Redactieprofs | Blogs
188
archive,category,category-blogs,category-188,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.5,vc_responsive

Als interim communicatieadviseur hielp ik een van mijn opdrachtgevers bij de verhuizing naar een nieuw pand. De nieuwe locatie was niet alleen mooier, maar ook duurzamer en ingericht op de toekomst. Toch waren medewerkers niet direct enthousiast. Terwijl hun hulp en enthousiasme juist in zo’n verhuisperiode keihard nodig zijn. Begin intern, is dan ook de eerste van mijn 8 tips voor een goede verhuiscommunicatie.

1 Begin intern

  • Tevreden medewerkers zijn de beste ambassadeurs. En medewerkers zijn altijd meer tevreden als ze goed op de hoogte zijn. Begin dus bij hen met uw verhuiscommunicatie. Neem hen om te beginnen mee naar de reden van de verhuizing. Wat heeft de nieuwe locatie dat de huidige niet heeft? (bijvoorbeeld: ruimer, beter bereikbaar). Waarom is er gekozen voor dit specifieke pand (bijvoorbeeld: groter of duurzamer of geschikter voor een nieuwe manier van (samen) werken).
  • Ga in tweede instantie pas in op details zoals de kenmerken van het nieuwe pand Medewerkers willen daarbij vooral weten wat de verhuizing voor hen betekent. Verplaats u dus in hen en geef antwoord op hun vragen: Hoe zien de nieuwe werkplekken eruit? Hoe komen ze er? Zijn er voldoende parkeerplaatsen voor auto en fiets, is er OV in de buurt? Is er een kantine? Beantwoord alle vragen, laat zien dat u zorgvuldig hebt nagedacht over de consequenties van de verhuizing voor medewerkers en bezoekers!
  • Geef de verhuizing, als het kan, een motto mee. Denk aan iets als: ‘Van oud naar goud’. Of ‘Van een 4 naar een 10’ (vul hier het oude en het nieuwe huisnummer van uw organisatie in) Of: ‘Even dicht maar straks meer open’. Het is belangrijk dat het motto past bij jullie bedrijf en bij de soort verhuizing

2 Houd medewerkers goed op de hoogte

Als er gebouwd of verbouwd wordt, geef dan regelmatig een update via mail of intranet. Hang posters op of maak een verhuiskrant, afhankelijk van de grootte van het bedrijf en van de omvang van de verhuizing. Organiseer inloopdagen in het nieuwe pand en maak daar een klein feestje van. Nodig medewerkers als alles klaar is als eerste uit om te komen kijken. Maak daarvoor een verrassende uitnodiging! Kortom: Doe er alles aan om medewerkers enthousiast te maken, want dat enthousiasme zorgt voor de energie intern die nodig is bij een verhuizing en voor de juiste uitstraling naar buiten.

3 De inrichting

Denk eens rustig na over de communicatie van de inrichting. Hoe heten de verschillende ruimten? Hebben jullie straks bijvoorbeeld een koffiecorner, een café of gewoon een koffieautomaat? Wat past bij jullie nieuwe uitstraling als bedrijf? Hoe zien de naambordjes op de deuren er uit? Krijgen spreekruimten gewoon een nummer of toch een aansprekende naam mee die makkelijk in de mond ligt en iets zegt over jullie bedrijf?

4 Drukwerk

Pas de huisstijl aan. Briefpapier/visitekaartjes/enveloppen/adresetiketten/stempels/stickers worden steeds minder gebruikt, maar zijn voor veel officiële stukken nog steeds nodig. Denk ook aan documenten, formulieren, brochures en contracten. En advertenties.

5 Denk ook aan digitaal

Ook digitale sjablonen, de handtekeningen onder alle mail-berichten en de contactpagina van de website moeten op het laatste moment worden aangepast.

6 Vertel het klanten en leveranciers op tijd

Kondig de verhuizing ruim op tijd aan. Het meest praktisch, goedkoop en snel is om dat via mail te doen. Besteed wel wat aandacht aan de tekst en uitstraling van die mail. Gekozen voor een campagne? Gebruik dat beeld dan ook hier.

Overigens: een unieke en opvallende adreswijziging per post valt in deze tijden van digitalisering meer op dan ooit!

7 De dag van de verhuizing

Stuur medewerkers de avond tevoren of ’s morgens vroeg een mail met de laatste aanwijzingen. Zet van tevoren berichten klaar op social media en deel deze halverwege de dag met een actuele foto. Hang als dat kan banners, posters of steigerdoeken op het nieuwe pand. Zorg dat de bereikbaarheid goed is geregeld. Verwijs bezoekers die onverhoopt toch bij het oude pand staan netjes door. Laat alle digitale wijzigingen (punt 5) nu in gaan.

8 Feestelijke opening

Organiseer op de nieuwe plek een feestje in stijl voor medewerkers, klanten en leveranciers. Een mooie aanleiding om te laten zien dat het goed gaat met jullie bedrijf! Vergeet in uw openingsspeech niet degenen te bedanken die de verhuizing in goede banen hebben geleid.

Hulp nodig bij een plan voor uw verhuiscommunicatie en/of de juiste, aansprekende teksten? Bel Redactieprof Sasja (T 06 448 32 893) voor een kennismaking. Zij kijkt dan samen met u bij welke Redactieprof uw verhuiscommunicatie in de beste handen is.

‘One last drink, please.’

Dit waren de laatste woorden van Jasper Newton ‘Jack’ Daniel uit Tennessee, vlak voordat hij in 1911 zijn laatste adem uitblies. Een passend slotakkoord van de man die 35 jaar eerder whisky was gaan stoken. Dat deed hij niet onverdienstelijk: Jack Daniel’s groeide uit tot een van de grootste destilleerderijen ter wereld. 

Famous last words

Volgens de overlevering had Willem van Oranje na het fatale pistoolschot van Balthazar Gerards nog net de tegenwoordigheid van geest om Gods genade te vragen: ‘Mijn god, mijn god, heb medelijden met mij en met dit arme volk.’ In 2012 werd deze mythe naar het rijk der fabelen verwezen: de arme man moet op slag dood zijn geweest. Jammer voor het verhaal, zijn laatste woorden waren te mooi om waar te zijn. 

Laatste woorden doen ertoe, óók in jouw blog of artikel. Met een pakkende titel help je de lezer over de drempel, waarna je hem of haar met een sterk intro en vervolg dieper naar binnen trekt. Maar het slot bepaalt met welk gevoel je de lezer achterlaat. Het einde van het artikel biedt perspectief op een betere wereld, laat de lezer ontredderd achter of zet aan tot bestellen. 

Daarom 6 tips om in stijl af te sluiten:

1. Neem een call-to-action op

In iedere cursus zakelijk schrijven komt-ie langs: de call-to-action. Oftewel: de laatste A van het AIDA-model waarmee je een succesvolle verkoopbrief opbouwt: attention-interest-desire-action. Soms is een button of een link om door te klikken passend. Die laatste kunnen vaak prima zonder commerciële suikerlaagjes als ‘download nu direct’ of ‘neem gerust contact met mij op’. Ik merk dat ik eerder klik op links die al iets van de inhoud erachter prijsgeven. Zo gaat deze blog over hoe je een artikel eindigt, maar in een ander vind je juist tips voor hoe je een artikel begint.

2. Stel de hamvraag

Zou jij ook graag eens je tanden in een sprinkhanenburger zetten? Wat doe jij om na je werk te ontspannen? Wat zijn we nu echt opgeschoten met deze nieuwe wet? Veel blogs worden afgesloten met een vraag aan de lezer. Dat kan zijn om reacties los te krijgen, maar ook om de lezer aan het denken te zetten. 

Krachtige inhoud heeft niet per se een expliciete vraag aan de lezer nodig om het gesprek op gang te krijgen. Zo werd Volkskrant-journalist Fokke Obbema ongevraagd overspoeld met reacties nadat hij in een artikel had verteld dat hij door een hartstilstand ‘even dood’ was geweest. 

3. Maak het verhaal rond met een pakkende uitsmijter

Als je een blog of artikel schrijft, werk je meestal naar een conclusie toe. Gebruik hiervoor geen omhaal van woorden, maar formuleer deze zo krachtig mogelijk. Geef de lezer iets mee om over na te denken: 

  • ‘De boeren krijgen alle waardering, maar de groene weides worden niet gered door Gretha Thunberg monddood te maken.’ (column Peter de Waard in De Volkskrant);
  • ‘Civil wars are a lot easier to start than to stop’ (artikel over Brexit en de Noord-Ierse kwestie in The Guardian).
  • ‘Hap wat vaker een harinkje, ga regelmatig een blokje om en vergeet vooral dat dagelijkse vitamine D-supplement niet’ (artikel van Lisette de Groot over voeding voor ouderen). 

4. Gebruik een cliffhanger

Seizoen 7 van Homeland eindigt met een joekel van een cliffhanger, waardoor ik niet kan wachten totdat seizoen 8, het laatste, begint. Ook in blogs kun je de cliffhanger gebruiken om ervoor te zorgen dat de lezer je blijft volgen. Door te vertellen waar je het de volgende keer over gaat hebben, kun je je publiek een overtuigende reden geven om je te blijven volgen.

5. Vat nog even samen

Dus: de laatste woorden van je blog zijn belangrijk, omdat ze bepalen met welk gevoel je de lezer achterlaat. Kies je laatste woorden daarom met zorg!

6. Zet de PS in

Niet alleen in direct mail, maar ook in blogs komt de PS veel voor. Logisch, want die bungelt lekker opvallend onderaan en heeft dus veel attentiewaarde. Een variant op de PS is de UPDATE, als je nieuwe informatie hebt toegevoegd. 

PS: lees ook de blog van mijn collega Marleen over schrijftips die je meteen mag vergeten.

Wat een mooie dag vandaag! We gaan eropuit. Of gaan we er op uit? Erop uit? Er opuit? Simpele woorden zijn soms lastig te spellen. Zoals de werkwoorden met voorzetsels: uitgaan van, opnemen tegen, eraan komen, afblijven. Wil je weten hoe het zit?

Eerst even terug naar de basisschool om duidelijk te maken waar we het over hebben. Een voorzetsel is een woord zoals aan, voor, tegen, bij, tussen, tijdens, in, met. Het drukt een tijd uit: Tijdens de race kreeg de coureur een hartaanval. Of een plaats: De relschoppers sprongen op de auto terwijl ik erin zat. Of een middel: Met deze informatie kan ik mijn artikel schrijven.

Een werkwoord is een woord dat een handeling uitdrukt. Hoeft niet letterlijk, maar een werkwoord is meestal iets wat iemand doet. Lopen, fietsen, werken, schrijven, sporten, liegen, zoenen, trouwen, vreemdgaan, tv-kijken, twitteren, bloggen en zandzeepsodemineraalwatersteenstralen (het langste werkwoord uit de Van Dale, niet meer opgenomen vanaf 2005).

Vast voorzetsel
Sommige werkwoorden combineer je met een vast voorzetsel: afrekenen met, uitkijken naar, opzien tegen, rekenen op, toekomen aan en nog honderden andere werkwoorden. Ook ‘uitgaan van’ is zo’n werkwoord. Hoe simpel dit woord ook klinkt, goed spellen is lastig. Vooral bij het woord ‘er’ (of hier, daar en waar).

Welke zin is goed gespeld?
1 Ik ga ervan uit.
2 Ik ga ervanuit.
3 Ik ga er van uit.
4 Ik ga er vanuit.

Zin 1 is correct. De regel is: bij ‘er’ schrijf je het voorzetsel eraan vast. Dus ‘van’ hoort bij ‘er’ en je schrijft het aan elkaar. Dat mag ook bij waar, daar en hier. Dus: waarvan, daarvan, hiervan. Maar ‘uit’ hoort bij ‘uitgaan’. Het zit eraan vast, want het werkwoord is: uitgaan van.
En je mag maar één keer plakken (= aan elkaar schrijven).

TIP 1: aan ER, WAAR, HIER en DAAR mag je PLAKKEN.
Dus PLAK het ene voorzetsel altijd vast aan ER, WAAR,  HIER, DAAR.
Maar PLAK het andere voorzetsel er NIET aan vast als het hoort bij het werkwoord (dus vastzit aan het werkwoord).

TIP 2: hoe weet je of een voorzetsel hoort bij het werkwoord?
Dat kun je horen. Zeg het hele werkwoord hardop. Is het gaan van, of uitgaan van? Is het afvallen, of vallen?

TIP 3: zo schrijf je constructies met ‘ervan uitgaan’.
Ik ga ervan uit dat ik gelijk heb.
Ga daar maar gerust van uit.
Willen jullie hiervan uitgaan?
Waar kan ik van uitgaan?

TIP 4: dit zijn nog andere voorbeelden waarvan je denkt: huh??
Hij valt ervan af (= van het dieet).
Hij valt ervanaf (van de tafel waar hij met z’n dronken kop op was geklommen).
Kan ik ervan opaan dat je op tijd bent?
Ze kreeg ervanlangs. Of ze kreeg ervan langs (mag allebei, het is een beetje vreemde combinatie).

TIP 5: Ook wijzer worden? Bekijk net als ik heel vaak deze website.
Veel plezier met uitgaan en plakken!

Collega Cindy gaf onlangs in haar blog tips om te starten met schrijven. Jeroen N. en Jos beginnen vaak met een mindmap. Redactieprof Jos legt uit hoe je een mindmap maakt en wat je ermee kunt doen.

Een gewaardeerde collega heeft elders een baan gevonden en je chef heeft jou gevraagd een tekst te schrijven voor zijn speech bij het afscheidsetentje. Je moet nodig een nieuwe blog schrijven voor je website. Je gaat een boek samenvatten voor je collega’s. Hoe pak je het aan? Een mindmap helpt je je gedachten te ordenen, hoofd- en bijzaken te scheiden en creatief te denken.

Denkproces in kaart

Een mindmap is een kaart van een denkproces. In het midden staat een tekening of symbool van het centrale onderwerp. Vanuit dat punt lopen gekleurde banen naar deelonderwerpen die daarmee te maken hebben. Die worden voor een deel uitgedrukt in symbolen en tekeningen. De deelonderwerpen worden weer verder opgesplitst.

Het hele plaatje

De Brit Tony Buzan is een van de grondleggers van de mindmap. Het grote voordeel van mindmappen, aldus Buzan, is dat je twee hersenhelften tegelijk aan het werk zet. De rationele linkerhelft en de intuïtieve rechterhelft. Door plaatjes en kleuren te gebruiken en dingen met elkaar te verbinden, haal je het beste halen uit je denkproces. Je legt gemakkelijker verbanden en je hebt een overzicht van ‘het hele plaatje’.

Associëren

Een ander voordeel is dat je met mindmappen de associaties van de hersenen kunt volgen. Als je bijvoorbeeld een toespraak voorbereidt, denk je niet lineair: eerst vertel ik a, dan b, dan c. Vaak bedenk je: ik moet in ieder geval b vertellen, o ja, en dan ook nog d. En ik moet a niet vergeten. O ja, bij d moet ik eraan denken… enzovoort. Denken is associëren. Met een mindmap geef je alles zijn plek. Als je iets te binnen schiet wat bij een ander onderwerp hoort, ga je terug naar dat onderwerp.

Leonardo da Vinci

Tony Buzan bracht mindmaps in de jaren zeventig onder de aandacht van een breed publiek, maar het idee is al veel ouder. Beroemd zijn de tekeningen waarmee Leonardo da Vinci aantekeningen maakte en zijn ideeën uitwerkte. Ook Michelangelo, Charles Darwin, Albert Einstein, Winston Churchill en Thomas Edison gebruikten mindmaps om hun gedachten te ordenen.

Ook voor andere taken

Mindmaps zijn een krachtig hulpmiddel om teksten te schrijven, maar ook voor allerlei andere taken. Bijvoorbeeld een dagindeling maken, een vergadering voorbereiden, een boek samenvatten of een feest organiseren.

Een mindmap in 7 stappen

  1. Neem een vel papier, liefst A3-formaat, en draai het een kwartslag, zodat de lange kant onder is. Begin in het midden. Dat geeft je de vrijheid om naar alle kanten uit te waaieren.
  2. Gebruik een plaatje of een tekening als symbool van het centrale onderwerp. Een afbeelding zegt meer dan veel woorden en het stimuleert de verbeelding. Een centrale voorstelling helpt je om je te concentreren op het onderwerp.
  3. Gebruik kleuren. Kleuren zijn voor de hersenen net zo opwindend als plaatjes. Ze brengen leven in de mindmap en prikkelen het creatieve denken.
  4. Verbind met dikke lijnen de verschillende onderwerpen (niveau 1) met het centrale thema. Vanuit niveau 1 trek je lijnen naar niveau 2, enzovoort. Op deze manier leg je de eerste verbanden. Zo kun je makkelijker begrijpen en onthouden.
  5. Gebruik vloeiende, gebogen lijnen. Rechte lijnen zijn saai en prikkelen de hersenen niet. Gebogen lijnen, als takken in een boom, verlevendigen het plaatje.
  6. Gebruik niet meer dan één trefwoord per lijn. Enkele trefwoorden geven de mindmap meer flexibiliteit. Je kunt op elk trefwoord verder associëren.
  7. Gebruik afbeeldingen en plaatjes om de mindmap te verfraaien en tot leven te brengen. Dit helpt je bij het verder associëren en het later onthouden van de mindmap.

Binnen de mindmap kun je met kleuren en symbolen een rangorde aanbrengen en prioriteiten aangeven. Het belang van onderwerpen kun je benadrukken met grotere letters. Blokletters vergroten de leesbaarheid en de leessnelheid. Heb je de mindmap gereed, dan kun je er een lineair verhaal van maken. Geef dan met cijfers aan in welke volgorde je de verschillende zaken wilt behandelen.

Met je zakelijke e-mails wil je efficiënt, klantvriendelijk, beleefd en professioneel overkomen. Hoe? Ga back to the basics met deze 7 tips voor goede zakelijke mails.

Eerst even een anekdote die ik ooit ergens las. Tijdens een buitenlands congres zetten eens een man en een vrouw, beiden getrouwd (maar niet met elkaar), flink de bloemetjes buiten. Toen het congres was afgelopen en iedereen weer thuis was, stuurde de vrouw haar geheime lover nog een mailtje. Waarin ze, haar hoofd nog vol van de romantische belevenissen, verslag deed van de fantastische avond en de spannende nacht. Inclusief alle kinky details. Ze verstuurde de mail als antwoord op een eerder mailbericht uit de congresmailgroep. Handig hoor, met één muisklik ….en de reply-allknop. Oepsie!

Nou, uitkijken dus als je zakelijk mailt. Doe je voordeel met deze 7 tips voor tiptop verzorgde zakelijke e-mails.

 1          Geachte, Beste of Hallo?
Een zakelijke mail is hetzelfde als een zakelijke brief.
Begin zakelijke mails dus met: Geachte mevrouw, of: Geachte heer De Vries. Beste Jan of Dag Ingrid mag ook, als je de ontvanger goed kent en tutoyeert.
Beter niet: Hallo Piet (te plat en te informeel) of Beste mevr. Jansen (afkortingen in de aanhef, daarmee laat je zien dat je de lezer niet serieus neemt, want je doet weinig moeite). 

2          Groetjes!?
Onderteken je mail (net als een brief) met: Met vriendelijke groet of Met vriendelijke groeten. Met hartelijke groeten kan ook. Zet je contactgegevens eronder (maar geen ellenlange bedrijfsboodschap, nergens voor nodig).
Beter niet: Groetjes (te informeel), M vr gr of gr. Gn fkrtngn! Zie tip 1 laatste zin. Zelf denk ik altijd als iemand Gr schrijft: ben je boos?

3        Gebruik de onderwerpregel. Schrijf hierin kort en krachtig waar de mail over gaat. Gebruik je een oude mail bij een nieuw onderwerp? Vergeet niet de onderwerpregel aan te passen. Anders loop je het risico dat mensen de mail niet eens openen.

4          Pas op met reply all en bcc. Bij reply all laat je iedereen weten wat je antwoordt, meestal is dat alleen maar lastig voor de anderen. Bcc (blind carbon copy) kan leiden tot verdeel-en-heerspolitiek en het draagt niet bij aan openheid of een transparante bedrijfscultuur.

5          Check de mail ALTIJD vóór je hem verzendt. Is de boodschap duidelijk? Niks vergeten? Spelling en formulering in orde? De juiste geadresseerden geselecteerd?

 6         Mail nooit als je geïrriteerd of boos bent. Een geschreven tekst kan veel botter, harder of vervelender overkomen dan een gesproken tekst. Boze mails maken de zaak vaak erger dan hij is. Gebruik zakelijke mail voor informatie, vragen stellen, bevestigen van een afspraak, als begeleidende tekst bij een bijlage, etc. Gaat het om slecht nieuws of gevoelige informatie? Dan kun je beter bellen of kiezen voor een face-to-facegesprek.

7         Schoon op die sliert. Het komt rommelig over als de hele eerdere correspondentie als een lange sliert onderaan je bericht hangt. Weg ermee.

Spelling. Geen sexy onderwerp en het vormt ook niet de kern van het vak van tekstschrijver. Toch gaat Redactieprof Marleen vandaag in op de punten en komma’s.

Het grootste misverstand over mijn vakgebied? Dat ik me als tekstschrijver vooral bezig houd met d/t’s, punten en komma’s: spellingkwesties en aanverwanten. Welnee! Dat is geen vak, dat is een vaardigheid. Niet erg sexy – en tóch ga ik het vandaag eens over die punten en komma’s hebben. 

Kommaneuker. Ik vind het een bizar woord, maar eerlijk is eerlijk: het kommaneuker-zijn is één van de aspecten van mijn werk. Correcte spelling is een voorwaarde waaraan mijn werk moet voldoen. Dat is niets bijzonders, want dat geldt wel voor meer beroepen – op het secretariaat of voor de klas hoort het er immers ook bij. 

Voor tekstschrijvers zit het onderscheidende vakmanschap in andere aspecten, zoals de argumentatie, de tekststructuur, de aantrekkelijkheid en het doel van de tekstproductie. Daarbij komen vaardigheden als analytisch denken en kennis over bijvoorbeeld retorica, mentale processen (hoe leren en onthouden lezers?) en psychologische processen (hoe laten lezers zich beïnvloeden?) goed van pas.

Punten en komma’s: waar gaat het vaak mis?

Maar over zulke processen ga ik het vandaag niet hebben. Het is hoogzomer, het is tijd om zo veel mogelijk buiten te spelen, dus we houden het simpel: punten, komma’s, dubbele punten en puntkomma’s. Waar gaat het vaak mis en hoe gebruik je ze correct? 

Punt en komma

Veel mensen vinden het gebruik van punten en komma’s in citaten verwarrend. Collega Jos sneed het even al aan in zijn blog over aanhalingstekens: de punt hoort wél in het citaat, maar de komma niet. Dus:

“Ik ga vandaag naar het strand”, zei hij.

Hij zei: “Ik ga vandaag naar het strand.” 

Komma, en?

Veelgemaakte opmerking in redigeerkantlijnen: ‘je mag geen komma zetten voor het woord ‘en’. Misverstand! Typisch geval van ‘vage schrijftip tot wet verheffen’. 

Een komma voor ‘en’ kan juist heel functioneel zijn. Kijk maar:

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Bij het lezen van die zin blijf je even haken in het midden. Dat los je op met een komma, want dan zie je in een oogopslag dat IJmuiden en Scheveningen niet bij elkaar horen in deze vergelijking: 

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden, en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Toch kun je ook gerust een komma voor ‘en’ zetten als er geen sprake is van betekenisverschil. Gewoon, omdat je even een adempauze wilt in een zin.

(Overigens: mijn opmerking dat de ogen van lezers blijven haken op onduidelijke passages, kun je letterlijk nemen. Taalbeheersers hebben veel onderzoek gedaan naar leesbaarheid door de oogbewegingen van lezers met een camera te registreren.)

Puntkomma versus dubbele punt

De puntkomma en de dubbele punt worden nogal eens door elkaar gebruikt. Toch is er een functioneel verschil:

  • de puntkomma kun je zien als een soort eerstegraads-familielid van de punt. Twee zinnen die samen een goed stelletje vormen, kun je zichtbaar aan elkaar verbinden door de punt te vervangen door puntkomma. Een toepasselijk voorbeeld daarvan vond ik bij Onze Taal: We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig.
  • de dubbele punt geeft aan dat het tweede deel van de zin uitleg geeft over het eerste deel. Er is bijvoorbeeld een oorzakelijk verband, of een deel-geheel-relatie: Een mooie zomer heeft ook zo z’n nadelen: de bodem droogt uit, dijken kunnen verzakken en oogsten kunnen mislukken.

Vind je dit ‘kommaneuken’? Dat is het misschien ook, maar vergeet niet: jouw lezers hebben echt nog wel meer te doen dan het aandachtig lezen van jouw tekst. Agenda’s zijn vol en afleidingen zijn talrijk. Dus maak het je lezers gemakkelijk en voorzie ze van teksten die lekker vlot weglezen. Dat vergroot meteen de kans dat de boodschap blijft hangen.

Maar wat die seks met komma’s betreft: ik ga liever weer gewoon ouderwets muggenziften.

Meer weten over spelling? Lees ook deze blogs: 

Aaneenschrijven, koppelteken of los?

Gedachtes bij een foute apostrof

Het SEO-probleem: goed zoeken, maar ook goed spellen

Hun of hen – voor haarklovers en muggenzifters

In ons taaltje gebruiken we vaak verkleinwoordjes. Daarmee maken we alles wat we zeggen een beetje gezelliger, vriendelijker en schattiger. En kom je oorspronkelijk niet uit ons landje, dan is het ook nog een stukje makkelijker. Want verkleinwoordjes hebben altijd ‘het’ en nooit ‘de’ als lidwoordje. Eitje!

Wat een schatje, dat baby’tje/hondje/poesje/geitje/kalfje/veulentje! Kun je me even een papiertje aangeven? Ik heb een cadeautje voor je. Een appeltje voor de dorst. Wil je nog een koekje? Nog eventjes, we zijn er bijna. Zal ik eens een boekje open doen over die man? Wat een lulletje rozewater. Mag het een onsje meer/tikje minder? Zeg, was dat feestje leuk? Nou, dat verhaal kreeg nog een staartje. Roodkapje, Klein duimpje, Sneeuwwitje. Berend Botje, potje met vet, roodborstje tikt tegen ‘t raam en breng eens een zonnetje onder de mensen.

Zakenvrouwtje

Het schijnt dat vooral vrouwtjes graag verkleinwoordjes gebruiken. “Een collegaatje van mij ligt in scheiding, erg hè?” Dat is nog tot daaraan toe. Maar een ondernemer (v) die het heeft over ‘mijn bedrijfje’? Neem je die serieus? Ikke niet, ik heb er een broertje dood aan! Tenzij we haar dan ook een zakenvrouwtje mogen noemen dat een offertetje stuurt naar haar klantje met een prijsje dat ze rekent voor werkjes en opdrachtjes. Inclusief kilometertjes voor haar autootje van het zaakje.

Niet te vaak

Dus, het lesje van dit blogje is: niet te vaak verkleinwoordjes gebruiken. Wil je zachter, kneuteriger of liever overkomen? Dan mag het. Met mate. Maar in andere gevallen kun je beter gewoon zeggen (schrijven) waar het op staat.

PS: ik las er ook nog een leuk stukje over. Het is oud maar leuk nieuws over Hans Dorrestijn die zich boos maakt over winterkoning en roodborst.  https://onzetaal.nl/nieuws/ophef-over-roodborst.







Als tekst- en communicatienetwerk komen we een keer of vier per jaar samen. Om van elkaar te leren, te lunchen, te brainstormen, te werkoverleggen, te borrelen en te workshoppen. En omdat er ook altijd deadlines te halen zijn bij minstens de helft van de leden: om te werken. In de loop van ons tienjarig bestaan hebben we al heel wat fijne werkplekken uitgeprobeerd. Ik zet hierbij de drie fijnste voor je op een rij. Werk ze!

1 Zoomers in Castricum

Lekkere koffie (altijd), lekker weer (vaak) en een fijn zaaltje dat je kunt huren en dat niet duur is. Maar ook genoeg rustige plekjes om te zitten werken vooral op doordeweekse dagen. Niet zo centraal in het land, maar hé die zee, die maakt echt álles goed. Parkeren: 5,50 euro voor een hele dag.

2 DROOM! in Elst

Toegegeven, de buitenkant is niet echt geweldig, maar binnen is het warm en kan er veel. Wij genoten er van een lekkere lunch, geserveerd door een supervriendelijke medewerker. Gratis parkeren voor de deur.

3 Joinn in Houten

Centraler in het land kun je haast niet zitten. Prettige zaaltjes van diverse formaten met alle faciliteiten. Een fijn café met relaxte sfeer en uitgebreide kaart. Parkeren kost wat, maar de trein stopt letterlijk naast de deur!

Kortste profblog ooit.

Ik leerde het bij een college ‘taalergonomie’. Een echte eyeopener. Waarom je beter geen hoofdletters kunt gebruiken.

Je krijgt ze soms nog wel eens overhandigd, aan balies of in wachtkamers: papieren formulieren, waarop je je adresgegevens in vierkante hokjes in moet vullen. In hoofdletters a.u.b., want dat is duidelijker.

Klopt niet. 

Denk maar eens aan de plaatsnaamborden langs de Nederlandse snelweg. Die zijn in één oogopslag te lezen, zodat je meteen je blik weer op de weg kunt richten. 

Hoofdletters passen in hokjes. Veel kleine letters niet, omdat ze stokjes of lussen hebben. Die steken boven (b)of beneden (p)links (f)of rechts (g)buiten het hokje. Daarom zijn ze van een afstand beter te lezen. Je kunt de letters beter en sneller van elkaar onderscheiden.

Zo simpel is het.

Oké, nog een tweede reden om kritisch te zijn op je hoofdlettergebruik. Anders wordt dit wel een heel kort blogje.

Ken je dat, die gebruikersfeedback die je computer soms geeft: ‘FOUT!’. Dat wekt meteen irritatie op. Alsof je als een kind op je vingers wordt getikt. En dat ook nog door een anonieme ict-programmeur die blijkbaar geen gebruiksvriendelijke interface in elkaar kon zetten.

Hoofdletters zijn niet vriendelijk. HET LEEST ALSOF JE SCHREEUWT TEGEN JE LEZER. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar als er tegen mij wordt geschreeuwd, haak ik af. 

En afhakende lezers, daar doen we het niet voor.