Redactieprofs | interview
152
archive,category,category-interview,category-152,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

Regelmatig leggen we een opdrachtgever vijf vragen voor over het communicatievak en zijn of haar persoonlijke kijk daarop. Nieuwsgierig als we zijn, interviewen we ook elkáár. Deze keer: vijf vragen van Redactieprof Cindy aan collega Theanne.

Theanne is de bladenmaker in ons team. Ze bedenkt bladformules, begeleidt het hele proces en schrijft zelf ook regelmatig voor bladen. Daarnaast stort ze zich op complete boeken. ‘Ik houd wel van grote klussen waar ik zo een maand of langer mee bezig ben.’ Onlangs schreef ze een boek samen met Samuel Lee, de Theoloog des Vaderlands 2020, en op dit moment werkt ze samen met een illustrator aan een kinderboek over de zorg voor natuur en milieu: Kleur je wereld groen.

Welk communicatieboek zou jij vakgenoten aanraden?

‘Dan denk ik in eerste instantie meteen aan de ouderwetse Jan Renkema, nog steeds een autoriteit wat mij betreft, en zijn Schrijfwijzer en Redactiewijzer. Fijne naslagwerken. Het lingeriedenken van Rob van Vuure is ook een boek waar ik regelmatig in blader, en dan vooral om ideeën op te doen voor bladen. Verder haal ik veel inspiratie uit Dit is een goede gids (ondertitel: voor een duurzame lifestyle), van Marieke Eyskoot. Elke tekstschrijver heeft denk ik wel een favoriet onderwerp om over te schrijven. Bij mij is dat duurzaamheid, natuur en milieu.’ 

Met welke tekst was of ben je heel blij, en waarom?

‘Ik moest een dubbelinterview doen voor het blad van de ChristenUnie over mensenhandel. Dat vind ik altijd best een uitdaging. Twee mensen tegelijk spreken, in dit geval over een groot thema… Ik moest terugdenken aan de cursus ‘Interviewen voor gevorderden’ die ik ooit volgde. Daar leerde ik om een groot thema terug te brengen naar concrete gebeurtenissen en daar de beelden weer bij op te roepen. De emoties komen dan vanzelf en dat gebeurde ook. Het werd een diep gesprek met veel emotie erin. Bij het uitwerken van het verhaal vond ik het heel belangrijk dat de lezer dat zou vóelen, alsof je erbij was. Dat is goed gelukt, kreeg ik ook van anderen terug en daar ben ik nog steeds blij mee.’

Wat is jouw (levens)motto?

‘Maak je geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen heeft genoeg aan zichzelf. Voor mij tegelijk een motto en een uitdaging! Ik kan nogal piekeren, ‘had ik maar’ of ‘wat als’. Dan zit je dus in het verleden of in de toekomst. Hoe mooi is het om in het hier en nu te blijven en erop te vertrouwen dat er wel voor je gezorgd wordt. Vertaald naar mijn werk; ik kan er wel eens onzeker over worden hoe lang ik dit nog kan blijven doen. Zeker nu ik de 50 gepasseerd ben en er continu nieuwe, jonge tekstschrijvers opstaan. Ook al is daar op dit moment totaal geen reden toe en weten opdrachtgevers mij voor zowel bladen als boeken goed te vinden. Zo’n motto kan dan voor wat geruststelling zorgen.’

Wat doe je om je vak bij te houden?

‘Drie dingen. Eén: ik houd de inhoud bij van de onderwerpen waar ik veel over schrijf – ik lees veel over duurzaamheid, milieu en ontwikkelingssamenwerking. Twee: Ik lees veel literatuur. Literaire schrijvers hebben een enorme woordenschat en beheersen de Nederlandse taal tot in de puntjes. Hoe zij emoties onder woorden kunnen brengen, dat is een kunst. Door goede boeken te lezen, houd ik mijn eigen taalbeheersing op peil. Op dit moment lees ik Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Drie: ik kijk veel tijdschriften in, en dan vooral de tijdschriften die het heel goed doen zoals de Linda en de Happinez. Waarom zijn deze nou zo populair? Ik moet zeggen dat ik het ook snel zie wanneer een tijdschrift het níet gaat redden.’

‘En ik ben natuurlijk niet voor niets lid van Redactieprofs! De onderlinge kennisdeling is heel waardevol.’ 

Als ik morgen geen schrijver meer zou zijn, zou ik…

‘…wel retraites voor vrouwen willen organiseren. Wij wonen heel landelijk in Zeeland. Ik zie een groep vrouwen voor me die in deze prachtige omgeving tot rust komt en die ik schrijfopdrachten geef. Schrijf je levensverhaal, bijvoorbeeld, of zet je droom op papier, of een brief aan iemand over iets waar je al te lang mee rondloopt. We eten samen de heerlijkste producten van het land. En we wandelen naar het eeuwenoude kerkje in ons dorp voor een stiltemeditatie.’ Lachend: ‘Een mooi beeld hè, maar wat me weerhoudt is de hele organisatie en marketing eromheen! Maar je weet maar nooit. Tien jaar geleden had ik ook niet gedacht dat ik nu een kinderboek zou schrijven.’  

Redactieprofs groeit! Twee nieuwe profs zijn ons netwerk komen versterken en daar zijn wij trots op! We stellen Theanne Boer en Tom van Velzen even kort aan u voor.

Eigenlijk zijn de nieuwe profs voor ons niet echt gloedje nieuw. Theanne is in het verleden een paar jaar lid geweest en Tom heeft bij ons ervaring opgedaan als stagiair. Met hun komst zijn Redactieprofs in Zuid-West Nederland goed vertegenwoordigd.

Geen rottigheid maar blijheid

Theanne Boer is neerlandicus en begon in 2008 haar tekstbedrijf, na een carrière als tv-redacteur. Ze wil met haar schrijfsels iets bereiken. Iets bijdragen. Waardoor de rottigheid afneemt en de blijheid toeneemt. Daarom schrijft ze het liefst voor organisaties, bedrijven en bladen met een ideëel doel. Haar lievelingsonderwerpen: duurzaamheid, levensbeschouwing en internationale samenwerking. “Ik wil teksten schrijven die bewegen, aan het denken zetten, inspireren. Gelukkig krijg ik nogal eens te horen dat mijn teksten ‘werken’. Daar doe ik het dus voor.”

Een goed verhaal doet wonderen

Theanne schrijft korte columns, lange essays, interviews en portretten, direct mailings en wervende teksten. En ze timmert graag planken, voor magazines dan. Ze stuurt gerust een team van schrijvers en vormgevers aan. Om vervolgens als eindredacteur de puntjes op de i te zetten en de klant een compleet blad te bezorgen. Theanne maakt graag gebruik van storytelling: een goed verhaal doet wonderen.

Meer lezen over en van Theanne?

Allergisch voor onnodig ingewikkeld doen

Tom van Velzen schrijft graag waar het op staat. Met alle respect voor de inhoud, maakt hij jouw boodschap hapklaar voor de lezer. Dat merk je als je met hem samenwerkt. Hij gelooft dat lezers – met name online – niet te veel moeite willen doen om iets te begrijpen. Toms allergie voor onnodig ingewikkeld taalgebruik helpt daarbij. En is complexe materie of vakjargon echt essentieel voor een verhaal? Dan zet hij zijn onderzoekspet op om te ontdekken hoe iets zit. Tom vindt altijd wel een manier om iets leesbaar te presenteren.

Tom van Velzen

Verhaal in de taal van de doelgroep

 ‘Laat Tom er nog even naar kijken’, is al jaren zijn startsein. “Mijn opdrachtgevers weten dat hun tekst na mijn laatste blik ook echt in orde is. Of het gaat om redactie of tekstproductie: ik verduidelijk de inhoud en zet een verhaal om in de taal van de doelgroep – zonder af te doen aan de boodschap.’

Toms specialismen zijn: webtekst, interviews, (SEO)-copywriting, corrigeren en redigeren.

Meer lezen over en van Tom?

Nieuwe blogserie! Regelmatig leggen we opdrachtgevers vijf vragen voor over communicatie. Nu interviewen we elkaar. Redactieprof Marleen ondervroeg prof-collega Cindy.

Waar haal je inspiratie uit?

‘Uit m’n ochtendwandelingen langs de Lek, uit yoga, fijne boeken (Murakami) en bladen (o.a. Volkskrant Magazine), uit kunst, muziek en dans, uit trouwe opdrachtgevers, leuke collega’s en andere creatievelingen, uit m’n flexplekken – zoals de Gelderlandfabriek, Kattenstraat 12 en Vollin in Culemborg, uit m’n drie mooie mannen thuis én uit een leeg scherm of papier dat ik mag vullen.’

Wat doe je om je vak bij te houden?

‘Toevallig heb ik onlangs nog een ontzettend inspirerende Masterclass bijgewoond over trends: de ‘vloeibare samenleving’ en de impact daarvan op organisaties en op de mens/het individu/de professional. Verder ben ik als een van de Redactieprofs blij met onze samenwerkdagen; meteen momenten om onderling kennis te delen. Of we nodigen een gastspreker uit, recent nog documentair fotograaf Jeroen Toirkens die ons bijpraatte over visual storytelling. Ik lees het vakblad C van beroepsvereniging Logeion. En m’n vaste opdrachtgevers houden mij scherp. En vice versa, hoop ik!’

Met welke tekst was of ben je heel blij, en waarom?

‘Ik word eigenlijk blij van elke tekst die ik mag maken. Ik kies bewust voor mijn opdrachtgevers. Maar goed, een recent voorbeeld? Dan denk ik aan een boekje voor Perspekt over een nieuw, narratief kwaliteitsmodel voor de zorg. Veel informatie zat in het hoofd van opdrachtgever Nicolien, een van de ontwikkelaars van het model en mijn directe aanspreekpunt. We hebben veel gespard, gezwoegd, gelachen, gebeld, gemaild en gefinetuned samen en zijn allebei hartstikke trots op het eindresultaat.’

Als ik morgen geen schrijver meer zou zijn, zou ik…

‘Met terugwerkende kracht weer dansjuf zijn, een uit de hand gelopen hobby. Yogadocent mag ook. Of coach, vanuit mijn vak maar ook persoonlijk.’

Deze vakgenoot bewonder ik

‘Ik bewonder dichters en auteurs – ook schrijvers, maar echt een vak apart. En mijn vader, die ook altijd geschreven heeft als wielrenjournalist (naast zijn baan als leraar in het basisonderwijs). En die na zijn pensioen helemaal op eigen kracht twee dikke boeken over wielrennen in de Kempen uitbracht en nog dagelijks blogt!’

We leven in een beeldcultuur, hoor ik vaak. Toch zijn en blijven teksten onmisbaar, vooral op momenten dat je de nuance zoekt. Ik wil helemaal niks af doen aan de kracht van mooi beeld. Maar zeker nu teksten online nog jaren lang vindbaar zijn, neemt de waarde van goede tekst alleen maar toe.

Grote bedrijven kennen het belang van goede teksten al lang. Gek genoeg werken er op de vaak uitgebreide communicatieafdelingen opvallend weinig tekstschrijvers. Teksten worden doorgaans uitbesteed. En dat is niet zo gek, want tekstschrijven is een echt vak.

Leven van je toetsenbord

“Tekstschrijven? Maar dat leert toch iedereen op de lagere school al?” Die reactie kreeg ik (dit is echt waar) wel eens, toen ik ruim 20 jaar geleden begon als zelfstandig tekstschrijver.

Ondanks die verbaasde reactie hier en daar kon ik al snel goed leven van mijn toetsenbord. Veel mensen kunnen wel even een tekstje schrijven. Maar goede tekstschrijvers bleken destijds dun gezaaid en zijn dat nog steeds. Veel bedrijven zien het verschil tussen zomaar een tekstje en een puntig en professioneel stuk. Ze besteden als het écht overtuigend moet zijn, het schrijven maar al te graag uit. Daar is in die 20 jaar niets aan veranderd.

Kort, korter, kortst is voorbij

Ik kreeg vertrouwen en dus opdrachten. Ook in de tijd, het zal een jaar of tien geleden geweest zijn, dat iedereen online omarmde en meende dat het allemaal om beeld ging. Foto’s, tekeningen, grafieken, ja! Woorden? Hooguit als een bijschrift, maar dan niet te veel graag! Kort was de trend. Kort, korter, kortst. Met vééél beeld. Waar moest dat eindigen? Zouden uiteindelijk alleen de koppen overblijven in de krant met daaronder een collage van foto’s?

Content

Toen opeens kwam, in het kielzog van de digitale ontwikkeling, het woord content in zwang. Dat wil zeggen: het kreeg een nieuwe betekenis. Mijn oma zei vroeger altijd dat ze content was, aan het einde van een hele fijne dag. Maar nu werd content opeens: inhoud, digitale inhoud meestal. Tekst en beeld op een webpagina, op Facebook of andere social media. En opeens deed tekst weer mee! Misschien kwam het wel door het woord Content Management Systeem dat toch de indruk werkt dat content echt belangrijk is. Immers: je moet het managen! Bovendien blijkt Google helemaal niet (meer) – zoals we eerst dachten – te kicken op zouteloze teksten vol zoekwoorden. Onze vriend Google houdt juist van kwaliteitsteksten en die mogen best aan de lange kant zijn. 

Ontwerper en schrijver samen

In de begintijd van de website was tekst iets dat je op het laatste moment nog even snel plaatste. Je weet wel, op dat moment nadat ontwerpers eindeloos hadden gevisualiseerd en met mood boards in de weer waren geweest en techneuten de juiste knoppen en routing hadden bepaald…. Dan klonk het opgelucht: “Alleen nog even de tekst”. Vanaf een bepaald moment koos men voor kwaliteitscontent. Ontwerper en schrijver gingen meer samenwerken. De woorden kregen hun waarde terug.

Beelddeflatie

Wat ook zeker meehielp, is de beelddeflatie door de zee van foto’s die dagelijks over ons heen spoelt. Om daarin te kunnen selecteren helpt een goede kop, een krachtig bijschrift. En een fijne tekst, to the point, vlot geschreven en verhelderend. Daar heb je nu meer aan dan aan 100 foto’s!

Luisteren en doorvragen

Als goede tekstschrijvers – en daar schaar ik mijzelf en mijn Redactieprofs-collega’s voor het gemak maar even onder, samen goed voor meer dan honderd jaar ervaring – beheersen we een eerbiedwaardig ambacht.  We brengen belangrijke boodschappen soepel en aantrekkelijk over. De speeches van de president, het voorwoord van de voorzitter, het interview met de gevangenisdirecteur. De tekstschrijver luistert, stelt de juiste vragen en schrijft. En dat is op zich al bijzonder in deze tijd: iemand die luistert en doorvraagt. Die echt de tijd neemt, geïnteresseerd is. Dat is de basis van ons vak. Daarmee creëren wij dag in dag uit creatieve content waar anderen alleen van dromen.

Zo komt het dat in een tijd waarin er steeds minder wordt geluisterd en doorgevraagd en waarin de nuance soms jammerlijk ver te zoeken is, de waarde van goede tekst alleen maar toeneemt. Daarom vind ik dit vak ook na meer dan twintig jaar nog steeds prachtig. En het plezier dat wij als Redactieprofs beleven aan het schrijven, vind je weer terug in onze teksten. Dat enthousiasme maakt ze nóg waardevoller.

Bent u ook toe aan kwaliteitstekst? Neem dan contact op!