affordable Care Act? De overgrote meerderheid vond Obamacare niets, maar de Affordable Care Act een goed idee. De meesten wisten niet dat Obamacare en Affodable Cara Act hetzelfde zijn.

Sneloverwogen en weloverwogen denken

Sarah Gagestein en Jolijn Mes verklaren het verschijnsel ‘frames’ met een verwijzing naar de bestseller van psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman, Thinking Fast, Thinking Slow, in het Nederlands vertaald als Ons feilbare denken. Ons denken kent een onbewuste, emotionele kant en een bewuste, rationele kant. De onbewuste kant speelt een veel grotere rol dan we denken. De bewuste kant probeert vooral achteraf onze keuzes te rationaliseren. [Klik hier om Kahnemans uitleg te horen].

Gagestein en Mes spreken van een sneloverwogen en een weloverwogen deel van ons denken. Sneloverwogen werkt als een automatische piloot. Het maakt keuzes voor ons. Vaak gebaseerd op ervaringen uit het verleden en vooroordelen. En vaak is dat geen probleem, vinden de schrijvers. Je kunt niet elke keuze uit en te na overwegen, daar heb je simpelweg de tijd niet voor. Tegelijk biedt de tweedeling de mogelijkheid voor onbewuste beïnvloeding als je goed weet in te spelen op ‘sneloverwogen’.

Handleiding om te overtuigen

Word Meesterframer is een ‘complete handleiding voor iedereen die iedereen wil overtuigen’ aldus de cover van het boek. De auteurs leggen uit wat frames zijn, hoe je ze herkent, hoe je zelf strategische frames ontwerpt en hoe je ze gebruikt. Waardevolle kost voor alle auteurs en sprekers die hun publiek willen overtuigen. Niet alleen met feiten, maar ook met een presentatie die aanhaakt bij wat er al aanwezig is bij de lezer of luisteraar. Simpel gezegd: als je weet dat mannen George Clooney willen zijn en vrouwen hem begeren, en je kunt dat linken aan een koffiecupje, is dat goed voor de verkoop.


Meer lezen

Framen heeft te maken met taalgebruik. Toen mijn kinderen jong waren, leerde ik dat je beter kunt zeggen: ‘Blijf op de stoep’ dan ‘Ga niet op de weg’. Positief formuleren, dan luisteren kinderen beter naar je en krijg je dingen gedaan.

Redactieprof Marleen Kamminga schreef een blog over positief taalgebruik. Ze gaat onder meer in op de communicatie rond corona en hoe je mensen kunt stimuleren om te doen wat jij wilt dat ze doen zonder te commanderen. Lees hier de blog van Marleen.


Als je een boodschap hebt voor je (potentiële) klanten, dan kun je een advertentie plaatsen of een mailing rondsturen. Met een persbericht kun je ook gratis publiciteit genereren. Als het je tenminste lukt om redacties te interesseren voor jouw boodschap. We leggen je graag uit hoe je een goed persbericht schrijft.

Een persbericht is een korte tekst met een duidelijke kop, voldoende feiten en citaten om een nieuwsverhaal te ondersteunen, achtergrondinformatie over het betreffende bedrijf of product, een datum, en een telefoonnummer of e-mailadres voor redacteuren die meer informatie willen.

De eerste indruk

Bedenk dat elke redactie dagelijks een flinke stapel mails en persberichten te verwerken krijgt. Meestal scant een redacteur een persbericht enkele seconden. In een oogwenk beslist hij of hij verder zal lezen. Gemiddeld verdwijnen negen van de tien persberichten in de prullenbak. Zorg er dus voor dat je persbericht opvalt!

Nieuwsgierigheid prikkelen

Hoe prikkel je de professionele nieuwsgierigheid van de redacteur? Let onder meer op:

  • actualiteit – hoe verser het nieuws, hoe beter
  • belang voor de doelgroep van website, vakblad, krant
  • afstand – het 10-jarig bestaan van een bedrijf is wellicht interessant voor de regionaal georiënteerde Facebook-pagina, maar zeker niet voor landelijke media
  • bekendheid – als iemand in coronatijd op vakantie gaat in Griekenland, is dat geen nieuws; wel als het de koninklijke familie is
  • grote gevolgen – een nieuwsfeit is interessanter als het duizend mensen raakt, dan wanneer het om honderd mensen gaat
  • botsing– een tegenstelling van belangen is altijd interessant om over te lezen
  • afwijking – hond bijt man is geen nieuws, man bijt hond wel

Nieuwswaarde

Bedenk voordat je je persbericht gaat schrijven, of wat je te melden hebt ook nieuwswaarde heeft voor de buitenwacht. Stuur niet voor ieder wissewasje berichten rond. Soms is een ander middel beter, zoals een mailing naar je klanten. Nieuwswaarde is overigens een rekbaar begrip. De redacteur van AMweb, platform voor financiële dienstverlening maakt een andere afweging dan de reporter van Lutjebroek Online. Dit kan ervoor pleiten om verschillende persberichten op te stellen die zijn toegesneden op het medium waar je ze naartoe stuurt.

Duidelijk in één oogopslag

Is je nieuws een persbericht waard, dan is het tijd om naar de vorm te kijken. Zoals gezegd, een redactie krijgt dagelijks een berg e-mails te verstouwen. Zorg er daarom voor dat in één oogopslag duidelijk is waar je bericht over gaat. Dat doe je met een pakkende kop, een goede lead en tussenkopjes. Veel media nemen persberichten letterlijk over. Zorg er daarom voor dat je persbericht foutloos is. De redactie zal je dankbaar zijn.

Hoe schrijf ik een persbericht?

De kop

Zet boven je bericht met grote letters PERSBERICHT. Daaronder typ je de kop. Die geeft in enkele woorden de kern van je bericht weer. Kies voor een actieve kop, dus met een werkwoord erin. Dus niet ‘Fietser aangereden door dronken burgemeester’, maar ‘Dronken burgemeester rijdt fietser aan’. Koppen maken is een kunst. Sommige kranten hebben er speciale redacteuren voor in dienst. Vaak werkt het het beste om eerst het bericht te schrijven, en er daarna een kop boven te zetten.

De lead

De lead (ook wel: het intro) geeft in enkele zinnen de belangrijkste feiten weer. Wie, wat, waar, wanneer en waarom (de vijf W’s) en hoe. Al komt de lezer niet verder dan de lead, dan heeft hij toch de belangrijkste informatie tot zich genomen. Gebruik voor de lead een vet lettertype.

Platte tekst

In de platte tekst werk je de informatie verder uit. Ga vooral in op het wat, hoe en waarom. Begin met de belangrijkste zaken en werk van belangrijk naar minder belangrijk. Zo’n ‘oprolbaar’ bericht heeft voor de redactie het voordeel dat ze een stuk kunnen schrappen en toch een goed bericht overhouden. Zorg voor een neutrale tekst en wees zuinig met bijvoeglijke naamwoorden. Gebruik feiten en cijfers om je punt te maken.

Lees je eerste versie kritisch door en gooi overbodige informatie eruit. Zorg voor aanvullende informatie op je website en zet in je persbericht een link naar je website. Daarmee voorkom je dat je te veel informatie in het persbericht moet proppen.

Citaten

Met citaten kun je subjectieve uitspraken in je bericht verwerken, zonder dat de geloofwaardigheid eronder leidt. Het leest lekkerder weg als de directeur zegt: “Dankzij deze samenwerking kunnen we onze klanten nog beter van dienst zijn”, dan wanneer je schrijft: Potter Financiële Dienstverlening kan zijn klanten zo nog beter van dienst zijn.

Nadere informatie

Sluit het persbericht af met een naam en contactgegevens waar de redactie terecht kan voor nadere informatie. Sta de redactie direct te woord als ze bellen. Lukt dat niet, bel dan zo snel mogelijk terug. Het nieuws gaat snel, voordat je het weet is de kans op gratis publiciteit voorbij.

Over ons

Sluit je persbericht af met een korte beschrijving van je organisatie en je activiteiten, een zogeheten boiler plate. Maak hiervoor een standaardtekst die je aan ieder bericht kunt toevoegen. Denk goed na over hoe je je bedrijf wilt profileren.

Verzending

Voeg je persbericht niet bij als attachment in je e-mail, maar plak het in het mailbericht. Veel ontvangers van berichten openen attachments niet eens als ze de afzender niet kennen. Voeg ook geen andere bijlagen toe, zoals foto’s en rapporten. Maak een link naar je website, zodat belangstellenden die informatie daar kunnen downloaden. Meld dit duidelijk in je e-mail. In het bericht zelf kun je wel een foto plakken.

Stuur je bericht naar de juiste media. Bedenk voor wie jouw nieuws interessant is en pas je verzendlijst daar op aan. Naar welke sites zou je zelf gaan om iets over je vak of je product te lezen? Welke bladen zou je erop naslaan? Welke media gebruikt jouw doelgroep?

Hulp nodig?

Kun je hulp gebruiken bij het samenstellen van een goede boilerplate of het schrijven van persberichten? Redactieprofs staan voor je klaar! Voor ons is het ons dagelijkse werk.

Net als jij besteed ik gruwelijk veel tijd aan digitale apparaten. Alleen al op mijn Mac schrijf ik, communiceer ik met klanten, collega’s en vrienden, bestel ik dingen, lees ik nieuws, kijk ik voetbal… Doordat ik zóveel op één apparaat doe, loopt alles door elkaar, raak ik overprikkeld en vind ik het moeilijk om grip te houden op mijn gedachten. 

Natuurlijk zijn er manieren voor om de controle terug te vinden. Lees: The Organized Mind van Deniel Levitin, over hoe je helder blijft denken in dit tijdperk van informatieoverload. Maar er is in ieder geval één truc die ik je van harte kan aanbevelen: keer terug naar papier.  

Schaf een mooi notitieboek aan

Of neem een A3-vel. Of een schetsboek. Met papier aan de keukentafel – zonder digitale distractie – komt er weer lijn in mijn gedachten. Daar laat ik ze de vrije loop, ontstaat flow van een verhaal, maak ik lijstjes voor van alles en ontworstel ik me als ik ben vastgelopen. Daar raak ik gefocust en ben ik creatiever. 

Het toetsenbord voert vervolgens uit wat ik heb bedacht. Maar dan is het echte werk al gedaan.

Deze zomer ben ik onder de naam Cindy Schrijft 5 jaar zelfstandig bezig als tekstschrijver en communicatieadviseur. Nadat ik in totaal 17 jaar bij bureaus werkte. Hoe noem je dat eigenlijk, een vijfjarig jubileum? Blik, hout of plastic, las ik. Dan ga ik voor het hout. Als ik nu eens voor elk ‘houten’ jaar een tip of ervaring deel? Hier komen ze, in willekeurige volgorde.

1. Schrijftip: schrijven is schrappen

Bijna altijd kun je de eerste zinnen die je op papier (scherm) zet, achteraf schrappen. Het zijn de opstart-zinnen, de nadenk-zinnen, de zinnen waarmee je zelf in het verhaal komt. Soms kan zelfs die hele eerste alinea gewoon hoppakee weg! Probeer het maar eens. En lees je teksten als ze voor je gevoel rond zijn, nog één keer kritisch door op woordjes of hele zinnen die weg kunnen. Ik ben op dit moment interviews aan het uitwerken tot verhalen van maximaal 1.000 woorden. Er is steeds zoveel te vertellen! Dus ik zit er in eerste instantie standaard overheen. Het is bijna een sport om ze daarna tóch in te dikken. En ja, de teksten worden er steevast sterker van. Kill your darlings.

2. Interviewtip: live of telefonisch?

Aan heel veel teksten die ik voor opdrachtgevers schrijf, liggen interviews ten grondslag. Nu zou je denken dat een face to face gesprek de voorkeur heeft. Elkaar in de ogen kunnen kijken, de mimiek zien bij bepaalde uitspraken, het informele praatje achteraf waar je vaak ook nog nuttige informatie uit haalt. Het is gewoon een stuk persoonlijker. Dat klopt allemaal! 

Toch wil ik een lans breken voor het telefonische interview. Dus ook geen Skype of Zoom of Teams. Omdat ik telkens weer merk hoe open mensen praten wanneer je ze aan de lijn hebt. Mensen zoeken een rustig plekje op om te bellen, maken het zich comfortabel, hoeven zich niet ‘beter’ voor te doen en praten meer vrijuit is mijn ervaring. Regelmatig spreek ik iemand tijdens een autorit – even los van de standaard werkcontext. Ook fijn: een belletje is vaak flexibeler in te plannen. 

3. Taaltip: die eeuwige d/t-kwestie

‘Houdt anderhalve meter afstand.’ ‘Houdt je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’ Het zijn de twee meest voorkomende d/t-fouten die ik tegenkom in teksten. Het moet zijn: ‘Houd anderhalve meter afstand’ en ‘Houd je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’. Daarom hét ezelsbruggetje voor iedereen die dit lastig vindt: vervang het werkwoord door een ander werkwoord. Je zegt bijvoorbeeld ook: ‘Geef anderhalve meter afstand’, of ‘Geef je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’ Zonder ‘t’ dus. Eigenlijk is het heel simpel…

4. Gesprekstip: de kracht van LSD

Geen LSD-trip maar een LSD-tip in de betekenis van: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. Echt luisteren is een basisvoorwaarde voor elk goed gesprek. Het dóórvragen is een kunst die iedere ervaren tekstschrijver beheerst. De stap daartussen, het samenvatten, zou ik hier eens extra in de kijker willen zetten. Je kunt je afvragen: ‘Is dat niet wat overdreven? Om de woorden van de ander nog eens te gaan herhalen?’ Toch merk ik telkens weer dat mensen het heel erg waarderen. Als interviewer of gespreksleider laat je – samengevat in je eigen woorden – zien dat je echt begrijpt wat de ander zojuist verteld heeft. Je kunt dat een paar keer tijdens het gesprek doen. Helemaal aan het einde vat ik regelmatig de rode draad nog eens samen. Vaak is dat (achteraf) meteen de ruggengraat van mijn tekst. En het leidt vaak tot mooie laatste ingevingen! ‘O ja, wat trouwens nog leuk is om ook te vertellen…’.      

5. Netwerktip: clubjesangst niet nodig

Van mijn 5 jaar zelfstandig ondernemerschap ben ik nu 3 jaar lid van Redactieprofs, netwerk van zelfstandig tekstschrijvers en communicatieprofessionals. Naast mijn Cindy Schrijft-werk voor eigen opdrachtgevers, werken we regelmatig samen. Aan grote klussen bijvoorbeeld, zoals het magazine dat ik samen met Jeroen en Helene maakte. Opdrachtgevers zijn blij dat er altijd een back-up beschikbaar is. Past een bepaalde tekstproductie niet bij mij (of niet in mijn planning), dan heb ik nog zeven collega-profs. We delen kennis en hebben lol tijdens onze samenwerkdagen. Kortom: 1 + 1 = 3 wordt hier wat mij betreft 1 + 7 = 10. Een netwerk moet bij je passen en ik heb er eerst ook goed over nagedacht. Maar heb je eenmaal ‘het juiste clubje’ gevonden, dan levert het veel moois op. 

Op naar 10 jaar Cindy Schrijft, zojuist geleerd: mijn ‘kristallen, stalen, tinnen of rozen’ jubileum. En nog vele mooie jaren bij Redactieprofs. 

‘Houd afstand.’ We lezen het overal op ramen en deuren. Niet gezellig, wel duidelijk. Maar kan het ook anders? Jawel! Deze communicatielessen leerde ik van een beveiliger, een administratief medewerker, een fietsenverkoper en een horecamedewerker.

“Wilt u uw handen reinigen en een mandje pakken?”, wijst de boekwinkelmedewerkster bij binnenkomst. De vrouw achter mij zucht en maakt rechtsomkeert. “Ik ben hier he-le-maal klaar mee”, foetert ze terwijl ze wegloopt.

Naarmate de coronacrisis langer duurt, worden lontjes korter. En dan zijn het al snel de boodschappers van het slechte nieuws die het moeten verduren: winkelpersoneel, handhavers, OV-medewerkers en noem maar op.

‘Houd afstand’. ‘Maximaal drie klanten tegelijk naar binnen.’ ‘Was je handen.’ ‘Blijf thuis.’ Het laat aan duidelijkheid niks te wensen over. Duidelijkheid is een voorwaarde voor geslaagde communicatie. Toch is er meer voor nodig om een boodschap te laten landen, zeker als het geen fijne boodschap is. Wat dacht je van deze:

Fout!

Kijk, bij zo’n boodschap haak ik dus meteen af. FOUT, zegt dit apparaat in schreeuwende hoofdletters tegen mij als ik op de knop voor de magnetronfunctie druk. Ik voel me als een klein kind op de vingers getikt en dat wekt wrevel op. Wat denkt dat ding wel helemaal? Bovendien kan ik er niks mee, want nu weet ik nog steeds niet hoe ik de magnetron dan wél aankrijg.

Herrie in de stiltecoupé

Maar zelf maak ik me ook wel eens schuldig aan het uitdelen van zo’n spreekwoordelijke tik op de vingers. Bijvoorbeeld als bellende of kletsende passagiers in een halflege trein kiezen voor de stiltecoupé, als ik daar net mijn laptop heb uitgeklapt om een deadline te halen. Met – inderdaad – wrevelige reacties als gevolg. 

Totdat ik een lesje communicatie kreeg van een Amsterdamse beveiliger, dat ik nog regelmatig met succes in praktijk breng. Hij adviseerde: “Benoem in zo’n situatie niet het ongewenste gedrag, maar de oplossing. Zeg bijvoorbeeld: ‘Als u wilt bellen, dan kan dat in de coupé hiernaast’.”

Betalingsherinnering

Vergissen is menselijk. Als er iets misgaat, wil dat helemaal niet zeggen dat er opzet in het spel is. De vergeten factuur bijvoorbeeld. Ik schaam me eerlijk gezegd altijd een beetje als ik een betalingsherinnering ontvang. Betrapt op nalatigheid! Maar als ik er zelf een moet sturen, dan laat ik me graag inspireren door deze sympathieke tekst die ik ontving van mijn Amersfoortse webbouwer. Want hier is begrip het uitgangspunt:

Bij het nalopen van onze administratie valt me op dat de betaling van onderstaande factuur nog niet is ontvangen. Daarom het verzoek om na te gaan of er inderdaad nog niet betaald is. Als er een bijzondere reden is, dan hoor ik het graag en anders wil ik je vragen zo snel mogelijk te betalen.

Betalen voor het toilet

In Nederland is het een bekend verschijnsel: je mag alleen van het toilet gebruikmaken als je ook iets koopt. Maar waarom eigenlijk? Moeten we in dit land dan werkelijk óveral aan verdienen? Deze horecaondernemer van een strandpaviljoen bij Hargen begrijpt hoe mensen denken. En geeft ze een reden om tóch met een glimlach dat muntje uit hun portemonnee te halen. 

Hier geen fietsen

Daar ga je dan met je goede gedrag. Laat je de auto thuis staan om CO2-vrij de stad in te gaan, en dan kun je je fiets nergens kwijt. Geen fietsenrek te bekennen. Overal die rode verbodsbordjes in de etalage. Behalve hier, want de uitbaters van deze Hoornse sportzaak pakken het sportiever aan. Net als jij houden ze van fietsen. En gemeenschappelijkheid schept een band. Dus die mensen doe je graag een plezier.

Rookvrij

Nog één voorbeeld tot slot. Deze komt niet ‘gewoon’ uit de praktijk, maar uit de Rookvrij-campagne. De tekst op dit bord luidt: ‘Fijn dat u hier niet rookt’. Klinkt een stuk vriendelijker dan ‘Verboden te roken’. De reden laat zich raden: in plaats van het ongewenste gedrag te verbieden, wordt het gewenste gedrag beloond. De naam van de campagne roept trouwens ook een positief gevoel op: ‘Rookvrij’ heeft een heel andere lading dan ‘Rookverbod’.

Houd afstand, maar dan anders?

Hoe kunnen deze 5 lessen inspiratie bieden voor ‘Houd afstand’, ‘Blijf thuis’ en andere coronacrisis-geboden?

1. Benadruk de oplossing:

 ‘U kunt hier veilig winkelen door gebruik te maken van de desinfectiegel en de route te volgen.’

‘Ga frisbeeën, badmintonnen, skeeleren of de bal overtrappen: spelletjes die je met weinig kinderen tegelijk kunt doen. En waarbij je makkelijk afstand kunt houden.’ 

‘Mede dankzij u is onze zorginstelling nog steeds virusvrij en zijn alle bewoners veilig. ’

‘Het vaste ommetje met de buurvrouw kun je gewoon blijven maken; praat bij op 1,5 meter afstand’.

2. Toon begrip:

‘Wachten is niet leuk. Daarom bieden we u graag een gratis kopje koffie aan.’

‘Natuurlijk wil je graag weer samen buitenspelen! Kies voor spelletjes die je met z’n tweeën of drieën kunt doen, zoals …’

‘We begrijpen dat u ernaar uitkijkt om uw naaste weer in de armen te sluiten.’

3. Benoem de redenen:

‘Het geeft u vast een veilig gevoel dat andere bezoekers:

– 1,5 meter afstand houden

– hun handen hebben gedesinfecteerd 

– de aangegeven route volgen.

Fijn als u dat ook doet!’

‘Als u hier even wacht, zijn we samen sneller van corona af’

4. Benoem de gemeenschappelijkheid

‘Alleen samen krijgen we corona onder controle’.

‘Omdat we er allemaal zo snel mogelijk vanaf willen zijn – hier je handen wassen is fijn!’ 

‘Krijgt u er ook al schoon genoeg van? Wij ook. Toch zijn we liever schoon dan ziek. Samen krijgen we corona onder controle.’ 

5. Beloon het gewenste gedrag:

‘Dankjewel voor je geduld! Bij de eerstvolgende klant die de winkel verlaat, kun jij erin.’

Heb jij een mooi voorbeeld van een positief geformuleerd gebod uit de anderhalvemetersamenleving? Vul gerust aan!

Heeft het &-teken een gebruiksaanwijzing? Met een beetje fantasie zie je dat de ampersand een ligatuur is. Oftewel, een samenstelling van de letters ‘Et’, Latijn voor ‘en’. Toch kun je niet zomaar elke en in je tekst vervangen door een &, vinden Redactieprofs.

Persoonlijk vind ik het een mooi teken. Handgeschreven al helemaal, zo’n sierlijk symbool tussen mijn vluchtige blokletterhandschrift. En ik ben niet de enige. Marleen Kamminga ziet het als een lettervariant van de muzieksleutel, “de ampersand zet de toon voor echte verbinding”. Andere schrijvers moeten niks hebben van het verbindende krabbeltje en weren de ‘&’ koste wat het kost uit hun teksten.

Hoe gebruik je & correct?

Genootschap Onze Taal is er duidelijk in: gebruik de ampersand alleen bij afkortingen en vaste woordgroepen zoals bedrijfsnamen. “Helemaal mee eens”, bevestigt Helene de Bruin. “Toen ik laatst door Rotterdam liep, zag ik het antwoord op de &-vraag op een gevel staan. Afdeling Directie & MT en Innovatie stond er. De ampersand geeft aan dat het om de afdeling Directie & MT en de afdeling Innovatie gaat. Het teken benadrukt dat juist de eerste twee woorden een groep vormen. Precies zo gebruik ik ‘&’ in mijn teksten, om twee of meer woorden beter aan elkaar te laten kleven.”

Print & online en grafische vormgeving

Toch zijn er geen officiële regels voor het &-gebruik. Theanne Boer, expert in bladproducties, kijkt het liefst kritisch mee met de vormgever. “Als het bij de rest van de opmaak past, gebruik ik de ampersand voor printmedia graag in koppen en kaders, zij het met mate.”

Bij webtekst ligt het weer anders, denkt Sasja Nicolaï. Het valt haar op dat het &-teken online royaler gebruikt wordt. Ze is er zelf niet vies van, maar ziet de ampersand liever louter in namen en grafische elementen. “In logo’s bijvoorbeeld, daar komt het stijlvolle teken tot z’n recht. In lopende tekst vind ik de ampersand vrij storend en redigeer ik hem er bijna altijd uit.”

Redactieprofs zijn het er in elk geval over eens dat je als tekstschrijver de vrijheid hebt om per tekst te bepalen of de ampersand – en andere typografie – passend is. “Voelt het goed? GEWOON DOEN!”, benadrukt Helene. En twijfelen we echt of bepaalde symbolen bij een tekst passen? Dan overleggen we dat netjes met de opdrachtgever of vormgever. U vraagt, wij schrijven!

Op zoek naar een tekstschrijver die waarde hecht aan de kleinste details? Bel een Redactieprof.

Een beetje website heeft tegenwoordig een pagina met nieuws. Nieuws over de eigen organisatie, over activiteiten, over nieuwe producten of over ontwikkelingen in de branche. Dat houdt de site dynamisch en zorgt dat bezoekers terugkomen. Maar hoe schrijf je een bericht dat ook werkelijk de informatie overbrengt die je wilt delen? Vijf tips.

1. Vertel het belangrijkste eerst

Beginnen met waar het om gaat. Dit lijkt een open deur. Maar vaak moet je je in berichten eerst door een hoop ballast heen worstelen om bij de kern te komen. En meestal doen bezoekers aan je website dat niet. Gemiste kans. Een bericht op internet is wat dat betreft vergelijkbaar met het nieuwsbericht in de krant. Dat begint met de vijf w’s:

  • Wie
  • Wat
  • Waar
  • Wanneer
  • Waarom
  • (Hoe)

Begin met de essentie van je boodschap. Al lezen bezoekers aan je website alleen de eerste alinea, dan heb je toch de kern overgebracht. Clare Lynch is schrijfdocent aan de universiteit van Cambridge. Haar cursussen via Udemy zijn aanraders. Zij adviseert om in tweets te denken (toen die nog 142 tekens waren). Wat zou je in een tweet zetten als je er maar één kon versturen? En wat in de volgende?

Als je de 5 w’s in de eerste regels zet en daarna van belangrijk naar minder belangrijk werkt, maak je je bericht in krantentermen ‘oprolbaar’. Volgens sommige bronnen stamt deze methode uit de Amerikaanse burgeroorlog. Correspondenten moesten de kern het eerst verzenden via de telegraaf. Als vijandelijke troepen dan de masten neerhaalden en de verbinding onklaar maakten, had de redactie het belangrijkste nieuws tenminste binnen. Wat meer dan 150 jaar geleden werkte voor de krant, werkt nu goed in de digitale communicatie.

2. Verdiep je in de lezer

Het gaat er niet om wat jij of wat jouw bedrijf belangrijk vindt, maar om dat wat de klant raakt. Een veelgebruikt voorbeeld is dat van de boor: je verkoopt geen boor, maar een gat in de muur. Of liever nog, het portret van de kinderen dat aan de muur hangt als je klaar bent. Zo werkt reclame ook. Je verkoopt niet een mierzoet, plakkerig, bruin drankje, maar een gelukkig kerstfeest. Een goede manier om tot de essentie te komen, is om te vragen: nou en? En dan nog eens: nou en? Tot je het echte voordeel voor de lezer te pakken hebt.

Stel dat je een touringcarbedrijf hebt, en je hebt een nieuwe touringcar gekocht. Dan kun je daar een nieuwsbericht over schrijven waarmee je mikt op toekomstige passagiers. Voor hen is het van belang dat de bus comfortabel is en je veilig en snel naar de vakantiebestemming brengt. Wil je met het bericht nieuwe chauffeurs aantrekken in een krappe markt, dat zul je meer inzoomen op het rijplezier en op de aparte, stille slaapcabine voor verre reizen.

3. Breng structuur aan in je tekst

Bezoekers van websites lezen een tekst nooit van voor naar achter, van boven naar onder. Onderzoek met eyetrackers laat zien dat ze een webpagina scannen, meestal in de vorm van een F. Houd daar dus rekening mee. Zet je kernboodschap in de eerste alinea (zie punt 1). Maak de alinea’s niet te lang, 4 à 5 regels is mooi. Zet het belangrijkste in de eerste zin van de alinea.

Gebruik tussenkopjes die de structuur aangeven. Vat in die kop de kern samen. Dat vindt je lezer fijn, en zoekmachines ook. Vergeet de creatieve en prikkelende tussenkop. Laat die maar over aan de redacteur van de gedrukte krant. Als de lezer moet gissen wat eronder staat, haakt hij af. Wees daarom zo concreet mogelijk.

4. Schrijf helder, eenvoudig en aantrekkelijk

Het leven zit vol verleidingen. De persoon die de moeite neemt om jouw tekst te lezen, heeft voor jou gekozen boven veel andere activiteiten. Maak het je lezer daarom gemakkelijk. Met structuur (zie punt 3), maar ook door leesbaar te schrijven.

  • Gebruik korte alinea’s en houd de zinnen kort. Varieer met de lengte. Dan krijgt je tekst een ritme. Dat maakt het lezen prettig.
  • Vermijd ingewikkelde zinsconstructies en kies zoveel mogelijk voor eenvoudige woorden.
  • Beperk je tot één gedachte per zin.
  • Zorg dat elke alinea op zichzelf begrijpelijk is. Wees spaarzaam met verwijzingen als ‘zoals we hierboven hebben beschreven’.
  • Laat je tekst eventueel even liggen ‘rijpen’ en pak hem later weer op. Zie ook de blog van Redactieprof Tom over het schrijven van blogs.

5. Sluit af met een call to action

Meestal heb je met een bericht meer voor ogen dan informatie delen. Je wilt dat de lezer meer informatie vraagt, contact zoekt, iets gaat doen. Sluit daarom je bericht als het even kan af met een oproep om in beweging te komen, een call to action.

Bijvoorbeeld: Redactieprofs geven coaching en training in zakelijk schrijven. Individueel of in een groep, online en op locatie. We vertellen u graag meer over de mogelijkheden. Neem voor meer informatie contact op.

Hoe ziet een goede direct mailing er dan wel uit? Theanne geeft 7 tips.

Jawel, er zijn collega-tekstschrijvers die mij wat meewarig aankijken als ik hen vertel dat ik regelmatig een bedelbrief schrijf voor een goed doel. Bah, hoor ik ze denken: dat je je daarvoor leent. Dat je mee wil werken aan die geldklopperij, aan dat sentimentele gedoe. Of ze denken: waarom wil je een tekst schrijven die in een envelop gaat die niet wordt geopend?

Schiet net als Robin Hood met Direct Marketing in de roos. Redactieprofs helpen u graag bij het schrijven van een DM-brief of -mail
Schiet net als Robin Hood met Direct Marketing in de roos. Redactieprofs helpen u graag bij het schrijven van een DM-brief of -mail

Direct mailing

Zelf zie ik dat helemaal niet zo. Als ik bezig ben met een bedelbrief of – in vaktermen – een direct mailing, dan voel ik mij net Robin Hood: ik steel geld van de rijken en geef het aan de armen. Door het lezen van mijn brief moet de hand naar de portemonnee gaan. Die in vergelijking met de rest van de wereld bijna altijd goed gevuld is. Dat die hand daarvoor eerst naar een zakdoek grijpt om een traantje weg te pinken, vind ik niet verkeerd. Het is toch ook om te huilen hoeveel rottigheid er gaande is in talloze landen? De vraag wiens schuld dat is, is wel belangrijk, maar niet voor het schrijven van die brief: de lijdende mens moet geholpen worden en wel nu.

Doseren

Een direct mailing dus. Hoe doe je dat? Het toverwoord is: doseren. Traantjes mogen opgewekt worden, maar niet té. De lezer moet weten dat hij geld moet geven, maar hij moet niet het gevoel krijgen dat hij voor het blok gezet wordt. Het is, zo ervaar ik dat, steeds balanceren op het randje. Het randje van sentiment en het randje van dwang.

Laatst kwam er trouwens bij mij een envelop binnen die ik niet geopend heb. Dat komt omdat deze zin erop stond: “Dit meisje rekent erop dat u deze envelop opent”. Met daarnaast, je raadt het al, een foto van een aandoenlijk meisje in een gescheurde jurk dat met grote, hongerige ogen in de lens staarde. Kijk, dat was voor mij niet op, maar over het randje. Ik was blij dat ik het niet bedacht had.

In het hoofd en hart van de lezer

In fondsenwervingsland wordt veel onderzoek gedaan naar het effect van direct mailings. Er worden tests uitgevoerd met verschillende doelgroepen en vormen. Een goede DM is voer voor psychologen: je moet in het hoofd en liever nog het hart van de lezer gaan zitten om een effectieve mailing te schrijven. Er wordt weleens gedacht dat die ouderwetse bedelbrief een achterhaald concept is. Maar de kosten wegen nog altijd ruim op tegen de baten. Neem van mij aan: zolang jij ze door de brievenbus krijgt, leveren ze blijkbaar genoeg op. Open de volgende eens een keer, geniet van de tekst die net niet over dat randje gaat, strijk met je hand over je hart en ga daarna met diezelfde hand naar je portemonnee ;).

Hoe ziet een goede direct mailing er dan wel uit? Ik geef je hieronder 7 tips.

  • met stip op 1: hou het kort. De lezer heeft de envelop dan wel geopend, maar met tegenzin, ga daar maar vanuit. Dus moet hij niet een vet epistel voor zich zien, maar een paar alinea’s met zinnen die allemaal iets nieuws zeggen en die leiden naar de volgende zin.
  • in die weinig woorden moet je dus veel zeggen: je moet een verhaal vertellen (storytelling), je moet emotie oproepen, er moet urgentie in zitten en een call to action: een oproep tot geven. En dat alles in pakweg driehonderd woorden.
  • de eerste zin is cruciaal. Die bepaalt of de lezer doorleest of niet. Ik kies altijd voor een zin waardoor de lezer meteen middenin het verhaal zit òf voor een zin die aansluit bij de belevingswereld van de lezer. Ik kies ook weleens voor een schokkend feit, een gewetensvraag of een revolutionaire uitspraak maar dan moet je uitkijken voor dat randje.
  • je betoog moet antwoord geven op dè vraag van de lezer: waarom zou ik hier een cent aan geven? Het beste antwoord is: omdat jij, met die paar euro die je nu gaat overmaken, ervoor zorgt dat zij nu hun eigen problemen gaan oplossen. Zelf.
  • wat heel erg helpt is het woord ‘impact’. Vertellen dat de organisatie in het verleden resultaten heeft bereikt die, hoera, in dit geval wèl een garantie bieden voor de toekomst. De lezer van vandaag wil niet alleen emotie, hij wil ook feiten. Keiharde cijfers.
  • en dan de call to action, de oproep tot geven. Die vind ik altijd het moeilijkst, want voor je het weet, verval je in clichés. Het lekkerst is het als je in je briefing een zogeheten gift handle tegenkomt. Die ziet er bijvoorbeeld zo uit: als ik 10 euro geef, heeft dat kindje een week te eten. En als ik 25 euro geef, heeft een heel gezin een week te eten. Erg fijn als je van je klant zo’n lijstje krijgt.
  • onderzoek wijst uit dat een PS het goed doet. Zo’n herhaling onderaan de brief die de aandacht van de lezer in één keer vangt: “PS: Er wachten nog honderden kindslaven op hun bevrijding. Wie bevrijd jij?”

Hulp nodig bij het schrijven van een DM-brief of -mail? Redactieprofs staan altijd klaar voor een goede tekst!

In deze debuutblog als Redactieprof deel ik graag een schrijfadvies waar veel opdrachtgevers blij van werden. Als tekstschrijver is het handig om snel te kunnen schrijven. Maar als de deadline het toelaat, neem ik soms liever de tijd om een opdracht in stukjes te knippen. Met mijn ‘antiblindstaarmethode’ schrijf ik een verhaal niet in één keer, maar in etappes. Desnoods verspreid over meerdere dagen. Op die manier ben ik opgeteld niet meer tijd kwijt aan het schrijven, maar lever ik wel een doeltreffendere tekst.

Bescherm de kracht van je verhaal
Wanneer je je blindstaart op een tekst, ben je zo gefocust op een bepaalde invalshoek of een specifiek onderdeel, dat je het grote plaatje uit het oog verliest. Het risico dat je tekst op die manier z’n kracht verliest, is het grootst als je te snel probeert te werken.

‘Het risico op blindstaren is groter als je te snel probeert te werken’

Probeer het ook eens! Wil je een blog schrijven voor je website en heb je verspreid over meerdere dagen tijd om eraan te werken? Volg dan de volgende 5 stappen voor een sterkere tekstproductie.

Stap 1: Neem de tijd voor een goed onderwerp

Als je een ingeplande blog zo snel mogelijk wil afvinken van je to-do-lijst, is het verleidelijk om het eerste idee dat je te binnen schiet uit te werken. Dat lijkt efficiënt, maar zo kader je al snel af wat je wil vertellen. Staar je niet blind op de eerste ingeving en denk wat langer na over je onderwerp. Neem vooral je ingevingen buiten de schrijfkamer serieus. Vaak zijn dat de beste! Mijn beste ideeën ontstaan meestal ‘na werktijd’. Tijdens het sporten bijvoorbeeld, of als ik buiten ben.

Stap 2: Bouw een informatieberg

Je hebt het onderwerp goed overwogen en zit vol inspiratie. Gooi alle informatie die je wil behandelen op een grote hoop. Bekijk je informatieberg, selecteer essentiële informatie en schrap overbodige of dubbele elementen. Bepaal gerust in welke volgorde of vorm je het verhaal wil gieten, maar baken de structuur nog niet te veel af.

‘Mijn favoriete recept tegen blindstaren: ga even wat anders doen’

De basisingrediënten voor je blog liggen klaar. Nu is het tijd voor mijn favoriete recept tegen blindstaren: ga even wat anders doen. Werk verder aan een andere taak of maak een ommetje, als je maar afstand neemt van je informatieberg.

Stap 3: Schrijf wat je schrijven kan

Je inhoud staat klaar, nu komt de schrijver in je naar boven. Door de onderbreking zie je ineens verbanden en richtingen die je tijdens het informatiescheppen nog niet zag. Jouw berg met informatie krijgt een begin en een eind. Je bepaalt de schrijfwijze en je blog krijgt vorm. Tijdens het schrijven ontdek je hier of daar nog een missende link in je verhaal.

‘Zoek een ontbrekend detail pas op als je even bent uitgeschreven. Zo staar je je niet blind op een kleinigheid’

Blindstaaralarm! Je zat net lekker in je verhaal en moet nu op zoek gaan naar een lullig detail. Mijn advies: markeer dat gedeelte en typ lekker verder. Zoek de ontbrekende zaken pas op als je even bent uitgetikt. Zo verlies je het grote plaatje niet uit het oog door je blind te staren op een kleinigheid. Een bijkomend voordeel is dat je zo niet wordt afgeleid door de verleidingen van je browser.

Maak je vooral niet druk als je tekst aan het einde van je schrijfsessie nog niet he-le-maal af is. Markeer de laatste twijfelzinnen (tekstdelen die nog niet helemaal lekker lopen of uit de toon vallen) en neem weer even afstand van je blog.

Stap 4: Lees terug en vul aan

Zo, je blog is bijna klaar! Na een pauze lees je jouw verhaal met een frisse blik terug. Zaken waar je tijdens het schrijven nog over piekerde, los je nu zo op. Je ziet het verhaal namelijk als geheel en staart je niet blind op details. En die gemarkeerde twijfelzinnen? Bij mij zijn het in 90% van de gevallen overbodige tekstdelen. Dat had ik in eerste instantie alleen nog niet door omdat ik me erop blindstaarde: Ik moet hier iets mee, maar wat? Nou, niks dus!

‘Ik moet hier iets mee, maar wat? Nou, niks dus!’

Stap 5: Laat iemand meelezen

Je eigen blog teruglezen met een volledige frisse blik is eigenlijk niet te doen. Je hebt de tekst van begin af aan opgebouwd en weet wat je idee erachter is. Durf daarom iemand te vragen om je blog een keer te lezen voordat je publiceert. Vraag daarbij of je boodschap helder overkomt en of het prettig leest. De laatste tips van een onbevangen tweede lezer kunnen je verhaal nog net dat beetje beter maken. En staat er toch nog een verscholen typfoutje in? Dan kan de tweede lezer je nog op de valreep redden van een taalblunder.

Bloggen zonder blindstaren in de praktijk
Als je bovenstaande stappen hebt gevolgd, ligt er nu waarschijnlijk een blog met een heldere boodschap voor je. Klaar om te delen! Benieuwd hoe mijn stappen voor deze blog eruitzagen? Zie hier:
Donderdag 23/1 – 13:04 uur
Ik bedenk het onderwerp voor deze blog terwijl ik een broodje aan het smeren ben. ‘Tips tegen blindstaren’ is nummer 3 op mijn ideeënlijst en tot zover de beste.
Vrijdag 24/1 – 10:33 uur
Ik zet de grote lijnen van het idee op papier. Het wordt een 7-stappenplan met een praktijkvoorbeeld.
Maandag 27/1 – 9:01 uur
Tijd om te schrijven. Een aantal lege ruimtes en twijfelpunten blijven over, maar het verhaal staat.
Dinsdag 28/1 – 15:41 uur
De lege ruimtes krijgen inhoud en de twijfels zijn uit de lucht. De 7 stappen worden 5 stappen en ik filter nog wat dubbele info uit de intro.
Woensdag 29/1 – 12:00 uur
Na een laatste blik vraag ik of een andere Redactieprof even wil meelezen.
Donderdag 30/1 – 13:15 uur
Na de laatste feedback van Redactieprof Jos is de blog klaar om te publiceren.

Meer lezen over effectief schrijven, bloggen en andere adviezen van Redactieprofs? Bekijk dan onze blogs of schakel hulp in van een ervaren tekstschrijver!