Redactieprofs | Formuleren
101
archive,category,category-formuleren,category-101,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.9.0,vc_responsive

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem 
ploem ploem 
dag stoel naast de tafel 
dag brood op de tafel 
dag visserke-vis

Onzin?

Tijdens mijn studie Nederlands werd het gedicht ‘Marc groet ’s morgens de dingen’van Paul van Ostaijen in de collegezaal besproken en ik weet nog dat ik daar mijn aandacht niet bij kon houden. Ik vond het een onzingedicht. Pas toen ik een kind kreeg, begreep ik het beter. Dit gedicht laat, voor mij althans, zien hoe een kind in de wereld loopt, hoe hij zich verhoudt tot alles om hem heen. Het maakt niet uit wie of wat het is, voor het kind is alles warm en levend en de moeite waard om een band mee te hebben. Dat kinderlijk begroeten is zo’n respectvolle omgang met alles wat er is, dat het verheven mag worden tot kunst.

Soortnamen en eigennamen

Toen ik via mijn man de wereld van de natuurliefhebbers leerde kennen, ontdekte ik ook iets kinderlijks: ecologen schrijven de namen van planten en dieren met een hoofdletter en zonder lidwoord. Paardenbloem, Kievit, Veldlathyrus, Kleine Vos. Als tekstschrijver gingen mijn haren meteen overeind staan. Mag niet! Hoort niet! Soortnamen moeten met een kleine letter! Maar nu denk ik: dit is eigenlijk een heel goed idee! Want door van een soortnaam een eigennaam te maken, ga je je anders verhouden tot alles wat er om je heen leeft. Door iemand bij naam te noemen, bestaat die persoon voor je. Door zijn of haar naam te kennen en uit te spreken, erken je diegene in zijn bestaan, zijn identiteit. Zo bezien is het eigenlijk heel mooi en ook nuttig om dieren en planten bij hun naam te noemen en om die naam met een hoofdletter te schrijven. Want dat schept een band, dat maakt dat dieren en planten wat op een voetstuk worden gezet, of om bij het gedicht van Paul van Ostaijen te blijven: de mens komt op dezelfde hoogte te staan als de rest van de natuur.

Zorg voor de natuur

Afgelopen zomer liepen mijn man en ik door de Yerseke Moer, een natuurgebied op Zuid-Beveland, waar op het eerste gezicht niet veel te beleven valt. Vanaf de weg zie je een groene vlakte met wat slootjes, maar als je erin loopt, gaat er een wereld voor je open. En als je vervolgens een kijker pakt, zie je zoveel dat je de dingen kunt gaan groeten: dag Tureluur, dag Kluut, Scholekster, Boerenzwaluw. Alles wordt dan anders in die saaie Moer. Groeten doet leven.

Je zou het eens moeten doen, bij jou thuis, in de tuin. Een vogeltje, een plantje bij de naam noemen en groeten: wedden dat het helpt? Dat je meer gaat ‘voelen’ voor al die levende wezens om ons heen? Dan kom je er vast ook achter dat je van sommige planten en beestjes de naam niet weet. En als je dat dan opzoekt, met die geweldige app ObsIdentify bijvoorbeeld, zoek dan meteen ook op wat dat vogeltje of insect, die boom, of dat plantje nodig heeft om een fijn leven te kunnen leiden. De zorg voor de natuur – en dat lijkt mij in tijden van natuurschaarste geen overbodige luxe – is veel beter vol te houden als je je kennis van de natuur uitbreidt. Als je weet wat een paardenbloem, pardon, Paardenbloem doet voor de bodem en hoeveel insecten van haar afhankelijk zijn, dan groet je haar en stel je het maaien van je gazon een keertje uit. En als Mus drie jongen heeft in Haagbeuk, dan loop je er zachtjes langs en zeg je: Dag Mus, dag kleintjes! En dan huil je als blijkt dat op een dag Haagbeuk met nest en al is omgehakt omdat de camper van de buren een eigen parkeerplaats moest krijgen.

De natuur gaat Redactieprof Theanne aan het hart. Ze schreef er een kinderboek over: Kleur je wereld groen. Geen kopzorgen over wanneer wel of niet een hoofdletter, en teksten die lezers ‘voelen’? Redactieprofs staan voor je klaar.

Wist je dat op Mark Rutte’s rapporten vroeger stond dat hij ‘andere kinderen afleidde’? Dat Jesse Klaver heel verlegen was voordat hij een podiumtijger werd? En dat Geert Wilders niks in zijn haar doet, behalve bleek? Ik niet, totdat ik afgelopen woensdag – de avond na het stemmen – op verzoek van mijn zoons de NOS Jeugdjournaal ‘Verkiezingen’-special terugkeek. Geweldig! De lijsttrekkers van de zes grootste partijen vertelden kinderen in de studio op speelse wijze over hun standpunten. Weet je wat mij nog het meest opviel? Hoe ze praatten en zich gedroegen. Menselijk, duidelijk en zelfs grappig. Wát een verademing!

Het begon meteen goed

Daar zaten ze. Wopke, Jesse, Sigrid, Geert, Lilian en Mark. Tsja, het zijn ook maar gewoon mensen, dus ik noem ze even bij hun voornaam. Mooi op een rijtje met transparante schermen tussen hen in. Het begon al meteen goed met kinderfoto’s van de zes lijsttrekkers. Wopke buiten op een tractor (‘ik hield van voetballen en veel buiten zijn’), Jesse verlegen de camera in kijkend (nog geen krullen), Sigrid met een ondeugende blik (‘toen al’), Geert, een schattig blond manneke (‘ook ik was ooit braaf’), Lilian, een vrolijke meid (niks veranderd) en een jonge Mark die voor zich uitstaarde. Hahaha, iedereen lachen om en met elkaar – de toon was gezet!

Hot news

Presentatoren Joris en Milou maakten er een ontspannen uitzending van. Waar nodig wezen ze de lijsttrekkers op lichtvoetige manier op een aandachtspuntje: ‘Wat bedoel je daar precies mee?’ of lachend: ‘Maak nou eens een keuze!’. De lijsttrekkers mochten een korte spreekbeurt houden, staken ja/nee-bordjes op bij stellingen, kregen eens/oneens-spandoeken, deden in duo’s een lollige quiz (Lilian en Mark; ‘Alsof je Feyenoord en Ajax samen laat spelen!’) en beantwoordden vragen van de kinderen. We leerden dat Geerts grootste angst is dat hij dierbaren verliest, Lilian is geen ochtendmens, Mark en Jesse praten altijd door anderen heen in de Kamer, Sigrid spreekt zes talen en Wopke is een sportman. 

Het. Is. Mogelijk. 

Het allermooist vond ik hoe duidelijk de lijsttrekkers spraken en hoe menselijk ze zich gedroegen. Ze gebruikten heldere taal, niveau groep acht zodat de kinderen in de studio het begrepen. Ze waren vriendelijk naar de kinderen én naar elkaar toe. Er was veel lol onderling: knipoogje hier, box daar (op het transparante tussenscherm natuurlijk). Het. Is. Dus. Mogelijk! Ik vond het een feestje. 

Vriendelijke én duidelijke taal lezen of schrijven, volgens mij wil iedereen dat wel. Mis je vaardigheden, tijd of kennis? Redactieprofs staan klaar! 

Gratis webinar van een uurtje!

Denk jij bij ‘eenvoudige taal’ meteen aan B1? Op donderdag 1 april is er van 10:00 – 11:00 uur een gratis webinar over de zin en onzin van B1. Een evenement van de Direct Duidelijk Tour. Zo’n initiatief kan ik alleen maar steunen. Bij deze! 

Redactieprof Cindy studeerde (lang geleden) af bij prof. dr. Carel Jansen, taal- en communicatiewetenschapper en een van de gasten tijdens het webinar. Zij is nog steeds groot fan van hem. 

Dit is een lang blog (500 woorden) over korte tekst. Hoe kun je veel bereiken met weinig woorden? 

Wat moeten we met al die tekst in de huidige beeldcultuur? Nou… een heleboel. Teksten publiceren is gevonden (SEO), gelezen en begrepen worden – allemaal voorwaarden om je producten en diensten voor het voetlicht te krijgen. Dat vraagt om een korte en krachtige verwoording van je boodschap.

Korte tekst is niet alleen op internet van belang. Mensen hebben nu eenmaal weinig tijd en veel afleiding. Of je nu van beeldscherm leest of van papier, je wilt graag snel weten of het relevant voor je is, waar het over gaat, waar je vindt wat je zoekt of wat je moet doen. Dat geldt voor elke website, handleiding, brochure, corporate story of advertentie.

Woord en beeld

Niet alles heeft taal nodig. Zeker niet. Woord en beeld kunnen elkaar enorm versterken. Als tekstschrijvers denken we daar graag over mee. We weten hoe je informatie omzet in een goede infographic en hoe fotografie de boodschap kan benadrukken. We zetten verhalende elementen naast grafieken met cijfers, verduidelijken verbanden en processen in stroomschema’s, maken fotobijschriften die écht iets toevoegen en zetten typografie in om visueel onderscheid te maken tussen verschillende soorten informatie. Zo komen we samen met vormgevers, fotografen en illustratoren tot krachtige producties, waarin tekst en beeld een uitgebalanceerd geheel vormen.

Weinig tekst, veel effect

In een korte tekst moet je met weinig woorden heel veel voor elkaar kunnen krijgen: 

(1) Allereerst moet je de aandacht trekken van de beoogde lezers. Zij moeten meteen zien of de tekst voor hen van belang is, of ze er iets aan hebben, ze moeten geprikkeld zijn om door te lezen. 

(2) Vervolgens moeten ze begrijpen wat er staat, overtuigd worden van het belang van de boodschap, en 

(3) geactiveerd worden om er iets mee te doen.

Taalbeheersers noemen dat tekstfuncties. Veelvoorkomende tekstfuncties zijn interesseren (voor de betreffende communicatieboodschap), informeren (over alles wat relevant is voor die boodschap) en motiveren (om contact op te nemen, een bestelling te plaatsen, een formulier in te vullen et cetera). In de reclamewereld wordt daarvoor de AIDA-formule gebruikt: Attention, Interest, Desire, Action. Een klassieker, die sinds 1925 nog net zo min aan waarde heeft ingeboet als, pakweg, de uitvinding van het toetsenbord.

Kort is niet snel

Over klassiekers gesproken – ‘Iets wat kort is uitgedrukt, is veelal de vrucht van lang nadenken’, schreef de filosoof Nietzsche ruim een eeuw voor de uitvinding van de zoekmachines. Het is een wijdverbreid misverstand dat een korte tekst minder tijd kost dan een lange tekst (een schrijver per woord betalen is dan ook onzinnig). Vaak is het tegendeel waar. Pas als ik voldoende informatie heb verzameld, kan ik tot de kern komen. En om iets kernachtig te verwoorden, moet ik keuzes maken, verbanden expliciteren, schrappen en darlings killen. Kort is niet snel. Althans, als we het over kwaliteit hebben. Dus: graag weinig tekst voor je website, brochure of nieuwsbrief? Laten we daar eens goed voor gaan zitten. 

Lees ook mijn kortste blog ooit:

https://redactieprofs.nl/waarom-tekstschrijvers-hoofdletters-vermijden/

Meer over korte tekst:

Deze 7 schrijftips mag je direct vergeten

Infographics: hoe zet je ze goed in?

Hoe schrijf ik een pakkend bericht voor internet?

Net als jij besteed ik gruwelijk veel tijd aan digitale apparaten. Alleen al op mijn Mac schrijf ik, communiceer ik met klanten, collega’s en vrienden, bestel ik dingen, lees ik nieuws, kijk ik voetbal… Doordat ik zóveel op één apparaat doe, loopt alles door elkaar, raak ik overprikkeld en vind ik het moeilijk om grip te houden op mijn gedachten. 

Natuurlijk zijn er manieren voor om de controle terug te vinden. Lees: The Organized Mind van Deniel Levitin, over hoe je helder blijft denken in dit tijdperk van informatieoverload. Maar er is in ieder geval één truc die ik je van harte kan aanbevelen: keer terug naar papier.  

Schaf een mooi notitieboek aan

Of neem een A3-vel. Of een schetsboek. Met papier aan de keukentafel – zonder digitale distractie – komt er weer lijn in mijn gedachten. Daar laat ik ze de vrije loop, ontstaat flow van een verhaal, maak ik lijstjes voor van alles en ontworstel ik me als ik ben vastgelopen. Daar raak ik gefocust en ben ik creatiever. 

Het toetsenbord voert vervolgens uit wat ik heb bedacht. Maar dan is het echte werk al gedaan.

‘Houd afstand.’ We lezen het overal op ramen en deuren. Niet gezellig, wel duidelijk. Maar kan het ook anders? Jawel! Deze communicatielessen leerde ik van een beveiliger, een administratief medewerker, een fietsenverkoper en een horecamedewerker.

“Wilt u uw handen reinigen en een mandje pakken?”, wijst de boekwinkelmedewerkster bij binnenkomst. De vrouw achter mij zucht en maakt rechtsomkeert. “Ik ben hier he-le-maal klaar mee”, foetert ze terwijl ze wegloopt.

Naarmate de coronacrisis langer duurt, worden lontjes korter. En dan zijn het al snel de boodschappers van het slechte nieuws die het moeten verduren: winkelpersoneel, handhavers, OV-medewerkers en noem maar op.

‘Houd afstand’. ‘Maximaal drie klanten tegelijk naar binnen.’ ‘Was je handen.’ ‘Blijf thuis.’ Het laat aan duidelijkheid niks te wensen over. Duidelijkheid is een voorwaarde voor geslaagde communicatie. Toch is er meer voor nodig om een boodschap te laten landen, zeker als het geen fijne boodschap is. Wat dacht je van deze:

Fout!

Kijk, bij zo’n boodschap haak ik dus meteen af. FOUT, zegt dit apparaat in schreeuwende hoofdletters tegen mij als ik op de knop voor de magnetronfunctie druk. Ik voel me als een klein kind op de vingers getikt en dat wekt wrevel op. Wat denkt dat ding wel helemaal? Bovendien kan ik er niks mee, want nu weet ik nog steeds niet hoe ik de magnetron dan wél aankrijg.

Herrie in de stiltecoupé

Maar zelf maak ik me ook wel eens schuldig aan het uitdelen van zo’n spreekwoordelijke tik op de vingers. Bijvoorbeeld als bellende of kletsende passagiers in een halflege trein kiezen voor de stiltecoupé, als ik daar net mijn laptop heb uitgeklapt om een deadline te halen. Met – inderdaad – wrevelige reacties als gevolg. 

Totdat ik een lesje communicatie kreeg van een Amsterdamse beveiliger, dat ik nog regelmatig met succes in praktijk breng. Hij adviseerde: “Benoem in zo’n situatie niet het ongewenste gedrag, maar de oplossing. Zeg bijvoorbeeld: ‘Als u wilt bellen, dan kan dat in de coupé hiernaast’.”

Betalingsherinnering

Vergissen is menselijk. Als er iets misgaat, wil dat helemaal niet zeggen dat er opzet in het spel is. De vergeten factuur bijvoorbeeld. Ik schaam me eerlijk gezegd altijd een beetje als ik een betalingsherinnering ontvang. Betrapt op nalatigheid! Maar als ik er zelf een moet sturen, dan laat ik me graag inspireren door deze sympathieke tekst die ik ontving van mijn Amersfoortse webbouwer. Want hier is begrip het uitgangspunt:

Bij het nalopen van onze administratie valt me op dat de betaling van onderstaande factuur nog niet is ontvangen. Daarom het verzoek om na te gaan of er inderdaad nog niet betaald is. Als er een bijzondere reden is, dan hoor ik het graag en anders wil ik je vragen zo snel mogelijk te betalen.

Betalen voor het toilet

In Nederland is het een bekend verschijnsel: je mag alleen van het toilet gebruikmaken als je ook iets koopt. Maar waarom eigenlijk? Moeten we in dit land dan werkelijk óveral aan verdienen? Deze horecaondernemer van een strandpaviljoen bij Hargen begrijpt hoe mensen denken. En geeft ze een reden om tóch met een glimlach dat muntje uit hun portemonnee te halen. 

Hier geen fietsen

Daar ga je dan met je goede gedrag. Laat je de auto thuis staan om CO2-vrij de stad in te gaan, en dan kun je je fiets nergens kwijt. Geen fietsenrek te bekennen. Overal die rode verbodsbordjes in de etalage. Behalve hier, want de uitbaters van deze Hoornse sportzaak pakken het sportiever aan. Net als jij houden ze van fietsen. En gemeenschappelijkheid schept een band. Dus die mensen doe je graag een plezier.

Rookvrij

Nog één voorbeeld tot slot. Deze komt niet ‘gewoon’ uit de praktijk, maar uit de Rookvrij-campagne. De tekst op dit bord luidt: ‘Fijn dat u hier niet rookt’. Klinkt een stuk vriendelijker dan ‘Verboden te roken’. De reden laat zich raden: in plaats van het ongewenste gedrag te verbieden, wordt het gewenste gedrag beloond. De naam van de campagne roept trouwens ook een positief gevoel op: ‘Rookvrij’ heeft een heel andere lading dan ‘Rookverbod’.

Houd afstand, maar dan anders?

Hoe kunnen deze 5 lessen inspiratie bieden voor ‘Houd afstand’, ‘Blijf thuis’ en andere coronacrisis-geboden?

1. Benadruk de oplossing:

 ‘U kunt hier veilig winkelen door gebruik te maken van de desinfectiegel en de route te volgen.’

‘Ga frisbeeën, badmintonnen, skeeleren of de bal overtrappen: spelletjes die je met weinig kinderen tegelijk kunt doen. En waarbij je makkelijk afstand kunt houden.’ 

‘Mede dankzij u is onze zorginstelling nog steeds virusvrij en zijn alle bewoners veilig. ’

‘Het vaste ommetje met de buurvrouw kun je gewoon blijven maken; praat bij op 1,5 meter afstand’.

2. Toon begrip:

‘Wachten is niet leuk. Daarom bieden we u graag een gratis kopje koffie aan.’

‘Natuurlijk wil je graag weer samen buitenspelen! Kies voor spelletjes die je met z’n tweeën of drieën kunt doen, zoals …’

‘We begrijpen dat u ernaar uitkijkt om uw naaste weer in de armen te sluiten.’

3. Benoem de redenen:

‘Het geeft u vast een veilig gevoel dat andere bezoekers:

– 1,5 meter afstand houden

– hun handen hebben gedesinfecteerd 

– de aangegeven route volgen.

Fijn als u dat ook doet!’

‘Als u hier even wacht, zijn we samen sneller van corona af’

4. Benoem de gemeenschappelijkheid

‘Alleen samen krijgen we corona onder controle’.

‘Omdat we er allemaal zo snel mogelijk vanaf willen zijn – hier je handen wassen is fijn!’ 

‘Krijgt u er ook al schoon genoeg van? Wij ook. Toch zijn we liever schoon dan ziek. Samen krijgen we corona onder controle.’ 

5. Beloon het gewenste gedrag:

‘Dankjewel voor je geduld! Bij de eerstvolgende klant die de winkel verlaat, kun jij erin.’

Heb jij een mooi voorbeeld van een positief geformuleerd gebod uit de anderhalvemetersamenleving? Vul gerust aan!

Spelling en een foutloze zinsbouw, ach. Dat is niet de kunst. Met een schooldiploma en een beetje taalgevoel kom je een aardig eind. Maar dan? Drie absoluut onmisbare ingrediënten voor een tekst met pit.

‘Kun jij peper toevoegen aan onze websiteteksten?’ ‘We willen een pakkende tekst.’ ‘Help ons aan een tekst met impact.’ ‘Schrijf helder en kort alsjeblieft.’ ‘Kun je hier een goed verhaal van maken?’ Zulke verzoeken krijgen wij als tekstschrijvers wekelijks, zo niet dagelijks van onze klanten. 

Gepeperde tekst. Daarmee krijg je iets voor elkaar bij de lezer.

Een geslaagde tekst

De ingrediënten voor een geslaagde tekst verschillen per opdracht. Het maakt bijvoorbeeld nogal een verschil of je wilt dat medewerkers van je organisatie zich bewust worden van veiligheidsrisico’s, of dat je potentiële klanten wilt interesseren voor een nieuw product, of sollicitanten wilt overhalen om te reageren op jouw vacature. Informeren, interesseren en overtuigen zijn tekstfuncties die elk hun eigen eisen stellen aan een tekst.

Toch zijn er drie ingrediënten die ik bij praktisch elke tekst uit de kast haal. Hoezeer het vakgebied van communicatie ook aan trends en ontwikkelingen onderhevig is, dit drietal blijft onmisbaar als zout, peper en suiker. Online content of print, short copy of longread, het maakt niet uit. Puur omdat het basale ingrediënten zijn, die aansluiten op hoe onze hersens werken.

1. What’s in it for me

Dit is de vraag die we onszelf onbewust voortdurend stellen: wat heb ik hieraan? Is dit relevant voor mij? Wat betekent dit voor mij? Die relevantiecheck is ons filter in een omgeving vol informatieprikkels. Of je nu in de supermarkt staat, zoekresultaten doorscrollt of een krantenpagina scant, dankzij dat relevantiefilter ga je niet kopje-onder in de informatiestroom.

Voor tekstschrijven betekent dat: je verplaatsen in je lezer en zorgen dat je lezer al in de kop, lead of de eerste regels van het zoekresultaat (meta description) ziet of de tekst voor hem/haar relevant is. Of, sterker nog: antwoorden belooft op zijn/haar vragen of wensen.

In bovenstaande zoekresultaat is dat goed verwoord. De kopregel belooft de zakelijke lezer een antwoord op een brandende vraag: hoe spreek ik mijn klanten succesvol aan? Ik zou eventueel de (zendergerichte) formulering in de meta description daaronder ( ‘the benefits of your offer’ ) vervangen door zoiets als ‘the benefits for your client’. Want daar gaat het tenslotte om: klantgericht denken en formuleren.

2. Show, don’t tell

Wat klinkt volgens jou geloofwaardiger (en wat lees je liever): 

“Ik ben heel erg enthousiast over deze fiets. Hij is van hoge kwaliteit.”

Of

“Op deze fiets ben ik door weer en wind van Amsterdam over de Pyreneeën naar Barcelona gefietst. Zónder panne.”

De eerste tells

De tweede shows

Need I say more?

3. Given and new information

Dit principe, ooit opgedaan in een college Taalbeheersing, helpt mij nog bijna dagelijks bij het helder en leesbaar schrijven. ‘Given’ staat voor dat wat jouw lezer al weet of kent, ‘new’ voor wat jouw tekst daar aan toe gaat voegen. Anders gezegd: sluit aan bij de voorkennis van je lezer.

Klinkt simpel, maar gaat heel vaak mis. Kijk bijvoorbeeld eens op websites van adviseurs of juristen: eerst krijgen hun lezers allemaal jargon voorgeschoteld waarin het vakgebied wordt uitgelegd, daarna pas komen – althans in het beste geval – de vragen aan de orde die hun potentiële klanten hebben.

Die dan waarschijnlijk allang hebben weggeklikt, omdat ze zich niet herkenden in het jargon.

In bovenstaand zoekresultaat staat een onbekende term in de kop: diagnosedocument. Het zoekresultaat kwam boven bij de zoekopdracht ‘jurist’. Zouden de beoogde klanten van deze organisatie weten wat een diagnosedocument is? Waarschijnlijk niet. 
Hoewel, misschien is ‘diagnosedocument’ een term waarop mensen zoeken (omdat het bijvoorbeeld een vereiste is voor het aanvragen van rechtsbijstand ofzo), en is het welbewust in de kop gezet. Ik heb geen idee. Zeker is dat ik op mijn online zoektocht naar een jurist, snel verder klik naar andere sites. 

What is in it for me, Show don’t tell, Given and new information. Het zijn peper, zout en suiker voor teksten die iets voor elkaar moeten krijgen bij jouw beoogde lezers. Basale ingrediënten voor geslaagde communicatie, en daarom even onveranderlijk als onmisbaar.

Redactieprofs sommen op: welke platitudes moeten we liever vermijden in teksten?

‘Het komt wel héél dichtbij’

Collega Jeroen van der Bijl krijgt kromme tenen van deze uitspraak, die te pas en te onpas wordt gebruikt om ontwikkelingen te duiden: van terrorisme en enge ziektes tot onweer. Maar Jeroen maakt graag van de nood een deugd en ontdekte: je kunt ‘m tijdens verjaardagen en vergaderingen risicoloos in de groep gooien: werkt altijd. 

‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’

Wordt massaal gepapegaaid als quote van Pippi. Er zijn zelfs tasjes van. Opmerkelijk, de zin komt in geen enkele Pippi-uitgave voor (zie Misquotes onder de FAQ op astridlindgren.com).  

‘Het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers ophangen’

Oftewel: het lukt, als je maar wilt. Best een treurig beeld ook, zelf de slingers van je eigen feest moeten ophangen. 

‘… is mijn passie’

Een passie voor reizen, schrijven, weerbarstige processen, champignons, waterzuivering, rechtvaardigheid: de wereld wordt door hartstocht overstroomd. 

‘Mag ik dit even parkeren?’

Waarna de geïnterviewde er alles aan doet om er niet op terug te hoeven komen, signaleert collega Helene de Bruin.

‘Laten we binnenkort een kop koffie doen’

‘Gebeurt nooit’, aldus Helene.  

Dit gaat helemaal nergens over!

Stopzin voor welke situatie dan ook. Gebruik ‘m bijvoorbeeld als je je aansluit bij de vrijmibo en je collega heeft de eerste bitterbal al te pakken. Of als je voor een open brug staat. ‘Dit gaat helemaal nergens over’ gaat inderdaad helemaal nergens over.

‘Dit moeten we met zijn allen niet willen’

Wie bepaalt dat? Collega Eveline Bets wordt licht opstandig van deze zin. 

‘Ik hoor wat je zegt’

Betekent volgens Eveline: ‘Ik ben het niet met je eens, maar ik ben beleefd’. 

‘Ik sta met de poten in de klei, zeg maar’

Typische uitspraak van ‘echte doeners’ met een ‘hands-on-&-can-do-mentaliteit’.

Welke zin hoort volgens jou ook in dit lijstje? Laat het weten en we voegen ‘m toe!

Hup, overboord met die overbodige schrijftips die je ooit leerde en nog steeds koestert. Redactieprof Marleen helpt je zin en onzin te onderscheiden bij schrijven en redigeren.

Bang om op fouten te worden gewezen in je tekst? Nou, dan ben je in goed gezelschap. Als beroepsschrijvers overkomt het ons ook regelmatig: opdrachtgevers of geïnterviewden die ons fijntjes wijzen op ‘fouten’ in onze tekst.

Tja, daar sta je dan met je academische titel in taalbeheersing en tig jaar ervaring met schrijven en redigeren. Dan heb ik wel even wat uit te leggen. Bij deze: de zeven meest voorkomende onzintips en hun zinnige alternatieven.

1. ONZIN: Gebruik korte zinnen, want die zijn begrijpelijker dan lange zinnen.

ZIN:

(a) Voor een prettig leesritme wissel je korte en lange zinnen met elkaar af. 

(b) Lange zinnen zijn niet per se complex. Denk maar aan opsommingen: niks ingewikkelds aan. Let echter wel op de regellengte: boven de pakweg 15 woorden neemt de leesbaarheid sterk af.

(c) Korte zinnen zijn niet per se begrijpelijk. Je bevordert de begrijpelijkheid door de relatie tussen de zinnen expliciet te maken. Vergelijk bijvoorbeeld de twee korte zinnen [Ze gaf weinig geld uit aan kleding. Ze werd donateur van AZG.] met de langere zin [Ze besloot weinig geld aan kleding uit te geven, zodat ze donateur kon worden van AZG].

2. ONZIN: Schrijf altijd actief, vermijd de lijdende vorm. 

ZIN: De lijdende vorm kan juist enorm functioneel zijn.Je houdt de focus van de zin waar je ‘m hebben wilt. Herschrijven in de actieve vorm kan juist afleiden van de boodschap. Laat je overtuigen door de voorbeelden in mijn blog ‘Leve de lijdende vorm!’.

3. ONZIN: Vermijd herhaling van woorden.

ZIN: Natuurlijk, het is afwisselender om met synoniemen te werken. Het levert leukere teksten op als je niet steeds woorden herhaalt. Toch is het raadzaam om ook deze regel niet strikt toe te passen bij schrijven of redigeren. Denk aan teksten op B1-niveau: laagopgeleide lezers zijn gebaat bij eenvoud. Ook voor zoekmachinescores kan herhaling gewenst zijn, hoewel…  Dit advies heeft meer haken en ogen dan je denkt: zie bijvoorbeeld onze minicursus SEO.

4. ONZIN: Wij en zij is netjes, we en ze is plat.

ZIN: Wij en zij gebruik je voor nadruk, zoals in [Wij hanteren geen verouderde schrijfregels, maar zij denken daar anders over.] Voor alle andere situaties volstaat we of ze.

5. ONZIN: Begin een zin nooit met En (Maar, Of)…

ZIN: Maar natuurlijk mag je een zin met En, Maar of Of beginnen. Het staat de begrijpelijkheid niet in de weg en kan de stijl ten goede komen. Lees maar wat collega Jeroen erover schrijft in een van de meest gelezen blogs ooit van Redactieprofs: En? Mag je een zin met En beginnen?

6. ONZIN: Schrijf cijfers 1 t/m 20 in letters, schrijf hogere getallen in cijfers.

ZIN: Laat je keuze afhangen van de context. In een alinea waarin allerlei getallen staan, is het voor de lezer gemakkelijker om ze te vergelijken als ze allemaal in cijfers staan. In een citaat is het juist logischer om een (rond) getal in letters weer te geven.

7. ONZIN: ‘Een aantal mensen zijn…’ is fout

ZIN: Zowel enkelvoud als meervoud is correct in een zin als deze. Raadpleeg bij twijfel de pagina van Onze Taal.

Moraal van dit verhaal? Laat je niet gek maken door schrijftips. Kijk goed naar de context en gebruik je eigen verstand.

Lees meer over schrijftips van Redactieprofs:

EHBO voor je teksten

Waarom tekstschrijvers HOOFDLETTERS vermijden

Monteur/montrice gezocht