Redactieprofs | Marleen Kamminga
10
archive,author,author-marleen,author-10,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.5,vc_responsive

Hup, overboord met die overbodige schrijftips die je ooit leerde en nog steeds koestert. Redactieprof Marleen helpt je zin en onzin te onderscheiden bij schrijven en redigeren.

Bang om op fouten te worden gewezen in je tekst? Nou, dan ben je in goed gezelschap. Als beroepsschrijvers overkomt het ons ook regelmatig: opdrachtgevers of geïnterviewden die ons fijntjes wijzen op ‘fouten’ in onze tekst.

Tja, daar sta je dan met je academische titel in taalbeheersing en tig jaar ervaring met schrijven en redigeren. Dan heb ik wel even wat uit te leggen. Bij deze: de zeven meest voorkomende onzintips en hun zinnige alternatieven.

1. ONZIN: Gebruik korte zinnen, want die zijn begrijpelijker dan lange zinnen.

ZIN:

(a) Voor een prettig leesritme wissel je korte en lange zinnen met elkaar af. 

(b) Lange zinnen zijn niet per se complex. Denk maar aan opsommingen: niks ingewikkelds aan. Let echter wel op de regellengte: boven de pakweg 15 woorden neemt de leesbaarheid sterk af.

(c) Korte zinnen zijn niet per se begrijpelijk. Je bevordert de begrijpelijkheid door de relatie tussen de zinnen expliciet te maken. Vergelijk bijvoorbeeld de twee korte zinnen [Ze gaf weinig geld uit aan kleding. Ze werd donateur van AZG.] met de langere zin [Ze besloot weinig geld aan kleding uit te geven, zodat ze donateur kon worden van AZG].

2. ONZIN: Schrijf altijd actief, vermijd de lijdende vorm. 

ZIN: De lijdende vorm kan juist enorm functioneel zijn.Je houdt de focus van de zin waar je ‘m hebben wilt. Herschrijven in de actieve vorm kan juist afleiden van de boodschap. Laat je overtuigen door de voorbeelden in mijn blog ‘Leve de lijdende vorm!’.

3. ONZIN: Vermijd herhaling van woorden.

ZIN: Natuurlijk, het is afwisselender om met synoniemen te werken. Het levert leukere teksten op als je niet steeds woorden herhaalt. Toch is het raadzaam om ook deze regel niet strikt toe te passen bij schrijven of redigeren. Denk aan teksten op B1-niveau: laagopgeleide lezers zijn gebaat bij eenvoud. Ook voor zoekmachinescores kan herhaling gewenst zijn, hoewel…  Dit advies heeft meer haken en ogen dan je denkt: zie bijvoorbeeld onze minicursus SEO.

4. ONZIN: Wij en zij is netjes, we en ze is plat.

ZIN: Wij en zij gebruik je voor nadruk, zoals in [Wij hanteren geen verouderde schrijfregels, maar zij denken daar anders over.] Voor alle andere situaties volstaat we of ze.

5. ONZIN: Begin een zin nooit met En (Maar, Of)…

ZIN: Maar natuurlijk mag je een zin met En, Maar of Of beginnen. Het staat de begrijpelijkheid niet in de weg en kan de stijl ten goede komen. Lees maar wat collega Jeroen erover schrijft in een van de meest gelezen blogs ooit van Redactieprofs: En? Mag je een zin met En beginnen?

6. ONZIN: Schrijf cijfers 1 t/m 20 in letters, schrijf hogere getallen in cijfers.

ZIN: Laat je keuze afhangen van de context. In een alinea waarin allerlei getallen staan, is het voor de lezer gemakkelijker om ze te vergelijken als ze allemaal in cijfers staan. In een citaat is het juist logischer om een (rond) getal in letters weer te geven.

7. ONZIN: ‘Een aantal mensen zijn…’ is fout

ZIN: Zowel enkelvoud als meervoud is correct in een zin als deze. Raadpleeg bij twijfel de pagina van Onze Taal.

Moraal van dit verhaal? Laat je niet gek maken door schrijftips. Kijk goed naar de context en gebruik je eigen verstand.

Lees meer over schrijftips van Redactieprofs:

EHBO voor je teksten

Waarom tekstschrijvers HOOFDLETTERS vermijden

Monteur/montrice gezocht

Hoe kun je mensen meer laten betalen voor een tomaat en ze toch met een goed gevoel thuis laten komen met hun boodschappen? Het antwoord: communicatie. Redactieprof Marleen zoekt uit hoe Ekoplaza dat doet.

Vijfentwintig jaar geleden stond ik, met mijn kersverse communicatiekunde-bul op zak, in de startblokken om aan een loopbaan als tekstschrijver/copywriter te beginnen. Ik had al snel bedacht op welke markt ik me zou gaan richten: producenten en verkopers van biologische producten. In de kleine biologische supermarkt bij mij op de hoek in Amsterdam-Zuid zag ik telkens weer bevestigd hoe slecht de productinformatie was in die sector en hoe oubollig de producten werden aangeprezen. Daar was wat te doen!

Life is what happens while you’re busy making other plans… Mijn opdrachtenportefeuille liep vol met werk uit andere branches. De biologische sector ontwikkelde zich ondertussen van stoffig en geitenwollig naar eigentijds en kleurrijk. Met dito communicatieproducten. Neem nou Lekker Weten, het klantenmagazine van Eko Plaza. 

Eenheid, eigenheid en respect

Vijf keer per jaar neem ik het mee als ik er boodschappen doe, omdat er altijd wel iets op de cover staat wat mijn aandacht trekt en mijn nieuwsgierigheid prikkelt. Hoe doen ze dat?

Wat maakt een magazine (of een website of een ander communicatieproduct) geslaagd? Voor mij zit ‘m dat grotendeels in eenheid in vorm, inhoud en uitstraling. Perfect aansluiten bij de doelgroep, een heldere boodschap brengen die overal op een prettige, niet-opdringerige manier in verweven zit. In transparantie en eigenheid/authenticiteit: wie ben je, waar sta je voor en waarom? Maar zeker ook in respect en aandacht voor je beoogde lezers/klanten: wat houdt hen bezig, wat vinden ze belangrijk? 

Heldere boodschap

De makers van Lekker Weten scoren goed op al deze onderdelen. Ik sla het zomernummer erop na:

  1. Aansluiten bij je doelgroepen: kopers van biologische producten vind je tegenwoordig in alle lagen van de bevolking, in alle leeftijden. Van gezondheidsfreak tot bourgondiër: lekker eten spreekt bijna iedereen wel aan. De inhoud van het blad is daar op afgestemd – hoewel het taalgebruik soms nog iéts toegankelijker kan.
  2. De juiste toon (tone-of-voice)de biologische levensmiddelensector heeft best een zware en complexe boodschap over te brengen. Toch weet Lekker Weten een lichte toon te treffen. Niet belerend, maar juist positief en bevestigend: hier doen we het voor en dat is mooi!
  3. Eenheid in vorm, inhoud en uitstraling: van de materiaalkeuze – een sjiek ongebleekt papiertje – tot de schrijfstijl, vormgeving en fotografie, alles past bij elkaar. Fris en kleurig, maar niet schreeuwerig. Goede recepten, aantrekkelijk in beeld gebracht: ik krijg meteen zin om het te maken. Mooie persoonlijke verhalen van kwekers en andere producenten. Uitleg over herkomst en toepassing van producten. En dat alles in een lekker afwisselend blader-ritme.
  4. Een heldere boodschap brengen: wat meer betalen voor je tomaat, waarom zou je dat eigenlijk doen? Nou, redenen te over. Bijna elke rubriek in het magazine geeft daar antwoorden op, zonder ook maar een moment drammerig te zijn. Ik word als lezer op een opgewekte en prettige manier bevestigd in mijn keuze: ik koop niet alleen die tomaat, maar ook schone aarde, biodiversiteit, een eerlijk betaalde producent, een beter klimaat en nog veel meer goeds.
  5. Transparantie en authenticiteit: niet alles in de voedselproductieketen is controleerbaar. Producenten en inkopers vertellen daar eerlijk en open over en juist dát maakt hun verhaal overtuigend. Ik begrijp wat er al goed is geregeld en waar ze nog mee worstelen.
  6. Respect voor je lezers/klanten: hier géén Italiaanse oma’s in beeld die in bloemetjesjurken buiten aan een lange tafel pasta van merk X bereiden, terwijl we allemaal weten dat er in werkelijkheid een hyper-hygiënische high-tech fabriek achter schuilgaat. We zijn toch niet achterlijk? Maar wél krijg ik informatie over productieprocessen, of tekst en uitleg over alle graansoorten die ik in de winkel kan kopen. Daar kan ik wat mee.

“Géén Italiaanse oma’s in bloemetjesjurken die buiten aan een lange tafel pasta van merk X bereiden”

En zo sta ik, ondanks het hogere prijskaartje, toch met een tevreden gevoel mijn tomaten af te rekenen. Want ik weet: ik betaal niet teveel, maar een true price. Zo draag ik bij aan de gestage opmars van het marktaandeel duurzaam voedsel (van 3% in in 2009 naar 11% in 2017, berekende Wageningen Economic Research). Conclusie: complimenten, vakbroeders en vakzusters van dit klantenmagazine. Dit voelt goed.

Spelling. Geen sexy onderwerp en het vormt ook niet de kern van het vak van tekstschrijver. Toch gaat Redactieprof Marleen vandaag in op de punten en komma’s.

Het grootste misverstand over mijn vakgebied? Dat ik me als tekstschrijver vooral bezig houd met d/t’s, punten en komma’s: spellingkwesties en aanverwanten. Welnee! Dat is geen vak, dat is een vaardigheid. Niet erg sexy – en tóch ga ik het vandaag eens over die punten en komma’s hebben. 

Kommaneuker. Ik vind het een bizar woord, maar eerlijk is eerlijk: het kommaneuker-zijn is één van de aspecten van mijn werk. Correcte spelling is een voorwaarde waaraan mijn werk moet voldoen. Dat is niets bijzonders, want dat geldt wel voor meer beroepen – op het secretariaat of voor de klas hoort het er immers ook bij. 

Voor tekstschrijvers zit het onderscheidende vakmanschap in andere aspecten, zoals de argumentatie, de tekststructuur, de aantrekkelijkheid en het doel van de tekstproductie. Daarbij komen vaardigheden als analytisch denken en kennis over bijvoorbeeld retorica, mentale processen (hoe leren en onthouden lezers?) en psychologische processen (hoe laten lezers zich beïnvloeden?) goed van pas.

Punten en komma’s: waar gaat het vaak mis?

Maar over zulke processen ga ik het vandaag niet hebben. Het is hoogzomer, het is tijd om zo veel mogelijk buiten te spelen, dus we houden het simpel: punten, komma’s, dubbele punten en puntkomma’s. Waar gaat het vaak mis en hoe gebruik je ze correct? 

Punt en komma

Veel mensen vinden het gebruik van punten en komma’s in citaten verwarrend. Collega Jos sneed het even al aan in zijn blog over aanhalingstekens: de punt hoort wél in het citaat, maar de komma niet. Dus:

“Ik ga vandaag naar het strand”, zei hij.

Hij zei: “Ik ga vandaag naar het strand.” 

Komma, en?

Veelgemaakte opmerking in redigeerkantlijnen: ‘je mag geen komma zetten voor het woord ‘en’. Misverstand! Typisch geval van ‘vage schrijftip tot wet verheffen’. 

Een komma voor ‘en’ kan juist heel functioneel zijn. Kijk maar:

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Bij het lezen van die zin blijf je even haken in het midden. Dat los je op met een komma, want dan zie je in een oogopslag dat IJmuiden en Scheveningen niet bij elkaar horen in deze vergelijking: 

In Zandvoort is het op het strand veel drukker dan IJmuiden, en Scheveningen trekt de meeste badgasten.

Toch kun je ook gerust een komma voor ‘en’ zetten als er geen sprake is van betekenisverschil. Gewoon, omdat je even een adempauze wilt in een zin.

(Overigens: mijn opmerking dat de ogen van lezers blijven haken op onduidelijke passages, kun je letterlijk nemen. Taalbeheersers hebben veel onderzoek gedaan naar leesbaarheid door de oogbewegingen van lezers met een camera te registreren.)

Puntkomma versus dubbele punt

De puntkomma en de dubbele punt worden nogal eens door elkaar gebruikt. Toch is er een functioneel verschil:

  • de puntkomma kun je zien als een soort eerstegraads-familielid van de punt. Twee zinnen die samen een goed stelletje vormen, kun je zichtbaar aan elkaar verbinden door de punt te vervangen door puntkomma. Een toepasselijk voorbeeld daarvan vond ik bij Onze Taal: We hebben een mooie zomer gehad; vooral augustus was heerlijk zonnig.
  • de dubbele punt geeft aan dat het tweede deel van de zin uitleg geeft over het eerste deel. Er is bijvoorbeeld een oorzakelijk verband, of een deel-geheel-relatie: Een mooie zomer heeft ook zo z’n nadelen: de bodem droogt uit, dijken kunnen verzakken en oogsten kunnen mislukken.

Vind je dit ‘kommaneuken’? Dat is het misschien ook, maar vergeet niet: jouw lezers hebben echt nog wel meer te doen dan het aandachtig lezen van jouw tekst. Agenda’s zijn vol en afleidingen zijn talrijk. Dus maak het je lezers gemakkelijk en voorzie ze van teksten die lekker vlot weglezen. Dat vergroot meteen de kans dat de boodschap blijft hangen.

Maar wat die seks met komma’s betreft: ik ga liever weer gewoon ouderwets muggenziften.

Meer weten over spelling? Lees ook deze blogs: 

Aaneenschrijven, koppelteken of los?

Gedachtes bij een foute apostrof

Het SEO-probleem: goed zoeken, maar ook goed spellen

Hun of hen – voor haarklovers en muggenzifters

Een goede openingszin: daarmee verleid je de lezer. Waaraan moet zo’n zin voldoen? Redactieprof Marleen kijkt de kunst af bij de literatuur en doet een verrassende ontdekking.

“Ken ik jou niet ergens van?” Google op ‘openingszin’ en je vindt pagina’s vol ‘originele’ binnenkomers voor desperate versierders. De aandacht trekken met een catchy oneliner, daar gaat het om. Voor professionals in tekst en communicatie is dat niet anders. Wij moeten de lezer verleiden om door te lezen of te klikken.

In deze verleiding is een hoofdrol weggelegd voor de kop, maar die heeft een sterke follow-up nodig: de beginzin. Goede fictieschrijvers weten daar alles van. Ik heb de boekenkast er eens op nagezocht en diepte deze inspirerende voorbeelden op:

  1. I have been arrested. For winning a quiz show.
  2. Sunday 1 January, 129 lbs. (but post-Christmas), alcohol units 14 (but effectively covers 2 days as 4 hours of party was on New Year’s Day), cigarettes 22, calories 5424.
  3. Behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste straat van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de uitvreter.

Heb je ze herkend? De eerste is van ‘De ongelooflijke lotgevallen van een arme geluksvogel’, beter bekend als ‘Slumdog Millionaire’. De tweede komt uit ‘Bridget Jones’s Dairy’ en nummer drie is van Nescio. Stuk voor stuk bestsellers en stuk voor stuk zinnen die je in de boekwinkel direct naar de kassa laten lopen… Welk verleidingsprincipe ligt eraan ten grondslag en welke lessen kunnen we daaruit trekken voor zakelijke communicatie?

Prikkelend

Wat de openingszinnen gemeen hebben, is dat je meteen het verhaal erachter voelt zinderen. Vragen dringen zich aan je op. Hoezo gearresteerd voor het winnen van een quiz? Wie en wat zit er achter die (pijnlijk herkenbare) lijst van ongezonde verleidingen? Wat is een uitvreter en waarom is hij zo wonderlijk? Waarom de Sarphatistraat en niet, noem eens een lelijkerd, de Marnixstraat? Het ongerijmde trekt je aandacht, prikkelt je nieuwsgierigheid, wakkert je leeshonger aan en voor je het weet ben je al een pagina verder.

Herkenbaar

Maar er is nog een overeenkomst: de contouren van het verhaal doemen direct voor je op. De arme quizwinnaar die om onduidelijke redenen in een lastig parket verzeild is geraakt. De antiheldin Bridget die op onalledaagse wijze met alledaagse problemen worstelt. De verhalende elementen zitten in onze genen, we herkennen ze direct. Ziedaar het principe achter het succes van organisational storytelling. En daarmee heb ik het bruggetje geslagen naar ons vakgebied: wat kunnen we hiervan leren voor zakelijke communicatie?

Spanningsboog voorspelbaar – onvoorspelbaar

De fictieschrijvers laten zien dat het allemaal draait om een spanningsboog tussen voorspelbaarheid en onvoorspelbaarheid. Tussen enerzijds voldoende informatie geven om de vluchtige lezer te laten beslissen of de tekst relevant is. En anderzijds vragen oproepen die de nieuwsgierigheid prikkelen. Moraal van dit verhaal: een beginzin moet smakelijk genoeg zijn om de leeshonger op te wekken. En informatief genoeg om de lezer duidelijkheid te bieden over welke informatie hij/zij kan verwachten in de tekst. Zo’n zin formuleren, dat is de kunst.

Nu ik toch in beeld ben: wat is jouw favoriete beginzin?

Kortste profblog ooit.

Ik leerde het bij een college ‘taalergonomie’. Een echte eyeopener. Waarom je beter geen hoofdletters kunt gebruiken.

Je krijgt ze soms nog wel eens overhandigd, aan balies of in wachtkamers: papieren formulieren, waarop je je adresgegevens in vierkante hokjes in moet vullen. In hoofdletters a.u.b., want dat is duidelijker.

Klopt niet. 

Denk maar eens aan de plaatsnaamborden langs de Nederlandse snelweg. Die zijn in één oogopslag te lezen, zodat je meteen je blik weer op de weg kunt richten. 

Hoofdletters passen in hokjes. Veel kleine letters niet, omdat ze stokjes of lussen hebben. Die steken boven (b)of beneden (p)links (f)of rechts (g)buiten het hokje. Daarom zijn ze van een afstand beter te lezen. Je kunt de letters beter en sneller van elkaar onderscheiden.

Zo simpel is het.

Oké, nog een tweede reden om kritisch te zijn op je hoofdlettergebruik. Anders wordt dit wel een heel kort blogje.

Ken je dat, die gebruikersfeedback die je computer soms geeft: ‘FOUT!’. Dat wekt meteen irritatie op. Alsof je als een kind op je vingers wordt getikt. En dat ook nog door een anonieme ict-programmeur die blijkbaar geen gebruiksvriendelijke interface in elkaar kon zetten.

Hoofdletters zijn niet vriendelijk. HET LEEST ALSOF JE SCHREEUWT TEGEN JE LEZER. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar als er tegen mij wordt geschreeuwd, haak ik af. 

En afhakende lezers, daar doen we het niet voor.

Met een goede briefing gaan wij als de brandweer. Dan heb jij in no time de tekst die aan jouw wensen voldoet. Hoe maak je zo’n briefing? 

Zodra er een aanvraag bij Redactieprofs binnenkomt, vragen we eerst naar de omvang van de klus, de locatie en de deadline. We kijken wie van ons het beste ingezet kan worden.

De ideale briefing

Vervolgens verdiept hij/zij zich in de briefing. Hoe vollediger de briefing is, hoe beter de tekstproductie aansluit bij jouw wensen en doelen. De ideale briefing bevat deze acht onderdelen.

Deadline en aanleveren

Wanneer moet de tekstproductie uiterlijk worden aangeleverd?
Waar maakt de tekstproductie deel van uit? Wanneer/hoe wordt het door de opdrachtgever gepubliceerd/verspreid?
Hoe wil de opdrachtgever het ontvangen, in welk bestandsformaat en op welk mailadres (of anderszins)?

Omvang en vorm

Hoeveel woorden (tekens/pagina’s) mag de tekstproductie tellen?
Zijn er speciale eisen aan de vorm (lengte koppen en intro, tekstopmaak, gebruik kaders en streamers etc.)?

Achtergrondinformatie

Welke informatie kunnen we doorlezen ter voorbereiding op interview?
In hoeverre is er sprake van vertrouwelijke/(privacy)gevoelige informatie?
Welke informatie moeten we verwerken in de tekstproductie?

Geïnterviewden

Wie mogen we interviewen voor de tekstproductie (naam, functie/organisatie, telefoon en e-mailadres)?
Weten de geïnterviewden dat we contact op gaan nemen?
Is al bekend of zij beschikbaar zijn in de betreffende periode?

Doel en doelgroep

Op wie is de tekstproductie gericht?
Wat is het doel van de tekstproductie (verandering in kennis/houding)?
Welke kernboodschap(pen) moet de tekst overbrengen?

Inhoud

Wat is de aanleiding voor deze publicatie?
Welke vragen moet de tekst in elk geval beantwoorden?
Wat is de insteek/invalshoek?
Zijn er valkuilen, gevoeligheden om rekening mee te houden?

Stijl, niveau, schrijfwijze

Welke schrijfstijl kiezen we?
Wat is het kennisniveau/taalniveau van de beoogde lezers?
Heeft de organisatie een schrijfwijzer waarin staat hoe bepaalde begrippen, namen en afkortingen worden geschreven in de organisatie?

Inzage en afstemming

Hoe is de inzage geregeld, aan wie overleggen we de tekst en wanneer?
Gaat de tekst bijvoorbeeld eerst naar de geïnterviewden/direct betrokkenen ter inzage en daarna naar de opdrachtgever?

Over de schutting

In de praktijk volstaat doorgaans een minder uitgebreide briefing. Met veel van onze opdrachtgevers hebben we immers jarenlange samenwerkingsrelaties. Dan mag de briefing soms schaamteloos over de schutting: ‘Interview-morgen-Bram-Brandweer-en-graag-overmorgen-aanleveren.’

Kennismaken helpt ook

Overweeg je samenwerking met een Redactieprof, dan is het prettig om eerst persoonlijk kennis te maken. Elkaar kennen, zo zien we altijd weer bevestigd in ons werk én in de talloze interviews over samenwerking, heeft een positief effect op de samenwerkingsrelatie en de resultaten.

Heb je aanvullingen op onze ideale briefing? Of een brandende vraag? Bel of mail een Redactieprof. Snelle aanrijtijd gegarandeerd.