Redactieprofs | Marleen Kamminga
10
archive,author,author-marleen,author-10,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.9.0,vc_responsive

Het waren twee piepkleine puntjes op mijn to-do-lijst: een parkeer-app activeren en een declaratie indienen bij mijn nieuwe zorgverzekeraar. Maar ik was er een hele ochtend zoet mee. Dwalen door een digitaal doolhof zonder menselijk contact, ik word er niet vrolijk van. Dat kan anders en beter. Vandaar dit blog over contact maken en vertrouwen winnen in je teksten. 

Onleesbare instructies, hulpbots die het woord declaratie niet kennen, telefonische doorkeuzemenu’s of landingspagina’s waarin ik mijn vraag niet herken, slecht vindbare contactgegevens, eindeloos in de wacht staan, verificatie met inlognaam, wachtwoord, pincode én QR, whatsapp-helpdeskmedewerkers die tegen me praten alsof ze met een digibeet van doen hebben. Daar sta je dan als beeldschermwerker met een WO-opleiding… Schrale troost: ik ben niet de enige die baalt van de muren waar organisaties zich achter verschuilen.

Maatschappelijk afhaken

Hoe harder organisaties beweren er voor je te zijn, hoe meer ‘huiswerk’ je voor ze moet verrichten, lijkt het wel. Dus ik begrijp dat veel mensen maatschappelijk afhaken. Dat afhaken hangt niet 1 op 1 samen met kennis/opleidingsniveau, zo blijkt uit onderzoek. Het heeft vooral veel te maken met het ontbreken van menselijk contact, concludeer ik na het kijken van het webinar ‘Vertrouwen in de overheid’. Ook las ik het onderzoeksrapport ‘Van persoonlijke krenking tot vertrouwensbreuk: Verhalen van burgers met gebrek aan vertrouwen in instituties’, waarover onderzoeker Ron van Wonderen in dit webinar vertelt.

Drie belangrijke missers 

De onderzoekers hielden 50 diepte-interviews met Nederlanders die hun vertrouwen in instituties zijn verloren. Uit de interviews destilleerden ze vijf thema’s. Drie daarvan houden rechtstreeks verband met gebrek aan contact: 

  • de onzichtbare overheid (steeds minder loketten en politiebureaus)
  • niet gehoord worden (bijvoorbeeld bij besluitvorming) 
  • niet gezien worden (bijvoorbeeld het gevoel dat de overheid niet weet wat er speelt in de samenleving). 

Opvallend was dat de geïnterviewden vaak goed geïnformeerde mensen bleken te zijn, die prima de weg weten in de samenleving. 

Vertrouwen

Als tekstschrijver denk ik bijna dagelijks na over het begrip ‘vertrouwen’. Hoe kan mijn tekst bijdragen aan het vertrouwen van de lezer? Vaak hangt dat samen met het overbruggen van de afstand tussen zender en ontvanger. De klassieke retorische instrumenten vormen daarbij een onuitputtelijke bron: toegankelijke taal, passende stijl, overtuigende argumenten, een geloofwaardige bron/afzender/medium, aansluiten op kennis, emotie en ratio van de doelgroep. 

Gezien worden

Ik ben me er altijd van bewust dat de lezer, net zo hard als ik zelf, gezien en begrepen wil worden. Dat zijn of haar situatie gekend of erkend wordt. Mijn tekst – of dat nu een instructie, een website, een verslag, journalistieke bijdrage of online formulier betreft – maakt immers altijd deel uit van het contact tussen organisatie en doelgroep. Het is een schakel die het persoonlijke contact niet vervangt, maar er wel op een constructieve manier aan moet bijdragen. En daarmee aan het vertrouwen tussen zender en ontvanger.

Eind goed, al goed?

Het is me uiteindelijk zonder persoonlijk contact toch gelukt om de parkeer-app en declaratie te regelen. Maar je begrijpt dat het niet in positieve zin heeft bijgedragen aan mijn beeld van beide organisaties. 

Is dit herkenbaar voor jou en wil jij teksten die contact maken en vertrouwen winnen? Neem contact op met Redactieprofs.

Als freelancer heb ik de vrijheid om mijn collega’s zelf uit te kiezen. Niet zo gek dus dat ik graag met hun prestaties pronk in dit nieuwjaarsblog met highlights uit 2021.

Neem Helene. Die schreef met huisarts Marnix van der Leest een even boeiend als belangrijk boek over de huisartszorg anno nu – ik viel van de ene verbazing in de andere. Wat een verhalen! NRC schreef erover: “Leerzaam proza voor iedereen die een beroep doet op de huisarts.” Nou, dat doen we allemaal wel eens. Dus doe jezelf én je plaatselijke boekhandel een plezier en schaf het aan: Huisarts op recept (Arbeiderspers).Ondertussen richtte Helene trouwens ook nog even met twee andere ondernemers een verrassend nieuw bedrijf op, waarvoor ze de communicatie op haar eigen sprankelende wijze verzorgt: Het Reizend Hotel. Ondanks alle reisbeperkingen kunnen we er dus tóch even tussenuit!

Of neem Sasja: in het najaar verscheen haar boek Schrijf je Rijk, waarmee ondernemers en professionals de kneepjes van het zakelijk tekstschrijven leren. Dat gaat onze toekomstige concurrentie ongetwijfeld goed op weg helpen! En passant wist ze ook nog even de Henri Sijthoff-prijs voor het beste jaarverslag in de wacht te slepen met haar opdrachtgever Royal Swinkels family Brewers.

Of Tom, die zich verder verdiepte in een paradepaard uit het Nederlands bedrijfsleven: Boskalis. Want onze junior-die-schrijft-als-een-senior maakt nu ook deel uit van Sasja’s schrijfteam voor het personeelsmagazine van deze opdrachtgever.

Voor de ziekenhuiszorg was het een veelbewogen jaar. Ik mocht die ongelooflijke inzet als interim-eindredacteur van het personeelsblad van Amsterdam UMC gedurende een maand of zeven van dichtbij meemaken. In juni volgde nog eens het e-zine met het verslag van de Anna Reynvaanlezing 2021. Superleuk om weer samen te kunnen werken met de kanjers van het communicatieteam van Amsterdam UMC. De bijnaam ‘Heintje Davids’ draag ik nog steeds met plezier. 

Jeroen werkte op zijn eigen onverstoorbare wijze door aan publicaties voor onder meer de Rijksoverheid en Wageningen University & Research. Zo schreef hij veel over voedselzekerheid in de wereld, waarvoor hij via Teams mensen tot in Zuid-Sudan en Congo sprak. En dankzij Cindy waren klanten als Gispen, Ahrend en Zestor weer verzekerd van creatieve en kraakheldere teksten.

Tussen de lockdowns door kwamen we een paar keer bij elkaar. Zo genoten we van een zonovergoten dag op het landje van Theanne, onze prof in Zeeland, met de legendarische paella van onze chefkok Helene. In november en december ontmoetten we elkaar in Amersfoort om aan onze profilering te werken (in 2022 bouwen we aan een mooie nieuwe website). 

Ondertussen vielen we voor elkaar in als corona plotseling toesloeg of iemand om een andere reden even in de parkeerstand stond. Fijn voor onze klanten, die merkten dat projecten gewoon doorliepen. Ook in 2022 kunnen zij op ons rekenen. 

Niet alle Amsterdammers rijden op een bakfiets. Of maken gebruik van de Stadspas. Wat dat te maken heeft met inclusief communiceren, leerde ik in het webinar ‘Diverse samenleving vraagt om inclusieve communicatie, hoe dan?’ van Direct Duidelijk.

B1-taal gebruikt, toegankelijkheidscriteria toegepast: check check check, allemaal groene vinkjes. Vanuit de zender kan aan alle voorwaarden voor inclusief communiceren zijn voldaan, maar is dat voldoende om je doelgroepen te bereiken? Niet in een gedigitaliseerde samenleving waarin een deel van je doelgroep over onvoldoende vaardigheden/mogelijkheden beschikt om daarin mee te gaan, betoogt Lidwien van de Wijngaert (Radboud Universiteit) in het webinar. 

Zij onderzocht op verzoek van de gemeente Amsterdam waarom lang niet iedereen die er recht op heeft, gebruik maakt van de Stadspas. In het webinar geeft ze een even simpel als doeltreffend advies: zorg altijd voor een ‘communicatievangnet’. Wie niet over voldoende digitale vaardigheden beschikt, moet telefonisch of aan de balie geholpen kunnen worden, anders schiet je je communicatiedoel voorbij.

Beeldvorming

Hanneke Velten (Kennisplatform Integratie en Samenleving) gaat in het webinar in op de rol van onbewuste beeldvorming. Iedereen maakt onbewuste associaties, legt ze uit; stereotypering is onontkoombaar. Maar we moeten ons er wél bewust van worden, want stereotypering is een grote voorspeller van discriminatie.

Bakfiets

Velten heeft twee gouden tips die ik in mijn oren knoop. De eerste: “Accepteer dat het soms schuurt. Realiseer je dat het voor iedereen een leerproces is; je mag hierop leren en elkaar aanspreken.” De tweede: vermijd ook de ‘ontkenning’ van een stereotype. “De krantenkop ‘Niet alle Amsterdammers rijden op een bakfiets’ laat ons brein toch weer de connectie maken met het stereotype beeld. En dat blijft hangen”, verklaart ze.

Misschien dat ik daarom gecharmeerd was van de tijdschriften-advertentie die ik laatst tegenkwam, met een groep portretten van lezers. Elk van hun had een blad in de hand waarvan zijzelf duidelijk niet de beoogde ‘persona’ (excusez le mot) waren. Een jonge vrouw met een Autoweek, een oudere man met een Libelle. Dat trekt mijn aandacht, juist omdát het mijn eigen onbewuste beeldvorming doorbreekt en daar iets verfrissends tegenover zet.

Dit is een lang blog (500 woorden) over korte tekst. Hoe kun je veel bereiken met weinig woorden? 

Wat moeten we met al die tekst in de huidige beeldcultuur? Nou… een heleboel. Teksten publiceren is gevonden (SEO), gelezen en begrepen worden – allemaal voorwaarden om je producten en diensten voor het voetlicht te krijgen. Dat vraagt om een korte en krachtige verwoording van je boodschap.

Korte tekst is niet alleen op internet van belang. Mensen hebben nu eenmaal weinig tijd en veel afleiding. Of je nu van beeldscherm leest of van papier, je wilt graag snel weten of het relevant voor je is, waar het over gaat, waar je vindt wat je zoekt of wat je moet doen. Dat geldt voor elke website, handleiding, brochure, corporate story of advertentie.

Woord en beeld

Niet alles heeft taal nodig. Zeker niet. Woord en beeld kunnen elkaar enorm versterken. Als tekstschrijvers denken we daar graag over mee. We weten hoe je informatie omzet in een goede infographic en hoe fotografie de boodschap kan benadrukken. We zetten verhalende elementen naast grafieken met cijfers, verduidelijken verbanden en processen in stroomschema’s, maken fotobijschriften die écht iets toevoegen en zetten typografie in om visueel onderscheid te maken tussen verschillende soorten informatie. Zo komen we samen met vormgevers, fotografen en illustratoren tot krachtige producties, waarin tekst en beeld een uitgebalanceerd geheel vormen.

Weinig tekst, veel effect

In een korte tekst moet je met weinig woorden heel veel voor elkaar kunnen krijgen: 

(1) Allereerst moet je de aandacht trekken van de beoogde lezers. Zij moeten meteen zien of de tekst voor hen van belang is, of ze er iets aan hebben, ze moeten geprikkeld zijn om door te lezen. 

(2) Vervolgens moeten ze begrijpen wat er staat, overtuigd worden van het belang van de boodschap, en 

(3) geactiveerd worden om er iets mee te doen.

Taalbeheersers noemen dat tekstfuncties. Veelvoorkomende tekstfuncties zijn interesseren (voor de betreffende communicatieboodschap), informeren (over alles wat relevant is voor die boodschap) en motiveren (om contact op te nemen, een bestelling te plaatsen, een formulier in te vullen et cetera). In de reclamewereld wordt daarvoor de AIDA-formule gebruikt: Attention, Interest, Desire, Action. Een klassieker, die sinds 1925 nog net zo min aan waarde heeft ingeboet als, pakweg, de uitvinding van het toetsenbord.

Kort is niet snel

Over klassiekers gesproken – ‘Iets wat kort is uitgedrukt, is veelal de vrucht van lang nadenken’, schreef de filosoof Nietzsche ruim een eeuw voor de uitvinding van de zoekmachines. Het is een wijdverbreid misverstand dat een korte tekst minder tijd kost dan een lange tekst (een schrijver per woord betalen is dan ook onzinnig). Vaak is het tegendeel waar. Pas als ik voldoende informatie heb verzameld, kan ik tot de kern komen. En om iets kernachtig te verwoorden, moet ik keuzes maken, verbanden expliciteren, schrappen en darlings killen. Kort is niet snel. Althans, als we het over kwaliteit hebben. Dus: graag weinig tekst voor je website, brochure of nieuwsbrief? Laten we daar eens goed voor gaan zitten. 

Lees ook mijn kortste blog ooit:

https://redactieprofs.nl/waarom-tekstschrijvers-hoofdletters-vermijden/

Meer over korte tekst:

Deze 7 schrijftips mag je direct vergeten

Infographics: hoe zet je ze goed in?

Hoe schrijf ik een pakkend bericht voor internet?

‘Help, ik heb een nieuwe website nodig. Maar waar begin ik?’ Regelmatig krijgen we als Redactieprofs deze vraag. Ons advies: geef eerst antwoord op onderstaande zeven opstartvragen – daar helpen we je natuurlijk bij! Zo leggen we samen de basis voor een logische websitestructuur en goed scorende content.

1. Voor wie?

Je beoogde klanten vinden op jouw site het liefst snel antwoord op hun vraag. Wij zorgen graag voor content die aansluit op die wens. Daarom vormen we ons eerst een beeld van jouw doelgroep(en).

Wie zijn je (gewenste) klanten en wat heeft je organisatie hen te bieden? In hoeverre zijn deze doelgroepen al bekend met de organisatie en dienstverlening, en welk beeld hebben ze daarvan? Hoe verhoudt jouw aanbod zich tot dat van concullega’s en waarom moeten klanten voor jouw organisatie kiezen? Welke doelgroepen kun je nog meer bedienen via de website (denk aan journalisten, leveranciers enz.)?

2. Welke navigatiestructuur?

De gewenste bezoekers moeten je site goed kunnen vinden én gebruiken. Een goede navigatiestructuur is daarvoor cruciaal. Welke zoekwoorden gebruiken mensen als ze op zoek gaan naar jouw dienstverlening? Welke vragen stellen je huidige klanten vaak? Welke contactmomenten zijn er met klanten/prospects en welke rol kan de website daarin spelen?

Liefst stemmen wij dit als contentspecialisten in een vroeg stadium af met vormgevers en webbouwers. Zodat de belangrijkste content en functies een prominente plek krijgen in de navigatiestructuur. Neem hier de tijd voor! We kunnen het niet genoeg benadrukken: deze stap zorgvuldig zetten bespaart je veel tijd, kosten en spijt om gemiste kansen achteraf.

3. Usability – Hoe maak je de website gebruiksvriendelijk?

Usability gaat vooral over de gebruiksvriendelijkheid van je site. Met een gebruiksvriendelijke site voorkom je dat bezoekers afhaken of dat de backoffice wordt overbelast door onnodige vragen of feedback.

Daarom gaan we samen na: wat willen bezoekers uit de verschillende doelgroepen op je website doen? Welke informatie willen ze er vinden? Op welk moment gaan ze op zoek naar die informatie? Hoe is de bereikbaarheid van jullie organisatie geregeld; wanneer en hoe kunnen mensen contact opnemen en antwoord krijgen?

4. Conversie – Wat wil je dat bezoekers denken of doen?

Je nieuwe site moet natuurlijk echt gaan bijdragen aan je organisatiedoelen. Daarom brengen we nauwgezet in kaart wat je wilt bereiken met de website. Denk aan offerte- of informatieaanvragen, downloads, telefonisch contact opnemen, verder lezen, info delen via social media, aanmelden voor een nieuwsbrief of activiteit enzovoort.

Kortom: wat wil je dat je verschillende doelgroepen denken of doen na het bezoek aan de site? Daar stemmen we de content op af: tekst, beeld, functionaliteiten, SEO.

5. SEO – Hoe zorg je voor een goede vindbaarheid (hoge zoekmachinescore)?

Bij een compleet nieuwe site zullen veel mensen in je doelgroepen nog niet bekend zijn met de organisatienaam, terwijl ze wél vragen hebben die aansluiten op jouw dienstverlening. Hoe zorg je ervoor dat ze op jouw site terechtkomen? Dat is een uitgekiend samenspel van middelen en (sociale) media. Dat samenspel kan alleen succesvol zijn als de website een solide basis vormt: de juiste structuur, content én zoekwoorden.

Redactieprofs helpen je graag bij een zoekwoordenonderzoek. Een SEO-specialist brengt de zoekvolumes voor je in kaart; het zijn de bouwstenen voor de contentproductie. En we zorgen uiteraard voor prettig leesbare teksten die goed gevonden worden door zoekmachines.

6. Wireframes – Hoe zijn de pagina’s opgebouwd?

Elke webpagina heeft een bepaalde opbouw. Er zijn (grote en kleine) frames voor koppen, foto’s, intro’s, tekstblokjes, formulieren en menu’s. Is die opbouw al bepaald in het ontwerp? Dan zorgen wij voor (redactionele) content op maat van elke pagina. Kunnen we daarover meedenken met vormgever en bouwer? Graag! Als we de koppen (liefst in een vroeg stadium) bij elkaar steken, levert dat altijd weer nieuwe ideeën op.

7. Beeldgebruik – Hoe maak je de site visueel aantrekkelijk?

Beelden en foto’s vullen goede content treffend aan – en andersom. Desgewenst nemen we je de beeld- en fotoredactie uit handen. Wellicht beschikt je organisatie over een eigen fotodatabank waar we uit kunnen putten? We kunnen ook goede fotografen uit ons eigen netwerk benaderen, geschikte stockfoto’s zoeken of in samenwerking met een illustrator of ontwerper illustraties en infographics ontwikkelen. Het beeldmateriaal en bijschriften leveren we vervolgens aan bij de vormgever of webbouwer.

Benieuwd hoe Redactieprofs jouw site laten scoren? Neem gerust contact op!

‘Houd afstand.’ We lezen het overal op ramen en deuren. Niet gezellig, wel duidelijk. Maar kan het ook anders? Jawel! Deze communicatielessen leerde ik van een beveiliger, een administratief medewerker, een fietsenverkoper en een horecamedewerker.

“Wilt u uw handen reinigen en een mandje pakken?”, wijst de boekwinkelmedewerkster bij binnenkomst. De vrouw achter mij zucht en maakt rechtsomkeert. “Ik ben hier he-le-maal klaar mee”, foetert ze terwijl ze wegloopt.

Naarmate de coronacrisis langer duurt, worden lontjes korter. En dan zijn het al snel de boodschappers van het slechte nieuws die het moeten verduren: winkelpersoneel, handhavers, OV-medewerkers en noem maar op.

‘Houd afstand’. ‘Maximaal drie klanten tegelijk naar binnen.’ ‘Was je handen.’ ‘Blijf thuis.’ Het laat aan duidelijkheid niks te wensen over. Duidelijkheid is een voorwaarde voor geslaagde communicatie. Toch is er meer voor nodig om een boodschap te laten landen, zeker als het geen fijne boodschap is. Wat dacht je van deze:

Fout!

Kijk, bij zo’n boodschap haak ik dus meteen af. FOUT, zegt dit apparaat in schreeuwende hoofdletters tegen mij als ik op de knop voor de magnetronfunctie druk. Ik voel me als een klein kind op de vingers getikt en dat wekt wrevel op. Wat denkt dat ding wel helemaal? Bovendien kan ik er niks mee, want nu weet ik nog steeds niet hoe ik de magnetron dan wél aankrijg.

Herrie in de stiltecoupé

Maar zelf maak ik me ook wel eens schuldig aan het uitdelen van zo’n spreekwoordelijke tik op de vingers. Bijvoorbeeld als bellende of kletsende passagiers in een halflege trein kiezen voor de stiltecoupé, als ik daar net mijn laptop heb uitgeklapt om een deadline te halen. Met – inderdaad – wrevelige reacties als gevolg. 

Totdat ik een lesje communicatie kreeg van een Amsterdamse beveiliger, dat ik nog regelmatig met succes in praktijk breng. Hij adviseerde: “Benoem in zo’n situatie niet het ongewenste gedrag, maar de oplossing. Zeg bijvoorbeeld: ‘Als u wilt bellen, dan kan dat in de coupé hiernaast’.”

Betalingsherinnering

Vergissen is menselijk. Als er iets misgaat, wil dat helemaal niet zeggen dat er opzet in het spel is. De vergeten factuur bijvoorbeeld. Ik schaam me eerlijk gezegd altijd een beetje als ik een betalingsherinnering ontvang. Betrapt op nalatigheid! Maar als ik er zelf een moet sturen, dan laat ik me graag inspireren door deze sympathieke tekst die ik ontving van mijn Amersfoortse webbouwer. Want hier is begrip het uitgangspunt:

Bij het nalopen van onze administratie valt me op dat de betaling van onderstaande factuur nog niet is ontvangen. Daarom het verzoek om na te gaan of er inderdaad nog niet betaald is. Als er een bijzondere reden is, dan hoor ik het graag en anders wil ik je vragen zo snel mogelijk te betalen.

Betalen voor het toilet

In Nederland is het een bekend verschijnsel: je mag alleen van het toilet gebruikmaken als je ook iets koopt. Maar waarom eigenlijk? Moeten we in dit land dan werkelijk óveral aan verdienen? Deze horecaondernemer van een strandpaviljoen bij Hargen begrijpt hoe mensen denken. En geeft ze een reden om tóch met een glimlach dat muntje uit hun portemonnee te halen. 

Hier geen fietsen

Daar ga je dan met je goede gedrag. Laat je de auto thuis staan om CO2-vrij de stad in te gaan, en dan kun je je fiets nergens kwijt. Geen fietsenrek te bekennen. Overal die rode verbodsbordjes in de etalage. Behalve hier, want de uitbaters van deze Hoornse sportzaak pakken het sportiever aan. Net als jij houden ze van fietsen. En gemeenschappelijkheid schept een band. Dus die mensen doe je graag een plezier.

Rookvrij

Nog één voorbeeld tot slot. Deze komt niet ‘gewoon’ uit de praktijk, maar uit de Rookvrij-campagne. De tekst op dit bord luidt: ‘Fijn dat u hier niet rookt’. Klinkt een stuk vriendelijker dan ‘Verboden te roken’. De reden laat zich raden: in plaats van het ongewenste gedrag te verbieden, wordt het gewenste gedrag beloond. De naam van de campagne roept trouwens ook een positief gevoel op: ‘Rookvrij’ heeft een heel andere lading dan ‘Rookverbod’.

Houd afstand, maar dan anders?

Hoe kunnen deze 5 lessen inspiratie bieden voor ‘Houd afstand’, ‘Blijf thuis’ en andere coronacrisis-geboden?

1. Benadruk de oplossing:

 ‘U kunt hier veilig winkelen door gebruik te maken van de desinfectiegel en de route te volgen.’

‘Ga frisbeeën, badmintonnen, skeeleren of de bal overtrappen: spelletjes die je met weinig kinderen tegelijk kunt doen. En waarbij je makkelijk afstand kunt houden.’ 

‘Mede dankzij u is onze zorginstelling nog steeds virusvrij en zijn alle bewoners veilig. ’

‘Het vaste ommetje met de buurvrouw kun je gewoon blijven maken; praat bij op 1,5 meter afstand’.

2. Toon begrip:

‘Wachten is niet leuk. Daarom bieden we u graag een gratis kopje koffie aan.’

‘Natuurlijk wil je graag weer samen buitenspelen! Kies voor spelletjes die je met z’n tweeën of drieën kunt doen, zoals …’

‘We begrijpen dat u ernaar uitkijkt om uw naaste weer in de armen te sluiten.’

3. Benoem de redenen:

‘Het geeft u vast een veilig gevoel dat andere bezoekers:

– 1,5 meter afstand houden

– hun handen hebben gedesinfecteerd 

– de aangegeven route volgen.

Fijn als u dat ook doet!’

‘Als u hier even wacht, zijn we samen sneller van corona af’

4. Benoem de gemeenschappelijkheid

‘Alleen samen krijgen we corona onder controle’.

‘Omdat we er allemaal zo snel mogelijk vanaf willen zijn – hier je handen wassen is fijn!’ 

‘Krijgt u er ook al schoon genoeg van? Wij ook. Toch zijn we liever schoon dan ziek. Samen krijgen we corona onder controle.’ 

5. Beloon het gewenste gedrag:

‘Dankjewel voor je geduld! Bij de eerstvolgende klant die de winkel verlaat, kun jij erin.’

Heb jij een mooi voorbeeld van een positief geformuleerd gebod uit de anderhalvemetersamenleving? Vul gerust aan!

Redactieprofs zijn allemaal superervaren als het om thuiswerken gaat, dus we hebben nog wel wat toe te voegen aan de tips uit de ochtendkrant. Productief zijn en deadlines halen tussen keukentafel en vaatwasser? Zo doen wij dat.

Jeroen van den Nieuwenhuizen werkt met AudioNote

“Ik werk al jaren met AudioNote, een app die op mijn telefoon, Mac en iMac staat. Werkt fantastisch! Terwijl ik aantekeningen maak van een Skype-, Zoom- of Microsoft Teams-gesprek, maakt deze app kraakheldere geluidsopnamen. Elke aantekening die ik maak, vormt een link naar het bijbehorende geluidsfragment. Ik hoef dus niet te gaan zoeken. Als de geïnterviewde foto’s of grafieken heeft die het verhaal ondersteunen, voeg ik die toe aan de aantekeningen. Dan heb ik bij het uitwerken van het verhaal alles bij de hand.”

Theanne Boer werkt samen met haar zoon

“Nu mijn zoon van 11 thuis is, heb ik mijn schema omgegooid. Als hij zijn huiswerk maakt of zit te gamen, werk ik en als hij naar buiten moet (ja, dat is voor hem een straf) of een boek leest of iets anders doet, dan doe ik dat ook. We doen ook elke dag samen een klusje. Zo hebben we de dag voordat hij al zijn schoolwerk kreeg samen zijn kamer schoongemaakt. Dat hielp al meteen enorm, het werkte stressverlagend, merkte ik, want het gaf overzicht en ruimte. Mijn gouden tip is: zorg voor een schoon en opgeruimd huis en kruip tegelijk met je huisgenoten achter je scherm. In de avonduren werk ik nu wel wat meer, want overdag ben ik minder productief.” 

Helene de Bruin haalt de strijkplank uit beeld

“Thuis hebben we een kamer gebombardeerd tot ‘bibliotheek’: dochter leert hier voor eindexamen en ik bel, zoom en skype er met redacties, collega’s, interviewkandidaten en studenten. 

Tip 1: Bekijk je achtergrond kritisch. Strijkplank is toch beter uit beeld.

Tip 2: Ga in het licht zitten, dan kom je iets aantrekkelijker in beeld.

Maar Helene gaat nu juist het huis uit

“Iedereen is nu thuis. Dus als ik er even vol tegenaan wil gaan, dan ga ik naar de studio die ik deel met een vormgever en een webbouwer. We hebben de dag in drieën gedeeld. Ik werk er tussen 7 en 11 uur. In die uren dat ik er alleen zit, gaat het werk knetterhard. Wil een van ons in de avond werken, dan melden we dat in de appgroep.”

Tom van Velzen werkt aan zijn conditie

“Pas op, want het kan zomaar gebeuren dat het thuiswerken je zeeën van tijd gaat besparen. Die kan je mooi gebruiken om aan je conditie te werken; toch belangrijk met een zittend beroep. Om te beginnen mis je zowel de ochtend- als de avondspits en dat levert je al snel twee uur per dag op. Daarnaast kun je veel geconcentreerder werken zonder vergaderingen en gekwek van collega’s om je heen. Dankzij het thuiswerken sport ik doordeweeks bijna dagelijks.”

Marleen Kamminga zweert bij een goede dagstart en -afronding

“Mensen vragen me vaak of ik niet snel afgeleid ben als ik thuiswerk. Het tegendeel is waar. Ik begin vaak ’s morgens met een uurtje mail afhandelen, zodat ik weet wat me de rest van de dag te wachten staat. De uren daarna ga ik graag meteen geconcentreerd aan de slag, want dan krijg ik het meeste gedaan. Het liefst werk ik in blokken van enkele uren aan één onderwerp, maar zelfs als thuiswerker lukt me dat niet altijd. De namiddag is er voor de losse eindjes en het bijwerken van de planning. Dan kan ik de volgende dag weer doelgericht van start.”

Heb jij nog een goede tip voor succesvol thuiswerken? Deel ‘m met ons!

Spelling en een foutloze zinsbouw, ach. Dat is niet de kunst. Met een schooldiploma en een beetje taalgevoel kom je een aardig eind. Maar dan? Drie absoluut onmisbare ingrediënten voor een tekst met pit.

‘Kun jij peper toevoegen aan onze websiteteksten?’ ‘We willen een pakkende tekst.’ ‘Help ons aan een tekst met impact.’ ‘Schrijf helder en kort alsjeblieft.’ ‘Kun je hier een goed verhaal van maken?’ Zulke verzoeken krijgen wij als tekstschrijvers wekelijks, zo niet dagelijks van onze klanten. 

Gepeperde tekst. Daarmee krijg je iets voor elkaar bij de lezer.

Een geslaagde tekst

De ingrediënten voor een geslaagde tekst verschillen per opdracht. Het maakt bijvoorbeeld nogal een verschil of je wilt dat medewerkers van je organisatie zich bewust worden van veiligheidsrisico’s, of dat je potentiële klanten wilt interesseren voor een nieuw product, of sollicitanten wilt overhalen om te reageren op jouw vacature. Informeren, interesseren en overtuigen zijn tekstfuncties die elk hun eigen eisen stellen aan een tekst.

Toch zijn er drie ingrediënten die ik bij praktisch elke tekst uit de kast haal. Hoezeer het vakgebied van communicatie ook aan trends en ontwikkelingen onderhevig is, dit drietal blijft onmisbaar als zout, peper en suiker. Online content of print, short copy of longread, het maakt niet uit. Puur omdat het basale ingrediënten zijn, die aansluiten op hoe onze hersens werken.

1. What’s in it for me

Dit is de vraag die we onszelf onbewust voortdurend stellen: wat heb ik hieraan? Is dit relevant voor mij? Wat betekent dit voor mij? Die relevantiecheck is ons filter in een omgeving vol informatieprikkels. Of je nu in de supermarkt staat, zoekresultaten doorscrollt of een krantenpagina scant, dankzij dat relevantiefilter ga je niet kopje-onder in de informatiestroom.

Voor tekstschrijven betekent dat: je verplaatsen in je lezer en zorgen dat je lezer al in de kop, lead of de eerste regels van het zoekresultaat (meta description) ziet of de tekst voor hem/haar relevant is. Of, sterker nog: antwoorden belooft op zijn/haar vragen of wensen.

In bovenstaande zoekresultaat is dat goed verwoord. De kopregel belooft de zakelijke lezer een antwoord op een brandende vraag: hoe spreek ik mijn klanten succesvol aan? Ik zou eventueel de (zendergerichte) formulering in de meta description daaronder ( ‘the benefits of your offer’ ) vervangen door zoiets als ‘the benefits for your client’. Want daar gaat het tenslotte om: klantgericht denken en formuleren.

2. Show, don’t tell

Wat klinkt volgens jou geloofwaardiger (en wat lees je liever): 

“Ik ben heel erg enthousiast over deze fiets. Hij is van hoge kwaliteit.”

Of

“Op deze fiets ben ik door weer en wind van Amsterdam over de Pyreneeën naar Barcelona gefietst. Zónder panne.”

De eerste tells

De tweede shows

Need I say more?

3. Given and new information

Dit principe, ooit opgedaan in een college Taalbeheersing, helpt mij nog bijna dagelijks bij het helder en leesbaar schrijven. ‘Given’ staat voor dat wat jouw lezer al weet of kent, ‘new’ voor wat jouw tekst daar aan toe gaat voegen. Anders gezegd: sluit aan bij de voorkennis van je lezer.

Klinkt simpel, maar gaat heel vaak mis. Kijk bijvoorbeeld eens op websites van adviseurs of juristen: eerst krijgen hun lezers allemaal jargon voorgeschoteld waarin het vakgebied wordt uitgelegd, daarna pas komen – althans in het beste geval – de vragen aan de orde die hun potentiële klanten hebben.

Die dan waarschijnlijk allang hebben weggeklikt, omdat ze zich niet herkenden in het jargon.

In bovenstaand zoekresultaat staat een onbekende term in de kop: diagnosedocument. Het zoekresultaat kwam boven bij de zoekopdracht ‘jurist’. Zouden de beoogde klanten van deze organisatie weten wat een diagnosedocument is? Waarschijnlijk niet. 
Hoewel, misschien is ‘diagnosedocument’ een term waarop mensen zoeken (omdat het bijvoorbeeld een vereiste is voor het aanvragen van rechtsbijstand ofzo), en is het welbewust in de kop gezet. Ik heb geen idee. Zeker is dat ik op mijn online zoektocht naar een jurist, snel verder klik naar andere sites. 

What is in it for me, Show don’t tell, Given and new information. Het zijn peper, zout en suiker voor teksten die iets voor elkaar moeten krijgen bij jouw beoogde lezers. Basale ingrediënten voor geslaagde communicatie, en daarom even onveranderlijk als onmisbaar.