Redactieprofs | Content
112
archive,category,category-content,category-112,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.9.0,vc_responsive

Het waren twee piepkleine puntjes op mijn to-do-lijst: een parkeer-app activeren en een declaratie indienen bij mijn nieuwe zorgverzekeraar. Maar ik was er een hele ochtend zoet mee. Dwalen door een digitaal doolhof zonder menselijk contact, ik word er niet vrolijk van. Dat kan anders en beter. Vandaar dit blog over contact maken en vertrouwen winnen in je teksten. 

Onleesbare instructies, hulpbots die het woord declaratie niet kennen, telefonische doorkeuzemenu’s of landingspagina’s waarin ik mijn vraag niet herken, slecht vindbare contactgegevens, eindeloos in de wacht staan, verificatie met inlognaam, wachtwoord, pincode én QR, whatsapp-helpdeskmedewerkers die tegen me praten alsof ze met een digibeet van doen hebben. Daar sta je dan als beeldschermwerker met een WO-opleiding… Schrale troost: ik ben niet de enige die baalt van de muren waar organisaties zich achter verschuilen.

Maatschappelijk afhaken

Hoe harder organisaties beweren er voor je te zijn, hoe meer ‘huiswerk’ je voor ze moet verrichten, lijkt het wel. Dus ik begrijp dat veel mensen maatschappelijk afhaken. Dat afhaken hangt niet 1 op 1 samen met kennis/opleidingsniveau, zo blijkt uit onderzoek. Het heeft vooral veel te maken met het ontbreken van menselijk contact, concludeer ik na het kijken van het webinar ‘Vertrouwen in de overheid’. Ook las ik het onderzoeksrapport ‘Van persoonlijke krenking tot vertrouwensbreuk: Verhalen van burgers met gebrek aan vertrouwen in instituties’, waarover onderzoeker Ron van Wonderen in dit webinar vertelt.

Drie belangrijke missers 

De onderzoekers hielden 50 diepte-interviews met Nederlanders die hun vertrouwen in instituties zijn verloren. Uit de interviews destilleerden ze vijf thema’s. Drie daarvan houden rechtstreeks verband met gebrek aan contact: 

  • de onzichtbare overheid (steeds minder loketten en politiebureaus)
  • niet gehoord worden (bijvoorbeeld bij besluitvorming) 
  • niet gezien worden (bijvoorbeeld het gevoel dat de overheid niet weet wat er speelt in de samenleving). 

Opvallend was dat de geïnterviewden vaak goed geïnformeerde mensen bleken te zijn, die prima de weg weten in de samenleving. 

Vertrouwen

Als tekstschrijver denk ik bijna dagelijks na over het begrip ‘vertrouwen’. Hoe kan mijn tekst bijdragen aan het vertrouwen van de lezer? Vaak hangt dat samen met het overbruggen van de afstand tussen zender en ontvanger. De klassieke retorische instrumenten vormen daarbij een onuitputtelijke bron: toegankelijke taal, passende stijl, overtuigende argumenten, een geloofwaardige bron/afzender/medium, aansluiten op kennis, emotie en ratio van de doelgroep. 

Gezien worden

Ik ben me er altijd van bewust dat de lezer, net zo hard als ik zelf, gezien en begrepen wil worden. Dat zijn of haar situatie gekend of erkend wordt. Mijn tekst – of dat nu een instructie, een website, een verslag, journalistieke bijdrage of online formulier betreft – maakt immers altijd deel uit van het contact tussen organisatie en doelgroep. Het is een schakel die het persoonlijke contact niet vervangt, maar er wel op een constructieve manier aan moet bijdragen. En daarmee aan het vertrouwen tussen zender en ontvanger.

Eind goed, al goed?

Het is me uiteindelijk zonder persoonlijk contact toch gelukt om de parkeer-app en declaratie te regelen. Maar je begrijpt dat het niet in positieve zin heeft bijgedragen aan mijn beeld van beide organisaties. 

Is dit herkenbaar voor jou en wil jij teksten die contact maken en vertrouwen winnen? Neem contact op met Redactieprofs.

Als freelancer heb ik de vrijheid om mijn collega’s zelf uit te kiezen. Niet zo gek dus dat ik graag met hun prestaties pronk in dit nieuwjaarsblog met highlights uit 2021.

Neem Helene. Die schreef met huisarts Marnix van der Leest een even boeiend als belangrijk boek over de huisartszorg anno nu – ik viel van de ene verbazing in de andere. Wat een verhalen! NRC schreef erover: “Leerzaam proza voor iedereen die een beroep doet op de huisarts.” Nou, dat doen we allemaal wel eens. Dus doe jezelf én je plaatselijke boekhandel een plezier en schaf het aan: Huisarts op recept (Arbeiderspers).Ondertussen richtte Helene trouwens ook nog even met twee andere ondernemers een verrassend nieuw bedrijf op, waarvoor ze de communicatie op haar eigen sprankelende wijze verzorgt: Het Reizend Hotel. Ondanks alle reisbeperkingen kunnen we er dus tóch even tussenuit!

Of neem Sasja: in het najaar verscheen haar boek Schrijf je Rijk, waarmee ondernemers en professionals de kneepjes van het zakelijk tekstschrijven leren. Dat gaat onze toekomstige concurrentie ongetwijfeld goed op weg helpen! En passant wist ze ook nog even de Henri Sijthoff-prijs voor het beste jaarverslag in de wacht te slepen met haar opdrachtgever Royal Swinkels family Brewers.

Of Tom, die zich verder verdiepte in een paradepaard uit het Nederlands bedrijfsleven: Boskalis. Want onze junior-die-schrijft-als-een-senior maakt nu ook deel uit van Sasja’s schrijfteam voor het personeelsmagazine van deze opdrachtgever.

Voor de ziekenhuiszorg was het een veelbewogen jaar. Ik mocht die ongelooflijke inzet als interim-eindredacteur van het personeelsblad van Amsterdam UMC gedurende een maand of zeven van dichtbij meemaken. In juni volgde nog eens het e-zine met het verslag van de Anna Reynvaanlezing 2021. Superleuk om weer samen te kunnen werken met de kanjers van het communicatieteam van Amsterdam UMC. De bijnaam ‘Heintje Davids’ draag ik nog steeds met plezier. 

Jeroen werkte op zijn eigen onverstoorbare wijze door aan publicaties voor onder meer de Rijksoverheid en Wageningen University & Research. Zo schreef hij veel over voedselzekerheid in de wereld, waarvoor hij via Teams mensen tot in Zuid-Sudan en Congo sprak. En dankzij Cindy waren klanten als Gispen, Ahrend en Zestor weer verzekerd van creatieve en kraakheldere teksten.

Tussen de lockdowns door kwamen we een paar keer bij elkaar. Zo genoten we van een zonovergoten dag op het landje van Theanne, onze prof in Zeeland, met de legendarische paella van onze chefkok Helene. In november en december ontmoetten we elkaar in Amersfoort om aan onze profilering te werken (in 2022 bouwen we aan een mooie nieuwe website). 

Ondertussen vielen we voor elkaar in als corona plotseling toesloeg of iemand om een andere reden even in de parkeerstand stond. Fijn voor onze klanten, die merkten dat projecten gewoon doorliepen. Ook in 2022 kunnen zij op ons rekenen. 

Dit is een lang blog (500 woorden) over korte tekst. Hoe kun je veel bereiken met weinig woorden? 

Wat moeten we met al die tekst in de huidige beeldcultuur? Nou… een heleboel. Teksten publiceren is gevonden (SEO), gelezen en begrepen worden – allemaal voorwaarden om je producten en diensten voor het voetlicht te krijgen. Dat vraagt om een korte en krachtige verwoording van je boodschap.

Korte tekst is niet alleen op internet van belang. Mensen hebben nu eenmaal weinig tijd en veel afleiding. Of je nu van beeldscherm leest of van papier, je wilt graag snel weten of het relevant voor je is, waar het over gaat, waar je vindt wat je zoekt of wat je moet doen. Dat geldt voor elke website, handleiding, brochure, corporate story of advertentie.

Woord en beeld

Niet alles heeft taal nodig. Zeker niet. Woord en beeld kunnen elkaar enorm versterken. Als tekstschrijvers denken we daar graag over mee. We weten hoe je informatie omzet in een goede infographic en hoe fotografie de boodschap kan benadrukken. We zetten verhalende elementen naast grafieken met cijfers, verduidelijken verbanden en processen in stroomschema’s, maken fotobijschriften die écht iets toevoegen en zetten typografie in om visueel onderscheid te maken tussen verschillende soorten informatie. Zo komen we samen met vormgevers, fotografen en illustratoren tot krachtige producties, waarin tekst en beeld een uitgebalanceerd geheel vormen.

Weinig tekst, veel effect

In een korte tekst moet je met weinig woorden heel veel voor elkaar kunnen krijgen: 

(1) Allereerst moet je de aandacht trekken van de beoogde lezers. Zij moeten meteen zien of de tekst voor hen van belang is, of ze er iets aan hebben, ze moeten geprikkeld zijn om door te lezen. 

(2) Vervolgens moeten ze begrijpen wat er staat, overtuigd worden van het belang van de boodschap, en 

(3) geactiveerd worden om er iets mee te doen.

Taalbeheersers noemen dat tekstfuncties. Veelvoorkomende tekstfuncties zijn interesseren (voor de betreffende communicatieboodschap), informeren (over alles wat relevant is voor die boodschap) en motiveren (om contact op te nemen, een bestelling te plaatsen, een formulier in te vullen et cetera). In de reclamewereld wordt daarvoor de AIDA-formule gebruikt: Attention, Interest, Desire, Action. Een klassieker, die sinds 1925 nog net zo min aan waarde heeft ingeboet als, pakweg, de uitvinding van het toetsenbord.

Kort is niet snel

Over klassiekers gesproken – ‘Iets wat kort is uitgedrukt, is veelal de vrucht van lang nadenken’, schreef de filosoof Nietzsche ruim een eeuw voor de uitvinding van de zoekmachines. Het is een wijdverbreid misverstand dat een korte tekst minder tijd kost dan een lange tekst (een schrijver per woord betalen is dan ook onzinnig). Vaak is het tegendeel waar. Pas als ik voldoende informatie heb verzameld, kan ik tot de kern komen. En om iets kernachtig te verwoorden, moet ik keuzes maken, verbanden expliciteren, schrappen en darlings killen. Kort is niet snel. Althans, als we het over kwaliteit hebben. Dus: graag weinig tekst voor je website, brochure of nieuwsbrief? Laten we daar eens goed voor gaan zitten. 

Lees ook mijn kortste blog ooit:

https://redactieprofs.nl/waarom-tekstschrijvers-hoofdletters-vermijden/

Meer over korte tekst:

Deze 7 schrijftips mag je direct vergeten

Infographics: hoe zet je ze goed in?

Hoe schrijf ik een pakkend bericht voor internet?

Net als jij besteed ik gruwelijk veel tijd aan digitale apparaten. Alleen al op mijn Mac schrijf ik, communiceer ik met klanten, collega’s en vrienden, bestel ik dingen, lees ik nieuws, kijk ik voetbal… Doordat ik zóveel op één apparaat doe, loopt alles door elkaar, raak ik overprikkeld en vind ik het moeilijk om grip te houden op mijn gedachten. 

Natuurlijk zijn er manieren voor om de controle terug te vinden. Lees: The Organized Mind van Deniel Levitin, over hoe je helder blijft denken in dit tijdperk van informatieoverload. Maar er is in ieder geval één truc die ik je van harte kan aanbevelen: keer terug naar papier.  

Schaf een mooi notitieboek aan

Of neem een A3-vel. Of een schetsboek. Met papier aan de keukentafel – zonder digitale distractie – komt er weer lijn in mijn gedachten. Daar laat ik ze de vrije loop, ontstaat flow van een verhaal, maak ik lijstjes voor van alles en ontworstel ik me als ik ben vastgelopen. Daar raak ik gefocust en ben ik creatiever. 

Het toetsenbord voert vervolgens uit wat ik heb bedacht. Maar dan is het echte werk al gedaan.

‘Help, ik heb een nieuwe website nodig. Maar waar begin ik?’ Regelmatig krijgen we als Redactieprofs deze vraag. Ons advies: geef eerst antwoord op onderstaande zeven opstartvragen – daar helpen we je natuurlijk bij! Zo leggen we samen de basis voor een logische websitestructuur en goed scorende content.

1. Voor wie?

Je beoogde klanten vinden op jouw site het liefst snel antwoord op hun vraag. Wij zorgen graag voor content die aansluit op die wens. Daarom vormen we ons eerst een beeld van jouw doelgroep(en).

Wie zijn je (gewenste) klanten en wat heeft je organisatie hen te bieden? In hoeverre zijn deze doelgroepen al bekend met de organisatie en dienstverlening, en welk beeld hebben ze daarvan? Hoe verhoudt jouw aanbod zich tot dat van concullega’s en waarom moeten klanten voor jouw organisatie kiezen? Welke doelgroepen kun je nog meer bedienen via de website (denk aan journalisten, leveranciers enz.)?

2. Welke navigatiestructuur?

De gewenste bezoekers moeten je site goed kunnen vinden én gebruiken. Een goede navigatiestructuur is daarvoor cruciaal. Welke zoekwoorden gebruiken mensen als ze op zoek gaan naar jouw dienstverlening? Welke vragen stellen je huidige klanten vaak? Welke contactmomenten zijn er met klanten/prospects en welke rol kan de website daarin spelen?

Liefst stemmen wij dit als contentspecialisten in een vroeg stadium af met vormgevers en webbouwers. Zodat de belangrijkste content en functies een prominente plek krijgen in de navigatiestructuur. Neem hier de tijd voor! We kunnen het niet genoeg benadrukken: deze stap zorgvuldig zetten bespaart je veel tijd, kosten en spijt om gemiste kansen achteraf.

3. Usability – Hoe maak je de website gebruiksvriendelijk?

Usability gaat vooral over de gebruiksvriendelijkheid van je site. Met een gebruiksvriendelijke site voorkom je dat bezoekers afhaken of dat de backoffice wordt overbelast door onnodige vragen of feedback.

Daarom gaan we samen na: wat willen bezoekers uit de verschillende doelgroepen op je website doen? Welke informatie willen ze er vinden? Op welk moment gaan ze op zoek naar die informatie? Hoe is de bereikbaarheid van jullie organisatie geregeld; wanneer en hoe kunnen mensen contact opnemen en antwoord krijgen?

4. Conversie – Wat wil je dat bezoekers denken of doen?

Je nieuwe site moet natuurlijk echt gaan bijdragen aan je organisatiedoelen. Daarom brengen we nauwgezet in kaart wat je wilt bereiken met de website. Denk aan offerte- of informatieaanvragen, downloads, telefonisch contact opnemen, verder lezen, info delen via social media, aanmelden voor een nieuwsbrief of activiteit enzovoort.

Kortom: wat wil je dat je verschillende doelgroepen denken of doen na het bezoek aan de site? Daar stemmen we de content op af: tekst, beeld, functionaliteiten, SEO.

5. SEO – Hoe zorg je voor een goede vindbaarheid (hoge zoekmachinescore)?

Bij een compleet nieuwe site zullen veel mensen in je doelgroepen nog niet bekend zijn met de organisatienaam, terwijl ze wél vragen hebben die aansluiten op jouw dienstverlening. Hoe zorg je ervoor dat ze op jouw site terechtkomen? Dat is een uitgekiend samenspel van middelen en (sociale) media. Dat samenspel kan alleen succesvol zijn als de website een solide basis vormt: de juiste structuur, content én zoekwoorden.

Redactieprofs helpen je graag bij een zoekwoordenonderzoek. Een SEO-specialist brengt de zoekvolumes voor je in kaart; het zijn de bouwstenen voor de contentproductie. En we zorgen uiteraard voor prettig leesbare teksten die goed gevonden worden door zoekmachines.

6. Wireframes – Hoe zijn de pagina’s opgebouwd?

Elke webpagina heeft een bepaalde opbouw. Er zijn (grote en kleine) frames voor koppen, foto’s, intro’s, tekstblokjes, formulieren en menu’s. Is die opbouw al bepaald in het ontwerp? Dan zorgen wij voor (redactionele) content op maat van elke pagina. Kunnen we daarover meedenken met vormgever en bouwer? Graag! Als we de koppen (liefst in een vroeg stadium) bij elkaar steken, levert dat altijd weer nieuwe ideeën op.

7. Beeldgebruik – Hoe maak je de site visueel aantrekkelijk?

Beelden en foto’s vullen goede content treffend aan – en andersom. Desgewenst nemen we je de beeld- en fotoredactie uit handen. Wellicht beschikt je organisatie over een eigen fotodatabank waar we uit kunnen putten? We kunnen ook goede fotografen uit ons eigen netwerk benaderen, geschikte stockfoto’s zoeken of in samenwerking met een illustrator of ontwerper illustraties en infographics ontwikkelen. Het beeldmateriaal en bijschriften leveren we vervolgens aan bij de vormgever of webbouwer.

Benieuwd hoe Redactieprofs jouw site laten scoren? Neem gerust contact op!

Ben jij verantwoordelijk voor de content in jouw bedrijf? Hik je aan tegen het schrijven en wil je goed voor de dag komen? Redactieprofs schrijven nieuwe teksten voor je, redigeren bestaande teksten óf helpen je om zelf te schrijven.

Anno 2020 is de waarde van goede tekst (en dus ook van een tekstschrijver) groter dan ooit. Of je het nu content noemt of gewoon tekst met illustraties of webpagina’s of social media-berichten of…. Zelf werk ik dit jaar precies 25 jaar als tekstschrijver voor diverse bedrijven. En niet de minste. Tel je daar de ervaring van mijn Redactieprof-collega’s bij op, dan kom je uit op honderden jaren ervaring. Wat werkt voor jou: laat je je teksten door ons schrijven of leer je ze liever zelf schrijven? Ook daar helpen we je graag bij.

“Tekstschrijven? Maar dat leert toch iedereen op de lagere school al?” Die reactie kreeg ik (dit is echt waar), toen ik begon als tekstschrijver. Ondanks die verbaasde reactie hier en daar kon ik al snel goed leven van mijn toetsenbord. Goede tekstschrijvers bleken én blijken dun gezaaid en veel bedrijven besteden het schrijven maar al te graag uit. Daar is in die 25 jaar dat ik dit mooie vak uitoefen niets aan veranderd.

Wij Redactieprofs krijgen al tientallen jaren tonnen vertrouwen in de vorm van opdrachten van onze opdrachtgevers. Ook in deze tijd van de ‘beeldcultuur’ schrijven en redigeren wij gewoon door. Foto’s, tekeningen, grafieken, ja! Woorden? Niet te veel graag. Kort is de trend. Kort, korter, kortst. Met vééél beeld. Gelukkig blijkt dat al dat beeld niet zonder goede woorden kan.

Content zijn we samen

Jaren geleden kwam, in het kielzog van de digitale ontwikkeling, het woord content in zwang. Althans, het kreeg een nieuwe betekenis. Mijn oma zei vroeger dat ze content was aan het einde van een hele fijne dag… Maar nu werd content opeens: inhoud, digitale inhoud meestal. Tekst en beeld op een webpagina, posts op social media. En opeens deed ook tekst weer mee! Misschien kwam het wel door het woord Content Management Systeem (CMS) dat toch de indruk werkt dat content echt belangrijk is. Immers: je moet het managen!

Hoe het ook zij, opeens kreeg content weer een wat ons betreft meer dan verdiende hoofdrol. Ontwerper en schrijver werken samen. De woorden hebben waarde en die waarde wordt versterkt door passend beeld. Andersom hebben mooie foto’s en illustraties waarde, die flink vermeerdert met een goed stukje tekst.

Beelddeflatie
De vloedgolf aan foto’s die onze wereld heeft overspoeld heeft geleid tot beelddeflatie. Scrollers móeten wel selecteren om niet gek te worden. En een goed stukje tekst helpt daarbij. De juiste # geeft richting, maakt het makkelijker om te zoeken en selecteren. En wat blijkt: aan een fijne tekst, to the point, vlot geschreven en verhelderend, heb je in deze tijd daarom vaak meer dan aan 1.000 foto’s!

Tekst is kortom van blijvende waarde. Of het nu gaat om de speeches van Obama, het voorwoord van de voorzitter van de Raad van Bestuur, een ontroerend interview met de magazijnmedewerker of een persbericht. De tekstschrijver luistert, stelt de juiste vragen en produceert dag in dag uit creatieve content waar anderen alleen van dromen. Zo maken wij bedrijven – en dus mensen – zichtbaar.

Door jou of door ons?

*Wil je de teksten voor jouw bedrijf door ons laten schrijven? Bel even, we helpen je graag.

*Leer je liever zelf de kneepjes van het vak van een ervaren tekstschrijver? We maken schrijf- en redactietrainingen op maat. Mail of bel even.

Spelling en een foutloze zinsbouw, ach. Dat is niet de kunst. Met een schooldiploma en een beetje taalgevoel kom je een aardig eind. Maar dan? Drie absoluut onmisbare ingrediënten voor een tekst met pit.

‘Kun jij peper toevoegen aan onze websiteteksten?’ ‘We willen een pakkende tekst.’ ‘Help ons aan een tekst met impact.’ ‘Schrijf helder en kort alsjeblieft.’ ‘Kun je hier een goed verhaal van maken?’ Zulke verzoeken krijgen wij als tekstschrijvers wekelijks, zo niet dagelijks van onze klanten. 

Gepeperde tekst. Daarmee krijg je iets voor elkaar bij de lezer.

Een geslaagde tekst

De ingrediënten voor een geslaagde tekst verschillen per opdracht. Het maakt bijvoorbeeld nogal een verschil of je wilt dat medewerkers van je organisatie zich bewust worden van veiligheidsrisico’s, of dat je potentiële klanten wilt interesseren voor een nieuw product, of sollicitanten wilt overhalen om te reageren op jouw vacature. Informeren, interesseren en overtuigen zijn tekstfuncties die elk hun eigen eisen stellen aan een tekst.

Toch zijn er drie ingrediënten die ik bij praktisch elke tekst uit de kast haal. Hoezeer het vakgebied van communicatie ook aan trends en ontwikkelingen onderhevig is, dit drietal blijft onmisbaar als zout, peper en suiker. Online content of print, short copy of longread, het maakt niet uit. Puur omdat het basale ingrediënten zijn, die aansluiten op hoe onze hersens werken.

1. What’s in it for me

Dit is de vraag die we onszelf onbewust voortdurend stellen: wat heb ik hieraan? Is dit relevant voor mij? Wat betekent dit voor mij? Die relevantiecheck is ons filter in een omgeving vol informatieprikkels. Of je nu in de supermarkt staat, zoekresultaten doorscrollt of een krantenpagina scant, dankzij dat relevantiefilter ga je niet kopje-onder in de informatiestroom.

Voor tekstschrijven betekent dat: je verplaatsen in je lezer en zorgen dat je lezer al in de kop, lead of de eerste regels van het zoekresultaat (meta description) ziet of de tekst voor hem/haar relevant is. Of, sterker nog: antwoorden belooft op zijn/haar vragen of wensen.

In bovenstaande zoekresultaat is dat goed verwoord. De kopregel belooft de zakelijke lezer een antwoord op een brandende vraag: hoe spreek ik mijn klanten succesvol aan? Ik zou eventueel de (zendergerichte) formulering in de meta description daaronder ( ‘the benefits of your offer’ ) vervangen door zoiets als ‘the benefits for your client’. Want daar gaat het tenslotte om: klantgericht denken en formuleren.

2. Show, don’t tell

Wat klinkt volgens jou geloofwaardiger (en wat lees je liever): 

“Ik ben heel erg enthousiast over deze fiets. Hij is van hoge kwaliteit.”

Of

“Op deze fiets ben ik door weer en wind van Amsterdam over de Pyreneeën naar Barcelona gefietst. Zónder panne.”

De eerste tells

De tweede shows

Need I say more?

3. Given and new information

Dit principe, ooit opgedaan in een college Taalbeheersing, helpt mij nog bijna dagelijks bij het helder en leesbaar schrijven. ‘Given’ staat voor dat wat jouw lezer al weet of kent, ‘new’ voor wat jouw tekst daar aan toe gaat voegen. Anders gezegd: sluit aan bij de voorkennis van je lezer.

Klinkt simpel, maar gaat heel vaak mis. Kijk bijvoorbeeld eens op websites van adviseurs of juristen: eerst krijgen hun lezers allemaal jargon voorgeschoteld waarin het vakgebied wordt uitgelegd, daarna pas komen – althans in het beste geval – de vragen aan de orde die hun potentiële klanten hebben.

Die dan waarschijnlijk allang hebben weggeklikt, omdat ze zich niet herkenden in het jargon.

In bovenstaand zoekresultaat staat een onbekende term in de kop: diagnosedocument. Het zoekresultaat kwam boven bij de zoekopdracht ‘jurist’. Zouden de beoogde klanten van deze organisatie weten wat een diagnosedocument is? Waarschijnlijk niet. 
Hoewel, misschien is ‘diagnosedocument’ een term waarop mensen zoeken (omdat het bijvoorbeeld een vereiste is voor het aanvragen van rechtsbijstand ofzo), en is het welbewust in de kop gezet. Ik heb geen idee. Zeker is dat ik op mijn online zoektocht naar een jurist, snel verder klik naar andere sites. 

What is in it for me, Show don’t tell, Given and new information. Het zijn peper, zout en suiker voor teksten die iets voor elkaar moeten krijgen bij jouw beoogde lezers. Basale ingrediënten voor geslaagde communicatie, en daarom even onveranderlijk als onmisbaar.

‘One last drink, please.’

Dit waren de laatste woorden van Jasper Newton ‘Jack’ Daniel uit Tennessee, vlak voordat hij in 1911 zijn laatste adem uitblies. Een passend slotakkoord van de man die 35 jaar eerder whisky was gaan stoken. Dat deed hij niet onverdienstelijk: Jack Daniel’s groeide uit tot een van de grootste destilleerderijen ter wereld. 

Famous last words

Volgens de overlevering had Willem van Oranje na het fatale pistoolschot van Balthazar Gerards nog net de tegenwoordigheid van geest om Gods genade te vragen: ‘Mijn god, mijn god, heb medelijden met mij en met dit arme volk.’ In 2012 werd deze mythe naar het rijk der fabelen verwezen: de arme man moet op slag dood zijn geweest. Jammer voor het verhaal, zijn laatste woorden waren te mooi om waar te zijn. 

Laatste woorden doen ertoe, óók in jouw blog of artikel. Met een pakkende titel help je de lezer over de drempel, waarna je hem of haar met een sterk intro en vervolg dieper naar binnen trekt. Maar het slot bepaalt met welk gevoel je de lezer achterlaat. Het einde van het artikel biedt perspectief op een betere wereld, laat de lezer ontredderd achter of zet aan tot bestellen. 

Daarom 6 tips om in stijl af te sluiten:

1. Neem een call-to-action op

In iedere cursus zakelijk schrijven komt-ie langs: de call-to-action. Oftewel: de laatste A van het AIDA-model waarmee je een succesvolle verkoopbrief opbouwt: attention-interest-desire-action. Soms is een button of een link om door te klikken passend. Die laatste kunnen vaak prima zonder commerciële suikerlaagjes als ‘download nu direct’ of ‘neem gerust contact met mij op’. Ik merk dat ik eerder klik op links die al iets van de inhoud erachter prijsgeven. Zo gaat deze blog over hoe je een artikel eindigt, maar in een ander vind je juist tips voor hoe je een artikel begint.

2. Stel de hamvraag

Zou jij ook graag eens je tanden in een sprinkhanenburger zetten? Wat doe jij om na je werk te ontspannen? Wat zijn we nu echt opgeschoten met deze nieuwe wet? Veel blogs worden afgesloten met een vraag aan de lezer. Dat kan zijn om reacties los te krijgen, maar ook om de lezer aan het denken te zetten. 

Krachtige inhoud heeft niet per se een expliciete vraag aan de lezer nodig om het gesprek op gang te krijgen. Zo werd Volkskrant-journalist Fokke Obbema ongevraagd overspoeld met reacties nadat hij in een artikel had verteld dat hij door een hartstilstand ‘even dood’ was geweest. 

3. Maak het verhaal rond met een pakkende uitsmijter

Als je een blog of artikel schrijft, werk je meestal naar een conclusie toe. Gebruik hiervoor geen omhaal van woorden, maar formuleer deze zo krachtig mogelijk. Geef de lezer iets mee om over na te denken: 

  • ‘De boeren krijgen alle waardering, maar de groene weides worden niet gered door Gretha Thunberg monddood te maken.’ (column Peter de Waard in De Volkskrant);
  • ‘Civil wars are a lot easier to start than to stop’ (artikel over Brexit en de Noord-Ierse kwestie in The Guardian).
  • ‘Hap wat vaker een harinkje, ga regelmatig een blokje om en vergeet vooral dat dagelijkse vitamine D-supplement niet’ (artikel van Lisette de Groot over voeding voor ouderen). 

4. Gebruik een cliffhanger

Seizoen 7 van Homeland eindigt met een joekel van een cliffhanger, waardoor ik niet kan wachten totdat seizoen 8, het laatste, begint. Ook in blogs kun je de cliffhanger gebruiken om ervoor te zorgen dat de lezer je blijft volgen. Door te vertellen waar je het de volgende keer over gaat hebben, kun je je publiek een overtuigende reden geven om je te blijven volgen.

5. Vat nog even samen

Dus: de laatste woorden van je blog zijn belangrijk, omdat ze bepalen met welk gevoel je de lezer achterlaat. Kies je laatste woorden daarom met zorg!

6. Zet de PS in

Niet alleen in direct mail, maar ook in blogs komt de PS veel voor. Logisch, want die bungelt lekker opvallend onderaan en heeft dus veel attentiewaarde. Een variant op de PS is de UPDATE, als je nieuwe informatie hebt toegevoegd. 

PS: lees ook de blog van mijn collega Marleen over schrijftips die je meteen mag vergeten.

Je hebt een maagdelijk wit scherm voor je. En van alles in je hoofd, dat eruit mag (of moet). Maar hoe begin je met schrijven? Ik heb daar zelf zo mijn rituelen voor en vroeg het ook aan m’n collega-profs. Wat ik meteen al kan verklappen: de markeerstift is heilig, een mindmap geeft houvast en ga er eens bij staan in plaats van zitten.

Warming-up

Mijn eigen warming-up begint eigenlijk al tijdens of vlak na een interview/gesprek/bijeenkomst, of wanneer ik research aan het doen ben. Er begint iets te borrelen, ik zie een rode draad of er komen mooie quotes naar boven. Ergens vanuit de mist begint zich een verhaal af te tekenen. Nog helemaal niet concreet! Dat komt later wel, als ik er echt voor ga zitten.

1. Schrijf je licht

Een tip voor ondernemers (maar eigenlijk voor iedereen een leuke oefening!): begin de dag met een half uurtje schrijven voor jezelf. Collega Sasja doet het regelmatig én traint er andere ondernemers in: ‘Schrijf je licht, noem ik dat. De belangrijkste vraag die ik beantwoord is: wat houdt mij vandaag bezig? Soms ook: wat wil ik vandaag realiseren? Wat ik dan opschrijf, is altijd verrassend; het levert altijd nieuwe inzichten op. En ik bereik meer doelen op een dag als ik van tevoren even stilsta bij wat ik wil gaan doen.’

2. Wacht even… maar niet te lang

Een goed gesprek of leuke sessie achter de rug? Veel informatie gekregen – of tot je genomen? Snel uitwerken van je verhaal(lijn) is fijn. Sasja: ‘Na een interview bijvoorbeeld noteer ik direct de highlights. Als het te lang blijft liggen en er al te veel andere dingen gebeurd zijn, verlies ik de sfeer van het verhaal. Aan de andere kant, het kan een voordeel zijn als de details een beetje uit je hoofd zijn verdwenen; dan is de rode draad veel makkelijker te vinden.’ Kortom: wacht even met uitwerken, maar niet té lang.

3. Spreek je aantekeningen in

Een app kan uitkomst bieden. Sasja: ‘Ik lees mijn aantekeningen vaak in in de app Actieve Stem. Die zet wat je inspreekt om in geschreven tekst (Word). Dan heb ik alles wat ik belangrijk vond meteen bij elkaar en is het nog een kwestie van schuiven en schaven.’

4. Maak een mindmap


Mindmap Jeroen

Twee collega’s trappen af met een mindmap. Zeker bij complexe onderwerpen een aanrader. Jeroen N: ‘Bij kortere artikelen met kop en kont heb ik de structuur wel in mijn hoofd zitten. Bij langere stukken pak ik een A3-vel. Ik begin dan met een kernboodschap en rankschik de subthema’s eromheen. Dat worden de subkopjes. Mijn aantekeningen hang ik daar puntsgewijs onder.’ Collega Jos: ‘Ik begin altijd met een mindmap. Meestal ontplooit zich dan automatisch een structuur voor een verhaal. In de mindmap gaat de meeste energie zitten, het schrijven gaat dan bijna vanzelf.’

5. Pak de markeerstift erbij

Ik heb ze in allerlei knalkleuren. Ik pak mijn boekje met aantekeningen erbij en alle andere informatie die ik ontvangen heb. Daar ga ik vervolgens doorheen met een markeerstift. Highlights krijgen een opvallend kleurtje. Zo bouw ik globaal al een structuur op voor mijn verhaal. Collega Marleen gaat precies zo te werk. ‘Eerst markeren, dan een insteek kiezen, kop en lead maken.’ En als dat niet lukt? ‘Dan begin ik gewoon ergens iets uit te werken van de gemarkeerde passages en bepaal dan hoe alles op z’n plek gaat vallen.’

6. Zet er een streep door of voor

Schriftje Helene

Tijdens het uitwerken van een verhaal streep ik in mijn aantekeningen steeds door wat ik gebruikt heb. Hoppa, een grote schuine streep erdoorheen! Heerlijk, afturven maar. Collega Helene streept ook, maar dan verticaal. ‘Ben ik eenmaal aan het typen, dan ram ik meestal wel drie kwartier tot een uur door. Dan pak ik mijn schriftje er weer bij en bekijk welke informatiedelen ik al behandeld heb. Daar zet ik een streep voor, in de marge van mijn aantekeningenboekje. Ik bepaal ook: wat moet er nog in, wat kan wegblijven? Ik ben pas klaar als alle volgeschreven blaadjes van onder tot boven een lijn laten zien.’

7. Ga er eens bij staan

Aantekeningen markeren, een briefing nogmaals doornemen, een opname terugluisteren… Doe het eens staand, net als Helene. ‘Alleen al voor rug en schouders! Want tsja, zitten is het nieuwe roken. Tijdens het koffie maken vorm ik in mijn hoofd een structuur voor een verhaal, ook staand dus. Daarna zet ik mij pas aan het bureau en projecteer ik de inhoud via mijn hoofd en vingers op het beeldscherm.’

8. Tik en skip

Collega Eveline fietst naar kantoor, zet handmatig koffie, gaat haar mail checken en even nutteloos internetten. Daarna is ze er klaar voor. ‘Bij een interview neem ik eerst alle aantekeningen over in een Word-document. Ik doe dat snel, dus met veel typfouten. Daarbij skip ik al wat niet ter zake doet. Daarna zet ik bij elkaar wat bij elkaar hoort en dan begin ik eigenlijk pas echt. Meestal volgens de methode: dóórschrijven, afwerken, inkorten.’

9. Vrij werk?

Bovenstaande starttips gaan vooral over zakelijk schrijven. Schrijf je (ook) vrij werk? Eveline zoekt daarvoor eerst een rustige plek op: ‘Meestal op mijn bed, Arbo friendly geïnstalleerd met kussens. Dan begin ik met de eerste zin die in mij opkomt. Of een gebeurtenis die ik terugspeel in mijn hoofd. Heb ik de eerste regels maar kom ik niet verder? Dan gooi ik het weg en begin opnieuw.’

Lukt het na deze tips alsnog niet om op te starten? Geen probleem, besteed je tekst lekker uit. Wij schrijven hem met plezier!

We leven in een beeldcultuur, hoor ik vaak. Toch zijn en blijven teksten onmisbaar, vooral op momenten dat je de nuance zoekt. Ik wil helemaal niks af doen aan de kracht van mooi beeld. Maar zeker nu teksten online nog jaren lang vindbaar zijn, neemt de waarde van goede tekst alleen maar toe.

Grote bedrijven kennen het belang van goede teksten al lang. Gek genoeg werken er op de vaak uitgebreide communicatieafdelingen opvallend weinig tekstschrijvers. Teksten worden doorgaans uitbesteed. En dat is niet zo gek, want tekstschrijven is een echt vak.

Leven van je toetsenbord

“Tekstschrijven? Maar dat leert toch iedereen op de lagere school al?” Die reactie kreeg ik (dit is echt waar) wel eens, toen ik ruim 20 jaar geleden begon als zelfstandig tekstschrijver.

Ondanks die verbaasde reactie hier en daar kon ik al snel goed leven van mijn toetsenbord. Veel mensen kunnen wel even een tekstje schrijven. Maar goede tekstschrijvers bleken destijds dun gezaaid en zijn dat nog steeds. Veel bedrijven zien het verschil tussen zomaar een tekstje en een puntig en professioneel stuk. Ze besteden als het écht overtuigend moet zijn, het schrijven maar al te graag uit. Daar is in die 20 jaar niets aan veranderd.

Kort, korter, kortst is voorbij

Ik kreeg vertrouwen en dus opdrachten. Ook in de tijd, het zal een jaar of tien geleden geweest zijn, dat iedereen online omarmde en meende dat het allemaal om beeld ging. Foto’s, tekeningen, grafieken, ja! Woorden? Hooguit als een bijschrift, maar dan niet te veel graag! Kort was de trend. Kort, korter, kortst. Met vééél beeld. Waar moest dat eindigen? Zouden uiteindelijk alleen de koppen overblijven in de krant met daaronder een collage van foto’s?

Content

Toen opeens kwam, in het kielzog van de digitale ontwikkeling, het woord content in zwang. Dat wil zeggen: het kreeg een nieuwe betekenis. Mijn oma zei vroeger altijd dat ze content was, aan het einde van een hele fijne dag. Maar nu werd content opeens: inhoud, digitale inhoud meestal. Tekst en beeld op een webpagina, op Facebook of andere social media. En opeens deed tekst weer mee! Misschien kwam het wel door het woord Content Management Systeem dat toch de indruk werkt dat content echt belangrijk is. Immers: je moet het managen! Bovendien blijkt Google helemaal niet (meer) – zoals we eerst dachten – te kicken op zouteloze teksten vol zoekwoorden. Onze vriend Google houdt juist van kwaliteitsteksten en die mogen best aan de lange kant zijn. 

Ontwerper en schrijver samen

In de begintijd van de website was tekst iets dat je op het laatste moment nog even snel plaatste. Je weet wel, op dat moment nadat ontwerpers eindeloos hadden gevisualiseerd en met mood boards in de weer waren geweest en techneuten de juiste knoppen en routing hadden bepaald…. Dan klonk het opgelucht: “Alleen nog even de tekst”. Vanaf een bepaald moment koos men voor kwaliteitscontent. Ontwerper en schrijver gingen meer samenwerken. De woorden kregen hun waarde terug.

Beelddeflatie

Wat ook zeker meehielp, is de beelddeflatie door de zee van foto’s die dagelijks over ons heen spoelt. Om daarin te kunnen selecteren helpt een goede kop, een krachtig bijschrift. En een fijne tekst, to the point, vlot geschreven en verhelderend. Daar heb je nu meer aan dan aan 100 foto’s!

Luisteren en doorvragen

Als goede tekstschrijvers – en daar schaar ik mijzelf en mijn Redactieprofs-collega’s voor het gemak maar even onder, samen goed voor meer dan honderd jaar ervaring – beheersen we een eerbiedwaardig ambacht.  We brengen belangrijke boodschappen soepel en aantrekkelijk over. De speeches van de president, het voorwoord van de voorzitter, het interview met de gevangenisdirecteur. De tekstschrijver luistert, stelt de juiste vragen en schrijft. En dat is op zich al bijzonder in deze tijd: iemand die luistert en doorvraagt. Die echt de tijd neemt, geïnteresseerd is. Dat is de basis van ons vak. Daarmee creëren wij dag in dag uit creatieve content waar anderen alleen van dromen.

Zo komt het dat in een tijd waarin er steeds minder wordt geluisterd en doorgevraagd en waarin de nuance soms jammerlijk ver te zoeken is, de waarde van goede tekst alleen maar toeneemt. Daarom vind ik dit vak ook na meer dan twintig jaar nog steeds prachtig. En het plezier dat wij als Redactieprofs beleven aan het schrijven, vind je weer terug in onze teksten. Dat enthousiasme maakt ze nóg waardevoller.

Bent u ook toe aan kwaliteitstekst? Neem dan contact op!