Redactieprofs | Communicatie
216
archive,category,category-communicatie,category-216,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.9.0,vc_responsive

Wij tekstschrijvers schrijven graag – en daarvóór is het goed luisteren geblazen. Dat is nog een vak apart. Luisteren is iets anders dan wachten op jouw beurt om te spreken. Redactieprofs luisteren niet alleen zakelijk, maar ook ter ontspanning en vermaak. Hier onze favoriete podcasts! 

1. De Spindoctors – Jack de Vries en Julia Wouters

Oud-spindoctor Jack de Vries van het CDA en voormalig PvdA-adviseur Julia Wouters praten je wekelijks bij over de frames en de spins in de politiek. Jeannette (nieuw bij Redactieprofs!): ‘Met spinning, maar vooral met framing zijn wij als tekstschrijvers natuurlijk continu bezig. Hartstikke interessant!’

2. Afscheid van een auto – Adriaan van Aken

Jeroen luistert graag naar de podcast Afscheid van een auto, over de Belgische theatermaker Adriaan van Aken die via de Autoroute du Soleil naar Marseille rijdt om daar zijn gezinsauto te verkopen. Jeroen: ‘Onderweg stopt hij 60 keer op parkeerplaatsen waar hij in zijn auto overnacht en komt hij allerlei kleurrijke types tegen.’ 

3. Over leven, dood, kunst en Frankrijk –  Gijs Groenteman en Jeroen van Merwijk 

Een tweede tip van Jeroen: ‘Precies een jaar na zijn overlijden zijn er drie bijzondere gesprekken verschenen met cabaretier en beeldend kunstenaar Jeroen van Merwijk. Het zijn interviews die Gijs Groenteman in 2020 maakte voor zijn podcast Met Groenteman in de kast, maar nog niet eerder te beluisteren waren.’

 4. Dickvoormekaar Podcast – Feyenoord

Tot slot luistert ‘onze’ Jeroen, naast tekstschrijver ook fervent Feyenoord-fan, naar de Dickvoormekaar Podcast: ‘Lekker ouwehoeren over Feyenoord.’ Vanuit Rotterdam bespreken schrijver en Feyenoord-volger Michel van Egmond en clubwatcher Martijn Krabbendam de meest belangrijke en onbelangrijke zaken rondom deze profclub.

5. Spijkers met koppen – Dolf Jansen en Willemijn Veenhoven

Redactieprof Tom kiest voor Spijkers met koppen: ‘Eigenlijk een radioprogramma, maar terug te luisteren als podcast. Een fijne mix van serieuze thema’s, cabaret en muziek.’ Precies lang genoeg voor een autorit naar de (schoon)familie. De podcast geeft hem een ‘prettig zaterdaggevoel’, hoewel hij meestal op zondag luistert. In Toms woorden: ‘Spijkers = weekend.’

6. Bob – Audiocollectief Schik

Helene genoot van de zesdelige podcast Bob: ‘Over een alledaags en ogenschijnlijk klein leven van een dame op leeftijd die haar gedachten, herinneringen en (on)waarachtige gebeurtenissen en die van anderen in haar overtuigingen en verhalen mengt. De rode draad door de afleveringen heen is haar jeugdliefde Bob, piloot bij Sabena. De zoektocht naar Bob, die de dames van Audiocollectief Schik namens de bejaarde Elisa maken, is ontroerend spannend, pijnlijk mooi en zit zo knap in elkaar dat iedere verhalenverteller deze zou moeten luisteren en bestuderen!’

7. De Ongelooflijke Podcast – EO Radio 1

Al dijkjes lopend in de Zeeuwse Zak van Zuid-Beveland doet Theanne veel inzichten, ‘en gelukkig ook moed en hoop voor deze wereld’ op, door te luisteren naar David Boogerd en vaste gast theoloog Stefan Paas. ‘De podcast verkent alles wat met religie en samenleving te maken heeft. Wat ik er heerlijk aan vind, is dat er uitgebreid de tijd genomen wordt voor een echt goed en diepgaand gesprek van minstens een uur, met mensen die goed nadenken over wat zij om zich heen zien. Zoals psychiater Damiaan Denys, terrorisme-expert Beatrice de Graaf, antropoloog-journalist Joris Luyendijk en schrijver Willem-Jan Otten.’

8. De plantage van onze voorouders – VPRO

Daarnaast is De plantage van onze voorouders volgens Theanne nog altijd ‘de meest indrukwekkende podcast die ik ooit gehoord heb. Zo goed gebruikmakend van alle technieken en alle hoeken en gaten van het medium. En ook nog eens over een heel belangrijk onderwerp: ons koloniale verleden. Fantastisch!’

Was dit het?

Eigenlijk wilde ik een lijstje met 10 podcasts maken, maar Redactieprof Marleen heeft geen favoriet: ‘Ik luister nooit, hield al niet van radio. Ik lees of kijk blijkbaar liever.’ (Wel luistert ze soms naar een geleide meditatie. Dat dan weer wel.) Sasja luistert geen podcasts meer maar is helemaal van de luisterboeken. En ik? Ik ben gelukkig niet de enige die (nog) geen podcasts luistert – en heb genoeg inspiratie opgedaan om dat tóch eens te gaan doen.

Redactieprofs luisteren met liefde naar uw verhalen of die van uw medewerkers. We zetten deze om in pakkende teksten. Tekst uitbesteden? Neem contact met ons op!

Het waren twee piepkleine puntjes op mijn to-do-lijst: een parkeer-app activeren en een declaratie indienen bij mijn nieuwe zorgverzekeraar. Maar ik was er een hele ochtend zoet mee. Dwalen door een digitaal doolhof zonder menselijk contact, ik word er niet vrolijk van. Dat kan anders en beter. Vandaar dit blog over contact maken en vertrouwen winnen in je teksten. 

Onleesbare instructies, hulpbots die het woord declaratie niet kennen, telefonische doorkeuzemenu’s of landingspagina’s waarin ik mijn vraag niet herken, slecht vindbare contactgegevens, eindeloos in de wacht staan, verificatie met inlognaam, wachtwoord, pincode én QR, whatsapp-helpdeskmedewerkers die tegen me praten alsof ze met een digibeet van doen hebben. Daar sta je dan als beeldschermwerker met een WO-opleiding… Schrale troost: ik ben niet de enige die baalt van de muren waar organisaties zich achter verschuilen.

Maatschappelijk afhaken

Hoe harder organisaties beweren er voor je te zijn, hoe meer ‘huiswerk’ je voor ze moet verrichten, lijkt het wel. Dus ik begrijp dat veel mensen maatschappelijk afhaken. Dat afhaken hangt niet 1 op 1 samen met kennis/opleidingsniveau, zo blijkt uit onderzoek. Het heeft vooral veel te maken met het ontbreken van menselijk contact, concludeer ik na het kijken van het webinar ‘Vertrouwen in de overheid’. Ook las ik het onderzoeksrapport ‘Van persoonlijke krenking tot vertrouwensbreuk: Verhalen van burgers met gebrek aan vertrouwen in instituties’, waarover onderzoeker Ron van Wonderen in dit webinar vertelt.

Drie belangrijke missers 

De onderzoekers hielden 50 diepte-interviews met Nederlanders die hun vertrouwen in instituties zijn verloren. Uit de interviews destilleerden ze vijf thema’s. Drie daarvan houden rechtstreeks verband met gebrek aan contact: 

  • de onzichtbare overheid (steeds minder loketten en politiebureaus)
  • niet gehoord worden (bijvoorbeeld bij besluitvorming) 
  • niet gezien worden (bijvoorbeeld het gevoel dat de overheid niet weet wat er speelt in de samenleving). 

Opvallend was dat de geïnterviewden vaak goed geïnformeerde mensen bleken te zijn, die prima de weg weten in de samenleving. 

Vertrouwen

Als tekstschrijver denk ik bijna dagelijks na over het begrip ‘vertrouwen’. Hoe kan mijn tekst bijdragen aan het vertrouwen van de lezer? Vaak hangt dat samen met het overbruggen van de afstand tussen zender en ontvanger. De klassieke retorische instrumenten vormen daarbij een onuitputtelijke bron: toegankelijke taal, passende stijl, overtuigende argumenten, een geloofwaardige bron/afzender/medium, aansluiten op kennis, emotie en ratio van de doelgroep. 

Gezien worden

Ik ben me er altijd van bewust dat de lezer, net zo hard als ik zelf, gezien en begrepen wil worden. Dat zijn of haar situatie gekend of erkend wordt. Mijn tekst – of dat nu een instructie, een website, een verslag, journalistieke bijdrage of online formulier betreft – maakt immers altijd deel uit van het contact tussen organisatie en doelgroep. Het is een schakel die het persoonlijke contact niet vervangt, maar er wel op een constructieve manier aan moet bijdragen. En daarmee aan het vertrouwen tussen zender en ontvanger.

Eind goed, al goed?

Het is me uiteindelijk zonder persoonlijk contact toch gelukt om de parkeer-app en declaratie te regelen. Maar je begrijpt dat het niet in positieve zin heeft bijgedragen aan mijn beeld van beide organisaties. 

Is dit herkenbaar voor jou en wil jij teksten die contact maken en vertrouwen winnen? Neem contact op met Redactieprofs.

Als freelancer heb ik de vrijheid om mijn collega’s zelf uit te kiezen. Niet zo gek dus dat ik graag met hun prestaties pronk in dit nieuwjaarsblog met highlights uit 2021.

Neem Helene. Die schreef met huisarts Marnix van der Leest een even boeiend als belangrijk boek over de huisartszorg anno nu – ik viel van de ene verbazing in de andere. Wat een verhalen! NRC schreef erover: “Leerzaam proza voor iedereen die een beroep doet op de huisarts.” Nou, dat doen we allemaal wel eens. Dus doe jezelf én je plaatselijke boekhandel een plezier en schaf het aan: Huisarts op recept (Arbeiderspers).Ondertussen richtte Helene trouwens ook nog even met twee andere ondernemers een verrassend nieuw bedrijf op, waarvoor ze de communicatie op haar eigen sprankelende wijze verzorgt: Het Reizend Hotel. Ondanks alle reisbeperkingen kunnen we er dus tóch even tussenuit!

Of neem Sasja: in het najaar verscheen haar boek Schrijf je Rijk, waarmee ondernemers en professionals de kneepjes van het zakelijk tekstschrijven leren. Dat gaat onze toekomstige concurrentie ongetwijfeld goed op weg helpen! En passant wist ze ook nog even de Henri Sijthoff-prijs voor het beste jaarverslag in de wacht te slepen met haar opdrachtgever Royal Swinkels family Brewers.

Of Tom, die zich verder verdiepte in een paradepaard uit het Nederlands bedrijfsleven: Boskalis. Want onze junior-die-schrijft-als-een-senior maakt nu ook deel uit van Sasja’s schrijfteam voor het personeelsmagazine van deze opdrachtgever.

Voor de ziekenhuiszorg was het een veelbewogen jaar. Ik mocht die ongelooflijke inzet als interim-eindredacteur van het personeelsblad van Amsterdam UMC gedurende een maand of zeven van dichtbij meemaken. In juni volgde nog eens het e-zine met het verslag van de Anna Reynvaanlezing 2021. Superleuk om weer samen te kunnen werken met de kanjers van het communicatieteam van Amsterdam UMC. De bijnaam ‘Heintje Davids’ draag ik nog steeds met plezier. 

Jeroen werkte op zijn eigen onverstoorbare wijze door aan publicaties voor onder meer de Rijksoverheid en Wageningen University & Research. Zo schreef hij veel over voedselzekerheid in de wereld, waarvoor hij via Teams mensen tot in Zuid-Sudan en Congo sprak. En dankzij Cindy waren klanten als Gispen, Ahrend en Zestor weer verzekerd van creatieve en kraakheldere teksten.

Tussen de lockdowns door kwamen we een paar keer bij elkaar. Zo genoten we van een zonovergoten dag op het landje van Theanne, onze prof in Zeeland, met de legendarische paella van onze chefkok Helene. In november en december ontmoetten we elkaar in Amersfoort om aan onze profilering te werken (in 2022 bouwen we aan een mooie nieuwe website). 

Ondertussen vielen we voor elkaar in als corona plotseling toesloeg of iemand om een andere reden even in de parkeerstand stond. Fijn voor onze klanten, die merkten dat projecten gewoon doorliepen. Ook in 2022 kunnen zij op ons rekenen. 

Niet alle Amsterdammers rijden op een bakfiets. Of maken gebruik van de Stadspas. Wat dat te maken heeft met inclusief communiceren, leerde ik in het webinar ‘Diverse samenleving vraagt om inclusieve communicatie, hoe dan?’ van Direct Duidelijk.

B1-taal gebruikt, toegankelijkheidscriteria toegepast: check check check, allemaal groene vinkjes. Vanuit de zender kan aan alle voorwaarden voor inclusief communiceren zijn voldaan, maar is dat voldoende om je doelgroepen te bereiken? Niet in een gedigitaliseerde samenleving waarin een deel van je doelgroep over onvoldoende vaardigheden/mogelijkheden beschikt om daarin mee te gaan, betoogt Lidwien van de Wijngaert (Radboud Universiteit) in het webinar. 

Zij onderzocht op verzoek van de gemeente Amsterdam waarom lang niet iedereen die er recht op heeft, gebruik maakt van de Stadspas. In het webinar geeft ze een even simpel als doeltreffend advies: zorg altijd voor een ‘communicatievangnet’. Wie niet over voldoende digitale vaardigheden beschikt, moet telefonisch of aan de balie geholpen kunnen worden, anders schiet je je communicatiedoel voorbij.

Beeldvorming

Hanneke Velten (Kennisplatform Integratie en Samenleving) gaat in het webinar in op de rol van onbewuste beeldvorming. Iedereen maakt onbewuste associaties, legt ze uit; stereotypering is onontkoombaar. Maar we moeten ons er wél bewust van worden, want stereotypering is een grote voorspeller van discriminatie.

Bakfiets

Velten heeft twee gouden tips die ik in mijn oren knoop. De eerste: “Accepteer dat het soms schuurt. Realiseer je dat het voor iedereen een leerproces is; je mag hierop leren en elkaar aanspreken.” De tweede: vermijd ook de ‘ontkenning’ van een stereotype. “De krantenkop ‘Niet alle Amsterdammers rijden op een bakfiets’ laat ons brein toch weer de connectie maken met het stereotype beeld. En dat blijft hangen”, verklaart ze.

Misschien dat ik daarom gecharmeerd was van de tijdschriften-advertentie die ik laatst tegenkwam, met een groep portretten van lezers. Elk van hun had een blad in de hand waarvan zijzelf duidelijk niet de beoogde ‘persona’ (excusez le mot) waren. Een jonge vrouw met een Autoweek, een oudere man met een Libelle. Dat trekt mijn aandacht, juist omdát het mijn eigen onbewuste beeldvorming doorbreekt en daar iets verfrissends tegenover zet.

Wist je dat op Mark Rutte’s rapporten vroeger stond dat hij ‘andere kinderen afleidde’? Dat Jesse Klaver heel verlegen was voordat hij een podiumtijger werd? En dat Geert Wilders niks in zijn haar doet, behalve bleek? Ik niet, totdat ik afgelopen woensdag – de avond na het stemmen – op verzoek van mijn zoons de NOS Jeugdjournaal ‘Verkiezingen’-special terugkeek. Geweldig! De lijsttrekkers van de zes grootste partijen vertelden kinderen in de studio op speelse wijze over hun standpunten. Weet je wat mij nog het meest opviel? Hoe ze praatten en zich gedroegen. Menselijk, duidelijk en zelfs grappig. Wát een verademing!

Het begon meteen goed

Daar zaten ze. Wopke, Jesse, Sigrid, Geert, Lilian en Mark. Tsja, het zijn ook maar gewoon mensen, dus ik noem ze even bij hun voornaam. Mooi op een rijtje met transparante schermen tussen hen in. Het begon al meteen goed met kinderfoto’s van de zes lijsttrekkers. Wopke buiten op een tractor (‘ik hield van voetballen en veel buiten zijn’), Jesse verlegen de camera in kijkend (nog geen krullen), Sigrid met een ondeugende blik (‘toen al’), Geert, een schattig blond manneke (‘ook ik was ooit braaf’), Lilian, een vrolijke meid (niks veranderd) en een jonge Mark die voor zich uitstaarde. Hahaha, iedereen lachen om en met elkaar – de toon was gezet!

Hot news

Presentatoren Joris en Milou maakten er een ontspannen uitzending van. Waar nodig wezen ze de lijsttrekkers op lichtvoetige manier op een aandachtspuntje: ‘Wat bedoel je daar precies mee?’ of lachend: ‘Maak nou eens een keuze!’. De lijsttrekkers mochten een korte spreekbeurt houden, staken ja/nee-bordjes op bij stellingen, kregen eens/oneens-spandoeken, deden in duo’s een lollige quiz (Lilian en Mark; ‘Alsof je Feyenoord en Ajax samen laat spelen!’) en beantwoordden vragen van de kinderen. We leerden dat Geerts grootste angst is dat hij dierbaren verliest, Lilian is geen ochtendmens, Mark en Jesse praten altijd door anderen heen in de Kamer, Sigrid spreekt zes talen en Wopke is een sportman. 

Het. Is. Mogelijk. 

Het allermooist vond ik hoe duidelijk de lijsttrekkers spraken en hoe menselijk ze zich gedroegen. Ze gebruikten heldere taal, niveau groep acht zodat de kinderen in de studio het begrepen. Ze waren vriendelijk naar de kinderen én naar elkaar toe. Er was veel lol onderling: knipoogje hier, box daar (op het transparante tussenscherm natuurlijk). Het. Is. Dus. Mogelijk! Ik vond het een feestje. 

Vriendelijke én duidelijke taal lezen of schrijven, volgens mij wil iedereen dat wel. Mis je vaardigheden, tijd of kennis? Redactieprofs staan klaar! 

Gratis webinar van een uurtje!

Denk jij bij ‘eenvoudige taal’ meteen aan B1? Op donderdag 1 april is er van 10:00 – 11:00 uur een gratis webinar over de zin en onzin van B1. Een evenement van de Direct Duidelijk Tour. Zo’n initiatief kan ik alleen maar steunen. Bij deze! 

Redactieprof Cindy studeerde (lang geleden) af bij prof. dr. Carel Jansen, taal- en communicatiewetenschapper en een van de gasten tijdens het webinar. Zij is nog steeds groot fan van hem. 

‘Houd afstand.’ We lezen het overal op ramen en deuren. Niet gezellig, wel duidelijk. Maar kan het ook anders? Jawel! Deze communicatielessen leerde ik van een beveiliger, een administratief medewerker, een fietsenverkoper en een horecamedewerker.

“Wilt u uw handen reinigen en een mandje pakken?”, wijst de boekwinkelmedewerkster bij binnenkomst. De vrouw achter mij zucht en maakt rechtsomkeert. “Ik ben hier he-le-maal klaar mee”, foetert ze terwijl ze wegloopt.

Naarmate de coronacrisis langer duurt, worden lontjes korter. En dan zijn het al snel de boodschappers van het slechte nieuws die het moeten verduren: winkelpersoneel, handhavers, OV-medewerkers en noem maar op.

‘Houd afstand’. ‘Maximaal drie klanten tegelijk naar binnen.’ ‘Was je handen.’ ‘Blijf thuis.’ Het laat aan duidelijkheid niks te wensen over. Duidelijkheid is een voorwaarde voor geslaagde communicatie. Toch is er meer voor nodig om een boodschap te laten landen, zeker als het geen fijne boodschap is. Wat dacht je van deze:

Fout!

Kijk, bij zo’n boodschap haak ik dus meteen af. FOUT, zegt dit apparaat in schreeuwende hoofdletters tegen mij als ik op de knop voor de magnetronfunctie druk. Ik voel me als een klein kind op de vingers getikt en dat wekt wrevel op. Wat denkt dat ding wel helemaal? Bovendien kan ik er niks mee, want nu weet ik nog steeds niet hoe ik de magnetron dan wél aankrijg.

Herrie in de stiltecoupé

Maar zelf maak ik me ook wel eens schuldig aan het uitdelen van zo’n spreekwoordelijke tik op de vingers. Bijvoorbeeld als bellende of kletsende passagiers in een halflege trein kiezen voor de stiltecoupé, als ik daar net mijn laptop heb uitgeklapt om een deadline te halen. Met – inderdaad – wrevelige reacties als gevolg. 

Totdat ik een lesje communicatie kreeg van een Amsterdamse beveiliger, dat ik nog regelmatig met succes in praktijk breng. Hij adviseerde: “Benoem in zo’n situatie niet het ongewenste gedrag, maar de oplossing. Zeg bijvoorbeeld: ‘Als u wilt bellen, dan kan dat in de coupé hiernaast’.”

Betalingsherinnering

Vergissen is menselijk. Als er iets misgaat, wil dat helemaal niet zeggen dat er opzet in het spel is. De vergeten factuur bijvoorbeeld. Ik schaam me eerlijk gezegd altijd een beetje als ik een betalingsherinnering ontvang. Betrapt op nalatigheid! Maar als ik er zelf een moet sturen, dan laat ik me graag inspireren door deze sympathieke tekst die ik ontving van mijn Amersfoortse webbouwer. Want hier is begrip het uitgangspunt:

Bij het nalopen van onze administratie valt me op dat de betaling van onderstaande factuur nog niet is ontvangen. Daarom het verzoek om na te gaan of er inderdaad nog niet betaald is. Als er een bijzondere reden is, dan hoor ik het graag en anders wil ik je vragen zo snel mogelijk te betalen.

Betalen voor het toilet

In Nederland is het een bekend verschijnsel: je mag alleen van het toilet gebruikmaken als je ook iets koopt. Maar waarom eigenlijk? Moeten we in dit land dan werkelijk óveral aan verdienen? Deze horecaondernemer van een strandpaviljoen bij Hargen begrijpt hoe mensen denken. En geeft ze een reden om tóch met een glimlach dat muntje uit hun portemonnee te halen. 

Hier geen fietsen

Daar ga je dan met je goede gedrag. Laat je de auto thuis staan om CO2-vrij de stad in te gaan, en dan kun je je fiets nergens kwijt. Geen fietsenrek te bekennen. Overal die rode verbodsbordjes in de etalage. Behalve hier, want de uitbaters van deze Hoornse sportzaak pakken het sportiever aan. Net als jij houden ze van fietsen. En gemeenschappelijkheid schept een band. Dus die mensen doe je graag een plezier.

Rookvrij

Nog één voorbeeld tot slot. Deze komt niet ‘gewoon’ uit de praktijk, maar uit de Rookvrij-campagne. De tekst op dit bord luidt: ‘Fijn dat u hier niet rookt’. Klinkt een stuk vriendelijker dan ‘Verboden te roken’. De reden laat zich raden: in plaats van het ongewenste gedrag te verbieden, wordt het gewenste gedrag beloond. De naam van de campagne roept trouwens ook een positief gevoel op: ‘Rookvrij’ heeft een heel andere lading dan ‘Rookverbod’.

Houd afstand, maar dan anders?

Hoe kunnen deze 5 lessen inspiratie bieden voor ‘Houd afstand’, ‘Blijf thuis’ en andere coronacrisis-geboden?

1. Benadruk de oplossing:

 ‘U kunt hier veilig winkelen door gebruik te maken van de desinfectiegel en de route te volgen.’

‘Ga frisbeeën, badmintonnen, skeeleren of de bal overtrappen: spelletjes die je met weinig kinderen tegelijk kunt doen. En waarbij je makkelijk afstand kunt houden.’ 

‘Mede dankzij u is onze zorginstelling nog steeds virusvrij en zijn alle bewoners veilig. ’

‘Het vaste ommetje met de buurvrouw kun je gewoon blijven maken; praat bij op 1,5 meter afstand’.

2. Toon begrip:

‘Wachten is niet leuk. Daarom bieden we u graag een gratis kopje koffie aan.’

‘Natuurlijk wil je graag weer samen buitenspelen! Kies voor spelletjes die je met z’n tweeën of drieën kunt doen, zoals …’

‘We begrijpen dat u ernaar uitkijkt om uw naaste weer in de armen te sluiten.’

3. Benoem de redenen:

‘Het geeft u vast een veilig gevoel dat andere bezoekers:

– 1,5 meter afstand houden

– hun handen hebben gedesinfecteerd 

– de aangegeven route volgen.

Fijn als u dat ook doet!’

‘Als u hier even wacht, zijn we samen sneller van corona af’

4. Benoem de gemeenschappelijkheid

‘Alleen samen krijgen we corona onder controle’.

‘Omdat we er allemaal zo snel mogelijk vanaf willen zijn – hier je handen wassen is fijn!’ 

‘Krijgt u er ook al schoon genoeg van? Wij ook. Toch zijn we liever schoon dan ziek. Samen krijgen we corona onder controle.’ 

5. Beloon het gewenste gedrag:

‘Dankjewel voor je geduld! Bij de eerstvolgende klant die de winkel verlaat, kun jij erin.’

Heb jij een mooi voorbeeld van een positief geformuleerd gebod uit de anderhalvemetersamenleving? Vul gerust aan!

Spelling en een foutloze zinsbouw, ach. Dat is niet de kunst. Met een schooldiploma en een beetje taalgevoel kom je een aardig eind. Maar dan? Drie absoluut onmisbare ingrediënten voor een tekst met pit.

‘Kun jij peper toevoegen aan onze websiteteksten?’ ‘We willen een pakkende tekst.’ ‘Help ons aan een tekst met impact.’ ‘Schrijf helder en kort alsjeblieft.’ ‘Kun je hier een goed verhaal van maken?’ Zulke verzoeken krijgen wij als tekstschrijvers wekelijks, zo niet dagelijks van onze klanten. 

Gepeperde tekst. Daarmee krijg je iets voor elkaar bij de lezer.

Een geslaagde tekst

De ingrediënten voor een geslaagde tekst verschillen per opdracht. Het maakt bijvoorbeeld nogal een verschil of je wilt dat medewerkers van je organisatie zich bewust worden van veiligheidsrisico’s, of dat je potentiële klanten wilt interesseren voor een nieuw product, of sollicitanten wilt overhalen om te reageren op jouw vacature. Informeren, interesseren en overtuigen zijn tekstfuncties die elk hun eigen eisen stellen aan een tekst.

Toch zijn er drie ingrediënten die ik bij praktisch elke tekst uit de kast haal. Hoezeer het vakgebied van communicatie ook aan trends en ontwikkelingen onderhevig is, dit drietal blijft onmisbaar als zout, peper en suiker. Online content of print, short copy of longread, het maakt niet uit. Puur omdat het basale ingrediënten zijn, die aansluiten op hoe onze hersens werken.

1. What’s in it for me

Dit is de vraag die we onszelf onbewust voortdurend stellen: wat heb ik hieraan? Is dit relevant voor mij? Wat betekent dit voor mij? Die relevantiecheck is ons filter in een omgeving vol informatieprikkels. Of je nu in de supermarkt staat, zoekresultaten doorscrollt of een krantenpagina scant, dankzij dat relevantiefilter ga je niet kopje-onder in de informatiestroom.

Voor tekstschrijven betekent dat: je verplaatsen in je lezer en zorgen dat je lezer al in de kop, lead of de eerste regels van het zoekresultaat (meta description) ziet of de tekst voor hem/haar relevant is. Of, sterker nog: antwoorden belooft op zijn/haar vragen of wensen.

In bovenstaande zoekresultaat is dat goed verwoord. De kopregel belooft de zakelijke lezer een antwoord op een brandende vraag: hoe spreek ik mijn klanten succesvol aan? Ik zou eventueel de (zendergerichte) formulering in de meta description daaronder ( ‘the benefits of your offer’ ) vervangen door zoiets als ‘the benefits for your client’. Want daar gaat het tenslotte om: klantgericht denken en formuleren.

2. Show, don’t tell

Wat klinkt volgens jou geloofwaardiger (en wat lees je liever): 

“Ik ben heel erg enthousiast over deze fiets. Hij is van hoge kwaliteit.”

Of

“Op deze fiets ben ik door weer en wind van Amsterdam over de Pyreneeën naar Barcelona gefietst. Zónder panne.”

De eerste tells

De tweede shows

Need I say more?

3. Given and new information

Dit principe, ooit opgedaan in een college Taalbeheersing, helpt mij nog bijna dagelijks bij het helder en leesbaar schrijven. ‘Given’ staat voor dat wat jouw lezer al weet of kent, ‘new’ voor wat jouw tekst daar aan toe gaat voegen. Anders gezegd: sluit aan bij de voorkennis van je lezer.

Klinkt simpel, maar gaat heel vaak mis. Kijk bijvoorbeeld eens op websites van adviseurs of juristen: eerst krijgen hun lezers allemaal jargon voorgeschoteld waarin het vakgebied wordt uitgelegd, daarna pas komen – althans in het beste geval – de vragen aan de orde die hun potentiële klanten hebben.

Die dan waarschijnlijk allang hebben weggeklikt, omdat ze zich niet herkenden in het jargon.

In bovenstaand zoekresultaat staat een onbekende term in de kop: diagnosedocument. Het zoekresultaat kwam boven bij de zoekopdracht ‘jurist’. Zouden de beoogde klanten van deze organisatie weten wat een diagnosedocument is? Waarschijnlijk niet. 
Hoewel, misschien is ‘diagnosedocument’ een term waarop mensen zoeken (omdat het bijvoorbeeld een vereiste is voor het aanvragen van rechtsbijstand ofzo), en is het welbewust in de kop gezet. Ik heb geen idee. Zeker is dat ik op mijn online zoektocht naar een jurist, snel verder klik naar andere sites. 

What is in it for me, Show don’t tell, Given and new information. Het zijn peper, zout en suiker voor teksten die iets voor elkaar moeten krijgen bij jouw beoogde lezers. Basale ingrediënten voor geslaagde communicatie, en daarom even onveranderlijk als onmisbaar.

De term ‘dilemma’ duikt de laatste tijd vaak op. Niet eens privé, vooral zakelijk. Dilemmalogica, dilemmasessies… Je kunt er van alles mee, ook in communicatieland.

Open zijn over dilemma’s is belangrijk, lees en hoor ik overal. Laat ik het dan meteen maar open en bloot op tafel gooien: op het moment van schrijven wil ik graag allerlei teksten maken en deadlines halen, terwijl ik vandaag ook een blog voor Redactieprofs zou opleveren. Waar ik tot mijn grote schrik vijf minuten geleden pas achter kwam. Dilemma! Wat nu?

Dilemma’s in mijn vak

Dit is natuurlijk een dilemma van niks. Er zijn grotere thema’s in de wereld. Waar het mij nu om gaat, is dat de term ‘dilemma’ mij ineens om de oren vliegt. Ook in mijn vak.

‘Iemand die ergens tegen is, is ook ergens voor’

De Utrechtse Communicatiekring hield deze zomer een bijeenkomst rondom dilemmalogica. Door de bril van ‘dilemmalogica’ werd bekeken hoe je als communicatieprofessional actief en open kunt communiceren over dilemma’s die zich in jouw praktijk aandienen. Ik kon er zelf helaas niet bij zijn, maar tipte een opdrachtgever die graag aanschoof – en zo lief was om de presentatie achteraf met mij te delen. Eyeopeners: ‘Iemand die ergens tegen is, is ook ergens voor.’ Vanuit verbinding kun je op zoek gaan naar een oplossing voor welk dilemma dan ook. En let op: ‘Het is een dilemma, dus de oplossing zit niet in de inhoud, maar in het proces.’

Dilemma’s in de zorg

Deze opdrachtgever was communicatieadviseur Sophie van Perspekt. En laat ik nou voor Perspekt vól de wereld van de dilemma’s in zijn gedoken. Ik heb het afgelopen jaar woorden mogen geven aan een kwaliteitsmodel voor de zorg, dat in de kern draait om werken met waarden, regels en… jawel, dilemma’s. In de zorgpraktijk van alledag doen zich talrijke situaties voor die tot dilemma’s kunnen leiden. Stel je werkt in de ouderenzorg en een cliënt wil graag zelf op pad gaan, terwijl dat in de ogen van zijn of haar verzorgers niet veilig is. Autonomie versus veiligheid – daar heb je ’t al. Hoe ga je nou om met zo’n dilemma én de mogelijke risico’s van dien? Daarbij óók nog rekening houdend met de waarden van alle betrokkenen en de regels en protocollen die gelden in de zorg? Precies uit deze vraag is het nieuwe kwaliteitsmodel ontstaan.

Dilemmasessies

Dan zijn er de organisaties die een dilemma gebruiken als kapstok voor de dialoog over complexe communicatievraagstukken. Het is een krachtige werkvorm om met betrokkenen die verschillend tegen een vraagstuk aankijken, open over de voor- en nadelen van hun zienswijzen te praten. Ook zijn er de opdrachtgevers die worstelen met hun identiteit. Aan de hand van haaks op elkaar staande stellingen kun je helpen om die identiteit scherper te krijgen. En van daaruit passende én effectieve communicatieboodschappen te formuleren.

Kortom, een dilemma is nog eens ergens goed voor. En in de tussentijd is mijn blog ook klaar!

Kijk voor luchtige dilemma’s eens op dilemmaopdinsdag.nl. Zit je zelf met het dilemma dat je veel te vertellen hebt, maar niet zo goed weet hoe? Of heb je geen tijd om je verhaal op papier of scherm te zetten? Klop dan vooral aan bij Redactieprofs. Van schrijven en communicatieadvies gaat ons hart juist sneller kloppen.

Als interim communicatieadviseur hielp ik een van mijn opdrachtgevers bij de verhuizing naar een nieuw pand. De nieuwe locatie was niet alleen mooier, maar ook duurzamer en ingericht op de toekomst. Toch waren medewerkers niet direct enthousiast. Terwijl hun hulp en enthousiasme juist in zo’n verhuisperiode keihard nodig zijn. Begin intern, is dan ook de eerste van mijn 8 tips voor een goede verhuiscommunicatie.

1 Begin intern

  • Tevreden medewerkers zijn de beste ambassadeurs. En medewerkers zijn altijd meer tevreden als ze goed op de hoogte zijn. Begin dus bij hen met uw verhuiscommunicatie. Neem hen om te beginnen mee naar de reden van de verhuizing. Wat heeft de nieuwe locatie dat de huidige niet heeft? (bijvoorbeeld: ruimer, beter bereikbaar). Waarom is er gekozen voor dit specifieke pand (bijvoorbeeld: groter of duurzamer of geschikter voor een nieuwe manier van (samen) werken).
  • Ga in tweede instantie pas in op details zoals de kenmerken van het nieuwe pand Medewerkers willen daarbij vooral weten wat de verhuizing voor hen betekent. Verplaats u dus in hen en geef antwoord op hun vragen: Hoe zien de nieuwe werkplekken eruit? Hoe komen ze er? Zijn er voldoende parkeerplaatsen voor auto en fiets, is er OV in de buurt? Is er een kantine? Beantwoord alle vragen, laat zien dat u zorgvuldig hebt nagedacht over de consequenties van de verhuizing voor medewerkers en bezoekers!
  • Geef de verhuizing, als het kan, een motto mee. Denk aan iets als: ‘Van oud naar goud’. Of ‘Van een 4 naar een 10’ (vul hier het oude en het nieuwe huisnummer van uw organisatie in) Of: ‘Even dicht maar straks meer open’. Het is belangrijk dat het motto past bij jullie bedrijf en bij de soort verhuizing

2 Houd medewerkers goed op de hoogte

Als er gebouwd of verbouwd wordt, geef dan regelmatig een update via mail of intranet. Hang posters op of maak een verhuiskrant, afhankelijk van de grootte van het bedrijf en van de omvang van de verhuizing. Organiseer inloopdagen in het nieuwe pand en maak daar een klein feestje van. Nodig medewerkers als alles klaar is als eerste uit om te komen kijken. Maak daarvoor een verrassende uitnodiging! Kortom: Doe er alles aan om medewerkers enthousiast te maken, want dat enthousiasme zorgt voor de energie intern die nodig is bij een verhuizing en voor de juiste uitstraling naar buiten.

3 De inrichting

Denk eens rustig na over de communicatie van de inrichting. Hoe heten de verschillende ruimten? Hebben jullie straks bijvoorbeeld een koffiecorner, een café of gewoon een koffieautomaat? Wat past bij jullie nieuwe uitstraling als bedrijf? Hoe zien de naambordjes op de deuren er uit? Krijgen spreekruimten gewoon een nummer of toch een aansprekende naam mee die makkelijk in de mond ligt en iets zegt over jullie bedrijf?

4 Drukwerk

Pas de huisstijl aan. Briefpapier/visitekaartjes/enveloppen/adresetiketten/stempels/stickers worden steeds minder gebruikt, maar zijn voor veel officiële stukken nog steeds nodig. Denk ook aan documenten, formulieren, brochures en contracten. En advertenties.

5 Denk ook aan digitaal

Ook digitale sjablonen, de handtekeningen onder alle mail-berichten en de contactpagina van de website moeten op het laatste moment worden aangepast.

6 Vertel het klanten en leveranciers op tijd

Kondig de verhuizing ruim op tijd aan. Het meest praktisch, goedkoop en snel is om dat via mail te doen. Besteed wel wat aandacht aan de tekst en uitstraling van die mail. Gekozen voor een campagne? Gebruik dat beeld dan ook hier.

Overigens: een unieke en opvallende adreswijziging per post valt in deze tijden van digitalisering meer op dan ooit!

7 De dag van de verhuizing

Stuur medewerkers de avond tevoren of ’s morgens vroeg een mail met de laatste aanwijzingen. Zet van tevoren berichten klaar op social media en deel deze halverwege de dag met een actuele foto. Hang als dat kan banners, posters of steigerdoeken op het nieuwe pand. Zorg dat de bereikbaarheid goed is geregeld. Verwijs bezoekers die onverhoopt toch bij het oude pand staan netjes door. Laat alle digitale wijzigingen (punt 5) nu in gaan.

8 Feestelijke opening

Organiseer op de nieuwe plek een feestje in stijl voor medewerkers, klanten en leveranciers. Een mooie aanleiding om te laten zien dat het goed gaat met jullie bedrijf! Vergeet in uw openingsspeech niet degenen te bedanken die de verhuizing in goede banen hebben geleid.

Hulp nodig bij een plan voor uw verhuiscommunicatie en/of de juiste, aansprekende teksten? Bel Redactieprof Sasja (T 06 448 32 893) voor een kennismaking. Zij kijkt dan samen met u bij welke Redactieprof uw verhuiscommunicatie in de beste handen is.