Redactieprofs | interview
152
archive,category,category-interview,category-152,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.5,vc_responsive

Nieuwe blogserie! Regelmatig leggen we opdrachtgevers vijf vragen voor over communicatie. Nu interviewen we elkaar. Redactieprof Marleen ondervroeg prof-collega Cindy.

Waar haal je inspiratie uit?

‘Uit m’n ochtendwandelingen langs de Lek, uit yoga, fijne boeken (Murakami) en bladen (o.a. Volkskrant Magazine), uit kunst, muziek en dans, uit trouwe opdrachtgevers, leuke collega’s en andere creatievelingen, uit m’n flexplekken – zoals de Gelderlandfabriek, Kattenstraat 12 en Vollin in Culemborg, uit m’n drie mooie mannen thuis én uit een leeg scherm of papier dat ik mag vullen.’

Wat doe je om je vak bij te houden?

‘Toevallig heb ik onlangs nog een ontzettend inspirerende Masterclass bijgewoond over trends: de ‘vloeibare samenleving’ en de impact daarvan op organisaties en op de mens/het individu/de professional. Verder ben ik als een van de Redactieprofs blij met onze samenwerkdagen; meteen momenten om onderling kennis te delen. Of we nodigen een gastspreker uit, recent nog documentair fotograaf Jeroen Toirkens die ons bijpraatte over visual storytelling. Ik lees het vakblad C van beroepsvereniging Logeion. En m’n vaste opdrachtgevers houden mij scherp. En vice versa, hoop ik!’

Met welke tekst was of ben je heel blij, en waarom?

‘Ik word eigenlijk blij van elke tekst die ik mag maken. Ik kies bewust voor mijn opdrachtgevers. Maar goed, een recent voorbeeld? Dan denk ik aan een boekje voor Perspekt over een nieuw, narratief kwaliteitsmodel voor de zorg. Veel informatie zat in het hoofd van opdrachtgever Nicolien, een van de ontwikkelaars van het model en mijn directe aanspreekpunt. We hebben veel gespard, gezwoegd, gelachen, gebeld, gemaild en gefinetuned samen en zijn allebei hartstikke trots op het eindresultaat.’

Als ik morgen geen schrijver meer zou zijn, zou ik…

‘Met terugwerkende kracht weer dansjuf zijn, een uit de hand gelopen hobby. Yogadocent mag ook. Of coach, vanuit mijn vak maar ook persoonlijk.’

Deze vakgenoot bewonder ik

‘Ik bewonder dichters en auteurs – ook schrijvers, maar echt een vak apart. En mijn vader, die ook altijd geschreven heeft als wielrenjournalist (naast zijn baan als leraar in het basisonderwijs). En die na zijn pensioen helemaal op eigen kracht twee dikke boeken over wielrennen in de Kempen uitbracht en nog dagelijks blogt!’

We leven in een beeldcultuur, hoor ik vaak. Toch zijn en blijven teksten onmisbaar, vooral op momenten dat je de nuance zoekt. Ik wil helemaal niks af doen aan de kracht van mooi beeld. Maar zeker nu teksten online nog jaren lang vindbaar zijn, neemt de waarde van goede tekst alleen maar toe.

Grote bedrijven kennen het belang van goede teksten al lang. Gek genoeg werken er op de vaak uitgebreide communicatieafdelingen opvallend weinig tekstschrijvers. Teksten worden doorgaans uitbesteed. En dat is niet zo gek, want tekstschrijven is een echt vak.

Leven van je toetsenbord

“Tekstschrijven? Maar dat leert toch iedereen op de lagere school al?” Die reactie kreeg ik (dit is echt waar) wel eens, toen ik ruim 20 jaar geleden begon als zelfstandig tekstschrijver.

Ondanks die verbaasde reactie hier en daar kon ik al snel goed leven van mijn toetsenbord. Veel mensen kunnen wel even een tekstje schrijven. Maar goede tekstschrijvers bleken destijds dun gezaaid en zijn dat nog steeds. Veel bedrijven zien het verschil tussen zomaar een tekstje en een puntig en professioneel stuk. Ze besteden als het écht overtuigend moet zijn, het schrijven maar al te graag uit. Daar is in die 20 jaar niets aan veranderd.

Kort, korter, kortst is voorbij

Ik kreeg vertrouwen en dus opdrachten. Ook in de tijd, het zal een jaar of tien geleden geweest zijn, dat iedereen online omarmde en meende dat het allemaal om beeld ging. Foto’s, tekeningen, grafieken, ja! Woorden? Hooguit als een bijschrift, maar dan niet te veel graag! Kort was de trend. Kort, korter, kortst. Met vééél beeld. Waar moest dat eindigen? Zouden uiteindelijk alleen de koppen overblijven in de krant met daaronder een collage van foto’s?

Content

Toen opeens kwam, in het kielzog van de digitale ontwikkeling, het woord content in zwang. Dat wil zeggen: het kreeg een nieuwe betekenis. Mijn oma zei vroeger altijd dat ze content was, aan het einde van een hele fijne dag. Maar nu werd content opeens: inhoud, digitale inhoud meestal. Tekst en beeld op een webpagina, op Facebook of andere social media. En opeens deed tekst weer mee! Misschien kwam het wel door het woord Content Management Systeem dat toch de indruk werkt dat content echt belangrijk is. Immers: je moet het managen! Bovendien blijkt Google helemaal niet (meer) – zoals we eerst dachten – te kicken op zouteloze teksten vol zoekwoorden. Onze vriend Google houdt juist van kwaliteitsteksten en die mogen best aan de lange kant zijn. 

Ontwerper en schrijver samen

In de begintijd van de website was tekst iets dat je op het laatste moment nog even snel plaatste. Je weet wel, op dat moment nadat ontwerpers eindeloos hadden gevisualiseerd en met mood boards in de weer waren geweest en techneuten de juiste knoppen en routing hadden bepaald…. Dan klonk het opgelucht: “Alleen nog even de tekst”. Vanaf een bepaald moment koos men voor kwaliteitscontent. Ontwerper en schrijver gingen meer samenwerken. De woorden kregen hun waarde terug.

Beelddeflatie

Wat ook zeker meehielp, is de beelddeflatie door de zee van foto’s die dagelijks over ons heen spoelt. Om daarin te kunnen selecteren helpt een goede kop, een krachtig bijschrift. En een fijne tekst, to the point, vlot geschreven en verhelderend. Daar heb je nu meer aan dan aan 100 foto’s!

Luisteren en doorvragen

Als goede tekstschrijvers – en daar schaar ik mijzelf en mijn Redactieprofs-collega’s voor het gemak maar even onder, samen goed voor meer dan honderd jaar ervaring – beheersen we een eerbiedwaardig ambacht.  We brengen belangrijke boodschappen soepel en aantrekkelijk over. De speeches van de president, het voorwoord van de voorzitter, het interview met de gevangenisdirecteur. De tekstschrijver luistert, stelt de juiste vragen en schrijft. En dat is op zich al bijzonder in deze tijd: iemand die luistert en doorvraagt. Die echt de tijd neemt, geïnteresseerd is. Dat is de basis van ons vak. Daarmee creëren wij dag in dag uit creatieve content waar anderen alleen van dromen.

Zo komt het dat in een tijd waarin er steeds minder wordt geluisterd en doorgevraagd en waarin de nuance soms jammerlijk ver te zoeken is, de waarde van goede tekst alleen maar toeneemt. Daarom vind ik dit vak ook na meer dan twintig jaar nog steeds prachtig. En het plezier dat wij als Redactieprofs beleven aan het schrijven, vind je weer terug in onze teksten. Dat enthousiasme maakt ze nóg waardevoller.

Bent u ook toe aan kwaliteitstekst? Neem dan contact op!