Redactieprofs | Formuleren
101
archive,category,category-formuleren,category-101,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.5,vc_responsive

Half november. De avonden vallen vroeg, we eten weer stamppot en de eerste jaarlijstjes verschijnen. Redactieprofs kijken vooruit en sommen op: welke platitudes moeten we in 2020 niet meer gebruiken?

‘Het komt wel héél dichtbij’

Collega Jeroen van der Bijl krijgt kromme tenen van deze uitspraak, die te pas en te onpas wordt gebruikt om ontwikkelingen te duiden: van terrorisme en enge ziektes tot onweer. Maar Jeroen maakt graag van de nood een deugd en ontdekte: je kunt ‘m tijdens verjaardagen en vergaderingen risicoloos in de groep gooien: werkt altijd. 

‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’

Wordt massaal gepapegaaid als quote van Pippi. Er zijn zelfs tasjes van. Opmerkelijk, de zin komt in geen enkele Pippi-uitgave voor (zie Misquotes onder de FAQ op astridlindgren.com).  

‘Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen’

Oftewel: het lukt, als je maar wilt. Best een treurig beeld ook, zelf de slingers van je eigen feest moeten ophangen. 

‘… is mijn passie’

Een passie voor reizen, schrijven, weerbarstige processen, champignons, waterzuivering, rechtvaardigheid: de wereld wordt door hartstocht overstroomd. 

‘Mag ik dit even parkeren?’

Waarna de geïnterviewde er alles aan doet om er niet op terug te hoeven komen, signaleert collega Helene de Bruin.

‘Laten we binnenkort een kop koffie doen’

‘Gebeurt nooit’, aldus Helene.  

Dit gaat helemaal nergens over!

Stopzin voor welke situatie dan ook. Gebruik ‘m bijvoorbeeld als je je aansluit bij de vrijmibo en je collega heeft de eerste bitterbal al te pakken. Of als je voor een open brug staat. ‘Dit gaat helemaal nergens over’ gaat inderdaad helemaal nergens over.

‘Dit moeten we met zijn allen niet willen’

Wie bepaalt dat? Collega Eveline Bets wordt licht opstandig van deze zin. 

‘Ik hoor wat je zegt’

Betekent volgens Eveline: ‘Ik ben het niet met je eens, maar ik ben beleefd’. 

‘Ik sta met de poten in de klei, zeg maar’

Typische uitspraak van ‘echte doeners’ met een ‘hands-on-&-can-do-mentaliteit’.

Welke zin hoort volgens jou ook in dit lijstje? Laat het weten en we voegen ‘m toe!

Hup, overboord met die overbodige schrijftips die je ooit leerde en nog steeds koestert. Redactieprof Marleen helpt je zin en onzin te onderscheiden bij schrijven en redigeren.

Bang om op fouten te worden gewezen in je tekst? Nou, dan ben je in goed gezelschap. Als beroepsschrijvers overkomt het ons ook regelmatig: opdrachtgevers of geïnterviewden die ons fijntjes wijzen op ‘fouten’ in onze tekst.

Tja, daar sta je dan met je academische titel in taalbeheersing en tig jaar ervaring met schrijven en redigeren. Dan heb ik wel even wat uit te leggen. Bij deze: de zeven meest voorkomende onzintips en hun zinnige alternatieven.

1. ONZIN: Gebruik korte zinnen, want die zijn begrijpelijker dan lange zinnen.

ZIN:

(a) Voor een prettig leesritme wissel je korte en lange zinnen met elkaar af. 

(b) Lange zinnen zijn niet per se complex. Denk maar aan opsommingen: niks ingewikkelds aan. Let echter wel op de regellengte: boven de pakweg 15 woorden neemt de leesbaarheid sterk af.

(c) Korte zinnen zijn niet per se begrijpelijk. Je bevordert de begrijpelijkheid door de relatie tussen de zinnen expliciet te maken. Vergelijk bijvoorbeeld de twee korte zinnen [Ze gaf weinig geld uit aan kleding. Ze werd donateur van AZG.] met de langere zin [Ze besloot weinig geld aan kleding uit te geven, zodat ze donateur kon worden van AZG].

2. ONZIN: Schrijf altijd actief, vermijd de lijdende vorm. 

ZIN: De lijdende vorm kan juist enorm functioneel zijn.Je houdt de focus van de zin waar je ‘m hebben wilt. Herschrijven in de actieve vorm kan juist afleiden van de boodschap. Laat je overtuigen door de voorbeelden in mijn blog ‘Leve de lijdende vorm!’.

3. ONZIN: Vermijd herhaling van woorden.

ZIN: Natuurlijk, het is afwisselender om met synoniemen te werken. Het levert leukere teksten op als je niet steeds woorden herhaalt. Toch is het raadzaam om ook deze regel niet strikt toe te passen bij schrijven of redigeren. Denk aan teksten op B1-niveau: laagopgeleide lezers zijn gebaat bij eenvoud. Ook voor zoekmachinescores kan herhaling gewenst zijn, hoewel…  Dit advies heeft meer haken en ogen dan je denkt: zie bijvoorbeeld onze minicursus SEO.

4. ONZIN: Wij en zij is netjes, we en ze is plat.

ZIN: Wij en zij gebruik je voor nadruk, zoals in [Wij hanteren geen verouderde schrijfregels, maar zij denken daar anders over.] Voor alle andere situaties volstaat we of ze.

5. ONZIN: Begin een zin nooit met En (Maar, Of)…

ZIN: Maar natuurlijk mag je een zin met En, Maar of Of beginnen. Het staat de begrijpelijkheid niet in de weg en kan de stijl ten goede komen. Lees maar wat collega Jeroen erover schrijft in een van de meest gelezen blogs ooit van Redactieprofs: En? Mag je een zin met En beginnen?

6. ONZIN: Schrijf cijfers 1 t/m 20 in letters, schrijf hogere getallen in cijfers.

ZIN: Laat je keuze afhangen van de context. In een alinea waarin allerlei getallen staan, is het voor de lezer gemakkelijker om ze te vergelijken als ze allemaal in cijfers staan. In een citaat is het juist logischer om een (rond) getal in letters weer te geven.

7. ONZIN: ‘Een aantal mensen zijn…’ is fout

ZIN: Zowel enkelvoud als meervoud is correct in een zin als deze. Raadpleeg bij twijfel de pagina van Onze Taal.

Moraal van dit verhaal? Laat je niet gek maken door schrijftips. Kijk goed naar de context en gebruik je eigen verstand.

Lees meer over schrijftips van Redactieprofs:

EHBO voor je teksten

Waarom tekstschrijvers HOOFDLETTERS vermijden

Monteur/montrice gezocht

In ons taaltje gebruiken we vaak verkleinwoordjes. Daarmee maken we alles wat we zeggen een beetje gezelliger, vriendelijker en schattiger. En kom je oorspronkelijk niet uit ons landje, dan is het ook nog een stukje makkelijker. Want verkleinwoordjes hebben altijd ‘het’ en nooit ‘de’ als lidwoordje. Eitje!

Wat een schatje, dat baby’tje/hondje/poesje/geitje/kalfje/veulentje! Kun je me even een papiertje aangeven? Ik heb een cadeautje voor je. Een appeltje voor de dorst. Wil je nog een koekje? Nog eventjes, we zijn er bijna. Zal ik eens een boekje open doen over die man? Wat een lulletje rozewater. Mag het een onsje meer/tikje minder? Zeg, was dat feestje leuk? Nou, dat verhaal kreeg nog een staartje. Roodkapje, Klein duimpje, Sneeuwwitje. Berend Botje, potje met vet, roodborstje tikt tegen ‘t raam en breng eens een zonnetje onder de mensen.

Zakenvrouwtje

Het schijnt dat vooral vrouwtjes graag verkleinwoordjes gebruiken. “Een collegaatje van mij ligt in scheiding, erg hè?” Dat is nog tot daaraan toe. Maar een ondernemer (v) die het heeft over ‘mijn bedrijfje’? Neem je die serieus? Ikke niet, ik heb er een broertje dood aan! Tenzij we haar dan ook een zakenvrouwtje mogen noemen dat een offertetje stuurt naar haar klantje met een prijsje dat ze rekent voor werkjes en opdrachtjes. Inclusief kilometertjes voor haar autootje van het zaakje.

Niet te vaak

Dus, het lesje van dit blogje is: niet te vaak verkleinwoordjes gebruiken. Wil je zachter, kneuteriger of liever overkomen? Dan mag het. Met mate. Maar in andere gevallen kun je beter gewoon zeggen (schrijven) waar het op staat.

PS: ik las er ook nog een leuk stukje over. Het is oud maar leuk nieuws over Hans Dorrestijn die zich boos maakt over winterkoning en roodborst.  https://onzetaal.nl/nieuws/ophef-over-roodborst.







Een goede openingszin: daarmee verleid je de lezer. Waaraan moet zo’n zin voldoen? Redactieprof Marleen kijkt de kunst af bij de literatuur en doet een verrassende ontdekking.

“Ken ik jou niet ergens van?” Google op ‘openingszin’ en je vindt pagina’s vol ‘originele’ binnenkomers voor desperate versierders. De aandacht trekken met een catchy oneliner, daar gaat het om. Voor professionals in tekst en communicatie is dat niet anders. Wij moeten de lezer verleiden om door te lezen of te klikken.

In deze verleiding is een hoofdrol weggelegd voor de kop, maar die heeft een sterke follow-up nodig: de beginzin. Goede fictieschrijvers weten daar alles van. Ik heb de boekenkast er eens op nagezocht en diepte deze inspirerende voorbeelden op:

  1. I have been arrested. For winning a quiz show.
  2. Sunday 1 January, 129 lbs. (but post-Christmas), alcohol units 14 (but effectively covers 2 days as 4 hours of party was on New Year’s Day), cigarettes 22, calories 5424.
  3. Behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste straat van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter.

Heb je ze herkend? De eerste is van ‘De ongelooflijke lotgevallen van een arme geluksvogel’, beter bekend als ‘Slumdog Millionaire’. De tweede komt uit ‘Bridget Jones’s Dairy’ en nummer drie is van Nescio. Stuk voor stuk bestsellers en stuk voor stuk zinnen die je in de boekwinkel direct naar de kassa laten lopen… Welk verleidingsprincipe ligt eraan ten grondslag en welke lessen kunnen we daaruit trekken voor zakelijke communicatie?

Prikkelend

Wat de openingszinnen gemeen hebben, is dat je meteen het verhaal erachter voelt zinderen. Vragen dringen zich aan je op. Hoezo gearresteerd voor het winnen van een quiz? Wie en wat zit er achter die (pijnlijk herkenbare) lijst van ongezonde verleidingen? Wat is een uitvreter en waarom is hij zo wonderlijk? Waarom de Sarphatistraat en niet, noem eens een lelijkerd, de Marnixstraat? Het ongerijmde trekt je aandacht, prikkelt je nieuwsgierigheid, wakkert je leeshonger aan en voor je het weet ben je al een pagina verder.

Herkenbaar

Maar er is nog een overeenkomst: de contouren van het verhaal doemen direct voor je op. De arme quizwinnaar die om onduidelijke redenen in een lastig parket verzeild is geraakt. De antiheldin Bridget die op onalledaagse wijze met alledaagse problemen worstelt. De verhalende elementen zitten in onze genen, we herkennen ze direct. Ziedaar het principe achter het succes van organisational storytelling. En daarmee heb ik het bruggetje geslagen naar ons vakgebied: wat kunnen we hiervan leren voor zakelijke communicatie?

Spanningsboog voorspelbaar – onvoorspelbaar

De fictieschrijvers laten zien dat het allemaal draait om een spanningsboog tussen voorspelbaarheid en onvoorspelbaarheid. Tussen enerzijds voldoende informatie geven om de vluchtige lezer te laten beslissen of de tekst relevant is. En anderzijds vragen oproepen die de nieuwsgierigheid prikkelen. Moraal van dit verhaal: een beginzin moet smakelijk genoeg zijn om de leeshonger op te wekken. En informatief genoeg om de lezer duidelijkheid te bieden over welke informatie hij/zij kan verwachten in de tekst. Zo’n zin formuleren, dat is de kunst.

Nu ik toch in beeld ben: wat is jouw favoriete beginzin?

Kortste profblog ooit.

Ik leerde het bij een college ‘taalergonomie’. Een echte eyeopener. Waarom je beter geen hoofdletters kunt gebruiken.

Je krijgt ze soms nog wel eens overhandigd, aan balies of in wachtkamers: papieren formulieren, waarop je je adresgegevens in vierkante hokjes in moet vullen. In hoofdletters a.u.b., want dat is duidelijker.

Klopt niet. 

Denk maar eens aan de plaatsnaamborden langs de Nederlandse snelweg. Die zijn in één oogopslag te lezen, zodat je meteen je blik weer op de weg kunt richten. 

Hoofdletters passen in hokjes. Veel kleine letters niet, omdat ze stokjes of lussen hebben. Die steken boven (b)of beneden (p)links (f)of rechts (g)buiten het hokje. Daarom zijn ze van een afstand beter te lezen. Je kunt de letters beter en sneller van elkaar onderscheiden.

Zo simpel is het.

Oké, nog een tweede reden om kritisch te zijn op je hoofdlettergebruik. Anders wordt dit wel een heel kort blogje.

Ken je dat, die gebruikersfeedback die je computer soms geeft: ‘FOUT!’. Dat wekt meteen irritatie op. Alsof je als een kind op je vingers wordt getikt. En dat ook nog door een anonieme ict-programmeur die blijkbaar geen gebruiksvriendelijke interface in elkaar kon zetten.

Hoofdletters zijn niet vriendelijk. HET LEEST ALSOF JE SCHREEUWT TEGEN JE LEZER. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar als er tegen mij wordt geschreeuwd, haak ik af. 

En afhakende lezers, daar doen we het niet voor.

‘En? Kon u het een beetje vinden? Tja, we hebben uw tekst bekeken en eerlijk gezegd zijn we niet enthousiast. Dat u als tekstschrijver niet weet dat zinnen niet met ‘en’ behoren te beginnen. Doet u dit werk al lang?’

Ik kreeg ooit de volle laag omdat ik het had gewaagd twee zinnen in een tekst van ruim duizend woorden met ‘en’ te beginnen. Toch zijn er goede redenen te bedenken om dat te doen.

‘En’ markeert een nieuw gespreksonderwerp

• En? Kon u het een beetje vinden?
• En? Hoe voelt u zich vandaag?

Een zin krijgt met ‘en’ meer nadruk

• Hero ging eten. En drinken.
• Deze paraplu is 100% stormvast. En u krijgt nu zelfs 10% korting!

En anderen doen het ook

• En het was pas nadat ik me op mijn stoel had laten zakken dat het tot me doordrong dat Babette huilde. (Herman Koch, Het diner)
• En ziet, voor haring en ansjovis kwam er paling. (K. Norel, Engelandvaarders)
• En God zag dat het goed was. (Bijbel)

En wat voor ‘en’ geldt, geldt evengoed voor ‘maar’. Maar daar hebben we het een andere keer wel over.