Redactieprofs | Cindy Gijsbers
7
archive,author,author-cindy,author-7,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-11.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

In de blogserie ‘Hoe kijken onze opdrachtgevers naar communicatie?’ stelt Redactieprof Cindy 5 vragen aan Lotte Kempers, online marketeer bij Consigo.

Na een hbo-opleiding Communicatie – want: “breed inzetbaar” – startte Lotte haar loopbaan als marketingmedewerker bij Regardz (nu OneMeeting), platform voor alle zakelijke bijeenkomsten in binnen- en buitenland. In de loop der jaren verschoof het accent van vooral offline uitingen naar online. Sinds 2015 heeft online marketing haar volledige focus. In de 7,5 jaar dat ze bij Regardz werkte, groeide ze door tot online marketingmanager. Daarna was het tijd voor iets nieuws. 

Ze stapte over van klant- naar bureauzijde en ging als online marketeer aan de slag bij online marketingbureau Consigo in Amersfoort. Inmiddels 4 jaar later is Lotte daar ook online projectmanager én verantwoordelijk voor het onboardingstraject bij nieuwe klanten: “Elkaar goed leren kennen en zorgen voor mooie eerste resultaten.” Kenmerkend voor Consigo? “We werken echt samen mét onze klanten, in plaats van vóór onze klanten. En zijn daarbij resultaatgericht en transparant; onze opdrachtgevers weten precies waar we mee bezig zijn.”

Als ik een tekstschrijver brief, geef ik in elk geval mee…

“Ik vind het belangrijk om onze freelancers goede informatie mee te geven over de klant waarvoor ze aan de slag gaan. Met wat voor type organisatie krijg je te maken? En met welke contactpersoon? Wat vindt hij of zij belangrijk? Toen jij voor ons aan de slag ging voor de Marnix Academie, heb ik je vooral daarover bijgepraat. Daarnaast stem ik altijd een aantal inhoudelijke punten af, zoals de insteek van een interview en de belangrijkste vragen. Tegelijk mag er ook wat spontaniteit in blijven zitten. Ik geef dus richting maar geef de tekstschrijver ook graag de vrijheid om een eigen draai te geven aan interviews en teksten.” 

Hoe gebruik je social media?

“Ik blijf zelf een beetje op de achtergrond, zet niet elk ding wat ik meemaak op LinkedIn. Privé gebruik ik Facebook en Instagram, maar ook niet heel actief. Eigenlijk gebruik ik social media vooral om bij te blijven. Ik lees nieuwsbrieven zoals die van Frankwatching en houd hun posts bij. Ik volg een aantal online marketeers, zoals Corinne Keijzer en Carola Rodrigues. Binnen Consigo is contentmarketing mijn aandachtsgebied, daarover lees ik veel. Daarnaast lees ik veel blogs over persoonlijke groei en ontwikkeling. Op LinkedIn zou ik wel wat actiever kunnen zijn. Dat geldt ook voor mijn collega’s; we zijn allemaal redelijk bescheiden, terwijl we veel mooie dingen doen voor onze opdrachtgevers. Blijkbaar voelen we toch een drempel om die te delen.” 

“Wat je ziet is dat vooral persoonlijke berichten het heel goed doen op social media – een post met een foto van jezelf of je team krijgt vaak meer reacties en likes dan een inhoudelijk artikel. Het is dus goed om een mix in je content aan te brengen. Mensen willen zaken doen met ménsen in plaats van met een bedrijf. Daarom wordt de ‘Over ons’ pagina op websites ook altijd goed bezocht.”

Wat doe je om je vak bij te houden en jezelf te blijven ontwikkelen?

“Naast het bijhouden van social media volg ik regelmatig een online masterclass. Toevallig ga ik er meteen na dit gesprek een volgen over wat je belangrijk vindt in je werk, hoe je focus aanbrengt en keuzes maakt. Ik vind heel veel dingen interessant; focussen en keuzes maken is dus wel goed voor mij. In september ga ik weer de schoolbanken in! Dan start ik met een opleiding Digitale strategie & leiderschap. Ik heb daar nu al zin in.”

Als ik morgen niet meer deze functie zou hebben, zou ik…

“Als kind riep ik dat ik later schrijfster wilde worden. Voor een van onze opdrachtgevers schrijf ik regelmatig blogs, maar dat doe ik liever niet te veel. Dan wordt het echt een worsteling voor mij.” Lachend: “Ik heb jou niet voor niets ingeschakeld! Verder hebben onderwerpen als mindfulness, voeding, training en coaching altijd mijn interesse, maar de halve wereld is al coach of personal trainer. Als geld geen rol speelde, zou ik vrijwilligerswerk willen doen met mensen of dieren; meer terugdoen voor de wereld. Ik had een tijdje een bestuursfunctie bij De Zonnebloem, maar dat was uiteindelijk niet te combineren met mijn fulltime baan. Het gaf me wél een heel goed gevoel.”

Wat is je levensmotto (of iets waarop je in je werk terug kunt vallen)?

“Zowel de switch naar Consigo als bijvoorbeeld in je eentje naar netwerkbijeenkomsten gaan, vond ik spannend. Tegelijk merk ik steeds weer hoe goed het is om uit je comfortzone te treden. Cliché maar waar, daar groei je van. ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’ (van Pippi Langkous) vind ik daarom een hele mooie.”

Tot slot nog 3 online marketing tips van Lotte:

  • ‘Wat moet nu ik nu weer plaatsen op social?’, hoor ik vaak. Je hoeft niet continu nieuwe content te bedenken. Er is vaak genoeg of je kunt oude content hergebruiken. Organiseer een content brainstorm en je kunt weer voor een paar weken vooruit.
  • Zorg dat je website er vooral mobiel top uit ziet (als je website je business is). Dit is een belangrijke rankingsfactor van Google.
  • Zorg dat je website goed meet- en vindbaar is, zodat je kunt bepalen waar je je marketingbudget op inzet. Maak hierin een keuze, focus je op je belangrijkste kanaal en doe dat goed (i.p.v. alles half). Zo zorg je voor meer bezoekers naar je website, die mogelijk voor extra/nieuwe omzet/business zorgen. 

Redactieprof Cindy Gijsbers interviewde haar opdrachtgever Lotte Kempers van Consigo. Ze schreef in opdracht van Consigo een reeks blogs voor de Marnix Academie, waarin studenten, docenten, opleidingscoördinatoren en lectoren hun persoonlijke verhaal vertellen over de diverse opleidingen. 

Deze zomer ben ik onder de naam Cindy Schrijft 5 jaar zelfstandig bezig als tekstschrijver en communicatieadviseur. Nadat ik in totaal 17 jaar bij bureaus werkte. Hoe noem je dat eigenlijk, een vijfjarig jubileum? Blik, hout of plastic, las ik. Dan ga ik voor het hout. Als ik nu eens voor elk ‘houten’ jaar een tip of ervaring deel? Hier komen ze, in willekeurige volgorde.

1. Schrijftip: schrijven is schrappen

Bijna altijd kun je de eerste zinnen die je op papier (scherm) zet, achteraf schrappen. Het zijn de opstart-zinnen, de nadenk-zinnen, de zinnen waarmee je zelf in het verhaal komt. Soms kan zelfs die hele eerste alinea gewoon hoppakee weg! Probeer het maar eens. En lees je teksten als ze voor je gevoel rond zijn, nog één keer kritisch door op woordjes of hele zinnen die weg kunnen. Ik ben op dit moment interviews aan het uitwerken tot verhalen van maximaal 1.000 woorden. Er is steeds zoveel te vertellen! Dus ik zit er in eerste instantie standaard overheen. Het is bijna een sport om ze daarna tóch in te dikken. En ja, de teksten worden er steevast sterker van. Kill your darlings.

2. Interviewtip: live of telefonisch?

Aan heel veel teksten die ik voor opdrachtgevers schrijf, liggen interviews ten grondslag. Nu zou je denken dat een face to face gesprek de voorkeur heeft. Elkaar in de ogen kunnen kijken, de mimiek zien bij bepaalde uitspraken, het informele praatje achteraf waar je vaak ook nog nuttige informatie uit haalt. Het is gewoon een stuk persoonlijker. Dat klopt allemaal! 

Toch wil ik een lans breken voor het telefonische interview. Dus ook geen Skype of Zoom of Teams. Omdat ik telkens weer merk hoe open mensen praten wanneer je ze aan de lijn hebt. Mensen zoeken een rustig plekje op om te bellen, maken het zich comfortabel, hoeven zich niet ‘beter’ voor te doen en praten meer vrijuit is mijn ervaring. Regelmatig spreek ik iemand tijdens een autorit – even los van de standaard werkcontext. Ook fijn: een belletje is vaak flexibeler in te plannen. 

3. Taaltip: die eeuwige d/t-kwestie

‘Houdt anderhalve meter afstand.’ ‘Houdt je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’ Het zijn de twee meest voorkomende d/t-fouten die ik tegenkom in teksten. Het moet zijn: ‘Houd anderhalve meter afstand’ en ‘Houd je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’. Daarom hét ezelsbruggetje voor iedereen die dit lastig vindt: vervang het werkwoord door een ander werkwoord. Je zegt bijvoorbeeld ook: ‘Geef anderhalve meter afstand’, of ‘Geef je alsjeblieft anderhalve meter afstand?’ Zonder ‘t’ dus. Eigenlijk is het heel simpel…

4. Gesprekstip: de kracht van LSD

Geen LSD-trip maar een LSD-tip in de betekenis van: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. Echt luisteren is een basisvoorwaarde voor elk goed gesprek. Het dóórvragen is een kunst die iedere ervaren tekstschrijver beheerst. De stap daartussen, het samenvatten, zou ik hier eens extra in de kijker willen zetten. Je kunt je afvragen: ‘Is dat niet wat overdreven? Om de woorden van de ander nog eens te gaan herhalen?’ Toch merk ik telkens weer dat mensen het heel erg waarderen. Als interviewer of gespreksleider laat je – samengevat in je eigen woorden – zien dat je echt begrijpt wat de ander zojuist verteld heeft. Je kunt dat een paar keer tijdens het gesprek doen. Helemaal aan het einde vat ik regelmatig de rode draad nog eens samen. Vaak is dat (achteraf) meteen de ruggengraat van mijn tekst. En het leidt vaak tot mooie laatste ingevingen! ‘O ja, wat trouwens nog leuk is om ook te vertellen…’.      

5. Netwerktip: clubjesangst niet nodig

Van mijn 5 jaar zelfstandig ondernemerschap ben ik nu 3 jaar lid van Redactieprofs, netwerk van zelfstandig tekstschrijvers en communicatieprofessionals. Naast mijn Cindy Schrijft-werk voor eigen opdrachtgevers, werken we regelmatig samen. Aan grote klussen bijvoorbeeld, zoals het magazine dat ik samen met Jeroen en Helene maakte. Opdrachtgevers zijn blij dat er altijd een back-up beschikbaar is. Past een bepaalde tekstproductie niet bij mij (of niet in mijn planning), dan heb ik nog zeven collega-profs. We delen kennis en hebben lol tijdens onze samenwerkdagen. Kortom: 1 + 1 = 3 wordt hier wat mij betreft 1 + 7 = 10. Een netwerk moet bij je passen en ik heb er eerst ook goed over nagedacht. Maar heb je eenmaal ‘het juiste clubje’ gevonden, dan levert het veel moois op. 

Op naar 10 jaar Cindy Schrijft, zojuist geleerd: mijn ‘kristallen, stalen, tinnen of rozen’ jubileum. En nog vele mooie jaren bij Redactieprofs. 

Regelmatig leggen we een opdrachtgever vijf vragen voor over het communicatievak en zijn of haar persoonlijke kijk daarop. Nieuwsgierig als we zijn, interviewen we ook elkáár. Deze keer: vijf vragen van Redactieprof Cindy aan collega Theanne.

Theanne is de bladenmaker in ons team. Ze bedenkt bladformules, begeleidt het hele proces en schrijft zelf ook regelmatig voor bladen. Daarnaast stort ze zich op complete boeken. ‘Ik houd wel van grote klussen waar ik zo een maand of langer mee bezig ben.’ Onlangs schreef ze een boek samen met Samuel Lee, de Theoloog des Vaderlands 2020, en op dit moment werkt ze samen met een illustrator aan een kinderboek over de zorg voor natuur en milieu: Kleur je wereld groen.

Welk communicatieboek zou jij vakgenoten aanraden?

‘Dan denk ik in eerste instantie meteen aan de ouderwetse Jan Renkema, nog steeds een autoriteit wat mij betreft, en zijn Schrijfwijzer en Redactiewijzer. Fijne naslagwerken. Het lingeriedenken van Rob van Vuure is ook een boek waar ik regelmatig in blader, en dan vooral om ideeën op te doen voor bladen. Verder haal ik veel inspiratie uit Dit is een goede gids (ondertitel: voor een duurzame lifestyle), van Marieke Eyskoot. Elke tekstschrijver heeft denk ik wel een favoriet onderwerp om over te schrijven. Bij mij is dat duurzaamheid, natuur en milieu.’ 

Met welke tekst was of ben je heel blij, en waarom?

‘Ik moest een dubbelinterview doen voor het blad van de ChristenUnie over mensenhandel. Dat vind ik altijd best een uitdaging. Twee mensen tegelijk spreken, in dit geval over een groot thema… Ik moest terugdenken aan de cursus ‘Interviewen voor gevorderden’ die ik ooit volgde. Daar leerde ik om een groot thema terug te brengen naar concrete gebeurtenissen en daar de beelden weer bij op te roepen. De emoties komen dan vanzelf en dat gebeurde ook. Het werd een diep gesprek met veel emotie erin. Bij het uitwerken van het verhaal vond ik het heel belangrijk dat de lezer dat zou vóelen, alsof je erbij was. Dat is goed gelukt, kreeg ik ook van anderen terug en daar ben ik nog steeds blij mee.’

Wat is jouw (levens)motto?

‘Maak je geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen heeft genoeg aan zichzelf. Voor mij tegelijk een motto en een uitdaging! Ik kan nogal piekeren, ‘had ik maar’ of ‘wat als’. Dan zit je dus in het verleden of in de toekomst. Hoe mooi is het om in het hier en nu te blijven en erop te vertrouwen dat er wel voor je gezorgd wordt. Vertaald naar mijn werk; ik kan er wel eens onzeker over worden hoe lang ik dit nog kan blijven doen. Zeker nu ik de 50 gepasseerd ben en er continu nieuwe, jonge tekstschrijvers opstaan. Ook al is daar op dit moment totaal geen reden toe en weten opdrachtgevers mij voor zowel bladen als boeken goed te vinden. Zo’n motto kan dan voor wat geruststelling zorgen.’

Wat doe je om je vak bij te houden?

‘Drie dingen. Eén: ik houd de inhoud bij van de onderwerpen waar ik veel over schrijf – ik lees veel over duurzaamheid, milieu en ontwikkelingssamenwerking. Twee: Ik lees veel literatuur. Literaire schrijvers hebben een enorme woordenschat en beheersen de Nederlandse taal tot in de puntjes. Hoe zij emoties onder woorden kunnen brengen, dat is een kunst. Door goede boeken te lezen, houd ik mijn eigen taalbeheersing op peil. Op dit moment lees ik Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer. Drie: ik kijk veel tijdschriften in, en dan vooral de tijdschriften die het heel goed doen zoals de Linda en de Happinez. Waarom zijn deze nou zo populair? Ik moet zeggen dat ik het ook snel zie wanneer een tijdschrift het níet gaat redden.’

‘En ik ben natuurlijk niet voor niets lid van Redactieprofs! De onderlinge kennisdeling is heel waardevol.’ 

Als ik morgen geen schrijver meer zou zijn, zou ik…

‘…wel retraites voor vrouwen willen organiseren. Wij wonen heel landelijk in Zeeland. Ik zie een groep vrouwen voor me die in deze prachtige omgeving tot rust komt en die ik schrijfopdrachten geef. Schrijf je levensverhaal, bijvoorbeeld, of zet je droom op papier, of een brief aan iemand over iets waar je al te lang mee rondloopt. We eten samen de heerlijkste producten van het land. En we wandelen naar het eeuwenoude kerkje in ons dorp voor een stiltemeditatie.’ Lachend: ‘Een mooi beeld hè, maar wat me weerhoudt is de hele organisatie en marketing eromheen! Maar je weet maar nooit. Tien jaar geleden had ik ook niet gedacht dat ik nu een kinderboek zou schrijven.’  

De term ‘dilemma’ duikt de laatste tijd vaak op. Niet eens privé, vooral zakelijk. Dilemmalogica, dilemmasessies… Je kunt er van alles mee, ook in communicatieland.

Open zijn over dilemma’s is belangrijk, lees en hoor ik overal. Laat ik het dan meteen maar open en bloot op tafel gooien: op het moment van schrijven wil ik graag allerlei teksten maken en deadlines halen, terwijl ik vandaag ook een blog voor Redactieprofs zou opleveren. Waar ik tot mijn grote schrik vijf minuten geleden pas achter kwam. Dilemma! Wat nu?

Dilemma’s in mijn vak

Dit is natuurlijk een dilemma van niks. Er zijn grotere thema’s in de wereld. Waar het mij nu om gaat, is dat de term ‘dilemma’ mij ineens om de oren vliegt. Ook in mijn vak.

‘Iemand die ergens tegen is, is ook ergens voor’

De Utrechtse Communicatiekring hield deze zomer een bijeenkomst rondom dilemmalogica. Door de bril van ‘dilemmalogica’ werd bekeken hoe je als communicatieprofessional actief en open kunt communiceren over dilemma’s die zich in jouw praktijk aandienen. Ik kon er zelf helaas niet bij zijn, maar tipte een opdrachtgever die graag aanschoof – en zo lief was om de presentatie achteraf met mij te delen. Eyeopeners: ‘Iemand die ergens tegen is, is ook ergens voor.’ Vanuit verbinding kun je op zoek gaan naar een oplossing voor welk dilemma dan ook. En let op: ‘Het is een dilemma, dus de oplossing zit niet in de inhoud, maar in het proces.’

Dilemma’s in de zorg

Deze opdrachtgever was communicatieadviseur Sophie van Perspekt. En laat ik nou voor Perspekt vól de wereld van de dilemma’s in zijn gedoken. Ik heb het afgelopen jaar woorden mogen geven aan een kwaliteitsmodel voor de zorg, dat in de kern draait om werken met waarden, regels en… jawel, dilemma’s. In de zorgpraktijk van alledag doen zich talrijke situaties voor die tot dilemma’s kunnen leiden. Stel je werkt in de ouderenzorg en een cliënt wil graag zelf op pad gaan, terwijl dat in de ogen van zijn of haar verzorgers niet veilig is. Autonomie versus veiligheid – daar heb je ’t al. Hoe ga je nou om met zo’n dilemma én de mogelijke risico’s van dien? Daarbij óók nog rekening houdend met de waarden van alle betrokkenen en de regels en protocollen die gelden in de zorg? Precies uit deze vraag is het nieuwe kwaliteitsmodel ontstaan.

Dilemmasessies

Dan zijn er de organisaties die een dilemma gebruiken als kapstok voor de dialoog over complexe communicatievraagstukken. Het is een krachtige werkvorm om met betrokkenen die verschillend tegen een vraagstuk aankijken, open over de voor- en nadelen van hun zienswijzen te praten. Ook zijn er de opdrachtgevers die worstelen met hun identiteit. Aan de hand van haaks op elkaar staande stellingen kun je helpen om die identiteit scherper te krijgen. En van daaruit passende én effectieve communicatieboodschappen te formuleren.

Kortom, een dilemma is nog eens ergens goed voor. En in de tussentijd is mijn blog ook klaar!

Kijk voor luchtige dilemma’s eens op dilemmaopdinsdag.nl. Zit je zelf met het dilemma dat je veel te vertellen hebt, maar niet zo goed weet hoe? Of heb je geen tijd om je verhaal op papier of scherm te zetten? Klop dan vooral aan bij Redactieprofs. Van schrijven en communicatieadvies gaat ons hart juist sneller kloppen.

Je hebt een maagdelijk wit scherm voor je. En van alles in je hoofd, dat eruit mag (of moet). Maar hoe begin je met schrijven? Ik heb daar zelf zo mijn rituelen voor en vroeg het ook aan m’n collega-profs. Wat ik meteen al kan verklappen: de markeerstift is heilig, een mindmap geeft houvast en ga er eens bij staan in plaats van zitten.

Warming-up

Mijn eigen warming-up begint eigenlijk al tijdens of vlak na een interview/gesprek/bijeenkomst, of wanneer ik research aan het doen ben. Er begint iets te borrelen, ik zie een rode draad of er komen mooie quotes naar boven. Ergens vanuit de mist begint zich een verhaal af te tekenen. Nog helemaal niet concreet! Dat komt later wel, als ik er echt voor ga zitten.

1. Schrijf je licht

Een tip voor ondernemers (maar eigenlijk voor iedereen een leuke oefening!): begin de dag met een half uurtje schrijven voor jezelf. Collega Sasja doet het regelmatig én traint er andere ondernemers in: ‘Schrijf je licht, noem ik dat. De belangrijkste vraag die ik beantwoord is: wat houdt mij vandaag bezig? Soms ook: wat wil ik vandaag realiseren? Wat ik dan opschrijf, is altijd verrassend; het levert altijd nieuwe inzichten op. En ik bereik meer doelen op een dag als ik van tevoren even stilsta bij wat ik wil gaan doen.’

2. Wacht even… maar niet te lang

Een goed gesprek of leuke sessie achter de rug? Veel informatie gekregen – of tot je genomen? Snel uitwerken van je verhaal(lijn) is fijn. Sasja: ‘Na een interview bijvoorbeeld noteer ik direct de highlights. Als het te lang blijft liggen en er al te veel andere dingen gebeurd zijn, verlies ik de sfeer van het verhaal. Aan de andere kant, het kan een voordeel zijn als de details een beetje uit je hoofd zijn verdwenen; dan is de rode draad veel makkelijker te vinden.’ Kortom: wacht even met uitwerken, maar niet té lang.

3. Spreek je aantekeningen in

Een app kan uitkomst bieden. Sasja: ‘Ik lees mijn aantekeningen vaak in in de app Actieve Stem. Die zet wat je inspreekt om in geschreven tekst (Word). Dan heb ik alles wat ik belangrijk vond meteen bij elkaar en is het nog een kwestie van schuiven en schaven.’

4. Maak een mindmap


Mindmap Jeroen

Twee collega’s trappen af met een mindmap. Zeker bij complexe onderwerpen een aanrader. Jeroen N: ‘Bij kortere artikelen met kop en kont heb ik de structuur wel in mijn hoofd zitten. Bij langere stukken pak ik een A3-vel. Ik begin dan met een kernboodschap en rankschik de subthema’s eromheen. Dat worden de subkopjes. Mijn aantekeningen hang ik daar puntsgewijs onder.’ Collega Jos: ‘Ik begin altijd met een mindmap. Meestal ontplooit zich dan automatisch een structuur voor een verhaal. In de mindmap gaat de meeste energie zitten, het schrijven gaat dan bijna vanzelf.’

5. Pak de markeerstift erbij

Ik heb ze in allerlei knalkleuren. Ik pak mijn boekje met aantekeningen erbij en alle andere informatie die ik ontvangen heb. Daar ga ik vervolgens doorheen met een markeerstift. Highlights krijgen een opvallend kleurtje. Zo bouw ik globaal al een structuur op voor mijn verhaal. Collega Marleen gaat precies zo te werk. ‘Eerst markeren, dan een insteek kiezen, kop en lead maken.’ En als dat niet lukt? ‘Dan begin ik gewoon ergens iets uit te werken van de gemarkeerde passages en bepaal dan hoe alles op z’n plek gaat vallen.’

6. Zet er een streep door of voor

Schriftje Helene

Tijdens het uitwerken van een verhaal streep ik in mijn aantekeningen steeds door wat ik gebruikt heb. Hoppa, een grote schuine streep erdoorheen! Heerlijk, afturven maar. Collega Helene streept ook, maar dan verticaal. ‘Ben ik eenmaal aan het typen, dan ram ik meestal wel drie kwartier tot een uur door. Dan pak ik mijn schriftje er weer bij en bekijk welke informatiedelen ik al behandeld heb. Daar zet ik een streep voor, in de marge van mijn aantekeningenboekje. Ik bepaal ook: wat moet er nog in, wat kan wegblijven? Ik ben pas klaar als alle volgeschreven blaadjes van onder tot boven een lijn laten zien.’

7. Ga er eens bij staan

Aantekeningen markeren, een briefing nogmaals doornemen, een opname terugluisteren… Doe het eens staand, net als Helene. ‘Alleen al voor rug en schouders! Want tsja, zitten is het nieuwe roken. Tijdens het koffie maken vorm ik in mijn hoofd een structuur voor een verhaal, ook staand dus. Daarna zet ik mij pas aan het bureau en projecteer ik de inhoud via mijn hoofd en vingers op het beeldscherm.’

8. Tik en skip

Collega Eveline fietst naar kantoor, zet handmatig koffie, gaat haar mail checken en even nutteloos internetten. Daarna is ze er klaar voor. ‘Bij een interview neem ik eerst alle aantekeningen over in een Word-document. Ik doe dat snel, dus met veel typfouten. Daarbij skip ik al wat niet ter zake doet. Daarna zet ik bij elkaar wat bij elkaar hoort en dan begin ik eigenlijk pas echt. Meestal volgens de methode: dóórschrijven, afwerken, inkorten.’

9. Vrij werk?

Bovenstaande starttips gaan vooral over zakelijk schrijven. Schrijf je (ook) vrij werk? Eveline zoekt daarvoor eerst een rustige plek op: ‘Meestal op mijn bed, Arbo friendly geïnstalleerd met kussens. Dan begin ik met de eerste zin die in mij opkomt. Of een gebeurtenis die ik terugspeel in mijn hoofd. Heb ik de eerste regels maar kom ik niet verder? Dan gooi ik het weg en begin opnieuw.’

Lukt het na deze tips alsnog niet om op te starten? Geen probleem, besteed je tekst lekker uit. Wij schrijven hem met plezier!

Nieuwe blogserie! Regelmatig leggen we opdrachtgevers vijf vragen voor over communicatie. Nu interviewen we elkaar. Redactieprof Marleen ondervroeg prof-collega Cindy.

Waar haal je inspiratie uit?

‘Uit m’n ochtendwandelingen langs de Lek, uit yoga, fijne boeken (Murakami) en bladen (o.a. Volkskrant Magazine), uit kunst, muziek en dans, uit trouwe opdrachtgevers, leuke collega’s en andere creatievelingen, uit m’n flexplekken – zoals de Gelderlandfabriek, Kattenstraat 12 en Vollin in Culemborg, uit m’n drie mooie mannen thuis én uit een leeg scherm of papier dat ik mag vullen.’

Wat doe je om je vak bij te houden?

‘Toevallig heb ik onlangs nog een ontzettend inspirerende Masterclass bijgewoond over trends: de ‘vloeibare samenleving’ en de impact daarvan op organisaties en op de mens/het individu/de professional. Verder ben ik als een van de Redactieprofs blij met onze samenwerkdagen; meteen momenten om onderling kennis te delen. Of we nodigen een gastspreker uit, recent nog documentair fotograaf Jeroen Toirkens die ons bijpraatte over visual storytelling. Ik lees het vakblad C van beroepsvereniging Logeion. En m’n vaste opdrachtgevers houden mij scherp. En vice versa, hoop ik!’

Met welke tekst was of ben je heel blij, en waarom?

‘Ik word eigenlijk blij van elke tekst die ik mag maken. Ik kies bewust voor mijn opdrachtgevers. Maar goed, een recent voorbeeld? Dan denk ik aan een boekje voor Perspekt over een nieuw, narratief kwaliteitsmodel voor de zorg. Veel informatie zat in het hoofd van opdrachtgever Nicolien, een van de ontwikkelaars van het model en mijn directe aanspreekpunt. We hebben veel gespard, gezwoegd, gelachen, gebeld, gemaild en gefinetuned samen en zijn allebei hartstikke trots op het eindresultaat.’

Als ik morgen geen schrijver meer zou zijn, zou ik…

‘Met terugwerkende kracht weer dansjuf zijn, een uit de hand gelopen hobby. Yogadocent mag ook. Of coach, vanuit mijn vak maar ook persoonlijk.’

Deze vakgenoot bewonder ik

‘Ik bewonder dichters en auteurs – ook schrijvers, maar echt een vak apart. En mijn vader, die ook altijd geschreven heeft als wielrenjournalist (naast zijn baan als leraar in het basisonderwijs). En die na zijn pensioen helemaal op eigen kracht twee dikke boeken over wielrennen in de Kempen uitbracht en nog dagelijks blogt!’