Redactieprofs | Theanne Boer
12
archive,author,author-theanne,author-12,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.4.1,vc_responsive

In deze tijden van thuiswerken verstoken we met z’n allen bakken energie en papier. Koffie is niet aan te slepen en gigant Google is nog altijd onze beste vriend. Dat kan groener! Redactieprof Theanne Boer laat haar eco-thuiskantoor zien. 

“Ja maar jouw USP is natuurlijk groen en duurzaam!”, riep een collega-tekstschrijver toen ik me hardop afvroeg hoe ik me met mijn werk nou onderscheid te midden van duizenden tekstschrijvers. Ze heeft gelijk, ik schrijf graag over natuur en milieu en de zorg daarvoor. Dat doe ik bijvoorbeeld voor stichting Het Zeeuwse Landschap en de Zeeuwse milieufederatie, maar ook voor tijdschriften en via mijn vaste column in een dagblad. 

En ja, ik heb dus ook een groene bedrijfsvoering of om het maar eens hip te zeggen: een eco office. In deze blog wandel ik door mijn werkkamer in de hoop de lezer wat inspiratie te bezorgen voor het vergroenen van zijn of haar kantoor. Waarom? Omdat we, vind ik, veel te lang op de pof van moeder Aarde hebben geleefd. Heeft het zin? Ja, het verkleinen van je ecologische voetafdruk, hoe minimaal ook, heeft altijd zin. Het is een van de weinige dingen die we daadwerkelijk kunnen doen als het gaat om het behoud van onze planeet. Dus, daar gaan we:

  • de computer is voor een tekstschrijver natuurlijk een eerste vereiste. Ik heb een refurbished laptop aangeschaft, van Apple, omdat die lang meegaan en niet virusgevoelig zijn. Elk apparaat waar coltan en goud inzit is een ramp voor het milieu, dit lijkt mij de minst schadelijke manier om er toch een te bezitten. Ik heb uiteraard ook een refurbished telefoon. Een Fairphone is trouwens ook een geweldige optie voor android-liefhebbers.
  • mijn laptop is aangesloten op een monitor die een eco-stand heeft. Daar heb ik bij de aanschaf speciaal op gelet, zo verbruikt hij minder stroom. 
  • als ik niet aan ’t werk ben, zet ik computer en laptop helemaal uit middels een stekkerdoos met zo’n oranje schakelaar. Ook het wifipunt in mijn kamer gaat dan helemaal uit. Scheelt weer stroom. Ik heb weleens begrepen dat als alle Nederlanders al hun apparaten die (’s nachts) op standby staan helemaal uit zouden doen, we twee elektriciteitscentrales kunnen sluiten. Doen dus!
  • ik heb gewacht met de aanschaf van een printer tot de Ecotank van Epson op de markt kwam. Dat is een printer die je zelf vult met kleine flesjes inkt, waardoor je niet meer blijft zitten met die dure cartridges die net niet helemaal op zijn en die verwerkt moeten worden door een speciaal bedrijf. De inkt droogt ook veel minder snel uit, en dat komt goed uit, want ik print bijna nooit. Paperless office is het devies!
  • dankzij een interview met een duurzaamheidsexpert kwam ik achter het bestaan van PaperWise, papier gemaakt van landbouwafval. Ik moet eerst mijn ‘gewone’ papier nog opmaken, maar dan ga ik daar zeker achteraan. 
  • tijdens een interview schrijf ik graag met de hand en dan ook nog het liefst op papier zonder lijntjes zodat ik kan strepen en tekenen wat ik wil. Maar de schrijfblokken vlogen erdoor bij mij. Nu heb ik een Correctbook aangeschaft, een uitwisbaar schrijfblok. Na elke afgeronde klus veeg ik mijn Correctbook schoon en kan ik opnieuw beginnen. Erg satisfying, om het in de woorden van mijn brugklaszoon uit te drukken. Er zijn meer van dit soort ‘eeuwige schrijfblokken’ op de markt: google op Bambook of Greenbook en je kunt je lol op. Kost wat, maar dan heb je ook wat. 
  • Tekstschrijvers googelen wat af. En ja, dat doe je eigenlijk automatisch met Google. Ik niet meer. Ik wil dat bedrijf niet meer spekken en zoek nu met Ecosia. Dat is een zoekmachine die met de winst bomen plant. Ecosia wordt steeds beter, ik heb Google haast niet meer nodig om te vinden wat ik zoek. Aanrader!
  • Ambtenaren krijgen het verdorie vergoed, à 365 euro per half jaar: de kosten voor een thuiskantoor, want ja ‘de koffie en het toiletpapier vliegen er in tijden van corona doorheen’. Zzp-thuiswerkers betalen van hun schamele inkomen zèlf hun koffie en toiletpapier. Ook dat kun je natuurlijk eco aanschaffen. Zo drinken wij (echtgenoot zzp’t een kamertje verderop) Moyee-koffie. Bezoek de website en geniet van de geweldige communicatie! Op de wc bij ons ligt toiletpapier van The Good Roll, ook al zo’n fantastisch initiatief voor een betere wereld. 
  • Oja, de aanschaf van vakliteratuur. Dat deed ik altijd automatisch bij de dikke blauwe man. Doe ik niet meer. Nu laat ik het komen bij de plaatselijke boekhandel of ik bestel het bij YouBeDo, een boekenwebshop zonder idiote snelle levertijden en met de mogelijkheid om een deel van de winst aan een goed doel te schenken. 

Nou! Heb je ideeën opgedaan? Ik hoop het! En het is waar wat Jaap Tielbeke zegt, in zijn boek ‘Een betere wereld begint niet bij jezelf’: overheden en bedrijven kunnen de grootste slag maken, maar ach, het is toch echt very satisfying om zelf ook mee te doen aan het groener maken van deze wereld. Groen is tenslotte de mooiste kleur! 

Hoe ziet een goede direct mailing er dan wel uit? Theanne geeft 7 tips.

Jawel, er zijn collega-tekstschrijvers die mij wat meewarig aankijken als ik hen vertel dat ik regelmatig een bedelbrief schrijf voor een goed doel. Bah, hoor ik ze denken: dat je je daarvoor leent. Dat je mee wil werken aan die geldklopperij, aan dat sentimentele gedoe. Of ze denken: waarom wil je een tekst schrijven die in een envelop gaat die niet wordt geopend?

Schiet net als Robin Hood met Direct Marketing in de roos. Redactieprofs helpen u graag bij het schrijven van een DM-brief of -mail
Schiet net als Robin Hood met Direct Marketing in de roos. Redactieprofs helpen u graag bij het schrijven van een DM-brief of -mail

Direct mailing

Zelf zie ik dat helemaal niet zo. Als ik bezig ben met een bedelbrief of – in vaktermen – een direct mailing, dan voel ik mij net Robin Hood: ik steel geld van de rijken en geef het aan de armen. Door het lezen van mijn brief moet de hand naar de portemonnee gaan. Die in vergelijking met de rest van de wereld bijna altijd goed gevuld is. Dat die hand daarvoor eerst naar een zakdoek grijpt om een traantje weg te pinken, vind ik niet verkeerd. Het is toch ook om te huilen hoeveel rottigheid er gaande is in talloze landen? De vraag wiens schuld dat is, is wel belangrijk, maar niet voor het schrijven van die brief: de lijdende mens moet geholpen worden en wel nu.

Doseren

Een direct mailing dus. Hoe doe je dat? Het toverwoord is: doseren. Traantjes mogen opgewekt worden, maar niet té. De lezer moet weten dat hij geld moet geven, maar hij moet niet het gevoel krijgen dat hij voor het blok gezet wordt. Het is, zo ervaar ik dat, steeds balanceren op het randje. Het randje van sentiment en het randje van dwang.

Laatst kwam er trouwens bij mij een envelop binnen die ik niet geopend heb. Dat komt omdat deze zin erop stond: “Dit meisje rekent erop dat u deze envelop opent”. Met daarnaast, je raadt het al, een foto van een aandoenlijk meisje in een gescheurde jurk dat met grote, hongerige ogen in de lens staarde. Kijk, dat was voor mij niet op, maar over het randje. Ik was blij dat ik het niet bedacht had.

In het hoofd en hart van de lezer

In fondsenwervingsland wordt veel onderzoek gedaan naar het effect van direct mailings. Er worden tests uitgevoerd met verschillende doelgroepen en vormen. Een goede DM is voer voor psychologen: je moet in het hoofd en liever nog het hart van de lezer gaan zitten om een effectieve mailing te schrijven. Er wordt weleens gedacht dat die ouderwetse bedelbrief een achterhaald concept is. Maar de kosten wegen nog altijd ruim op tegen de baten. Neem van mij aan: zolang jij ze door de brievenbus krijgt, leveren ze blijkbaar genoeg op. Open de volgende eens een keer, geniet van de tekst die net niet over dat randje gaat, strijk met je hand over je hart en ga daarna met diezelfde hand naar je portemonnee ;).

Hoe ziet een goede direct mailing er dan wel uit? Ik geef je hieronder 7 tips.

  • met stip op 1: hou het kort. De lezer heeft de envelop dan wel geopend, maar met tegenzin, ga daar maar vanuit. Dus moet hij niet een vet epistel voor zich zien, maar een paar alinea’s met zinnen die allemaal iets nieuws zeggen en die leiden naar de volgende zin.
  • in die weinig woorden moet je dus veel zeggen: je moet een verhaal vertellen (storytelling), je moet emotie oproepen, er moet urgentie in zitten en een call to action: een oproep tot geven. En dat alles in pakweg driehonderd woorden.
  • de eerste zin is cruciaal. Die bepaalt of de lezer doorleest of niet. Ik kies altijd voor een zin waardoor de lezer meteen middenin het verhaal zit òf voor een zin die aansluit bij de belevingswereld van de lezer. Ik kies ook weleens voor een schokkend feit, een gewetensvraag of een revolutionaire uitspraak maar dan moet je uitkijken voor dat randje.
  • je betoog moet antwoord geven op dè vraag van de lezer: waarom zou ik hier een cent aan geven? Het beste antwoord is: omdat jij, met die paar euro die je nu gaat overmaken, ervoor zorgt dat zij nu hun eigen problemen gaan oplossen. Zelf.
  • wat heel erg helpt is het woord ‘impact’. Vertellen dat de organisatie in het verleden resultaten heeft bereikt die, hoera, in dit geval wèl een garantie bieden voor de toekomst. De lezer van vandaag wil niet alleen emotie, hij wil ook feiten. Keiharde cijfers.
  • en dan de call to action, de oproep tot geven. Die vind ik altijd het moeilijkst, want voor je het weet, verval je in clichés. Het lekkerst is het als je in je briefing een zogeheten gift handle tegenkomt. Die ziet er bijvoorbeeld zo uit: als ik 10 euro geef, heeft dat kindje een week te eten. En als ik 25 euro geef, heeft een heel gezin een week te eten. Erg fijn als je van je klant zo’n lijstje krijgt.
  • onderzoek wijst uit dat een PS het goed doet. Zo’n herhaling onderaan de brief die de aandacht van de lezer in één keer vangt: “PS: Er wachten nog honderden kindslaven op hun bevrijding. Wie bevrijd jij?”

Hulp nodig bij het schrijven van een DM-brief of -mail? Redactieprofs staan altijd klaar voor een goede tekst!