Redactieprofs | Blogs
188
archive,category,category-blogs,category-188,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.6.0,vc_responsive

Redactieprofs zitten zelden verlegen om woorden. Toch kunnen ook zij een keer vastlopen. Writer’s block of schrijversblokkade: hoe kom je er vanaf? Ik vroeg mijn collega-tekstschrijvers hoe ze ermee omgaan. Met deze zes tips tik je zo weer verder.

1. Creëer structuur met een mindmap
Soms is een beetje structuur alles wat je nodig hebt om (weer) op gang te komen. Een mindmap kan helpen: zet je ideeën op papier en vind verbanden. Zo krijgt je verhaal al vorm voordat je naar een lege pagina hoeft te staren. Leef je uit, denk groot. Jos zweert voor zijn mindmaps bij A3-papier.

2. Reken af met afleiding
Telefoon uit, mailbox uit zicht en de eierwekker op 60 minuten. Een uurtje me, myself and I doet wonderen voor Helene. Zonder afleiding is ontblocken zo gepiept. En als het echt niet lukt, wijkt ze uit naar familie in Noord-Brabant of Limburg. Vooral om schrijfkilometers te maken bij grote projecten werkt dit heel fijn.

3. Slaap er een nachtje over
Gebrek aan inspiratie is vaak tijdelijk. Vandaag uren overpeinzen staat meestal gelijk aan een paar minuten werk de volgende morgen. Marleen en Jos kiezen optie twee en laten hun tekstonderwerp graag een nachtje doorsudderen in het achterhoofd, waarna alles de volgende dag zo op z’n plek valt.

4. Zoek de natuur op
Geen tijd om er een nachtje over te tukken? Een rondje lopen doet ook wonderen. De afstand tot je bureau kan helpen bij het leggen van de puzzel. Bovendien stimuleert groen het creatieve brein. Prof Jeroen pakt graag de racefiets en trapt zijn block opzij.

5. Gewoon dóórgaan
Voorbarig perfectionisme remt de productiviteit. Bij een (naderend) schrijversblok denkt Sasja na over wat haar het meest raakt in een verhaal. Dat schrijft ze op. Ze begint in het midden en schrijft eromheen. Ook Marleen en Theanne beginnen gewoon, zonder meteen te willen structureren of stileren. Een rijtje trefwoorden, de beste citaten en betekenisvolle passages brengen de schrijfdrift zo op gang. Jeroen sluit zich hier helemaal bij aan en schreef een blog over de kracht van doorgaan.

6. Uit de box, uit je block
Theanne leerde op een cursus scenarioschrijven dat je uit een writer’s block kan komen door out of the box te denken. Dat oefende ze met het boekje ‘The Writers Block’, van John Rekulak. Daarin lees je dingen als: ‘Schrijf over je favoriete kinderspeelgoed, ‘Neem een voorwerp als personage’ en ‘Bedenk welk geheim jouw personage heeft’. Er staan ook ‘spark words’ in, zoals ‘schuld’, ‘verslaafd’ of ‘overspel’ en foto’s van een heel oud autootje, spoorbomen of een spin. Om goeie ideeën te krijgen, pakt Theanne dit boekje er nog weleens bij. Werkt voor haar ook prima bij non-fictie!

Bel een Redactieprof

Liever je tekstwerk uit handen geven of advies nodig bij het schrijven? Je mag altijd contact met ons opnemen. We helpen graag!

Dit is een lang blog (500 woorden) over korte tekst. Hoe kun je veel bereiken met weinig woorden? 

Wat moeten we met al die tekst in de huidige beeldcultuur? Nou… een heleboel. Teksten publiceren is gevonden (SEO), gelezen en begrepen worden – allemaal voorwaarden om je producten en diensten voor het voetlicht te krijgen. Dat vraagt om een korte en krachtige verwoording van je boodschap.

Korte tekst is niet alleen op internet van belang. Mensen hebben nu eenmaal weinig tijd en veel afleiding. Of je nu van beeldscherm leest of van papier, je wilt graag snel weten of het relevant voor je is, waar het over gaat, waar je vindt wat je zoekt of wat je moet doen. Dat geldt voor elke website, handleiding, brochure, corporate story of advertentie.

Woord en beeld

Niet alles heeft taal nodig. Zeker niet. Woord en beeld kunnen elkaar enorm versterken. Als tekstschrijvers denken we daar graag over mee. We weten hoe je informatie omzet in een goede infographic en hoe fotografie de boodschap kan benadrukken. We zetten verhalende elementen naast grafieken met cijfers, verduidelijken verbanden en processen in stroomschema’s, maken fotobijschriften die écht iets toevoegen en zetten typografie in om visueel onderscheid te maken tussen verschillende soorten informatie. Zo komen we samen met vormgevers, fotografen en illustratoren tot krachtige producties, waarin tekst en beeld een uitgebalanceerd geheel vormen.

Weinig tekst, veel effect

In een korte tekst moet je met weinig woorden heel veel voor elkaar kunnen krijgen: 

(1) Allereerst moet je de aandacht trekken van de beoogde lezers. Zij moeten meteen zien of de tekst voor hen van belang is, of ze er iets aan hebben, ze moeten geprikkeld zijn om door te lezen. 

(2) Vervolgens moeten ze begrijpen wat er staat, overtuigd worden van het belang van de boodschap, en 

(3) geactiveerd worden om er iets mee te doen.

Taalbeheersers noemen dat tekstfuncties. Veelvoorkomende tekstfuncties zijn interesseren (voor de betreffende communicatieboodschap), informeren (over alles wat relevant is voor die boodschap) en motiveren (om contact op te nemen, een bestelling te plaatsen, een formulier in te vullen et cetera). In de reclamewereld wordt daarvoor de AIDA-formule gebruikt: Attention, Interest, Desire, Action. Een klassieker, die sinds 1925 nog net zo min aan waarde heeft ingeboet als, pakweg, de uitvinding van het toetsenbord.

Kort is niet snel

Over klassiekers gesproken – ‘Iets wat kort is uitgedrukt, is veelal de vrucht van lang nadenken’, schreef de filosoof Nietzsche ruim een eeuw voor de uitvinding van de zoekmachines. Het is een wijdverbreid misverstand dat een korte tekst minder tijd kost dan een lange tekst (een schrijver per woord betalen is dan ook onzinnig). Vaak is het tegendeel waar. Pas als ik voldoende informatie heb verzameld, kan ik tot de kern komen. En om iets kernachtig te verwoorden, moet ik keuzes maken, verbanden expliciteren, schrappen en darlings killen. Kort is niet snel. Althans, als we het over kwaliteit hebben. Dus: graag weinig tekst voor je website, brochure of nieuwsbrief? Laten we daar eens goed voor gaan zitten. 

Lees ook mijn kortste blog ooit:

https://redactieprofs.nl/waarom-tekstschrijvers-hoofdletters-vermijden/

Meer over korte tekst:

Deze 7 schrijftips mag je direct vergeten

Infographics: hoe zet je ze goed in?

Hoe schrijf ik een pakkend bericht voor internet?

5 tips voor een goede column

Als tekstschrijver sta ik nogal eens in de ‘u vraagt, wij draaien’-stand. Ik schrijf wat de klant wil, met als gevolg dat ik te weinig tijd neem of overhoud om te schrijven wat ìk wil. Een column bijvoorbeeld. Plan een ochtendje vrij en schrijf er ook eens een!

De klant is koning, maar jij bent de keizer!” Dit advies van de directeur van een communicatiebureau herinner ik mij nog graag en vaak. Af en toe die klant op de stoep laten staan en tijd besteden aan vrij werk is een luxe die je jezelf moet gunnen. Een column is zo’n vrije vorm. Erg leuk om te doen want je kunt er zo lekker je mening in kwijt. We hebben in dit land namelijk nooit genoeg meningen, vind je ook niet? Nou, dat hebben we wel, maar een goed geformuleerde, tegendraadse, tot nadenken stemmende mening is op z’n tijd een genot. Vind ik. Maar dat is mijn mening. 

Nu verkeer ik in de luxe positie dat ik een maandelijkse column heb in een krant. Erg fijn. Dat dwingt mij om elke maand een ochtend uit te trekken voor het tikken van zeshonderd woorden die helemaal uit mijzelf komen. Maar ook als je die stok achter de deur niet hebt, kan het echt leuk en ook leerzaam zijn om eens een column te schrijven. Ik geef je vijf tips waarmee je gegarandeerd een paar uur plezier hebt. 

1. Neem als onderwerp iets wat je echt raakt. Alleen dan kun je lekker vanuit jezelf schrijven. Dan komt het uit je hart en uit je tenen en komt het ook binnen bij de lezer. Dus: wat maakt je boos, verdrietig, of waar ben je helemaal weg van? Grijp het in z’n nekvel. Overigens vind ik het een misverstand dat een column een ongezouten mening moet bevatten. Ik hou zelf erg van genuanceerd, sterker nog, ik beschouw het als mijn plicht en ik verbeeld mij dat het me daarmee toch lukt om elke maand een aardige column af te leveren.

2. Bedenk welk punt je wilt maken. Dat mag maar één punt zijn. Daar werk je in je stuk naartoe. Het focussen op dat ene punt voorkomt dat je woorden verspilt aan zijpaadjes. Bij mij komt het nog weleens voor dat ik tijdens het schrijven van punt verander. Dan ontdek ik dat ik iets waarvan ik dacht dat het bijzaak was, toch zo belangrijk vind dat ik er het hoofdpunt van maak. 

3. Schrijf mooi! Maak mooie zinnen, wissel kort en lang af en gebruik beeldende taal. Geen abstracte termen of overbodige werkwoordbergen. Geen obligate zinnetjes of uitgesleten woorden. Lekker je eigen woordkeus hanteren, het is jouw feestje, jouw taal. Door je te beperken tot die vijf- zeshonderd woorden, laat je het wel uit je hoofd om overbodige woorden op te schrijven. En daar wordt het vaak alleen maar mooier van. 

4. De eerste zin en de laatste, daar gaat het om. De insmijter en de uitsmijter. Het kan gebeuren dat de eerste zin meteen het punt aangeeft dat je wil maken. Als dat een ongehoord origineel punt is, heb je meteen de aandacht. Je kunt ook met je beginzin intrigeren door aan te sluiten bij de actualiteit, of bij een heersend gevoel. Dan krijg je je lezer ook mee, zoals ik hierboven heb geprobeerd te doen. Als je laatste zin teruggrijpt op je eerste alinea ben je wat mij betreft de bom, omdat een ronde column het lekkerst is. 

5. Geef je lezer een lekkere kluif. Stuur ‘m het bos in met een opdracht in plaats van met een kluit in het riet. Laat hem aan het eind denken: ‘Verrek, die meid heeft gelijk, zo had ik het nog niet bekeken, werk aan de winkel!’ Als je zo’n uitsmijter weet te bedenken, is dat de bekroning op je werk. 

Zin in een column? Aan de slag dan. Wees voor een paar uurtjes de keizer en zeg ff dag tegen de koning! 

In deze tijden van thuiswerken verstoken we met z’n allen bakken energie en papier. Koffie is niet aan te slepen en gigant Google is nog altijd onze beste vriend. Dat kan groener! Redactieprof Theanne Boer laat haar eco-thuiskantoor zien. 

“Ja maar jouw USP is natuurlijk groen en duurzaam!”, riep een collega-tekstschrijver toen ik me hardop afvroeg hoe ik me met mijn werk nou onderscheid te midden van duizenden tekstschrijvers. Ze heeft gelijk, ik schrijf graag over natuur en milieu en de zorg daarvoor. Dat doe ik bijvoorbeeld voor stichting Het Zeeuwse Landschap en de Zeeuwse milieufederatie, maar ook voor tijdschriften en via mijn vaste column in een dagblad. 

En ja, ik heb dus ook een groene bedrijfsvoering of om het maar eens hip te zeggen: een eco office. In deze blog wandel ik door mijn werkkamer in de hoop de lezer wat inspiratie te bezorgen voor het vergroenen van zijn of haar kantoor. Waarom? Omdat we, vind ik, veel te lang op de pof van moeder Aarde hebben geleefd. Heeft het zin? Ja, het verkleinen van je ecologische voetafdruk, hoe minimaal ook, heeft altijd zin. Het is een van de weinige dingen die we daadwerkelijk kunnen doen als het gaat om het behoud van onze planeet. Dus, daar gaan we:

  • de computer is voor een tekstschrijver natuurlijk een eerste vereiste. Ik heb een refurbished laptop aangeschaft, van Apple, omdat die lang meegaan en niet virusgevoelig zijn. Elk apparaat waar coltan en goud inzit is een ramp voor het milieu, dit lijkt mij de minst schadelijke manier om er toch een te bezitten. Ik heb uiteraard ook een refurbished telefoon. Een Fairphone is trouwens ook een geweldige optie voor android-liefhebbers.
  • mijn laptop is aangesloten op een monitor die een eco-stand heeft. Daar heb ik bij de aanschaf speciaal op gelet, zo verbruikt hij minder stroom. 
  • als ik niet aan ’t werk ben, zet ik computer en laptop helemaal uit middels een stekkerdoos met zo’n oranje schakelaar. Ook het wifipunt in mijn kamer gaat dan helemaal uit. Scheelt weer stroom. Ik heb weleens begrepen dat als alle Nederlanders al hun apparaten die (’s nachts) op standby staan helemaal uit zouden doen, we twee elektriciteitscentrales kunnen sluiten. Doen dus!
  • ik heb gewacht met de aanschaf van een printer tot de Ecotank van Epson op de markt kwam. Dat is een printer die je zelf vult met kleine flesjes inkt, waardoor je niet meer blijft zitten met die dure cartridges die net niet helemaal op zijn en die verwerkt moeten worden door een speciaal bedrijf. De inkt droogt ook veel minder snel uit, en dat komt goed uit, want ik print bijna nooit. Paperless office is het devies!
  • dankzij een interview met een duurzaamheidsexpert kwam ik achter het bestaan van PaperWise, papier gemaakt van landbouwafval. Ik moet eerst mijn ‘gewone’ papier nog opmaken, maar dan ga ik daar zeker achteraan. 
  • tijdens een interview schrijf ik graag met de hand en dan ook nog het liefst op papier zonder lijntjes zodat ik kan strepen en tekenen wat ik wil. Maar de schrijfblokken vlogen erdoor bij mij. Nu heb ik een Correctbook aangeschaft, een uitwisbaar schrijfblok. Na elke afgeronde klus veeg ik mijn Correctbook schoon en kan ik opnieuw beginnen. Erg satisfying, om het in de woorden van mijn brugklaszoon uit te drukken. Er zijn meer van dit soort ‘eeuwige schrijfblokken’ op de markt: google op Bambook of Greenbook en je kunt je lol op. Kost wat, maar dan heb je ook wat. 
  • Tekstschrijvers googelen wat af. En ja, dat doe je eigenlijk automatisch met Google. Ik niet meer. Ik wil dat bedrijf niet meer spekken en zoek nu met Ecosia. Dat is een zoekmachine die met de winst bomen plant. Ecosia wordt steeds beter, ik heb Google haast niet meer nodig om te vinden wat ik zoek. Aanrader!
  • Ambtenaren krijgen het verdorie vergoed, à 365 euro per half jaar: de kosten voor een thuiskantoor, want ja ‘de koffie en het toiletpapier vliegen er in tijden van corona doorheen’. Zzp-thuiswerkers betalen van hun schamele inkomen zèlf hun koffie en toiletpapier. Ook dat kun je natuurlijk eco aanschaffen. Zo drinken wij (echtgenoot zzp’t een kamertje verderop) Moyee-koffie. Bezoek de website en geniet van de geweldige communicatie! Op de wc bij ons ligt toiletpapier van The Good Roll, ook al zo’n fantastisch initiatief voor een betere wereld. 
  • Oja, de aanschaf van vakliteratuur. Dat deed ik altijd automatisch bij de dikke blauwe man. Doe ik niet meer. Nu laat ik het komen bij de plaatselijke boekhandel of ik bestel het bij YouBeDo, een boekenwebshop zonder idiote snelle levertijden en met de mogelijkheid om een deel van de winst aan een goed doel te schenken. 

Nou! Heb je ideeën opgedaan? Ik hoop het! En het is waar wat Jaap Tielbeke zegt, in zijn boek ‘Een betere wereld begint niet bij jezelf’: overheden en bedrijven kunnen de grootste slag maken, maar ach, het is toch echt very satisfying om zelf ook mee te doen aan het groener maken van deze wereld. Groen is tenslotte de mooiste kleur! 

Ben jij verantwoordelijk voor de content in jouw bedrijf? Hik je aan tegen het schrijven en wil je goed voor de dag komen? Redactieprofs schrijven nieuwe teksten voor je, redigeren bestaande teksten óf helpen je om zelf te schrijven.

Anno 2020 is de waarde van goede tekst (en dus ook van een tekstschrijver) groter dan ooit. Of je het nu content noemt of gewoon tekst met illustraties of webpagina’s of social media-berichten of…. Zelf werk ik dit jaar precies 25 jaar als tekstschrijver voor diverse bedrijven. En niet de minste. Tel je daar de ervaring van mijn Redactieprof-collega’s bij op, dan kom je uit op honderden jaren ervaring. Wat werkt voor jou: laat je je teksten door ons schrijven of leer je ze liever zelf schrijven? Ook daar helpen we je graag bij.

“Tekstschrijven? Maar dat leert toch iedereen op de lagere school al?” Die reactie kreeg ik (dit is echt waar), toen ik begon als tekstschrijver. Ondanks die verbaasde reactie hier en daar kon ik al snel goed leven van mijn toetsenbord. Goede tekstschrijvers bleken én blijken dun gezaaid en veel bedrijven besteden het schrijven maar al te graag uit. Daar is in die 25 jaar dat ik dit mooie vak uitoefen niets aan veranderd.

Wij Redactieprofs krijgen al tientallen jaren tonnen vertrouwen in de vorm van opdrachten van onze opdrachtgevers. Ook in deze tijd van de ‘beeldcultuur’ schrijven en redigeren wij gewoon door. Foto’s, tekeningen, grafieken, ja! Woorden? Niet te veel graag. Kort is de trend. Kort, korter, kortst. Met vééél beeld. Gelukkig blijkt dat al dat beeld niet zonder goede woorden kan.

Content zijn we samen

Jaren geleden kwam, in het kielzog van de digitale ontwikkeling, het woord content in zwang. Althans, het kreeg een nieuwe betekenis. Mijn oma zei vroeger dat ze content was aan het einde van een hele fijne dag… Maar nu werd content opeens: inhoud, digitale inhoud meestal. Tekst en beeld op een webpagina, posts op social media. En opeens deed ook tekst weer mee! Misschien kwam het wel door het woord Content Management Systeem (CMS) dat toch de indruk werkt dat content echt belangrijk is. Immers: je moet het managen!

Hoe het ook zij, opeens kreeg content weer een wat ons betreft meer dan verdiende hoofdrol. Ontwerper en schrijver werken samen. De woorden hebben waarde en die waarde wordt versterkt door passend beeld. Andersom hebben mooie foto’s en illustraties waarde, die flink vermeerdert met een goed stukje tekst.

Beelddeflatie
De vloedgolf aan foto’s die onze wereld heeft overspoeld heeft geleid tot beelddeflatie. Scrollers móeten wel selecteren om niet gek te worden. En een goed stukje tekst helpt daarbij. De juiste # geeft richting, maakt het makkelijker om te zoeken en selecteren. En wat blijkt: aan een fijne tekst, to the point, vlot geschreven en verhelderend, heb je in deze tijd daarom vaak meer dan aan 1.000 foto’s!

Tekst is kortom van blijvende waarde. Of het nu gaat om de speeches van Obama, het voorwoord van de voorzitter van de Raad van Bestuur, een ontroerend interview met de magazijnmedewerker of een persbericht. De tekstschrijver luistert, stelt de juiste vragen en produceert dag in dag uit creatieve content waar anderen alleen van dromen. Zo maken wij bedrijven – en dus mensen – zichtbaar.

Door jou of door ons?

*Wil je de teksten voor jouw bedrijf door ons laten schrijven? Bel even, we helpen je graag.

*Leer je liever zelf de kneepjes van het vak van een ervaren tekstschrijver? We maken schrijf- en redactietrainingen op maat. Mail of bel even.

Een beetje website heeft tegenwoordig een pagina met nieuws. Nieuws over de eigen organisatie, over activiteiten, over nieuwe producten of over ontwikkelingen in de branche. Dat houdt de site dynamisch en zorgt dat bezoekers terugkomen. Maar hoe schrijf je een bericht dat ook werkelijk de informatie overbrengt die je wilt delen? Vijf tips.

1. Vertel het belangrijkste eerst

Beginnen met waar het om gaat. Dit lijkt een open deur. Maar vaak moet je je in berichten eerst door een hoop ballast heen worstelen om bij de kern te komen. En meestal doen bezoekers aan je website dat niet. Gemiste kans. Een bericht op internet is wat dat betreft vergelijkbaar met het nieuwsbericht in de krant. Dat begint met de vijf w’s:

  • Wie
  • Wat
  • Waar
  • Wanneer
  • Waarom
  • (Hoe)

Begin met de essentie van je boodschap. Al lezen bezoekers aan je website alleen de eerste alinea, dan heb je toch de kern overgebracht. Clare Lynch is schrijfdocent aan de universiteit van Cambridge. Haar cursussen via Udemy zijn aanraders. Zij adviseert om in tweets te denken (toen die nog 142 tekens waren). Wat zou je in een tweet zetten als je er maar één kon versturen? En wat in de volgende?

Als je de 5 w’s in de eerste regels zet en daarna van belangrijk naar minder belangrijk werkt, maak je je bericht in krantentermen ‘oprolbaar’. Volgens sommige bronnen stamt deze methode uit de Amerikaanse burgeroorlog. Correspondenten moesten de kern het eerst verzenden via de telegraaf. Als vijandelijke troepen dan de masten neerhaalden en de verbinding onklaar maakten, had de redactie het belangrijkste nieuws tenminste binnen. Wat meer dan 150 jaar geleden werkte voor de krant, werkt nu goed in de digitale communicatie.

2. Verdiep je in de lezer

Het gaat er niet om wat jij of wat jouw bedrijf belangrijk vindt, maar om dat wat de klant raakt. Een veelgebruikt voorbeeld is dat van de boor: je verkoopt geen boor, maar een gat in de muur. Of liever nog, het portret van de kinderen dat aan de muur hangt als je klaar bent. Zo werkt reclame ook. Je verkoopt niet een mierzoet, plakkerig, bruin drankje, maar een gelukkig kerstfeest. Een goede manier om tot de essentie te komen, is om te vragen: nou en? En dan nog eens: nou en? Tot je het echte voordeel voor de lezer te pakken hebt.

Stel dat je een touringcarbedrijf hebt, en je hebt een nieuwe touringcar gekocht. Dan kun je daar een nieuwsbericht over schrijven waarmee je mikt op toekomstige passagiers. Voor hen is het van belang dat de bus comfortabel is en je veilig en snel naar de vakantiebestemming brengt. Wil je met het bericht nieuwe chauffeurs aantrekken in een krappe markt, dat zul je meer inzoomen op het rijplezier en op de aparte, stille slaapcabine voor verre reizen.

3. Breng structuur aan in je tekst

Bezoekers van websites lezen een tekst nooit van voor naar achter, van boven naar onder. Onderzoek met eyetrackers laat zien dat ze een webpagina scannen, meestal in de vorm van een F. Houd daar dus rekening mee. Zet je kernboodschap in de eerste alinea (zie punt 1). Maak de alinea’s niet te lang, 4 à 5 regels is mooi. Zet het belangrijkste in de eerste zin van de alinea.

Gebruik tussenkopjes die de structuur aangeven. Vat in die kop de kern samen. Dat vindt je lezer fijn, en zoekmachines ook. Vergeet de creatieve en prikkelende tussenkop. Laat die maar over aan de redacteur van de gedrukte krant. Als de lezer moet gissen wat eronder staat, haakt hij af. Wees daarom zo concreet mogelijk.

4. Schrijf helder, eenvoudig en aantrekkelijk

Het leven zit vol verleidingen. De persoon die de moeite neemt om jouw tekst te lezen, heeft voor jou gekozen boven veel andere activiteiten. Maak het je lezer daarom gemakkelijk. Met structuur (zie punt 3), maar ook door leesbaar te schrijven.

  • Gebruik korte alinea’s en houd de zinnen kort. Varieer met de lengte. Dan krijgt je tekst een ritme. Dat maakt het lezen prettig.
  • Vermijd ingewikkelde zinsconstructies en kies zoveel mogelijk voor eenvoudige woorden.
  • Beperk je tot één gedachte per zin.
  • Zorg dat elke alinea op zichzelf begrijpelijk is. Wees spaarzaam met verwijzingen als ‘zoals we hierboven hebben beschreven’.
  • Laat je tekst eventueel even liggen ‘rijpen’ en pak hem later weer op. Zie ook de blog van Redactieprof Tom over het schrijven van blogs.

5. Sluit af met een call to action

Meestal heb je met een bericht meer voor ogen dan informatie delen. Je wilt dat de lezer meer informatie vraagt, contact zoekt, iets gaat doen. Sluit daarom je bericht als het even kan af met een oproep om in beweging te komen, een call to action.

Bijvoorbeeld: Redactieprofs geven coaching en training in zakelijk schrijven. Individueel of in een groep, online en op locatie. We vertellen u graag meer over de mogelijkheden. Neem voor meer informatie contact op.

In deze debuutblog als Redactieprof deel ik graag een schrijfadvies waar veel opdrachtgevers blij van werden. Als tekstschrijver is het handig om snel te kunnen schrijven. Maar als de deadline het toelaat, neem ik soms liever de tijd om een opdracht in stukjes te knippen. Met mijn ‘antiblindstaarmethode’ schrijf ik een verhaal niet in één keer, maar in etappes. Desnoods verspreid over meerdere dagen. Op die manier ben ik opgeteld niet meer tijd kwijt aan het schrijven, maar lever ik wel een doeltreffendere tekst.

Bescherm de kracht van je verhaal
Wanneer je je blindstaart op een tekst, ben je zo gefocust op een bepaalde invalshoek of een specifiek onderdeel, dat je het grote plaatje uit het oog verliest. Het risico dat je tekst op die manier z’n kracht verliest, is het grootst als je te snel probeert te werken.

‘Het risico op blindstaren is groter als je te snel probeert te werken’

Probeer het ook eens! Wil je een blog schrijven voor je website en heb je verspreid over meerdere dagen tijd om eraan te werken? Volg dan de volgende 5 stappen voor een sterkere tekstproductie.

Stap 1: Neem de tijd voor een goed onderwerp

Als je een ingeplande blog zo snel mogelijk wil afvinken van je to-do-lijst, is het verleidelijk om het eerste idee dat je te binnen schiet uit te werken. Dat lijkt efficiënt, maar zo kader je al snel af wat je wil vertellen. Staar je niet blind op de eerste ingeving en denk wat langer na over je onderwerp. Neem vooral je ingevingen buiten de schrijfkamer serieus. Vaak zijn dat de beste! Mijn beste ideeën ontstaan meestal ‘na werktijd’. Tijdens het sporten bijvoorbeeld, of als ik buiten ben.

Stap 2: Bouw een informatieberg

Je hebt het onderwerp goed overwogen en zit vol inspiratie. Gooi alle informatie die je wil behandelen op een grote hoop. Bekijk je informatieberg, selecteer essentiële informatie en schrap overbodige of dubbele elementen. Bepaal gerust in welke volgorde of vorm je het verhaal wil gieten, maar baken de structuur nog niet te veel af.

‘Mijn favoriete recept tegen blindstaren: ga even wat anders doen’

De basisingrediënten voor je blog liggen klaar. Nu is het tijd voor mijn favoriete recept tegen blindstaren: ga even wat anders doen. Werk verder aan een andere taak of maak een ommetje, als je maar afstand neemt van je informatieberg.

Stap 3: Schrijf wat je schrijven kan

Je inhoud staat klaar, nu komt de schrijver in je naar boven. Door de onderbreking zie je ineens verbanden en richtingen die je tijdens het informatiescheppen nog niet zag. Jouw berg met informatie krijgt een begin en een eind. Je bepaalt de schrijfwijze en je blog krijgt vorm. Tijdens het schrijven ontdek je hier of daar nog een missende link in je verhaal.

‘Zoek een ontbrekend detail pas op als je even bent uitgeschreven. Zo staar je je niet blind op een kleinigheid’

Blindstaaralarm! Je zat net lekker in je verhaal en moet nu op zoek gaan naar een lullig detail. Mijn advies: markeer dat gedeelte en typ lekker verder. Zoek de ontbrekende zaken pas op als je even bent uitgetikt. Zo verlies je het grote plaatje niet uit het oog door je blind te staren op een kleinigheid. Een bijkomend voordeel is dat je zo niet wordt afgeleid door de verleidingen van je browser.

Maak je vooral niet druk als je tekst aan het einde van je schrijfsessie nog niet he-le-maal af is. Markeer de laatste twijfelzinnen (tekstdelen die nog niet helemaal lekker lopen of uit de toon vallen) en neem weer even afstand van je blog.

Stap 4: Lees terug en vul aan

Zo, je blog is bijna klaar! Na een pauze lees je jouw verhaal met een frisse blik terug. Zaken waar je tijdens het schrijven nog over piekerde, los je nu zo op. Je ziet het verhaal namelijk als geheel en staart je niet blind op details. En die gemarkeerde twijfelzinnen? Bij mij zijn het in 90% van de gevallen overbodige tekstdelen. Dat had ik in eerste instantie alleen nog niet door omdat ik me erop blindstaarde: Ik moet hier iets mee, maar wat? Nou, niks dus!

‘Ik moet hier iets mee, maar wat? Nou, niks dus!’

Stap 5: Laat iemand meelezen

Je eigen blog teruglezen met een volledige frisse blik is eigenlijk niet te doen. Je hebt de tekst van begin af aan opgebouwd en weet wat je idee erachter is. Durf daarom iemand te vragen om je blog een keer te lezen voordat je publiceert. Vraag daarbij of je boodschap helder overkomt en of het prettig leest. De laatste tips van een onbevangen tweede lezer kunnen je verhaal nog net dat beetje beter maken. En staat er toch nog een verscholen typfoutje in? Dan kan de tweede lezer je nog op de valreep redden van een taalblunder.

Bloggen zonder blindstaren in de praktijk
Als je bovenstaande stappen hebt gevolgd, ligt er nu waarschijnlijk een blog met een heldere boodschap voor je. Klaar om te delen! Benieuwd hoe mijn stappen voor deze blog eruitzagen? Zie hier:
Donderdag 23/1 – 13:04 uur
Ik bedenk het onderwerp voor deze blog terwijl ik een broodje aan het smeren ben. ‘Tips tegen blindstaren’ is nummer 3 op mijn ideeënlijst en tot zover de beste.
Vrijdag 24/1 – 10:33 uur
Ik zet de grote lijnen van het idee op papier. Het wordt een 7-stappenplan met een praktijkvoorbeeld.
Maandag 27/1 – 9:01 uur
Tijd om te schrijven. Een aantal lege ruimtes en twijfelpunten blijven over, maar het verhaal staat.
Dinsdag 28/1 – 15:41 uur
De lege ruimtes krijgen inhoud en de twijfels zijn uit de lucht. De 7 stappen worden 5 stappen en ik filter nog wat dubbele info uit de intro.
Woensdag 29/1 – 12:00 uur
Na een laatste blik vraag ik of een andere Redactieprof even wil meelezen.
Donderdag 30/1 – 13:15 uur
Na de laatste feedback van Redactieprof Jos is de blog klaar om te publiceren.

Meer lezen over effectief schrijven, bloggen en andere adviezen van Redactieprofs? Bekijk dan onze blogs of schakel hulp in van een ervaren tekstschrijver!

Dit blog is toekomstgericht. Het is nu november, maar we gaan direct door naar december. Sinterklaas slaan we over, met al dat zwartepietendiscussiegedoe, en hup direct doorrrrrrrrr naar Kerstmis. Met hoofdletter K. Die hoofdletters zorgen voor hoofdbrekens. Krijg je een Kerstcadeau met Kerstmis, of ga je gezellig naar een kerstborrel op tweede kerstdag?

Groene boekje, Witte Boekje

Ik zal uitleggen hoe het zit met die hoofdletters. Maar eerst moet je iets anders weten. Taalgekken zoals ik zoeken vaak woorden op om zeker te zijn van de correcte spelling. Daarvoor gebruik ik Het Groene Boekje, de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal (met zes hoofdletters, mind you). Dat verscheen in 2005, bij de meest recente spellingsherziening. Toen waren veel mensen zo verontwaardigd over de nieuwe regels, dat ze besloten die niet of niet allemaal te volgen. Zo ontstond het Witte Boekje, de alternatieve spelling. De opvolger daarvan heet Spellingwijzer Onze Taal.

Als tekstschrijvers verplichten we ons te schrijven volgens de geldende spellingregels van het Groene Boekje. Daarin staat over hoofdletters: namen van officiële feestdagen schrijven we met een hoofdletter (regel 16.L op pagina 105). Dus: Bevrijdingsdag, Suikerfeest, Chanoeka, Pasen en Pinksteren (nooit op één dag), en dus ook: Kerstmis.

Maar de samenstellingen met die woorden schrijf je met een kleine letter: kerstcadeau, kerstwens, kerstdag. Dus Kerstmis bestaat uit kerstavond, eerste kerstdag en tweede kerstdag (het Groene Boekje is hier strenger dan het Witte Boekje, daarin zijn Eerste Kerstdag en Tweede Kerstdag ook goed). Tijdens Kerstmis vieren we het kerstfeest en zingen we kerstliedjes. Wie geluk heeft, krijgt een kerstcadeau. Van wie? Van de Kerstman! Want Kerstman is de eigennaam van een uniek persoon, net als Sinterklaas. En namen schrijf je met een hoofdletter.

Speciaal geval: de voorgedrukte kerstkaart

Straks maken we massaal gebruik van de voorgedrukte kerstkaart. Heb je daar wel eens goed naar gekeken? Alle variaties komen voorbij:

Prettige Kerstdagen en een Gelukkig Nieuwjaar (2 fouten)

prettige kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar (1 fout)

Prettige Kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar (2 fouten)

Prettige kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar (0 fout)

Dit alles volgens de regels van Het Groene Boekje. Onze Taal denkt er anders over. Hoe dan ook, je moet maar zo denken: toch goed bedoeld, zo’n kaart. Word je zelf depressief van de hoofdletters? Dan is er nog altijd gelegenheid genoeg jezelf een stuk in de kraag te drinken bij het sinterklaasfeest, de kerstborrel, tijdens oudjaarsavond. Of met Nieuwjaar bij de nieuwjaarsreceptie.

Santé en proost!  En alvast een fijne kerst en een foutloos 2020 gewenst!

Als interim communicatieadviseur hielp ik een van mijn opdrachtgevers bij de verhuizing naar een nieuw pand. De nieuwe locatie was niet alleen mooier, maar ook duurzamer en ingericht op de toekomst. Toch waren medewerkers niet direct enthousiast. Terwijl hun hulp en enthousiasme juist in zo’n verhuisperiode keihard nodig zijn. Begin intern, is dan ook de eerste van mijn 8 tips voor een goede verhuiscommunicatie.

1 Begin intern

  • Tevreden medewerkers zijn de beste ambassadeurs. En medewerkers zijn altijd meer tevreden als ze goed op de hoogte zijn. Begin dus bij hen met uw verhuiscommunicatie. Neem hen om te beginnen mee naar de reden van de verhuizing. Wat heeft de nieuwe locatie dat de huidige niet heeft? (bijvoorbeeld: ruimer, beter bereikbaar). Waarom is er gekozen voor dit specifieke pand (bijvoorbeeld: groter of duurzamer of geschikter voor een nieuwe manier van (samen) werken).
  • Ga in tweede instantie pas in op details zoals de kenmerken van het nieuwe pand Medewerkers willen daarbij vooral weten wat de verhuizing voor hen betekent. Verplaats u dus in hen en geef antwoord op hun vragen: Hoe zien de nieuwe werkplekken eruit? Hoe komen ze er? Zijn er voldoende parkeerplaatsen voor auto en fiets, is er OV in de buurt? Is er een kantine? Beantwoord alle vragen, laat zien dat u zorgvuldig hebt nagedacht over de consequenties van de verhuizing voor medewerkers en bezoekers!
  • Geef de verhuizing, als het kan, een motto mee. Denk aan iets als: ‘Van oud naar goud’. Of ‘Van een 4 naar een 10’ (vul hier het oude en het nieuwe huisnummer van uw organisatie in) Of: ‘Even dicht maar straks meer open’. Het is belangrijk dat het motto past bij jullie bedrijf en bij de soort verhuizing

2 Houd medewerkers goed op de hoogte

Als er gebouwd of verbouwd wordt, geef dan regelmatig een update via mail of intranet. Hang posters op of maak een verhuiskrant, afhankelijk van de grootte van het bedrijf en van de omvang van de verhuizing. Organiseer inloopdagen in het nieuwe pand en maak daar een klein feestje van. Nodig medewerkers als alles klaar is als eerste uit om te komen kijken. Maak daarvoor een verrassende uitnodiging! Kortom: Doe er alles aan om medewerkers enthousiast te maken, want dat enthousiasme zorgt voor de energie intern die nodig is bij een verhuizing en voor de juiste uitstraling naar buiten.

3 De inrichting

Denk eens rustig na over de communicatie van de inrichting. Hoe heten de verschillende ruimten? Hebben jullie straks bijvoorbeeld een koffiecorner, een café of gewoon een koffieautomaat? Wat past bij jullie nieuwe uitstraling als bedrijf? Hoe zien de naambordjes op de deuren er uit? Krijgen spreekruimten gewoon een nummer of toch een aansprekende naam mee die makkelijk in de mond ligt en iets zegt over jullie bedrijf?

4 Drukwerk

Pas de huisstijl aan. Briefpapier/visitekaartjes/enveloppen/adresetiketten/stempels/stickers worden steeds minder gebruikt, maar zijn voor veel officiële stukken nog steeds nodig. Denk ook aan documenten, formulieren, brochures en contracten. En advertenties.

5 Denk ook aan digitaal

Ook digitale sjablonen, de handtekeningen onder alle mail-berichten en de contactpagina van de website moeten op het laatste moment worden aangepast.

6 Vertel het klanten en leveranciers op tijd

Kondig de verhuizing ruim op tijd aan. Het meest praktisch, goedkoop en snel is om dat via mail te doen. Besteed wel wat aandacht aan de tekst en uitstraling van die mail. Gekozen voor een campagne? Gebruik dat beeld dan ook hier.

Overigens: een unieke en opvallende adreswijziging per post valt in deze tijden van digitalisering meer op dan ooit!

7 De dag van de verhuizing

Stuur medewerkers de avond tevoren of ’s morgens vroeg een mail met de laatste aanwijzingen. Zet van tevoren berichten klaar op social media en deel deze halverwege de dag met een actuele foto. Hang als dat kan banners, posters of steigerdoeken op het nieuwe pand. Zorg dat de bereikbaarheid goed is geregeld. Verwijs bezoekers die onverhoopt toch bij het oude pand staan netjes door. Laat alle digitale wijzigingen (punt 5) nu in gaan.

8 Feestelijke opening

Organiseer op de nieuwe plek een feestje in stijl voor medewerkers, klanten en leveranciers. Een mooie aanleiding om te laten zien dat het goed gaat met jullie bedrijf! Vergeet in uw openingsspeech niet degenen te bedanken die de verhuizing in goede banen hebben geleid.

Hulp nodig bij een plan voor uw verhuiscommunicatie en/of de juiste, aansprekende teksten? Bel Redactieprof Sasja (T 06 448 32 893) voor een kennismaking. Zij kijkt dan samen met u bij welke Redactieprof uw verhuiscommunicatie in de beste handen is.