Redactieprofs | Marleen Kamminga
10
archive,author,author-marleen,author-10,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

‘Help, ik heb een nieuwe website nodig. Maar waar begin ik?’ Regelmatig krijgen we als Redactieprofs deze vraag. Ons advies: geef eerst antwoord op onderstaande zeven opstartvragen – daar helpen we je natuurlijk bij! Zo leggen we samen de basis voor een logische websitestructuur en goed scorende content.

1. Voor wie?

Je beoogde klanten vinden op jouw site het liefst snel antwoord op hun vraag. Wij zorgen graag voor content die aansluit op die wens. Daarom vormen we ons eerst een beeld van jouw doelgroep(en).

Wie zijn je (gewenste) klanten en wat heeft je organisatie hen te bieden? In hoeverre zijn deze doelgroepen al bekend met de organisatie en dienstverlening, en welk beeld hebben ze daarvan? Hoe verhoudt jouw aanbod zich tot dat van concullega’s en waarom moeten klanten voor jouw organisatie kiezen? Welke doelgroepen kun je nog meer bedienen via de website (denk aan journalisten, leveranciers enz.)?

2. Welke navigatiestructuur?

De gewenste bezoekers moeten je site goed kunnen vinden én gebruiken. Een goede navigatiestructuur is daarvoor cruciaal. Welke zoekwoorden gebruiken mensen als ze op zoek gaan naar jouw dienstverlening? Welke vragen stellen je huidige klanten vaak? Welke contactmomenten zijn er met klanten/prospects en welke rol kan de website daarin spelen?

Liefst stemmen wij dit als contentspecialisten in een vroeg stadium af met vormgevers en webbouwers. Zodat de belangrijkste content en functies een prominente plek krijgen in de navigatiestructuur. Neem hier de tijd voor! We kunnen het niet genoeg benadrukken: deze stap zorgvuldig zetten bespaart je veel tijd, kosten en spijt om gemiste kansen achteraf.

3. Usability – Hoe maak je de website gebruiksvriendelijk?

Usability gaat vooral over de gebruiksvriendelijkheid van je site. Met een gebruiksvriendelijke site voorkom je dat bezoekers afhaken of dat de backoffice wordt overbelast door onnodige vragen of feedback.

Daarom gaan we samen na: wat willen bezoekers uit de verschillende doelgroepen op je website doen? Welke informatie willen ze er vinden? Op welk moment gaan ze op zoek naar die informatie? Hoe is de bereikbaarheid van jullie organisatie geregeld; wanneer en hoe kunnen mensen contact opnemen en antwoord krijgen?

4. Conversie – Wat wil je dat bezoekers denken of doen?

Je nieuwe site moet natuurlijk echt gaan bijdragen aan je organisatiedoelen. Daarom brengen we nauwgezet in kaart wat je wilt bereiken met de website. Denk aan offerte- of informatieaanvragen, downloads, telefonisch contact opnemen, verder lezen, info delen via social media, aanmelden voor een nieuwsbrief of activiteit enzovoort.

Kortom: wat wil je dat je verschillende doelgroepen denken of doen na het bezoek aan de site? Daar stemmen we de content op af: tekst, beeld, functionaliteiten, SEO.

5. SEO – Hoe zorg je voor een goede vindbaarheid (hoge zoekmachinescore)?

Bij een compleet nieuwe site zullen veel mensen in je doelgroepen nog niet bekend zijn met de organisatienaam, terwijl ze wél vragen hebben die aansluiten op jouw dienstverlening. Hoe zorg je ervoor dat ze op jouw site terechtkomen? Dat is een uitgekiend samenspel van middelen en (sociale) media. Dat samenspel kan alleen succesvol zijn als de website een solide basis vormt: de juiste structuur, content én zoekwoorden.

Redactieprofs helpen je graag bij een zoekwoordenonderzoek. Een SEO-specialist brengt de zoekvolumes voor je in kaart; het zijn de bouwstenen voor de contentproductie. En we zorgen uiteraard voor prettig leesbare teksten die goed gevonden worden door zoekmachines.

6. Wireframes – Hoe zijn de pagina’s opgebouwd?

Elke webpagina heeft een bepaalde opbouw. Er zijn (grote en kleine) frames voor koppen, foto’s, intro’s, tekstblokjes, formulieren en menu’s. Is die opbouw al bepaald in het ontwerp? Dan zorgen wij voor (redactionele) content op maat van elke pagina. Kunnen we daarover meedenken met vormgever en bouwer? Graag! Als we de koppen (liefst in een vroeg stadium) bij elkaar steken, levert dat altijd weer nieuwe ideeën op.

7. Beeldgebruik – Hoe maak je de site visueel aantrekkelijk?

Beelden en foto’s vullen goede content treffend aan – en andersom. Desgewenst nemen we je de beeld- en fotoredactie uit handen. Wellicht beschikt je organisatie over een eigen fotodatabank waar we uit kunnen putten? We kunnen ook goede fotografen uit ons eigen netwerk benaderen, geschikte stockfoto’s zoeken of in samenwerking met een illustrator of ontwerper illustraties en infographics ontwikkelen. Het beeldmateriaal en bijschriften leveren we vervolgens aan bij de vormgever of webbouwer.

Benieuwd hoe Redactieprofs jouw site laten scoren? Neem gerust contact op!

‘Houd afstand.’ We lezen het overal op ramen en deuren. Niet gezellig, wel duidelijk. Maar kan het ook anders? Jawel! Deze communicatielessen leerde ik van een beveiliger, een administratief medewerker, een fietsenverkoper en een horecamedewerker.

“Wilt u uw handen reinigen en een mandje pakken?”, wijst de boekwinkelmedewerkster bij binnenkomst. De vrouw achter mij zucht en maakt rechtsomkeert. “Ik ben hier he-le-maal klaar mee”, foetert ze terwijl ze wegloopt.

Naarmate de coronacrisis langer duurt, worden lontjes korter. En dan zijn het al snel de boodschappers van het slechte nieuws die het moeten verduren: winkelpersoneel, handhavers, OV-medewerkers en noem maar op.

‘Houd afstand’. ‘Maximaal drie klanten tegelijk naar binnen.’ ‘Was je handen.’ ‘Blijf thuis.’ Het laat aan duidelijkheid niks te wensen over. Duidelijkheid is een voorwaarde voor geslaagde communicatie. Toch is er meer voor nodig om een boodschap te laten landen, zeker als het geen fijne boodschap is. Wat dacht je van deze:

Fout!

Kijk, bij zo’n boodschap haak ik dus meteen af. FOUT, zegt dit apparaat in schreeuwende hoofdletters tegen mij als ik op de knop voor de magnetronfunctie druk. Ik voel me als een klein kind op de vingers getikt en dat wekt wrevel op. Wat denkt dat ding wel helemaal? Bovendien kan ik er niks mee, want nu weet ik nog steeds niet hoe ik de magnetron dan wél aankrijg.

Herrie in de stiltecoupé

Maar zelf maak ik me ook wel eens schuldig aan het uitdelen van zo’n spreekwoordelijke tik op de vingers. Bijvoorbeeld als bellende of kletsende passagiers in een halflege trein kiezen voor de stiltecoupé, als ik daar net mijn laptop heb uitgeklapt om een deadline te halen. Met – inderdaad – wrevelige reacties als gevolg. 

Totdat ik een lesje communicatie kreeg van een Amsterdamse beveiliger, dat ik nog regelmatig met succes in praktijk breng. Hij adviseerde: “Benoem in zo’n situatie niet het ongewenste gedrag, maar de oplossing. Zeg bijvoorbeeld: ‘Als u wilt bellen, dan kan dat in de coupé hiernaast’.”

Betalingsherinnering

Vergissen is menselijk. Als er iets misgaat, wil dat helemaal niet zeggen dat er opzet in het spel is. De vergeten factuur bijvoorbeeld. Ik schaam me eerlijk gezegd altijd een beetje als ik een betalingsherinnering ontvang. Betrapt op nalatigheid! Maar als ik er zelf een moet sturen, dan laat ik me graag inspireren door deze sympathieke tekst die ik ontving van mijn Amersfoortse webbouwer. Want hier is begrip het uitgangspunt:

Bij het nalopen van onze administratie valt me op dat de betaling van onderstaande factuur nog niet is ontvangen. Daarom het verzoek om na te gaan of er inderdaad nog niet betaald is. Als er een bijzondere reden is, dan hoor ik het graag en anders wil ik je vragen zo snel mogelijk te betalen.

Betalen voor het toilet

In Nederland is het een bekend verschijnsel: je mag alleen van het toilet gebruikmaken als je ook iets koopt. Maar waarom eigenlijk? Moeten we in dit land dan werkelijk óveral aan verdienen? Deze horecaondernemer van een strandpaviljoen bij Hargen begrijpt hoe mensen denken. En geeft ze een reden om tóch met een glimlach dat muntje uit hun portemonnee te halen. 

Hier geen fietsen

Daar ga je dan met je goede gedrag. Laat je de auto thuis staan om CO2-vrij de stad in te gaan, en dan kun je je fiets nergens kwijt. Geen fietsenrek te bekennen. Overal die rode verbodsbordjes in de etalage. Behalve hier, want de uitbaters van deze Hoornse sportzaak pakken het sportiever aan. Net als jij houden ze van fietsen. En gemeenschappelijkheid schept een band. Dus die mensen doe je graag een plezier.

Rookvrij

Nog één voorbeeld tot slot. Deze komt niet ‘gewoon’ uit de praktijk, maar uit de Rookvrij-campagne. De tekst op dit bord luidt: ‘Fijn dat u hier niet rookt’. Klinkt een stuk vriendelijker dan ‘Verboden te roken’. De reden laat zich raden: in plaats van het ongewenste gedrag te verbieden, wordt het gewenste gedrag beloond. De naam van de campagne roept trouwens ook een positief gevoel op: ‘Rookvrij’ heeft een heel andere lading dan ‘Rookverbod’.

Houd afstand, maar dan anders?

Hoe kunnen deze 5 lessen inspiratie bieden voor ‘Houd afstand’, ‘Blijf thuis’ en andere coronacrisis-geboden?

1. Benadruk de oplossing:

 ‘U kunt hier veilig winkelen door gebruik te maken van de desinfectiegel en de route te volgen.’

‘Ga frisbeeën, badmintonnen, skeeleren of de bal overtrappen: spelletjes die je met weinig kinderen tegelijk kunt doen. En waarbij je makkelijk afstand kunt houden.’ 

‘Mede dankzij u is onze zorginstelling nog steeds virusvrij en zijn alle bewoners veilig. ’

‘Het vaste ommetje met de buurvrouw kun je gewoon blijven maken; praat bij op 1,5 meter afstand’.

2. Toon begrip:

‘Wachten is niet leuk. Daarom bieden we u graag een gratis kopje koffie aan.’

‘Natuurlijk wil je graag weer samen buitenspelen! Kies voor spelletjes die je met z’n tweeën of drieën kunt doen, zoals …’

‘We begrijpen dat u ernaar uitkijkt om uw naaste weer in de armen te sluiten.’

3. Benoem de redenen:

‘Het geeft u vast een veilig gevoel dat andere bezoekers:

– 1,5 meter afstand houden

– hun handen hebben gedesinfecteerd 

– de aangegeven route volgen.

Fijn als u dat ook doet!’

‘Als u hier even wacht, zijn we samen sneller van corona af’

4. Benoem de gemeenschappelijkheid

‘Alleen samen krijgen we corona onder controle’.

‘Omdat we er allemaal zo snel mogelijk vanaf willen zijn – hier je handen wassen is fijn!’ 

‘Krijgt u er ook al schoon genoeg van? Wij ook. Toch zijn we liever schoon dan ziek. Samen krijgen we corona onder controle.’ 

5. Beloon het gewenste gedrag:

‘Dankjewel voor je geduld! Bij de eerstvolgende klant die de winkel verlaat, kun jij erin.’

Heb jij een mooi voorbeeld van een positief geformuleerd gebod uit de anderhalvemetersamenleving? Vul gerust aan!

Redactieprofs zijn allemaal superervaren als het om thuiswerken gaat, dus we hebben nog wel wat toe te voegen aan de tips uit de ochtendkrant. Productief zijn en deadlines halen tussen keukentafel en vaatwasser? Zo doen wij dat.

Jeroen van den Nieuwenhuizen werkt met AudioNote

“Ik werk al jaren met AudioNote, een app die op mijn telefoon, Mac en iMac staat. Werkt fantastisch! Terwijl ik aantekeningen maak van een Skype-, Zoom- of Microsoft Teams-gesprek, maakt deze app kraakheldere geluidsopnamen. Elke aantekening die ik maak, vormt een link naar het bijbehorende geluidsfragment. Ik hoef dus niet te gaan zoeken. Als de geïnterviewde foto’s of grafieken heeft die het verhaal ondersteunen, voeg ik die toe aan de aantekeningen. Dan heb ik bij het uitwerken van het verhaal alles bij de hand.”

Theanne Boer werkt samen met haar zoon

“Nu mijn zoon van 11 thuis is, heb ik mijn schema omgegooid. Als hij zijn huiswerk maakt of zit te gamen, werk ik en als hij naar buiten moet (ja, dat is voor hem een straf) of een boek leest of iets anders doet, dan doe ik dat ook. We doen ook elke dag samen een klusje. Zo hebben we de dag voordat hij al zijn schoolwerk kreeg samen zijn kamer schoongemaakt. Dat hielp al meteen enorm, het werkte stressverlagend, merkte ik, want het gaf overzicht en ruimte. Mijn gouden tip is: zorg voor een schoon en opgeruimd huis en kruip tegelijk met je huisgenoten achter je scherm. In de avonduren werk ik nu wel wat meer, want overdag ben ik minder productief.” 

Helene de Bruin haalt de strijkplank uit beeld

“Thuis hebben we een kamer gebombardeerd tot ‘bibliotheek’: dochter leert hier voor eindexamen en ik bel, zoom en skype er met redacties, collega’s, interviewkandidaten en studenten. 

Tip 1: Bekijk je achtergrond kritisch. Strijkplank is toch beter uit beeld.

Tip 2: Ga in het licht zitten, dan kom je iets aantrekkelijker in beeld.

Maar Helene gaat nu juist het huis uit

“Iedereen is nu thuis. Dus als ik er even vol tegenaan wil gaan, dan ga ik naar de studio die ik deel met een vormgever en een webbouwer. We hebben de dag in drieën gedeeld. Ik werk er tussen 7 en 11 uur. In die uren dat ik er alleen zit, gaat het werk knetterhard. Wil een van ons in de avond werken, dan melden we dat in de appgroep.”

Tom van Velzen werkt aan zijn conditie

“Pas op, want het kan zomaar gebeuren dat het thuiswerken je zeeën van tijd gaat besparen. Die kan je mooi gebruiken om aan je conditie te werken; toch belangrijk met een zittend beroep. Om te beginnen mis je zowel de ochtend- als de avondspits en dat levert je al snel twee uur per dag op. Daarnaast kun je veel geconcentreerder werken zonder vergaderingen en gekwek van collega’s om je heen. Dankzij het thuiswerken sport ik doordeweeks bijna dagelijks.”

Marleen Kamminga zweert bij een goede dagstart en -afronding

“Mensen vragen me vaak of ik niet snel afgeleid ben als ik thuiswerk. Het tegendeel is waar. Ik begin vaak ’s morgens met een uurtje mail afhandelen, zodat ik weet wat me de rest van de dag te wachten staat. De uren daarna ga ik graag meteen geconcentreerd aan de slag, want dan krijg ik het meeste gedaan. Het liefst werk ik in blokken van enkele uren aan één onderwerp, maar zelfs als thuiswerker lukt me dat niet altijd. De namiddag is er voor de losse eindjes en het bijwerken van de planning. Dan kan ik de volgende dag weer doelgericht van start.”

Heb jij nog een goede tip voor succesvol thuiswerken? Deel ‘m met ons!

Spelling en een foutloze zinsbouw, ach. Dat is niet de kunst. Met een schooldiploma en een beetje taalgevoel kom je een aardig eind. Maar dan? Drie absoluut onmisbare ingrediënten voor een tekst met pit.

‘Kun jij peper toevoegen aan onze websiteteksten?’ ‘We willen een pakkende tekst.’ ‘Help ons aan een tekst met impact.’ ‘Schrijf helder en kort alsjeblieft.’ ‘Kun je hier een goed verhaal van maken?’ Zulke verzoeken krijgen wij als tekstschrijvers wekelijks, zo niet dagelijks van onze klanten. 

Gepeperde tekst. Daarmee krijg je iets voor elkaar bij de lezer.

Een geslaagde tekst

De ingrediënten voor een geslaagde tekst verschillen per opdracht. Het maakt bijvoorbeeld nogal een verschil of je wilt dat medewerkers van je organisatie zich bewust worden van veiligheidsrisico’s, of dat je potentiële klanten wilt interesseren voor een nieuw product, of sollicitanten wilt overhalen om te reageren op jouw vacature. Informeren, interesseren en overtuigen zijn tekstfuncties die elk hun eigen eisen stellen aan een tekst.

Toch zijn er drie ingrediënten die ik bij praktisch elke tekst uit de kast haal. Hoezeer het vakgebied van communicatie ook aan trends en ontwikkelingen onderhevig is, dit drietal blijft onmisbaar als zout, peper en suiker. Online content of print, short copy of longread, het maakt niet uit. Puur omdat het basale ingrediënten zijn, die aansluiten op hoe onze hersens werken.

1. What’s in it for me

Dit is de vraag die we onszelf onbewust voortdurend stellen: wat heb ik hieraan? Is dit relevant voor mij? Wat betekent dit voor mij? Die relevantiecheck is ons filter in een omgeving vol informatieprikkels. Of je nu in de supermarkt staat, zoekresultaten doorscrollt of een krantenpagina scant, dankzij dat relevantiefilter ga je niet kopje-onder in de informatiestroom.

Voor tekstschrijven betekent dat: je verplaatsen in je lezer en zorgen dat je lezer al in de kop, lead of de eerste regels van het zoekresultaat (meta description) ziet of de tekst voor hem/haar relevant is. Of, sterker nog: antwoorden belooft op zijn/haar vragen of wensen.

In bovenstaande zoekresultaat is dat goed verwoord. De kopregel belooft de zakelijke lezer een antwoord op een brandende vraag: hoe spreek ik mijn klanten succesvol aan? Ik zou eventueel de (zendergerichte) formulering in de meta description daaronder ( ‘the benefits of your offer’ ) vervangen door zoiets als ‘the benefits for your client’. Want daar gaat het tenslotte om: klantgericht denken en formuleren.

2. Show, don’t tell

Wat klinkt volgens jou geloofwaardiger (en wat lees je liever): 

“Ik ben heel erg enthousiast over deze fiets. Hij is van hoge kwaliteit.”

Of

“Op deze fiets ben ik door weer en wind van Amsterdam over de Pyreneeën naar Barcelona gefietst. Zónder panne.”

De eerste tells

De tweede shows

Need I say more?

3. Given and new information

Dit principe, ooit opgedaan in een college Taalbeheersing, helpt mij nog bijna dagelijks bij het helder en leesbaar schrijven. ‘Given’ staat voor dat wat jouw lezer al weet of kent, ‘new’ voor wat jouw tekst daar aan toe gaat voegen. Anders gezegd: sluit aan bij de voorkennis van je lezer.

Klinkt simpel, maar gaat heel vaak mis. Kijk bijvoorbeeld eens op websites van adviseurs of juristen: eerst krijgen hun lezers allemaal jargon voorgeschoteld waarin het vakgebied wordt uitgelegd, daarna pas komen – althans in het beste geval – de vragen aan de orde die hun potentiële klanten hebben.

Die dan waarschijnlijk allang hebben weggeklikt, omdat ze zich niet herkenden in het jargon.

In bovenstaand zoekresultaat staat een onbekende term in de kop: diagnosedocument. Het zoekresultaat kwam boven bij de zoekopdracht ‘jurist’. Zouden de beoogde klanten van deze organisatie weten wat een diagnosedocument is? Waarschijnlijk niet. 
Hoewel, misschien is ‘diagnosedocument’ een term waarop mensen zoeken (omdat het bijvoorbeeld een vereiste is voor het aanvragen van rechtsbijstand ofzo), en is het welbewust in de kop gezet. Ik heb geen idee. Zeker is dat ik op mijn online zoektocht naar een jurist, snel verder klik naar andere sites. 

What is in it for me, Show don’t tell, Given and new information. Het zijn peper, zout en suiker voor teksten die iets voor elkaar moeten krijgen bij jouw beoogde lezers. Basale ingrediënten voor geslaagde communicatie, en daarom even onveranderlijk als onmisbaar.

Hup, overboord met die overbodige schrijftips die je ooit leerde en nog steeds koestert. Redactieprof Marleen helpt je zin en onzin te onderscheiden bij schrijven en redigeren.

Bang om op fouten te worden gewezen in je tekst? Nou, dan ben je in goed gezelschap. Als beroepsschrijvers overkomt het ons ook regelmatig: opdrachtgevers of geïnterviewden die ons fijntjes wijzen op ‘fouten’ in onze tekst.

Tja, daar sta je dan met je academische titel in taalbeheersing en tig jaar ervaring met schrijven en redigeren. Dan heb ik wel even wat uit te leggen. Bij deze: de zeven meest voorkomende onzintips en hun zinnige alternatieven.

1. ONZIN: Gebruik korte zinnen, want die zijn begrijpelijker dan lange zinnen.

ZIN:

(a) Voor een prettig leesritme wissel je korte en lange zinnen met elkaar af. 

(b) Lange zinnen zijn niet per se complex. Denk maar aan opsommingen: niks ingewikkelds aan. Let echter wel op de regellengte: boven de pakweg 15 woorden neemt de leesbaarheid sterk af.

(c) Korte zinnen zijn niet per se begrijpelijk. Je bevordert de begrijpelijkheid door de relatie tussen de zinnen expliciet te maken. Vergelijk bijvoorbeeld de twee korte zinnen [Ze gaf weinig geld uit aan kleding. Ze werd donateur van AZG.] met de langere zin [Ze besloot weinig geld aan kleding uit te geven, zodat ze donateur kon worden van AZG].

2. ONZIN: Schrijf altijd actief, vermijd de lijdende vorm. 

ZIN: De lijdende vorm kan juist enorm functioneel zijn.Je houdt de focus van de zin waar je ‘m hebben wilt. Herschrijven in de actieve vorm kan juist afleiden van de boodschap. Laat je overtuigen door de voorbeelden in mijn blog ‘Leve de lijdende vorm!’.

3. ONZIN: Vermijd herhaling van woorden.

ZIN: Natuurlijk, het is afwisselender om met synoniemen te werken. Het levert leukere teksten op als je niet steeds woorden herhaalt. Toch is het raadzaam om ook deze regel niet strikt toe te passen bij schrijven of redigeren. Denk aan teksten op B1-niveau: laagopgeleide lezers zijn gebaat bij eenvoud. Ook voor zoekmachinescores kan herhaling gewenst zijn, hoewel…  Dit advies heeft meer haken en ogen dan je denkt: zie bijvoorbeeld onze minicursus SEO.

4. ONZIN: Wij en zij is netjes, we en ze is plat.

ZIN: Wij en zij gebruik je voor nadruk, zoals in [Wij hanteren geen verouderde schrijfregels, maar zij denken daar anders over.] Voor alle andere situaties volstaat we of ze.

5. ONZIN: Begin een zin nooit met En (Maar, Of)…

ZIN: Maar natuurlijk mag je een zin met En, Maar of Of beginnen. Het staat de begrijpelijkheid niet in de weg en kan de stijl ten goede komen. Lees maar wat collega Jeroen erover schrijft in een van de meest gelezen blogs ooit van Redactieprofs: En? Mag je een zin met En beginnen?

6. ONZIN: Schrijf cijfers 1 t/m 20 in letters, schrijf hogere getallen in cijfers.

ZIN: Laat je keuze afhangen van de context. In een alinea waarin allerlei getallen staan, is het voor de lezer gemakkelijker om ze te vergelijken als ze allemaal in cijfers staan. In een citaat is het juist logischer om een (rond) getal in letters weer te geven.

7. ONZIN: ‘Een aantal mensen zijn…’ is fout

ZIN: Zowel enkelvoud als meervoud is correct in een zin als deze. Raadpleeg bij twijfel de pagina van Onze Taal.

Moraal van dit verhaal? Laat je niet gek maken door schrijftips. Kijk goed naar de context en gebruik je eigen verstand.

Lees meer over schrijftips van Redactieprofs:

EHBO voor je teksten

Waarom tekstschrijvers HOOFDLETTERS vermijden

Monteur/montrice gezocht

Hoe kun je mensen meer laten betalen voor een tomaat en ze toch met een goed gevoel thuis laten komen met hun boodschappen? Het antwoord: communicatie. Redactieprof Marleen zoekt uit hoe Ekoplaza dat doet.

Vijfentwintig jaar geleden stond ik, met mijn kersverse communicatiekunde-bul op zak, in de startblokken om aan een loopbaan als tekstschrijver/copywriter te beginnen. Ik had al snel bedacht op welke markt ik me zou gaan richten: producenten en verkopers van biologische producten. In de kleine biologische supermarkt bij mij op de hoek in Amsterdam-Zuid zag ik telkens weer bevestigd hoe slecht de productinformatie was in die sector en hoe oubollig de producten werden aangeprezen. Daar was wat te doen!

Life is what happens while you’re busy making other plans… Mijn opdrachtenportefeuille liep vol met werk uit andere branches. De biologische sector ontwikkelde zich ondertussen van stoffig en geitenwollig naar eigentijds en kleurrijk. Met dito communicatieproducten. Neem nou Lekker Weten, het klantenmagazine van Eko Plaza. 

Eenheid, eigenheid en respect

Vijf keer per jaar neem ik het mee als ik er boodschappen doe, omdat er altijd wel iets op de cover staat wat mijn aandacht trekt en mijn nieuwsgierigheid prikkelt. Hoe doen ze dat?

Wat maakt een magazine (of een website of een ander communicatieproduct) geslaagd? Voor mij zit ‘m dat grotendeels in eenheid in vorm, inhoud en uitstraling. Perfect aansluiten bij de doelgroep, een heldere boodschap brengen die overal op een prettige, niet-opdringerige manier in verweven zit. In transparantie en eigenheid/authenticiteit: wie ben je, waar sta je voor en waarom? Maar zeker ook in respect en aandacht voor je beoogde lezers/klanten: wat houdt hen bezig, wat vinden ze belangrijk? 

Heldere boodschap

De makers van Lekker Weten scoren goed op al deze onderdelen. Ik sla het zomernummer erop na:

  1. Aansluiten bij je doelgroepen: kopers van biologische producten vind je tegenwoordig in alle lagen van de bevolking, in alle leeftijden. Van gezondheidsfreak tot bourgondiër: lekker eten spreekt bijna iedereen wel aan. De inhoud van het blad is daar op afgestemd – hoewel het taalgebruik soms nog iéts toegankelijker kan.
  2. De juiste toon (tone-of-voice)de biologische levensmiddelensector heeft best een zware en complexe boodschap over te brengen. Toch weet Lekker Weten een lichte toon te treffen. Niet belerend, maar juist positief en bevestigend: hier doen we het voor en dat is mooi!
  3. Eenheid in vorm, inhoud en uitstraling: van de materiaalkeuze – een sjiek ongebleekt papiertje – tot de schrijfstijl, vormgeving en fotografie, alles past bij elkaar. Fris en kleurig, maar niet schreeuwerig. Goede recepten, aantrekkelijk in beeld gebracht: ik krijg meteen zin om het te maken. Mooie persoonlijke verhalen van kwekers en andere producenten. Uitleg over herkomst en toepassing van producten. En dat alles in een lekker afwisselend blader-ritme.
  4. Een heldere boodschap brengen: wat meer betalen voor je tomaat, waarom zou je dat eigenlijk doen? Nou, redenen te over. Bijna elke rubriek in het magazine geeft daar antwoorden op, zonder ook maar een moment drammerig te zijn. Ik word als lezer op een opgewekte en prettige manier bevestigd in mijn keuze: ik koop niet alleen die tomaat, maar ook schone aarde, biodiversiteit, een eerlijk betaalde producent, een beter klimaat en nog veel meer goeds.
  5. Transparantie en authenticiteit: niet alles in de voedselproductieketen is controleerbaar. Producenten en inkopers vertellen daar eerlijk en open over en juist dát maakt hun verhaal overtuigend. Ik begrijp wat er al goed is geregeld en waar ze nog mee worstelen.
  6. Respect voor je lezers/klanten: hier géén Italiaanse oma’s in beeld die in bloemetjesjurken buiten aan een lange tafel pasta van merk X bereiden, terwijl we allemaal weten dat er in werkelijkheid een hyper-hygiënische high-tech fabriek achter schuilgaat. We zijn toch niet achterlijk? Maar wél krijg ik informatie over productieprocessen, of tekst en uitleg over alle graansoorten die ik in de winkel kan kopen. Daar kan ik wat mee.

“Géén Italiaanse oma’s in bloemetjesjurken die buiten aan een lange tafel pasta van merk X bereiden”

En zo sta ik, ondanks het hogere prijskaartje, toch met een tevreden gevoel mijn tomaten af te rekenen. Want ik weet: ik betaal niet teveel, maar een true price. Zo draag ik bij aan de gestage opmars van het marktaandeel duurzaam voedsel (van 3% in in 2009 naar 11% in 2017, berekende Wageningen Economic Research). Conclusie: complimenten, vakbroeders en vakzusters van dit klantenmagazine. Dit voelt goed.

Spelling. Geen sexy onderwerp en het vormt ook niet de kern van het vak van tekstschrijver. Toch gaat Redactieprof Marleen vandaag in op de punten en komma’s.

Het grootste misverstand over mijn vakgebied? Dat ik me als tekstschrijver vooral bezig houd met d/t’s, punten en komma’s: spellingkwesties en aanverwanten. Welnee! Dat is geen vak, dat is een vaardigheid. Niet erg sexy – en tóch ga ik het vandaag eens over die punten en komma’s hebben. 

Kommaneuker. Ik vind het een bizar woord, maar eerlijk is eerlijk: het kommaneuker-zijn is één van de aspecten van mijn werk. Correcte spelling is een voorwaarde waaraan mijn werk moet voldoen. Dat is niets bijzonders, want dat geldt wel voor meer beroepen – op het secretariaat of voor de klas hoort het er immers ook bij. 

Voor tekstschrijvers zit het onderscheidende vakmanschap in andere aspecten, zoals de argumentatie, de tekststructuur, de aantrekkelijkheid en het doel van de tekstproductie. Daarbij komen vaardigheden als analytisch denken en kennis over bijvoorbeeld retorica, mentale processen (hoe leren en onthouden lezers?) en psychologische processen (hoe laten lezers zich beïnvloeden?) goed van pas.

Punten en komma’s: waar gaat het vaak mis?

Maar over zulke processen ga ik het vandaag niet hebben. Het is hoogzomer, het is tijd om zo veel mogelijk buiten te spelen, dus we houden het simpel: punten, komma’s, dubbele punten en puntkomma’s. Waar gaat het vaak mis en hoe gebruik je ze correct? 

Punt en komma

Veel mensen vinden het gebruik van punten en komma’s in citaten verwarrend. Collega Jos sneed het even al aan in zijn blog over aanhalingstekens: de punt hoort wél in het citaat, maar de komma niet. Dus:

“Ik ga vandaag naar het strand”, zei hij.

Hij zei: “Ik ga vandaag naar het strand.” 

Komma, en?

Veelgemaakte opmerking in redigeerkantlijnen: ‘je mag geen komma zetten voor het woord ‘en’. Misverstand! Typisch geval van ‘vage schrijftip tot wet verheffen’. 

Een komma voor ‘en’ kan juist heel functioneel zijn. Kijk maar:

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Bij het lezen van die zin blijf je even haken in het midden. Dat los je op met een komma, want dan zie je in een oogopslag dat IJmuiden en Scheveningen niet bij elkaar horen in deze vergelijking: 

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden, en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Toch kun je ook gerust een komma voor ‘en’ zetten als er geen sprake is van betekenisverschil. Gewoon, omdat je even een adempauze wilt in een zin.

(Overigens: mijn opmerking dat de ogen van lezers blijven haken op onduidelijke passages, kun je letterlijk nemen. Taalbeheersers hebben veel onderzoek gedaan naar leesbaarheid door de oogbewegingen van lezers met een camera te registreren.)

Puntkomma versus dubbele punt

De puntkomma en de dubbele punt worden nogal eens door elkaar gebruikt. Toch is er een functioneel verschil:

  • de puntkomma kun je zien als een soort eerstegraads-familielid van de punt. Twee zinnen die samen een goed stelletje vormen, kun je zichtbaar aan elkaar verbinden door de punt te vervangen door puntkomma. Een toepasselijk voorbeeld daarvan vond ik bij Onze Taal: We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig.
  • de dubbele punt geeft aan dat het tweede deel van de zin uitleg geeft over het eerste deel. Er is bijvoorbeeld een oorzakelijk verband, of een deel-geheel-relatie: Een mooie zomer heeft ook zo z’n nadelen: de bodem droogt uit, dijken kunnen verzakken en oogsten kunnen mislukken.

Vind je dit ‘kommaneuken’? Dat is het misschien ook, maar vergeet niet: jouw lezers hebben echt nog wel meer te doen dan het aandachtig lezen van jouw tekst. Agenda’s zijn vol en afleidingen zijn talrijk. Dus maak het je lezers gemakkelijk en voorzie ze van teksten die lekker vlot weglezen. Dat vergroot meteen de kans dat de boodschap blijft hangen.

Maar wat die seks met komma’s betreft: ik ga liever weer gewoon ouderwets muggenziften.

Meer weten over spelling? Lees ook deze blogs: 

Aaneenschrijven, koppelteken of los?

Gedachtes bij een foute apostrof

Het SEO-probleem: goed zoeken, maar ook goed spellen

Hun of hen – voor haarklovers en muggenzifters

Een goede openingszin: daarmee verleid je de lezer. Waaraan moet zo’n zin voldoen? Redactieprof Marleen kijkt de kunst af bij de literatuur en doet een verrassende ontdekking.

“Ken ik jou niet ergens van?” Google op ‘openingszin’ en je vindt pagina’s vol ‘originele’ binnenkomers voor desperate versierders. De aandacht trekken met een catchy oneliner, daar gaat het om. Voor professionals in tekst en communicatie is dat niet anders. Wij moeten de lezer verleiden om door te lezen of te klikken.

In deze verleiding is een hoofdrol weggelegd voor de kop, maar die heeft een sterke follow-up nodig: de beginzin. Goede fictieschrijvers weten daar alles van. Ik heb de boekenkast er eens op nagezocht en diepte deze inspirerende voorbeelden op:

  1. I have been arrested. For winning a quiz show.
  2. Sunday 1 January, 129 lbs. (but post-Christmas), alcohol units 14 (but effectively covers 2 days as 4 hours of party was on New Year’s Day), cigarettes 22, calories 5424.
  3. Behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste straat van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter.

Heb je ze herkend? De eerste is van ‘De ongelooflijke lotgevallen van een arme geluksvogel’, beter bekend als ‘Slumdog Millionaire’. De tweede komt uit ‘Bridget Jones’s Dairy’ en nummer drie is van Nescio. Stuk voor stuk bestsellers en stuk voor stuk zinnen die je in de boekwinkel direct naar de kassa laten lopen… Welk verleidingsprincipe ligt eraan ten grondslag en welke lessen kunnen we daaruit trekken voor zakelijke communicatie?

Prikkelend

Wat de openingszinnen gemeen hebben, is dat je meteen het verhaal erachter voelt zinderen. Vragen dringen zich aan je op. Hoezo gearresteerd voor het winnen van een quiz? Wie en wat zit er achter die (pijnlijk herkenbare) lijst van ongezonde verleidingen? Wat is een uitvreter en waarom is hij zo wonderlijk? Waarom de Sarphatistraat en niet, noem eens een lelijkerd, de Marnixstraat? Het ongerijmde trekt je aandacht, prikkelt je nieuwsgierigheid, wakkert je leeshonger aan en voor je het weet ben je al een pagina verder.

Herkenbaar

Maar er is nog een overeenkomst: de contouren van het verhaal doemen direct voor je op. De arme quizwinnaar die om onduidelijke redenen in een lastig parket verzeild is geraakt. De antiheldin Bridget die op onalledaagse wijze met alledaagse problemen worstelt. De verhalende elementen zitten in onze genen, we herkennen ze direct. Ziedaar het principe achter het succes van organisational storytelling. En daarmee heb ik het bruggetje geslagen naar ons vakgebied: wat kunnen we hiervan leren voor zakelijke communicatie?

Spanningsboog voorspelbaar – onvoorspelbaar

De fictieschrijvers laten zien dat het allemaal draait om een spanningsboog tussen voorspelbaarheid en onvoorspelbaarheid. Tussen enerzijds voldoende informatie geven om de vluchtige lezer te laten beslissen of de tekst relevant is. En anderzijds vragen oproepen die de nieuwsgierigheid prikkelen. Moraal van dit verhaal: een beginzin moet smakelijk genoeg zijn om de leeshonger op te wekken. En informatief genoeg om de lezer duidelijkheid te bieden over welke informatie hij/zij kan verwachten in de tekst. Zo’n zin formuleren, dat is de kunst.

Nu ik toch in beeld ben: wat is jouw favoriete beginzin?