Redactieprofs | Theanne Boer
12
archive,author,author-theanne,author-12,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.7.0,vc_responsive

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem 
ploem ploem 
dag stoel naast de tafel 
dag brood op de tafel 
dag visserke-vis

Onzin?

Tijdens mijn studie Nederlands werd het gedicht ‘Marc groet ’s morgens de dingen’van Paul van Ostaijen in de collegezaal besproken en ik weet nog dat ik daar mijn aandacht niet bij kon houden. Ik vond het een onzingedicht. Pas toen ik een kind kreeg, begreep ik het beter. Dit gedicht laat, voor mij althans, zien hoe een kind in de wereld loopt, hoe hij zich verhoudt tot alles om hem heen. Het maakt niet uit wie of wat het is, voor het kind is alles warm en levend en de moeite waard om een band mee te hebben. Dat kinderlijk begroeten is zo’n respectvolle omgang met alles wat er is, dat het verheven mag worden tot kunst.

Soortnamen en eigennamen

Toen ik via mijn man de wereld van de natuurliefhebbers leerde kennen, ontdekte ik ook iets kinderlijks: ecologen schrijven de namen van planten en dieren met een hoofdletter en zonder lidwoord. Paardenbloem, Kievit, Veldlathyrus, Kleine Vos. Als tekstschrijver gingen mijn haren meteen overeind staan. Mag niet! Hoort niet! Soortnamen moeten met een kleine letter! Maar nu denk ik: dit is eigenlijk een heel goed idee! Want door van een soortnaam een eigennaam te maken, ga je je anders verhouden tot alles wat er om je heen leeft. Door iemand bij naam te noemen, bestaat die persoon voor je. Door zijn of haar naam te kennen en uit te spreken, erken je diegene in zijn bestaan, zijn identiteit. Zo bezien is het eigenlijk heel mooi en ook nuttig om dieren en planten bij hun naam te noemen en om die naam met een hoofdletter te schrijven. Want dat schept een band, dat maakt dat dieren en planten wat op een voetstuk worden gezet, of om bij het gedicht van Paul van Ostaijen te blijven: de mens komt op dezelfde hoogte te staan als de rest van de natuur.

Zorg voor de natuur

Afgelopen zomer liepen mijn man en ik door de Yerseke Moer, een natuurgebied op Zuid-Beveland, waar op het eerste gezicht niet veel te beleven valt. Vanaf de weg zie je een groene vlakte met wat slootjes, maar als je erin loopt, gaat er een wereld voor je open. En als je vervolgens een kijker pakt, zie je zoveel dat je de dingen kunt gaan groeten: dag Tureluur, dag Kluut, Scholekster, Boerenzwaluw. Alles wordt dan anders in die saaie Moer. Groeten doet leven.

Je zou het eens moeten doen, bij jou thuis, in de tuin. Een vogeltje, een plantje bij de naam noemen en groeten: wedden dat het helpt? Dat je meer gaat ‘voelen’ voor al die levende wezens om ons heen? Dan kom je er vast ook achter dat je van sommige planten en beestjes de naam niet weet. En als je dat dan opzoekt, met die geweldige app ObsIdentify bijvoorbeeld, zoek dan meteen ook op wat dat vogeltje of insect, die boom, of dat plantje nodig heeft om een fijn leven te kunnen leiden. De zorg voor de natuur – en dat lijkt mij in tijden van natuurschaarste geen overbodige luxe – is veel beter vol te houden als je je kennis van de natuur uitbreidt. Als je weet wat een paardenbloem, pardon, Paardenbloem doet voor de bodem en hoeveel insecten van haar afhankelijk zijn, dan groet je haar en stel je het maaien van je gazon een keertje uit. En als Mus drie jongen heeft in Haagbeuk, dan loop je er zachtjes langs en zeg je: Dag Mus, dag kleintjes! En dan huil je als blijkt dat op een dag Haagbeuk met nest en al is omgehakt omdat de camper van de buren een eigen parkeerplaats moest krijgen.

De natuur gaat Redactieprof Theanne aan het hart. Ze schreef er een kinderboek over: Kleur je wereld groen. Geen kopzorgen over wanneer wel of niet een hoofdletter, en teksten die lezers ‘voelen’? Redactieprofs staan voor je klaar.

Redactieprofs schrijven wat anderen willen lezen. Maar wat lezen ze zelf eigenlijk graag? Nu de vakantie voor de deur staat, code rood of niet, kunnen ze eindelijk losgaan. In strandstoel, hotelbed of hangmat-in-de-tuin verslindt de gemiddelde prof een partij leesvoer waar je u tegen zegt. Theanne Boer stelde een Redactieprof Vakantie Top Tien samen.

1. Onder de gelovigen van V.S. Naipaul. “Een reisverslag dat een fascinerend en ook een wat sceptisch beeld van de islam geeft in de periode na de Iraanse Revolutie. (Jos Leijen)

2. Twee weken weg van R.C. Sheriff. “In deze herdruk uit de jaren dertig gebeurt welbeschouwd helemaal niks en toch bleef ik aan de pagina’s gekluisterd. Onopgesmukt proza, humor en hartveroverende personages.” (Marleen Kamminga)

3. Denken als een vis van Juul Steyn. “Het handboek voor de roofvisser. Juul neemt je mee in de wereld van de zes belangrijkste roofvissen in Nederland en België. Wie denkt als een vis, vangt meer vis.” (Tom van Velzen)

4. De haas met de amberkleurige ogen van Edmund de Waal. “Ik las eerder zijn Brieven aan Camondo, over een bankiersfamilie die zich vestigt in het Parijs van 1870. En nu ben ik nieuwsgierig naar zijn nieuwe boek.” (Helene de Bruin)

5. Fantoomliefde van Aminatta Forna. “Gevonden in de ruilkast op de camping. Bijzonder boek, goed geschreven!” (Sasja Nicolai)

6. Je leven in één herinnering van Jacky van de Goor. “Alleen die titel al! Die triggert mij dus. De schrijver vroeg aan honderden mensen welke herinnering ze mee zouden nemen na hun overlijden. Wat blijkt: veel dingen waar we ons doorgaans druk over maken, zijn niet de dingen waar het werkelijk om gaat. Eigenlijk wéét je het wel, maar zeker in de vakantieperiode fijn om weer eens bij stil te staan.” (Cindy Gijsbers)

7. Bevroren goud van Cilla & Rolf Börjlind. “Ik begin de vakantie altijd met een thriller die als een mes door de boter snijdt. Hiervoor sla ik eerst de Detective & Thrillergids van Vrij Nederland op voor de recensies. Dit boek is met 5 sterren bekroond vanwege de durf om grote mondiale milieukwesties aan te halen. Dat – tegen een Zweeds decor – is voor mij een garantie voor een geslaagde reis in het hoofd.” (Jeroen van den Nieuwenhuizen)

8. Klifi. Woede in de Republiek Nederland van Adriaan van Dis. “Ik lees graag Van Dis en deze ligt al een tijd te wachten. Ik ben er heel benieuwd naar, dus die gaat mee naar de Bretonse – en bij code rood de Zeeuwse – stranden.” (Theanne Boer)

9. Godenslaap van Erwin Mortier. “Een aanrader van Helene. Volgens de boekwinkelmeneer kan het geen kwaad er een Vlaams-Nederlands woordenboek bij op te slaan. De zinnen zijn lang, maar prachtig. Kan ik mij nu al op verheugen.” (Jeroen van den Nieuwenhuizen)

10. Het achtste leven (voor Brilka) van Nino Haratischwili. “Jeroen raadde mij dit boek aan. Hij was weer getipt door Helene, die altijd meerdere boeken parallel leest maar dat terzijde. Als zij dit boek geweldig vinden, is het zeker het proberen waard. ‘Tis inderdaad prachtig én heel dik. Ik hoop er in de vakantie lekker in door te stomen.” (Cindy Gijsbers)

Geen vakliteratuur? Nou… Sasja leest in haar vakantie boeken over de overgang. Want daar gaat haar eigen nieuwste boek over. Het verschijnt in 2022 bij uitgeverij Gopher. En Helene gaat niet op vakantie zonder haar manuscript. Want jawel, zij is co-auteur van het boek Huisarts op recept, dat ze samen met huisarts Marnix van der Leest maakte. “Het wordt een bijzonder boek met dilemma’s uit de spreekkamer. Ook ‘leuk’ voor gewone patiënten. Het verschijnt in september bij Arbeiderspers.”

Redactieprofs wensen iedereen een fijne vakantie met veel leesplezier! 

PS: Niet op vakantie en behoefte aan een tekstschrijver? Er zijn altijd profs beschikbaar! Neem gerust contact op

5 tips voor een goede column

Als tekstschrijver sta ik nogal eens in de ‘u vraagt, wij draaien’-stand. Ik schrijf wat de klant wil, met als gevolg dat ik te weinig tijd neem of overhoud om te schrijven wat ìk wil. Een column bijvoorbeeld. Plan een ochtendje vrij en schrijf er ook eens een!

De klant is koning, maar jij bent de keizer!” Dit advies van de directeur van een communicatiebureau herinner ik mij nog graag en vaak. Af en toe die klant op de stoep laten staan en tijd besteden aan vrij werk is een luxe die je jezelf moet gunnen. Een column is zo’n vrije vorm. Erg leuk om te doen want je kunt er zo lekker je mening in kwijt. We hebben in dit land namelijk nooit genoeg meningen, vind je ook niet? Nou, dat hebben we wel, maar een goed geformuleerde, tegendraadse, tot nadenken stemmende mening is op z’n tijd een genot. Vind ik. Maar dat is mijn mening. 

Nu verkeer ik in de luxe positie dat ik een maandelijkse column heb in een krant. Erg fijn. Dat dwingt mij om elke maand een ochtend uit te trekken voor het tikken van zeshonderd woorden die helemaal uit mijzelf komen. Maar ook als je die stok achter de deur niet hebt, kan het echt leuk en ook leerzaam zijn om eens een column te schrijven. Ik geef je vijf tips waarmee je gegarandeerd een paar uur plezier hebt. 

1. Neem als onderwerp iets wat je echt raakt. Alleen dan kun je lekker vanuit jezelf schrijven. Dan komt het uit je hart en uit je tenen en komt het ook binnen bij de lezer. Dus: wat maakt je boos, verdrietig, of waar ben je helemaal weg van? Grijp het in z’n nekvel. Overigens vind ik het een misverstand dat een column een ongezouten mening moet bevatten. Ik hou zelf erg van genuanceerd, sterker nog, ik beschouw het als mijn plicht en ik verbeeld mij dat het me daarmee toch lukt om elke maand een aardige column af te leveren.

2. Bedenk welk punt je wilt maken. Dat mag maar één punt zijn. Daar werk je in je stuk naartoe. Het focussen op dat ene punt voorkomt dat je woorden verspilt aan zijpaadjes. Bij mij komt het nog weleens voor dat ik tijdens het schrijven van punt verander. Dan ontdek ik dat ik iets waarvan ik dacht dat het bijzaak was, toch zo belangrijk vind dat ik er het hoofdpunt van maak. 

3. Schrijf mooi! Maak mooie zinnen, wissel kort en lang af en gebruik beeldende taal. Geen abstracte termen of overbodige werkwoordbergen. Geen obligate zinnetjes of uitgesleten woorden. Lekker je eigen woordkeus hanteren, het is jouw feestje, jouw taal. Door je te beperken tot die vijf- zeshonderd woorden, laat je het wel uit je hoofd om overbodige woorden op te schrijven. En daar wordt het vaak alleen maar mooier van. 

4. De eerste zin en de laatste, daar gaat het om. De insmijter en de uitsmijter. Het kan gebeuren dat de eerste zin meteen het punt aangeeft dat je wil maken. Als dat een ongehoord origineel punt is, heb je meteen de aandacht. Je kunt ook met je beginzin intrigeren door aan te sluiten bij de actualiteit, of bij een heersend gevoel. Dan krijg je je lezer ook mee, zoals ik hierboven heb geprobeerd te doen. Als je laatste zin teruggrijpt op je eerste alinea ben je wat mij betreft de bom, omdat een ronde column het lekkerst is. 

5. Geef je lezer een lekkere kluif. Stuur ‘m het bos in met een opdracht in plaats van met een kluit in het riet. Laat hem aan het eind denken: ‘Verrek, die meid heeft gelijk, zo had ik het nog niet bekeken, werk aan de winkel!’ Als je zo’n uitsmijter weet te bedenken, is dat de bekroning op je werk. 

Zin in een column? Aan de slag dan. Wees voor een paar uurtjes de keizer en zeg ff dag tegen de koning! 

In deze tijden van thuiswerken verstoken we met z’n allen bakken energie en papier. Koffie is niet aan te slepen en gigant Google is nog altijd onze beste vriend. Dat kan groener! Redactieprof Theanne Boer laat haar eco-thuiskantoor zien. 

“Ja maar jouw USP is natuurlijk groen en duurzaam!”, riep een collega-tekstschrijver toen ik me hardop afvroeg hoe ik me met mijn werk nou onderscheid te midden van duizenden tekstschrijvers. Ze heeft gelijk, ik schrijf graag over natuur en milieu en de zorg daarvoor. Dat doe ik bijvoorbeeld voor stichting Het Zeeuwse Landschap en de Zeeuwse milieufederatie, maar ook voor tijdschriften en via mijn vaste column in een dagblad. 

En ja, ik heb dus ook een groene bedrijfsvoering of om het maar eens hip te zeggen: een eco office. In deze blog wandel ik door mijn werkkamer in de hoop de lezer wat inspiratie te bezorgen voor het vergroenen van zijn of haar kantoor. Waarom? Omdat we, vind ik, veel te lang op de pof van moeder Aarde hebben geleefd. Heeft het zin? Ja, het verkleinen van je ecologische voetafdruk, hoe minimaal ook, heeft altijd zin. Het is een van de weinige dingen die we daadwerkelijk kunnen doen als het gaat om het behoud van onze planeet. Dus, daar gaan we:

  • de computer is voor een tekstschrijver natuurlijk een eerste vereiste. Ik heb een refurbished laptop aangeschaft, van Apple, omdat die lang meegaan en niet virusgevoelig zijn. Elk apparaat waar coltan en goud inzit is een ramp voor het milieu, dit lijkt mij de minst schadelijke manier om er toch een te bezitten. Ik heb uiteraard ook een refurbished telefoon. Een Fairphone is trouwens ook een geweldige optie voor android-liefhebbers.
  • mijn laptop is aangesloten op een monitor die een eco-stand heeft. Daar heb ik bij de aanschaf speciaal op gelet, zo verbruikt hij minder stroom. 
  • als ik niet aan ’t werk ben, zet ik computer en laptop helemaal uit middels een stekkerdoos met zo’n oranje schakelaar. Ook het wifipunt in mijn kamer gaat dan helemaal uit. Scheelt weer stroom. Ik heb weleens begrepen dat als alle Nederlanders al hun apparaten die (’s nachts) op standby staan helemaal uit zouden doen, we twee elektriciteitscentrales kunnen sluiten. Doen dus!
  • ik heb gewacht met de aanschaf van een printer tot de Ecotank van Epson op de markt kwam. Dat is een printer die je zelf vult met kleine flesjes inkt, waardoor je niet meer blijft zitten met die dure cartridges die net niet helemaal op zijn en die verwerkt moeten worden door een speciaal bedrijf. De inkt droogt ook veel minder snel uit, en dat komt goed uit, want ik print bijna nooit. Paperless office is het devies!
  • dankzij een interview met een duurzaamheidsexpert kwam ik achter het bestaan van PaperWise, papier gemaakt van landbouwafval. Ik moet eerst mijn ‘gewone’ papier nog opmaken, maar dan ga ik daar zeker achteraan. 
  • tijdens een interview schrijf ik graag met de hand en dan ook nog het liefst op papier zonder lijntjes zodat ik kan strepen en tekenen wat ik wil. Maar de schrijfblokken vlogen erdoor bij mij. Nu heb ik een Correctbook aangeschaft, een uitwisbaar schrijfblok. Na elke afgeronde klus veeg ik mijn Correctbook schoon en kan ik opnieuw beginnen. Erg satisfying, om het in de woorden van mijn brugklaszoon uit te drukken. Er zijn meer van dit soort ‘eeuwige schrijfblokken’ op de markt: google op Bambook of Greenbook en je kunt je lol op. Kost wat, maar dan heb je ook wat. 
  • Tekstschrijvers googelen wat af. En ja, dat doe je eigenlijk automatisch met Google. Ik niet meer. Ik wil dat bedrijf niet meer spekken en zoek nu met Ecosia. Dat is een zoekmachine die met de winst bomen plant. Ecosia wordt steeds beter, ik heb Google haast niet meer nodig om te vinden wat ik zoek. Aanrader!
  • Ambtenaren krijgen het verdorie vergoed, à 365 euro per half jaar: de kosten voor een thuiskantoor, want ja ‘de koffie en het toiletpapier vliegen er in tijden van corona doorheen’. Zzp-thuiswerkers betalen van hun schamele inkomen zèlf hun koffie en toiletpapier. Ook dat kun je natuurlijk eco aanschaffen. Zo drinken wij (echtgenoot zzp’t een kamertje verderop) Moyee-koffie. Bezoek de website en geniet van de geweldige communicatie! Op de wc bij ons ligt toiletpapier van The Good Roll, ook al zo’n fantastisch initiatief voor een betere wereld. 
  • Oja, de aanschaf van vakliteratuur. Dat deed ik altijd automatisch bij de dikke blauwe man. Doe ik niet meer. Nu laat ik het komen bij de plaatselijke boekhandel of ik bestel het bij YouBeDo, een boekenwebshop zonder idiote snelle levertijden en met de mogelijkheid om een deel van de winst aan een goed doel te schenken. 

Nou! Heb je ideeën opgedaan? Ik hoop het! En het is waar wat Jaap Tielbeke zegt, in zijn boek ‘Een betere wereld begint niet bij jezelf’: overheden en bedrijven kunnen de grootste slag maken, maar ach, het is toch echt very satisfying om zelf ook mee te doen aan het groener maken van deze wereld. Groen is tenslotte de mooiste kleur! 

Hoe ziet een goede direct mailing er dan wel uit? Theanne geeft 7 tips.

Jawel, er zijn collega-tekstschrijvers die mij wat meewarig aankijken als ik hen vertel dat ik regelmatig een bedelbrief schrijf voor een goed doel. Bah, hoor ik ze denken: dat je je daarvoor leent. Dat je mee wil werken aan die geldklopperij, aan dat sentimentele gedoe. Of ze denken: waarom wil je een tekst schrijven die in een envelop gaat die niet wordt geopend?

Schiet net als Robin Hood met Direct Marketing in de roos. Redactieprofs helpen u graag bij het schrijven van een DM-brief of -mail
Schiet net als Robin Hood met Direct Marketing in de roos. Redactieprofs helpen u graag bij het schrijven van een DM-brief of -mail

Direct mailing

Zelf zie ik dat helemaal niet zo. Als ik bezig ben met een bedelbrief of – in vaktermen – een direct mailing, dan voel ik mij net Robin Hood: ik steel geld van de rijken en geef het aan de armen. Door het lezen van mijn brief moet de hand naar de portemonnee gaan. Die in vergelijking met de rest van de wereld bijna altijd goed gevuld is. Dat die hand daarvoor eerst naar een zakdoek grijpt om een traantje weg te pinken, vind ik niet verkeerd. Het is toch ook om te huilen hoeveel rottigheid er gaande is in talloze landen? De vraag wiens schuld dat is, is wel belangrijk, maar niet voor het schrijven van die brief: de lijdende mens moet geholpen worden en wel nu.

Doseren

Een direct mailing dus. Hoe doe je dat? Het toverwoord is: doseren. Traantjes mogen opgewekt worden, maar niet té. De lezer moet weten dat hij geld moet geven, maar hij moet niet het gevoel krijgen dat hij voor het blok gezet wordt. Het is, zo ervaar ik dat, steeds balanceren op het randje. Het randje van sentiment en het randje van dwang.

Laatst kwam er trouwens bij mij een envelop binnen die ik niet geopend heb. Dat komt omdat deze zin erop stond: “Dit meisje rekent erop dat u deze envelop opent”. Met daarnaast, je raadt het al, een foto van een aandoenlijk meisje in een gescheurde jurk dat met grote, hongerige ogen in de lens staarde. Kijk, dat was voor mij niet op, maar over het randje. Ik was blij dat ik het niet bedacht had.

In het hoofd en hart van de lezer

In fondsenwervingsland wordt veel onderzoek gedaan naar het effect van direct mailings. Er worden tests uitgevoerd met verschillende doelgroepen en vormen. Een goede DM is voer voor psychologen: je moet in het hoofd en liever nog het hart van de lezer gaan zitten om een effectieve mailing te schrijven. Er wordt weleens gedacht dat die ouderwetse bedelbrief een achterhaald concept is. Maar de kosten wegen nog altijd ruim op tegen de baten. Neem van mij aan: zolang jij ze door de brievenbus krijgt, leveren ze blijkbaar genoeg op. Open de volgende eens een keer, geniet van de tekst die net niet over dat randje gaat, strijk met je hand over je hart en ga daarna met diezelfde hand naar je portemonnee ;).

Hoe ziet een goede direct mailing er dan wel uit? Ik geef je hieronder 7 tips.

  • met stip op 1: hou het kort. De lezer heeft de envelop dan wel geopend, maar met tegenzin, ga daar maar vanuit. Dus moet hij niet een vet epistel voor zich zien, maar een paar alinea’s met zinnen die allemaal iets nieuws zeggen en die leiden naar de volgende zin.
  • in die weinig woorden moet je dus veel zeggen: je moet een verhaal vertellen (storytelling), je moet emotie oproepen, er moet urgentie in zitten en een call to action: een oproep tot geven. En dat alles in pakweg driehonderd woorden.
  • de eerste zin is cruciaal. Die bepaalt of de lezer doorleest of niet. Ik kies altijd voor een zin waardoor de lezer meteen middenin het verhaal zit òf voor een zin die aansluit bij de belevingswereld van de lezer. Ik kies ook weleens voor een schokkend feit, een gewetensvraag of een revolutionaire uitspraak maar dan moet je uitkijken voor dat randje.
  • je betoog moet antwoord geven op dè vraag van de lezer: waarom zou ik hier een cent aan geven? Het beste antwoord is: omdat jij, met die paar euro die je nu gaat overmaken, ervoor zorgt dat zij nu hun eigen problemen gaan oplossen. Zelf.
  • wat heel erg helpt is het woord ‘impact’. Vertellen dat de organisatie in het verleden resultaten heeft bereikt die, hoera, in dit geval wèl een garantie bieden voor de toekomst. De lezer van vandaag wil niet alleen emotie, hij wil ook feiten. Keiharde cijfers.
  • en dan de call to action, de oproep tot geven. Die vind ik altijd het moeilijkst, want voor je het weet, verval je in clichés. Het lekkerst is het als je in je briefing een zogeheten gift handle tegenkomt. Die ziet er bijvoorbeeld zo uit: als ik 10 euro geef, heeft dat kindje een week te eten. En als ik 25 euro geef, heeft een heel gezin een week te eten. Erg fijn als je van je klant zo’n lijstje krijgt.
  • onderzoek wijst uit dat een PS het goed doet. Zo’n herhaling onderaan de brief die de aandacht van de lezer in één keer vangt: “PS: Er wachten nog honderden kindslaven op hun bevrijding. Wie bevrijd jij?”

Hulp nodig bij het schrijven van een DM-brief of -mail? Redactieprofs staan altijd klaar voor een goede tekst!