Redactieprofs | Schrijftips
124
archive,category,category-schrijftips,category-124,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

‘Houd afstand.’ We lezen het overal op ramen en deuren. Niet gezellig, wel duidelijk. Maar kan het ook anders? Jawel! Deze communicatielessen leerde ik van een beveiliger, een administratief medewerker, een fietsenverkoper en een horecamedewerker.

“Wilt u uw handen reinigen en een mandje pakken?”, wijst de boekwinkelmedewerkster bij binnenkomst. De vrouw achter mij zucht en maakt rechtsomkeert. “Ik ben hier he-le-maal klaar mee”, foetert ze terwijl ze wegloopt.

Naarmate de coronacrisis langer duurt, worden lontjes korter. En dan zijn het al snel de boodschappers van het slechte nieuws die het moeten verduren: winkelpersoneel, handhavers, OV-medewerkers en noem maar op.

‘Houd afstand’. ‘Maximaal drie klanten tegelijk naar binnen.’ ‘Was je handen.’ ‘Blijf thuis.’ Het laat aan duidelijkheid niks te wensen over. Duidelijkheid is een voorwaarde voor geslaagde communicatie. Toch is er meer voor nodig om een boodschap te laten landen, zeker als het geen fijne boodschap is. Wat dacht je van deze:

Fout!

Kijk, bij zo’n boodschap haak ik dus meteen af. FOUT, zegt dit apparaat in schreeuwende hoofdletters tegen mij als ik op de knop voor de magnetronfunctie druk. Ik voel me als een klein kind op de vingers getikt en dat wekt wrevel op. Wat denkt dat ding wel helemaal? Bovendien kan ik er niks mee, want nu weet ik nog steeds niet hoe ik de magnetron dan wél aankrijg.

Herrie in de stiltecoupé

Maar zelf maak ik me ook wel eens schuldig aan het uitdelen van zo’n spreekwoordelijke tik op de vingers. Bijvoorbeeld als bellende of kletsende passagiers in een halflege trein kiezen voor de stiltecoupé, als ik daar net mijn laptop heb uitgeklapt om een deadline te halen. Met – inderdaad – wrevelige reacties als gevolg. 

Totdat ik een lesje communicatie kreeg van een Amsterdamse beveiliger, dat ik nog regelmatig met succes in praktijk breng. Hij adviseerde: “Benoem in zo’n situatie niet het ongewenste gedrag, maar de oplossing. Zeg bijvoorbeeld: ‘Als u wilt bellen, dan kan dat in de coupé hiernaast’.”

Betalingsherinnering

Vergissen is menselijk. Als er iets misgaat, wil dat helemaal niet zeggen dat er opzet in het spel is. De vergeten factuur bijvoorbeeld. Ik schaam me eerlijk gezegd altijd een beetje als ik een betalingsherinnering ontvang. Betrapt op nalatigheid! Maar als ik er zelf een moet sturen, dan laat ik me graag inspireren door deze sympathieke tekst die ik ontving van mijn Amersfoortse webbouwer. Want hier is begrip het uitgangspunt:

Bij het nalopen van onze administratie valt me op dat de betaling van onderstaande factuur nog niet is ontvangen. Daarom het verzoek om na te gaan of er inderdaad nog niet betaald is. Als er een bijzondere reden is, dan hoor ik het graag en anders wil ik je vragen zo snel mogelijk te betalen.

Betalen voor het toilet

In Nederland is het een bekend verschijnsel: je mag alleen van het toilet gebruikmaken als je ook iets koopt. Maar waarom eigenlijk? Moeten we in dit land dan werkelijk óveral aan verdienen? Deze horecaondernemer van een strandpaviljoen bij Hargen begrijpt hoe mensen denken. En geeft ze een reden om tóch met een glimlach dat muntje uit hun portemonnee te halen. 

Hier geen fietsen

Daar ga je dan met je goede gedrag. Laat je de auto thuis staan om CO2-vrij de stad in te gaan, en dan kun je je fiets nergens kwijt. Geen fietsenrek te bekennen. Overal die rode verbodsbordjes in de etalage. Behalve hier, want de uitbaters van deze Hoornse sportzaak pakken het sportiever aan. Net als jij houden ze van fietsen. En gemeenschappelijkheid schept een band. Dus die mensen doe je graag een plezier.

Rookvrij

Nog één voorbeeld tot slot. Deze komt niet ‘gewoon’ uit de praktijk, maar uit de Rookvrij-campagne. De tekst op dit bord luidt: ‘Fijn dat u hier niet rookt’. Klinkt een stuk vriendelijker dan ‘Verboden te roken’. De reden laat zich raden: in plaats van het ongewenste gedrag te verbieden, wordt het gewenste gedrag beloond. De naam van de campagne roept trouwens ook een positief gevoel op: ‘Rookvrij’ heeft een heel andere lading dan ‘Rookverbod’.

Houd afstand, maar dan anders?

Hoe kunnen deze 5 lessen inspiratie bieden voor ‘Houd afstand’, ‘Blijf thuis’ en andere coronacrisis-geboden?

1. Benadruk de oplossing:

 ‘U kunt hier veilig winkelen door gebruik te maken van de desinfectiegel en de route te volgen.’

‘Ga frisbeeën, badmintonnen, skeeleren of de bal overtrappen: spelletjes die je met weinig kinderen tegelijk kunt doen. En waarbij je makkelijk afstand kunt houden.’ 

‘Mede dankzij u is onze zorginstelling nog steeds virusvrij en zijn alle bewoners veilig. ’

‘Het vaste ommetje met de buurvrouw kun je gewoon blijven maken; praat bij op 1,5 meter afstand’.

2. Toon begrip:

‘Wachten is niet leuk. Daarom bieden we u graag een gratis kopje koffie aan.’

‘Natuurlijk wil je graag weer samen buitenspelen! Kies voor spelletjes die je met z’n tweeën of drieën kunt doen, zoals …’

‘We begrijpen dat u ernaar uitkijkt om uw naaste weer in de armen te sluiten.’

3. Benoem de redenen:

‘Het geeft u vast een veilig gevoel dat andere bezoekers:

– 1,5 meter afstand houden

– hun handen hebben gedesinfecteerd 

– de aangegeven route volgen.

Fijn als u dat ook doet!’

‘Als u hier even wacht, zijn we samen sneller van corona af’

4. Benoem de gemeenschappelijkheid

‘Alleen samen krijgen we corona onder controle’.

‘Omdat we er allemaal zo snel mogelijk vanaf willen zijn – hier je handen wassen is fijn!’ 

‘Krijgt u er ook al schoon genoeg van? Wij ook. Toch zijn we liever schoon dan ziek. Samen krijgen we corona onder controle.’ 

5. Beloon het gewenste gedrag:

‘Dankjewel voor je geduld! Bij de eerstvolgende klant die de winkel verlaat, kun jij erin.’

Heb jij een mooi voorbeeld van een positief geformuleerd gebod uit de anderhalvemetersamenleving? Vul gerust aan!

Heeft het &-teken een gebruiksaanwijzing? Met een beetje fantasie zie je dat de ampersand een ligatuur is. Oftewel, een samenstelling van de letters ‘Et’, Latijn voor ‘en’. Toch kun je niet zomaar elke en in je tekst vervangen door een &, vinden Redactieprofs.

Persoonlijk vind ik het een mooi teken. Handgeschreven al helemaal, zo’n sierlijk symbool tussen mijn vluchtige blokletterhandschrift. En ik ben niet de enige. Marleen Kamminga ziet het als een lettervariant van de muzieksleutel, “de ampersand zet de toon voor echte verbinding”. Andere schrijvers moeten niks hebben van het verbindende krabbeltje en weren de ‘&’ koste wat het kost uit hun teksten.

Hoe gebruik je & correct?

Genootschap Onze Taal is er duidelijk in: gebruik de ampersand alleen bij afkortingen en vaste woordgroepen zoals bedrijfsnamen. “Helemaal mee eens”, bevestigt Helene de Bruin. “Toen ik laatst door Rotterdam liep, zag ik het antwoord op de &-vraag op een gevel staan. Afdeling Directie & MT en Innovatie stond er. De ampersand geeft aan dat het om de afdeling Directie & MT en de afdeling Innovatie gaat. Het teken benadrukt dat juist de eerste twee woorden een groep vormen. Precies zo gebruik ik ‘&’ in mijn teksten, om twee of meer woorden beter aan elkaar te laten kleven.”

Print & online en grafische vormgeving

Toch zijn er geen officiële regels voor het &-gebruik. Theanne Boer, expert in bladproducties, kijkt het liefst kritisch mee met de vormgever. “Als het bij de rest van de opmaak past, gebruik ik de ampersand voor printmedia graag in koppen en kaders, zij het met mate.”

Bij webtekst ligt het weer anders, denkt Sasja Nicolaï. Het valt haar op dat het &-teken online royaler gebruikt wordt. Ze is er zelf niet vies van, maar ziet de ampersand liever louter in namen en grafische elementen. “In logo’s bijvoorbeeld, daar komt het stijlvolle teken tot z’n recht. In lopende tekst vind ik de ampersand vrij storend en redigeer ik hem er bijna altijd uit.”

Redactieprofs zijn het er in elk geval over eens dat je als tekstschrijver de vrijheid hebt om per tekst te bepalen of de ampersand – en andere typografie – passend is. “Voelt het goed? GEWOON DOEN!”, benadrukt Helene. En twijfelen we echt of bepaalde symbolen bij een tekst passen? Dan overleggen we dat netjes met de opdrachtgever of vormgever. U vraagt, wij schrijven!

Op zoek naar een tekstschrijver die waarde hecht aan de kleinste details? Bel een Redactieprof.

Een beetje website heeft tegenwoordig een pagina met nieuws. Nieuws over de eigen organisatie, over activiteiten, over nieuwe producten of over ontwikkelingen in de branche. Dat houdt de site dynamisch en zorgt dat bezoekers terugkomen. Maar hoe schrijf je een bericht dat ook werkelijk de informatie overbrengt die je wilt delen? Vijf tips.

1. Vertel het belangrijkste eerst

Beginnen met waar het om gaat. Dit lijkt een open deur. Maar vaak moet je je in berichten eerst door een hoop ballast heen worstelen om bij de kern te komen. En meestal doen bezoekers aan je website dat niet. Gemiste kans. Een bericht op internet is wat dat betreft vergelijkbaar met het nieuwsbericht in de krant. Dat begint met de vijf w’s:

  • Wie
  • Wat
  • Waar
  • Wanneer
  • Waarom
  • (Hoe)

Begin met de essentie van je boodschap. Al lezen bezoekers aan je website alleen de eerste alinea, dan heb je toch de kern overgebracht. Clare Lynch is schrijfdocent aan de universiteit van Cambridge. Haar cursussen via Udemy zijn aanraders. Zij adviseert om in tweets te denken (toen die nog 142 tekens waren). Wat zou je in een tweet zetten als je er maar één kon versturen? En wat in de volgende?

Als je de 5 w’s in de eerste regels zet en daarna van belangrijk naar minder belangrijk werkt, maak je je bericht in krantentermen ‘oprolbaar’. Volgens sommige bronnen stamt deze methode uit de Amerikaanse burgeroorlog. Correspondenten moesten de kern het eerst verzenden via de telegraaf. Als vijandelijke troepen dan de masten neerhaalden en de verbinding onklaar maakten, had de redactie het belangrijkste nieuws tenminste binnen. Wat meer dan 150 jaar geleden werkte voor de krant, werkt nu goed in de digitale communicatie.

2. Verdiep je in de lezer

Het gaat er niet om wat jij of wat jouw bedrijf belangrijk vindt, maar om dat wat de klant raakt. Een veelgebruikt voorbeeld is dat van de boor: je verkoopt geen boor, maar een gat in de muur. Of liever nog, het portret van de kinderen dat aan de muur hangt als je klaar bent. Zo werkt reclame ook. Je verkoopt niet een mierzoet, plakkerig, bruin drankje, maar een gelukkig kerstfeest. Een goede manier om tot de essentie te komen, is om te vragen: nou en? En dan nog eens: nou en? Tot je het echte voordeel voor de lezer te pakken hebt.

Stel dat je een touringcarbedrijf hebt, en je hebt een nieuwe touringcar gekocht. Dan kun je daar een nieuwsbericht over schrijven waarmee je mikt op toekomstige passagiers. Voor hen is het van belang dat de bus comfortabel is en je veilig en snel naar de vakantiebestemming brengt. Wil je met het bericht nieuwe chauffeurs aantrekken in een krappe markt, dat zul je meer inzoomen op het rijplezier en op de aparte, stille slaapcabine voor verre reizen.

3. Breng structuur aan in je tekst

Bezoekers van websites lezen een tekst nooit van voor naar achter, van boven naar onder. Onderzoek met eyetrackers laat zien dat ze een webpagina scannen, meestal in de vorm van een F. Houd daar dus rekening mee. Zet je kernboodschap in de eerste alinea (zie punt 1). Maak de alinea’s niet te lang, 4 à 5 regels is mooi. Zet het belangrijkste in de eerste zin van de alinea.

Gebruik tussenkopjes die de structuur aangeven. Vat in die kop de kern samen. Dat vindt je lezer fijn, en zoekmachines ook. Vergeet de creatieve en prikkelende tussenkop. Laat die maar over aan de redacteur van de gedrukte krant. Als de lezer moet gissen wat eronder staat, haakt hij af. Wees daarom zo concreet mogelijk.

4. Schrijf helder, eenvoudig en aantrekkelijk

Het leven zit vol verleidingen. De persoon die de moeite neemt om jouw tekst te lezen, heeft voor jou gekozen boven veel andere activiteiten. Maak het je lezer daarom gemakkelijk. Met structuur (zie punt 3), maar ook door leesbaar te schrijven.

  • Gebruik korte alinea’s en houd de zinnen kort. Varieer met de lengte. Dan krijgt je tekst een ritme. Dat maakt het lezen prettig.
  • Vermijd ingewikkelde zinsconstructies en kies zoveel mogelijk voor eenvoudige woorden.
  • Beperk je tot één gedachte per zin.
  • Zorg dat elke alinea op zichzelf begrijpelijk is. Wees spaarzaam met verwijzingen als ‘zoals we hierboven hebben beschreven’.
  • Laat je tekst eventueel even liggen ‘rijpen’ en pak hem later weer op. Zie ook de blog van Redactieprof Tom over het schrijven van blogs.

5. Sluit af met een call to action

Meestal heb je met een bericht meer voor ogen dan informatie delen. Je wilt dat de lezer meer informatie vraagt, contact zoekt, iets gaat doen. Sluit daarom je bericht als het even kan af met een oproep om in beweging te komen, een call to action.

Bijvoorbeeld: Redactieprofs geven coaching en training in zakelijk schrijven. Individueel of in een groep, online en op locatie. We vertellen u graag meer over de mogelijkheden. Neem voor meer informatie contact op.

Hoe ziet een goede direct mailing er dan wel uit? Theanne geeft 7 tips.

Jawel, er zijn collega-tekstschrijvers die mij wat meewarig aankijken als ik hen vertel dat ik regelmatig een bedelbrief schrijf voor een goed doel. Bah, hoor ik ze denken: dat je je daarvoor leent. Dat je mee wil werken aan die geldklopperij, aan dat sentimentele gedoe. Of ze denken: waarom wil je een tekst schrijven die in een envelop gaat die niet wordt geopend?

Schiet net als Robin Hood met Direct Marketing in de roos. Redactieprofs helpen u graag bij het schrijven van een DM-brief of -mail
Schiet net als Robin Hood met Direct Marketing in de roos. Redactieprofs helpen u graag bij het schrijven van een DM-brief of -mail

Direct mailing

Zelf zie ik dat helemaal niet zo. Als ik bezig ben met een bedelbrief of – in vaktermen – een direct mailing, dan voel ik mij net Robin Hood: ik steel geld van de rijken en geef het aan de armen. Door het lezen van mijn brief moet de hand naar de portemonnee gaan. Die in vergelijking met de rest van de wereld bijna altijd goed gevuld is. Dat die hand daarvoor eerst naar een zakdoek grijpt om een traantje weg te pinken, vind ik niet verkeerd. Het is toch ook om te huilen hoeveel rottigheid er gaande is in talloze landen? De vraag wiens schuld dat is, is wel belangrijk, maar niet voor het schrijven van die brief: de lijdende mens moet geholpen worden en wel nu.

Doseren

Een direct mailing dus. Hoe doe je dat? Het toverwoord is: doseren. Traantjes mogen opgewekt worden, maar niet té. De lezer moet weten dat hij geld moet geven, maar hij moet niet het gevoel krijgen dat hij voor het blok gezet wordt. Het is, zo ervaar ik dat, steeds balanceren op het randje. Het randje van sentiment en het randje van dwang.

Laatst kwam er trouwens bij mij een envelop binnen die ik niet geopend heb. Dat komt omdat deze zin erop stond: “Dit meisje rekent erop dat u deze envelop opent”. Met daarnaast, je raadt het al, een foto van een aandoenlijk meisje in een gescheurde jurk dat met grote, hongerige ogen in de lens staarde. Kijk, dat was voor mij niet op, maar over het randje. Ik was blij dat ik het niet bedacht had.

In het hoofd en hart van de lezer

In fondsenwervingsland wordt veel onderzoek gedaan naar het effect van direct mailings. Er worden tests uitgevoerd met verschillende doelgroepen en vormen. Een goede DM is voer voor psychologen: je moet in het hoofd en liever nog het hart van de lezer gaan zitten om een effectieve mailing te schrijven. Er wordt weleens gedacht dat die ouderwetse bedelbrief een achterhaald concept is. Maar de kosten wegen nog altijd ruim op tegen de baten. Neem van mij aan: zolang jij ze door de brievenbus krijgt, leveren ze blijkbaar genoeg op. Open de volgende eens een keer, geniet van de tekst die net niet over dat randje gaat, strijk met je hand over je hart en ga daarna met diezelfde hand naar je portemonnee ;).

Hoe ziet een goede direct mailing er dan wel uit? Ik geef je hieronder 7 tips.

  • met stip op 1: hou het kort. De lezer heeft de envelop dan wel geopend, maar met tegenzin, ga daar maar vanuit. Dus moet hij niet een vet epistel voor zich zien, maar een paar alinea’s met zinnen die allemaal iets nieuws zeggen en die leiden naar de volgende zin.
  • in die weinig woorden moet je dus veel zeggen: je moet een verhaal vertellen (storytelling), je moet emotie oproepen, er moet urgentie in zitten en een call to action: een oproep tot geven. En dat alles in pakweg driehonderd woorden.
  • de eerste zin is cruciaal. Die bepaalt of de lezer doorleest of niet. Ik kies altijd voor een zin waardoor de lezer meteen middenin het verhaal zit òf voor een zin die aansluit bij de belevingswereld van de lezer. Ik kies ook weleens voor een schokkend feit, een gewetensvraag of een revolutionaire uitspraak maar dan moet je uitkijken voor dat randje.
  • je betoog moet antwoord geven op dè vraag van de lezer: waarom zou ik hier een cent aan geven? Het beste antwoord is: omdat jij, met die paar euro die je nu gaat overmaken, ervoor zorgt dat zij nu hun eigen problemen gaan oplossen. Zelf.
  • wat heel erg helpt is het woord ‘impact’. Vertellen dat de organisatie in het verleden resultaten heeft bereikt die, hoera, in dit geval wèl een garantie bieden voor de toekomst. De lezer van vandaag wil niet alleen emotie, hij wil ook feiten. Keiharde cijfers.
  • en dan de call to action, de oproep tot geven. Die vind ik altijd het moeilijkst, want voor je het weet, verval je in clichés. Het lekkerst is het als je in je briefing een zogeheten gift handle tegenkomt. Die ziet er bijvoorbeeld zo uit: als ik 10 euro geef, heeft dat kindje een week te eten. En als ik 25 euro geef, heeft een heel gezin een week te eten. Erg fijn als je van je klant zo’n lijstje krijgt.
  • onderzoek wijst uit dat een PS het goed doet. Zo’n herhaling onderaan de brief die de aandacht van de lezer in één keer vangt: “PS: Er wachten nog honderden kindslaven op hun bevrijding. Wie bevrijd jij?”

Hulp nodig bij het schrijven van een DM-brief of -mail? Redactieprofs staan altijd klaar voor een goede tekst!

In deze debuutblog als Redactieprof deel ik graag een schrijfadvies waar veel opdrachtgevers blij van werden. Als tekstschrijver is het handig om snel te kunnen schrijven. Maar als de deadline het toelaat, neem ik soms liever de tijd om een opdracht in stukjes te knippen. Met mijn ‘antiblindstaarmethode’ schrijf ik een verhaal niet in één keer, maar in etappes. Desnoods verspreid over meerdere dagen. Op die manier ben ik opgeteld niet meer tijd kwijt aan het schrijven, maar lever ik wel een doeltreffendere tekst.

Bescherm de kracht van je verhaal
Wanneer je je blindstaart op een tekst, ben je zo gefocust op een bepaalde invalshoek of een specifiek onderdeel, dat je het grote plaatje uit het oog verliest. Het risico dat je tekst op die manier z’n kracht verliest, is het grootst als je te snel probeert te werken.

‘Het risico op blindstaren is groter als je te snel probeert te werken’

Probeer het ook eens! Wil je een blog schrijven voor je website en heb je verspreid over meerdere dagen tijd om eraan te werken? Volg dan de volgende 5 stappen voor een sterkere tekstproductie.

Stap 1: Neem de tijd voor een goed onderwerp

Als je een ingeplande blog zo snel mogelijk wil afvinken van je to-do-lijst, is het verleidelijk om het eerste idee dat je te binnen schiet uit te werken. Dat lijkt efficiënt, maar zo kader je al snel af wat je wil vertellen. Staar je niet blind op de eerste ingeving en denk wat langer na over je onderwerp. Neem vooral je ingevingen buiten de schrijfkamer serieus. Vaak zijn dat de beste! Mijn beste ideeën ontstaan meestal ‘na werktijd’. Tijdens het sporten bijvoorbeeld, of als ik buiten ben.

Stap 2: Bouw een informatieberg

Je hebt het onderwerp goed overwogen en zit vol inspiratie. Gooi alle informatie die je wil behandelen op een grote hoop. Bekijk je informatieberg, selecteer essentiële informatie en schrap overbodige of dubbele elementen. Bepaal gerust in welke volgorde of vorm je het verhaal wil gieten, maar baken de structuur nog niet te veel af.

‘Mijn favoriete recept tegen blindstaren: ga even wat anders doen’

De basisingrediënten voor je blog liggen klaar. Nu is het tijd voor mijn favoriete recept tegen blindstaren: ga even wat anders doen. Werk verder aan een andere taak of maak een ommetje, als je maar afstand neemt van je informatieberg.

Stap 3: Schrijf wat je schrijven kan

Je inhoud staat klaar, nu komt de schrijver in je naar boven. Door de onderbreking zie je ineens verbanden en richtingen die je tijdens het informatiescheppen nog niet zag. Jouw berg met informatie krijgt een begin en een eind. Je bepaalt de schrijfwijze en je blog krijgt vorm. Tijdens het schrijven ontdek je hier of daar nog een missende link in je verhaal.

‘Zoek een ontbrekend detail pas op als je even bent uitgeschreven. Zo staar je je niet blind op een kleinigheid’

Blindstaaralarm! Je zat net lekker in je verhaal en moet nu op zoek gaan naar een lullig detail. Mijn advies: markeer dat gedeelte en typ lekker verder. Zoek de ontbrekende zaken pas op als je even bent uitgetikt. Zo verlies je het grote plaatje niet uit het oog door je blind te staren op een kleinigheid. Een bijkomend voordeel is dat je zo niet wordt afgeleid door de verleidingen van je browser.

Maak je vooral niet druk als je tekst aan het einde van je schrijfsessie nog niet he-le-maal af is. Markeer de laatste twijfelzinnen (tekstdelen die nog niet helemaal lekker lopen of uit de toon vallen) en neem weer even afstand van je blog.

Stap 4: Lees terug en vul aan

Zo, je blog is bijna klaar! Na een pauze lees je jouw verhaal met een frisse blik terug. Zaken waar je tijdens het schrijven nog over piekerde, los je nu zo op. Je ziet het verhaal namelijk als geheel en staart je niet blind op details. En die gemarkeerde twijfelzinnen? Bij mij zijn het in 90% van de gevallen overbodige tekstdelen. Dat had ik in eerste instantie alleen nog niet door omdat ik me erop blindstaarde: Ik moet hier iets mee, maar wat? Nou, niks dus!

‘Ik moet hier iets mee, maar wat? Nou, niks dus!’

Stap 5: Laat iemand meelezen

Je eigen blog teruglezen met een volledige frisse blik is eigenlijk niet te doen. Je hebt de tekst van begin af aan opgebouwd en weet wat je idee erachter is. Durf daarom iemand te vragen om je blog een keer te lezen voordat je publiceert. Vraag daarbij of je boodschap helder overkomt en of het prettig leest. De laatste tips van een onbevangen tweede lezer kunnen je verhaal nog net dat beetje beter maken. En staat er toch nog een verscholen typfoutje in? Dan kan de tweede lezer je nog op de valreep redden van een taalblunder.

Bloggen zonder blindstaren in de praktijk
Als je bovenstaande stappen hebt gevolgd, ligt er nu waarschijnlijk een blog met een heldere boodschap voor je. Klaar om te delen! Benieuwd hoe mijn stappen voor deze blog eruitzagen? Zie hier:
Donderdag 23/1 – 13:04 uur
Ik bedenk het onderwerp voor deze blog terwijl ik een broodje aan het smeren ben. ‘Tips tegen blindstaren’ is nummer 3 op mijn ideeënlijst en tot zover de beste.
Vrijdag 24/1 – 10:33 uur
Ik zet de grote lijnen van het idee op papier. Het wordt een 7-stappenplan met een praktijkvoorbeeld.
Maandag 27/1 – 9:01 uur
Tijd om te schrijven. Een aantal lege ruimtes en twijfelpunten blijven over, maar het verhaal staat.
Dinsdag 28/1 – 15:41 uur
De lege ruimtes krijgen inhoud en de twijfels zijn uit de lucht. De 7 stappen worden 5 stappen en ik filter nog wat dubbele info uit de intro.
Woensdag 29/1 – 12:00 uur
Na een laatste blik vraag ik of een andere Redactieprof even wil meelezen.
Donderdag 30/1 – 13:15 uur
Na de laatste feedback van Redactieprof Jos is de blog klaar om te publiceren.

Meer lezen over effectief schrijven, bloggen en andere adviezen van Redactieprofs? Bekijk dan onze blogs of schakel hulp in van een ervaren tekstschrijver!

Dit blog is toekomstgericht. Het is nu november, maar we gaan direct door naar december. Sinterklaas slaan we over, met al dat zwartepietendiscussiegedoe, en hup direct doorrrrrrrrr naar Kerstmis. Met hoofdletter K. Die hoofdletters zorgen voor hoofdbrekens. Krijg je een Kerstcadeau met Kerstmis, of ga je gezellig naar een kerstborrel op tweede kerstdag?

Groene boekje, Witte Boekje

Ik zal uitleggen hoe het zit met die hoofdletters. Maar eerst moet je iets anders weten. Taalgekken zoals ik zoeken vaak woorden op om zeker te zijn van de correcte spelling. Daarvoor gebruik ik Het Groene Boekje, de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal (met zes hoofdletters, mind you). Dat verscheen in 2005, bij de meest recente spellingsherziening. Toen waren veel mensen zo verontwaardigd over de nieuwe regels, dat ze besloten die niet of niet allemaal te volgen. Zo ontstond het Witte Boekje, de alternatieve spelling. De opvolger daarvan heet Spellingwijzer Onze Taal.

Als tekstschrijvers verplichten we ons te schrijven volgens de geldende spellingregels van het Groene Boekje. Daarin staat over hoofdletters: namen van officiële feestdagen schrijven we met een hoofdletter (regel 16.L op pagina 105). Dus: Bevrijdingsdag, Suikerfeest, Chanoeka, Pasen en Pinksteren (nooit op één dag), en dus ook: Kerstmis.

Maar de samenstellingen met die woorden schrijf je met een kleine letter: kerstcadeau, kerstwens, kerstdag. Dus Kerstmis bestaat uit kerstavond, eerste kerstdag en tweede kerstdag (het Groene Boekje is hier strenger dan het Witte Boekje, daarin zijn Eerste Kerstdag en Tweede Kerstdag ook goed). Tijdens Kerstmis vieren we het kerstfeest en zingen we kerstliedjes. Wie geluk heeft, krijgt een kerstcadeau. Van wie? Van de Kerstman! Want Kerstman is de eigennaam van een uniek persoon, net als Sinterklaas. En namen schrijf je met een hoofdletter.

Speciaal geval: de voorgedrukte kerstkaart

Straks maken we massaal gebruik van de voorgedrukte kerstkaart. Heb je daar wel eens goed naar gekeken? Alle variaties komen voorbij:

Prettige Kerstdagen en een Gelukkig Nieuwjaar (2 fouten)

prettige kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar (1 fout)

Prettige Kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar (2 fouten)

Prettige kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar (0 fout)

Dit alles volgens de regels van Het Groene Boekje. Onze Taal denkt er anders over. Hoe dan ook, je moet maar zo denken: toch goed bedoeld, zo’n kaart. Word je zelf depressief van de hoofdletters? Dan is er nog altijd gelegenheid genoeg jezelf een stuk in de kraag te drinken bij het sinterklaasfeest, de kerstborrel, tijdens oudjaarsavond. Of met Nieuwjaar bij de nieuwjaarsreceptie.

Santé en proost!  En alvast een fijne kerst en een foutloos 2020 gewenst!

Als interim communicatieadviseur hielp ik een van mijn opdrachtgevers bij de verhuizing naar een nieuw pand. De nieuwe locatie was niet alleen mooier, maar ook duurzamer en ingericht op de toekomst. Toch waren medewerkers niet direct enthousiast. Terwijl hun hulp en enthousiasme juist in zo’n verhuisperiode keihard nodig zijn. Begin intern, is dan ook de eerste van mijn 8 tips voor een goede verhuiscommunicatie.

1 Begin intern

  • Tevreden medewerkers zijn de beste ambassadeurs. En medewerkers zijn altijd meer tevreden als ze goed op de hoogte zijn. Begin dus bij hen met uw verhuiscommunicatie. Neem hen om te beginnen mee naar de reden van de verhuizing. Wat heeft de nieuwe locatie dat de huidige niet heeft? (bijvoorbeeld: ruimer, beter bereikbaar). Waarom is er gekozen voor dit specifieke pand (bijvoorbeeld: groter of duurzamer of geschikter voor een nieuwe manier van (samen) werken).
  • Ga in tweede instantie pas in op details zoals de kenmerken van het nieuwe pand Medewerkers willen daarbij vooral weten wat de verhuizing voor hen betekent. Verplaats u dus in hen en geef antwoord op hun vragen: Hoe zien de nieuwe werkplekken eruit? Hoe komen ze er? Zijn er voldoende parkeerplaatsen voor auto en fiets, is er OV in de buurt? Is er een kantine? Beantwoord alle vragen, laat zien dat u zorgvuldig hebt nagedacht over de consequenties van de verhuizing voor medewerkers en bezoekers!
  • Geef de verhuizing, als het kan, een motto mee. Denk aan iets als: ‘Van oud naar goud’. Of ‘Van een 4 naar een 10’ (vul hier het oude en het nieuwe huisnummer van uw organisatie in) Of: ‘Even dicht maar straks meer open’. Het is belangrijk dat het motto past bij jullie bedrijf en bij de soort verhuizing

2 Houd medewerkers goed op de hoogte

Als er gebouwd of verbouwd wordt, geef dan regelmatig een update via mail of intranet. Hang posters op of maak een verhuiskrant, afhankelijk van de grootte van het bedrijf en van de omvang van de verhuizing. Organiseer inloopdagen in het nieuwe pand en maak daar een klein feestje van. Nodig medewerkers als alles klaar is als eerste uit om te komen kijken. Maak daarvoor een verrassende uitnodiging! Kortom: Doe er alles aan om medewerkers enthousiast te maken, want dat enthousiasme zorgt voor de energie intern die nodig is bij een verhuizing en voor de juiste uitstraling naar buiten.

3 De inrichting

Denk eens rustig na over de communicatie van de inrichting. Hoe heten de verschillende ruimten? Hebben jullie straks bijvoorbeeld een koffiecorner, een café of gewoon een koffieautomaat? Wat past bij jullie nieuwe uitstraling als bedrijf? Hoe zien de naambordjes op de deuren er uit? Krijgen spreekruimten gewoon een nummer of toch een aansprekende naam mee die makkelijk in de mond ligt en iets zegt over jullie bedrijf?

4 Drukwerk

Pas de huisstijl aan. Briefpapier/visitekaartjes/enveloppen/adresetiketten/stempels/stickers worden steeds minder gebruikt, maar zijn voor veel officiële stukken nog steeds nodig. Denk ook aan documenten, formulieren, brochures en contracten. En advertenties.

5 Denk ook aan digitaal

Ook digitale sjablonen, de handtekeningen onder alle mail-berichten en de contactpagina van de website moeten op het laatste moment worden aangepast.

6 Vertel het klanten en leveranciers op tijd

Kondig de verhuizing ruim op tijd aan. Het meest praktisch, goedkoop en snel is om dat via mail te doen. Besteed wel wat aandacht aan de tekst en uitstraling van die mail. Gekozen voor een campagne? Gebruik dat beeld dan ook hier.

Overigens: een unieke en opvallende adreswijziging per post valt in deze tijden van digitalisering meer op dan ooit!

7 De dag van de verhuizing

Stuur medewerkers de avond tevoren of ’s morgens vroeg een mail met de laatste aanwijzingen. Zet van tevoren berichten klaar op social media en deel deze halverwege de dag met een actuele foto. Hang als dat kan banners, posters of steigerdoeken op het nieuwe pand. Zorg dat de bereikbaarheid goed is geregeld. Verwijs bezoekers die onverhoopt toch bij het oude pand staan netjes door. Laat alle digitale wijzigingen (punt 5) nu in gaan.

8 Feestelijke opening

Organiseer op de nieuwe plek een feestje in stijl voor medewerkers, klanten en leveranciers. Een mooie aanleiding om te laten zien dat het goed gaat met jullie bedrijf! Vergeet in uw openingsspeech niet degenen te bedanken die de verhuizing in goede banen hebben geleid.

Hulp nodig bij een plan voor uw verhuiscommunicatie en/of de juiste, aansprekende teksten? Bel Redactieprof Sasja (T 06 448 32 893) voor een kennismaking. Zij kijkt dan samen met u bij welke Redactieprof uw verhuiscommunicatie in de beste handen is.

‘One last drink, please.’

Dit waren de laatste woorden van Jasper Newton ‘Jack’ Daniel uit Tennessee, vlak voordat hij in 1911 zijn laatste adem uitblies. Een passend slotakkoord van de man die 35 jaar eerder whisky was gaan stoken. Dat deed hij niet onverdienstelijk: Jack Daniel’s groeide uit tot een van de grootste destilleerderijen ter wereld. 

Famous last words

Volgens de overlevering had Willem van Oranje na het fatale pistoolschot van Balthazar Gerards nog net de tegenwoordigheid van geest om Gods genade te vragen: ‘Mijn god, mijn god, heb medelijden met mij en met dit arme volk.’ In 2012 werd deze mythe naar het rijk der fabelen verwezen: de arme man moet op slag dood zijn geweest. Jammer voor het verhaal, zijn laatste woorden waren te mooi om waar te zijn. 

Laatste woorden doen ertoe, óók in jouw blog of artikel. Met een pakkende titel help je de lezer over de drempel, waarna je hem of haar met een sterk intro en vervolg dieper naar binnen trekt. Maar het slot bepaalt met welk gevoel je de lezer achterlaat. Het einde van het artikel biedt perspectief op een betere wereld, laat de lezer ontredderd achter of zet aan tot bestellen. 

Daarom 6 tips om in stijl af te sluiten:

1. Neem een call-to-action op

In iedere cursus zakelijk schrijven komt-ie langs: de call-to-action. Oftewel: de laatste A van het AIDA-model waarmee je een succesvolle verkoopbrief opbouwt: attention-interest-desire-action. Soms is een button of een link om door te klikken passend. Die laatste kunnen vaak prima zonder commerciële suikerlaagjes als ‘download nu direct’ of ‘neem gerust contact met mij op’. Ik merk dat ik eerder klik op links die al iets van de inhoud erachter prijsgeven. Zo gaat deze blog over hoe je een artikel eindigt, maar in een ander vind je juist tips voor hoe je een artikel begint.

2. Stel de hamvraag

Zou jij ook graag eens je tanden in een sprinkhanenburger zetten? Wat doe jij om na je werk te ontspannen? Wat zijn we nu echt opgeschoten met deze nieuwe wet? Veel blogs worden afgesloten met een vraag aan de lezer. Dat kan zijn om reacties los te krijgen, maar ook om de lezer aan het denken te zetten. 

Krachtige inhoud heeft niet per se een expliciete vraag aan de lezer nodig om het gesprek op gang te krijgen. Zo werd Volkskrant-journalist Fokke Obbema ongevraagd overspoeld met reacties nadat hij in een artikel had verteld dat hij door een hartstilstand ‘even dood’ was geweest. 

3. Maak het verhaal rond met een pakkende uitsmijter

Als je een blog of artikel schrijft, werk je meestal naar een conclusie toe. Gebruik hiervoor geen omhaal van woorden, maar formuleer deze zo krachtig mogelijk. Geef de lezer iets mee om over na te denken: 

  • ‘De boeren krijgen alle waardering, maar de groene weides worden niet gered door Gretha Thunberg monddood te maken.’ (column Peter de Waard in De Volkskrant);
  • ‘Civil wars are a lot easier to start than to stop’ (artikel over Brexit en de Noord-Ierse kwestie in The Guardian).
  • ‘Hap wat vaker een harinkje, ga regelmatig een blokje om en vergeet vooral dat dagelijkse vitamine D-supplement niet’ (artikel van Lisette de Groot over voeding voor ouderen). 

4. Gebruik een cliffhanger

Seizoen 7 van Homeland eindigt met een joekel van een cliffhanger, waardoor ik niet kan wachten totdat seizoen 8, het laatste, begint. Ook in blogs kun je de cliffhanger gebruiken om ervoor te zorgen dat de lezer je blijft volgen. Door te vertellen waar je het de volgende keer over gaat hebben, kun je je publiek een overtuigende reden geven om je te blijven volgen.

5. Vat nog even samen

Dus: de laatste woorden van je blog zijn belangrijk, omdat ze bepalen met welk gevoel je de lezer achterlaat. Kies je laatste woorden daarom met zorg!

6. Zet de PS in

Niet alleen in direct mail, maar ook in blogs komt de PS veel voor. Logisch, want die bungelt lekker opvallend onderaan en heeft dus veel attentiewaarde. Een variant op de PS is de UPDATE, als je nieuwe informatie hebt toegevoegd. 

PS: lees ook de blog van mijn collega Marleen over schrijftips die je meteen mag vergeten.

Collega Cindy gaf onlangs in haar blog tips om te starten met schrijven. Jeroen N. en Jos beginnen vaak met een mindmap. Redactieprof Jos legt uit hoe je een mindmap maakt en wat je ermee kunt doen.

Een gewaardeerde collega heeft elders een baan gevonden en je chef heeft jou gevraagd een tekst te schrijven voor zijn speech bij het afscheidsetentje. Je moet nodig een nieuwe blog schrijven voor je website. Je gaat een boek samenvatten voor je collega’s. Hoe pak je het aan? Een mindmap helpt je je gedachten te ordenen, hoofd- en bijzaken te scheiden en creatief te denken.

Denkproces in kaart

Een mindmap is een kaart van een denkproces. In het midden staat een tekening of symbool van het centrale onderwerp. Vanuit dat punt lopen gekleurde banen naar deelonderwerpen die daarmee te maken hebben. Die worden voor een deel uitgedrukt in symbolen en tekeningen. De deelonderwerpen worden weer verder opgesplitst.

Het hele plaatje

De Brit Tony Buzan is een van de grondleggers van de mindmap. Het grote voordeel van mindmappen, aldus Buzan, is dat je twee hersenhelften tegelijk aan het werk zet. De rationele linkerhelft en de intuïtieve rechterhelft. Door plaatjes en kleuren te gebruiken en dingen met elkaar te verbinden, haal je het beste halen uit je denkproces. Je legt gemakkelijker verbanden en je hebt een overzicht van ‘het hele plaatje’.

Associëren

Een ander voordeel is dat je met mindmappen de associaties van de hersenen kunt volgen. Als je bijvoorbeeld een toespraak voorbereidt, denk je niet lineair: eerst vertel ik a, dan b, dan c. Vaak bedenk je: ik moet in ieder geval b vertellen, o ja, en dan ook nog d. En ik moet a niet vergeten. O ja, bij d moet ik eraan denken… enzovoort. Denken is associëren. Met een mindmap geef je alles zijn plek. Als je iets te binnen schiet wat bij een ander onderwerp hoort, ga je terug naar dat onderwerp.

Leonardo da Vinci

Tony Buzan bracht mindmaps in de jaren zeventig onder de aandacht van een breed publiek, maar het idee is al veel ouder. Beroemd zijn de tekeningen waarmee Leonardo da Vinci aantekeningen maakte en zijn ideeën uitwerkte. Ook Michelangelo, Charles Darwin, Albert Einstein, Winston Churchill en Thomas Edison gebruikten mindmaps om hun gedachten te ordenen.

Ook voor andere taken

Mindmaps zijn een krachtig hulpmiddel om teksten te schrijven, maar ook voor allerlei andere taken. Bijvoorbeeld een dagindeling maken, een vergadering voorbereiden, een boek samenvatten of een feest organiseren.

Een mindmap in 7 stappen

  1. Neem een vel papier, liefst A3-formaat, en draai het een kwartslag, zodat de lange kant onder is. Begin in het midden. Dat geeft je de vrijheid om naar alle kanten uit te waaieren.
  2. Gebruik een plaatje of een tekening als symbool van het centrale onderwerp. Een afbeelding zegt meer dan veel woorden en het stimuleert de verbeelding. Een centrale voorstelling helpt je om je te concentreren op het onderwerp.
  3. Gebruik kleuren. Kleuren zijn voor de hersenen net zo opwindend als plaatjes. Ze brengen leven in de mindmap en prikkelen het creatieve denken.
  4. Verbind met dikke lijnen de verschillende onderwerpen (niveau 1) met het centrale thema. Vanuit niveau 1 trek je lijnen naar niveau 2, enzovoort. Op deze manier leg je de eerste verbanden. Zo kun je makkelijker begrijpen en onthouden.
  5. Gebruik vloeiende, gebogen lijnen. Rechte lijnen zijn saai en prikkelen de hersenen niet. Gebogen lijnen, als takken in een boom, verlevendigen het plaatje.
  6. Gebruik niet meer dan één trefwoord per lijn. Enkele trefwoorden geven de mindmap meer flexibiliteit. Je kunt op elk trefwoord verder associëren.
  7. Gebruik afbeeldingen en plaatjes om de mindmap te verfraaien en tot leven te brengen. Dit helpt je bij het verder associëren en het later onthouden van de mindmap.

Binnen de mindmap kun je met kleuren en symbolen een rangorde aanbrengen en prioriteiten aangeven. Het belang van onderwerpen kun je benadrukken met grotere letters. Blokletters vergroten de leesbaarheid en de leessnelheid. Heb je de mindmap gereed, dan kun je er een lineair verhaal van maken. Geef dan met cijfers aan in welke volgorde je de verschillende zaken wilt behandelen.

Hup, overboord met die overbodige schrijftips die je ooit leerde en nog steeds koestert. Redactieprof Marleen helpt je zin en onzin te onderscheiden bij schrijven en redigeren.

Bang om op fouten te worden gewezen in je tekst? Nou, dan ben je in goed gezelschap. Als beroepsschrijvers overkomt het ons ook regelmatig: opdrachtgevers of geïnterviewden die ons fijntjes wijzen op ‘fouten’ in onze tekst.

Tja, daar sta je dan met je academische titel in taalbeheersing en tig jaar ervaring met schrijven en redigeren. Dan heb ik wel even wat uit te leggen. Bij deze: de zeven meest voorkomende onzintips en hun zinnige alternatieven.

1. ONZIN: Gebruik korte zinnen, want die zijn begrijpelijker dan lange zinnen.

ZIN:

(a) Voor een prettig leesritme wissel je korte en lange zinnen met elkaar af. 

(b) Lange zinnen zijn niet per se complex. Denk maar aan opsommingen: niks ingewikkelds aan. Let echter wel op de regellengte: boven de pakweg 15 woorden neemt de leesbaarheid sterk af.

(c) Korte zinnen zijn niet per se begrijpelijk. Je bevordert de begrijpelijkheid door de relatie tussen de zinnen expliciet te maken. Vergelijk bijvoorbeeld de twee korte zinnen [Ze gaf weinig geld uit aan kleding. Ze werd donateur van AZG.] met de langere zin [Ze besloot weinig geld aan kleding uit te geven, zodat ze donateur kon worden van AZG].

2. ONZIN: Schrijf altijd actief, vermijd de lijdende vorm. 

ZIN: De lijdende vorm kan juist enorm functioneel zijn.Je houdt de focus van de zin waar je ‘m hebben wilt. Herschrijven in de actieve vorm kan juist afleiden van de boodschap. Laat je overtuigen door de voorbeelden in mijn blog ‘Leve de lijdende vorm!’.

3. ONZIN: Vermijd herhaling van woorden.

ZIN: Natuurlijk, het is afwisselender om met synoniemen te werken. Het levert leukere teksten op als je niet steeds woorden herhaalt. Toch is het raadzaam om ook deze regel niet strikt toe te passen bij schrijven of redigeren. Denk aan teksten op B1-niveau: laagopgeleide lezers zijn gebaat bij eenvoud. Ook voor zoekmachinescores kan herhaling gewenst zijn, hoewel…  Dit advies heeft meer haken en ogen dan je denkt: zie bijvoorbeeld onze minicursus SEO.

4. ONZIN: Wij en zij is netjes, we en ze is plat.

ZIN: Wij en zij gebruik je voor nadruk, zoals in [Wij hanteren geen verouderde schrijfregels, maar zij denken daar anders over.] Voor alle andere situaties volstaat we of ze.

5. ONZIN: Begin een zin nooit met En (Maar, Of)…

ZIN: Maar natuurlijk mag je een zin met En, Maar of Of beginnen. Het staat de begrijpelijkheid niet in de weg en kan de stijl ten goede komen. Lees maar wat collega Jeroen erover schrijft in een van de meest gelezen blogs ooit van Redactieprofs: En? Mag je een zin met En beginnen?

6. ONZIN: Schrijf cijfers 1 t/m 20 in letters, schrijf hogere getallen in cijfers.

ZIN: Laat je keuze afhangen van de context. In een alinea waarin allerlei getallen staan, is het voor de lezer gemakkelijker om ze te vergelijken als ze allemaal in cijfers staan. In een citaat is het juist logischer om een (rond) getal in letters weer te geven.

7. ONZIN: ‘Een aantal mensen zijn…’ is fout

ZIN: Zowel enkelvoud als meervoud is correct in een zin als deze. Raadpleeg bij twijfel de pagina van Onze Taal.

Moraal van dit verhaal? Laat je niet gek maken door schrijftips. Kijk goed naar de context en gebruik je eigen verstand.

Lees meer over schrijftips van Redactieprofs:

EHBO voor je teksten

Waarom tekstschrijvers HOOFDLETTERS vermijden

Monteur/montrice gezocht